Art . Nr . 70 . a , Het Materiaal voor Gouache Voor het werken met gouacheverf dient je het volgende materiaal…
Art . Nr . 70 . a ,
Het Materiaal voor Gouache
Voor het werken met gouacheverf dient je het volgende materiaal ter beschikking te hebben :
1 . Een wit palet van aardewerk of porselein of beter nog van plastic . Een palet van geëmailleerd metaal is niet bruikbaar , aangezien gouache barsten in het émail veroorzaakt .
2 . Stevig papier , wit of okerkleurig , zoals men gebruikt voor olieverf . Men kan een heel blok kopen of lossen vellen , die dan gebruikt worden met het karton , zoals dat afgebeeld is op plaar I .
3 . Verven in tuben of potjes . Tuben zijn wel praktischer , vooral voor het werk in de open lucht . Gebruikt men potjes , dan dienen deze in ieder geval voor het gebruik omgeroerd te worden , terwijl de verf in de gewenste hoeveelheid op het palet gezet wordt met behulp van een houten of benen ( geen metalen ) spateltje , dat steeds zeer schoon gehouden moet worden .
Wij raden je aan de volgende kleuren aan te schaffen : titaanwit - gele oker - citroen- geel - goudgeel - oranje - cadmiumrood - karmijnrood - gebrande sienna - cobaltblauw - ultramarijnblauw - paars - lichtgroen - groen émeraude - zwart .
( Deze kleuren kunnen het best op het palet aangebracht in de volgorde die we hebben aanbevolen voor olieverf ) .
De beste consistentie voor gouache is die van een nogal dikke créme . Wanneer je potjes heeft , is het wel raadzaam om deze om de drie of vier dagen te schudden of om te roeren om verharding tegen te gaan . Om die uitdroging te vermijden kan men zelfs , na gebruik , een dun laagje water over de verf gieten , vooral wanneer hij gedurende enige tijd niet meer gebruikt zal worden . Later kan het overtollige water weer afgegoten worden .
4 . Penselen en kwasten : drie penselen van das-, of beter , van bruin marterhaar zijn onmisbaar , maar dan liefst iets harder dan die voor waterverf , wel echter in een fijne punt uitlopend , een grote , een middelgrote en een kleine
Enkele kwasten ( de nrs. 6, 8 en 12 bijv. ) , plat en rond , zoals voor olieverf . Hiermede kan men de onderschildering uitvoeren , evenals sterke lichten , vooral indien deze dik geëmpateerd worden .
Laat nimmer na hen goed met water te reinigen na het gebruik en plaats hen dan in een of ander bakje met de haren vrij naar boven .
5 . Water in grote hoeveelheden , want gouache verontreinigt dit veel sneller dan waterverf . Het gebruikte water zal dus zeer vaak vernieuwd moeten worden .
Men vergete niet dat gouacheverf snel op het palet droogt , vooral in de buitenlucht . Het is dus beter om er niet te veel tegelijk van te nemen , al zal men dan wel eens vaker moeten vernieuwen , hetgeen een onaangename dwang kan zijn onder de arbeid . Maar men zou dit toch ook moeten doen als de verf onder het werk op het palet ging opdrogen ! Overigens kan men , als voorzorgsmaatregel , de kleurhoopjes met een beetje zuiver water bevochtigen om hun uitdroging te voorkomen .
Laten we tenslotte nog vermelden dat het bezit van een ezel ( zoals beschreven in de lessen over olieverfschilderkunst ) zijn nut kan hebben , maar niet strikt onontbeerlijk is , aangezien de schilder het karton , waarop hij werkt , op tafel of op de knieën kan houden . Voor het werken buiten is het echter wel nodig om een of ander vouwstoeltje te hebben .
Art . Nr . 70 . b , Techniek van de Gouacheverf Gouache wordt voornamelijk gebruikt voor werk van middelmatige a…
Art . Nr . 70 . b ,
Techniek van de Gouacheverf
Gouache wordt voornamelijk gebruikt voor werk van middelmatige afmetingen , zoals ontwerpen voor gordijnen , stoffen , behangselpapier , schetsen van aanplakbiljetten , catalogi of ander commercieel drukwerk . Men begrijpt goed dat dit niet betekend dat men hiermee geen stilleven , bloemen , landschappen , portretten enz . zou kunnen schilderen , integendeel , het zijn ook juist deze onderwerpen , waarmede we ons hier gaan bezig houden .
Waar een aquarel frisheid en doorzichtigheid kan tonen , heeft hij soms het nadeel een gebrek aan dichtheid te hebben , vooral in de lichte tonen . Dit bezwaar komt voort uit de aard van de verf , die nu eenmaal in een grote hoeveelheid water oplost .
Gouache , van zijn kant , bezit , evenals olieverf , en veel grotere ondoorschijnendheid , als gevolg van de samenstelling van de verf en ook door het feit dat hij in het gebruik geregeld met wit vermengd wordt .
Het is niettemin raadzaam om van dat wit geen misbruik te maken , zo ja , dan kan het werk een krijtachtig aspect gaan vertonen , dat onaangenaam aandoet . Anderzijds echter verleent toevoeging van wit iets fluweelachtigs aan de gouachetonen , waarvan juist de matheid een van de bekoorlijkheden uitmaakt .
Aangezien we hier weer met een dekkende werkwijze te doen hebben kan men dus , evenals bij olieverf , gebruik maken van empatementen . Maar men zij hiermee voorzichtig , want zij dienen slechts gereserveerd te blijven voor die onderdelen van een bepaald onderwerp , die een zekere soliditeit bezitten , krachtig verlichte fragmenten of flitsende lichtpuntjes . Zo zal men inzien dat bijvoorbeeld bij een landschap onder een mooie lentehemel , met veel regelmaat en soepelheid in de nuances , alles van een verrukkelijke tederheid , een uitvoering die overal in de dikke verf zou zitten , allesbehalve genietbaar zou zijn . Derhalve kan , moet men zelfs , naar gelang de omstandigheden , met meer of minder water werken , zonder dat nochtans de dosis water , in het algemeen gesproken , zo groot is als bij het gebruik van waterverf ; de hoeveelheid water , die men met het penseel opmeemt bepaalt natuurlijk de vloeibaarheid , of het gebrek daaraan , van de toon , die verkregen wordt .
In het begin moet men , wanneer toon over toon geplaatst wordt , beginnen met dunne tonen en naarmate men daar meer overheen schildert , moeten de volgende tonen vetter worden , dus vet op mager , juist zoals men doet met olieverf . Hieruit volgt dat de donkere partijen het eerst aan de beurt komen en daarna pas de lichte , omdat deze laatste immers in het algemeen wat vetter zullen worden aangebracht , vanwege de gewenste lichtkracht . Niettemin mogen deze empatementen toch nooit al te dik zijn , zeker niet over grote oppervlakken , omdat ander vrijwel onherstelbare barsten zullen onstaan bij het indrogen , waarop we overigens al gewezen hebben .
In de praktijk zult je dus voor de onderschildering tamelijk dunne verf gebruiken , zodat je de ondergrond snel met kleur zult kunnen vullen voor de belangrijkste nuances en toonwaarden . Geleidelijk aan zal dit voorbereidende werk gevolgd worden door vettere en meer dekkende toetsen . Overigens zal men , al doende , de twee werkwijze gelijkertijd leren toepassen door n.l. de gouache nu eens dun vloeibaar , dan weer eens wat dikker en een andere maal zeer vet aan te brengen , wanneer men bijv . door een " korstig " relief een krachtig lichteffect wil laten onstaan .
Aangezien gouache snel droogt , omdat hij nu eenmaal in het algemeen weinig water bevat , is het dus mogelijk om over een bepaalde toon heen te schilderen en deze geheel te bedekken . Maar hiermee moet men wel oppassen , want gouache laat zich ook snel verdunnen en wanneer de laatste kleur , die je aanbrengt een beetje te vloeibaar is , wordt de onderste verdund en gaat zich met de andere vermengen ; hij komt dus weer op de een of andere manier te voorschijn . Dit kan onaangenaam zijn , maar tevens ook een winst , want , wanneer men met gouache heeft leren omgaan , kan men op deze wijze samensmeltingen en mengingen verkrijgen zoals bij de aquarel .
Wanneer je vet werkt , zult je begrijpen dat de vorm van de toets zichtbaar blijft ; hij zal zich zeer weinig versmelten met de onderliggende toon en in het geheel niet als deze reeds geheel droog is . Het is dus zaak , evenals bij de olieverf , om uw toetsen een bepaalde richting en uitdrukking te geven en hen aan te brengen overeenkomstig het schuiven der plans , zoals het oog hen bedoelt aan te voelen .
Een andere consequentie van het dekkende karakter van deze werkwijze is , dat , naarmate je verder vordert met het schilderwerk , de in de aanvang aangebrachte schetstekening van lieverlede gaat verdwijnen . Door meer kleur op te brengen , kan de kleur als zodanig verbeteren , maar de tekening verliest je steeds meer . Alvoren te gaan schilderen moet deze tekening dus met krachtige lijnen bevestigd worden , waartegen geen enkel bezwaar is , want hij moet op den duur toch verdwijnen . Door de normale gang van zaken te volgen , n.l. door vet op mager te werken , zal de tekening onder de eerst aan te brengen , dunne tinten , nog lange tijd zichtbaar blijven en zult je minder kans lopen ergens mee in de war te raken .
Wanneer je de vaardigheid , waarvan in het voorgaande sprake was , verworven hebt , kunt je daarvan ook profiteren door een hulpmiddel te hanteren , die de gouache te bieden heeft . Gesteld dat je een belangrijk deel van een reeds gedroogd schilderij wilt
" oplichten " , dan begin je met een zeer licht en als melk zo vloeibare gouachetoon te maken . Deze wordt dan met een dik penseel snel en luchtig en vooral zonder heen en weer wrijven over de gewenste fragmenten aangebracht , maar toch vooral zonder met de penseel te wrijven , want anders gaan de onderliggende kleuren oplossen . De aldus onstane doorzichtige sluier kan de ondertonen vaak op zeer gelukkige wijze beïnvloeden . Men kan dit procédé meerdere malen herhalen , wel te verstaan telkens op een volkomen droge ondergrond , hetgeen van pas kan zijn bijv . in luchten , achtergronden en vergezichten . Zeer zeker kan hierbij wel eens iets mis gaan , de ondertoon kan weer te voorschijn komen , er kunnen zich bezinksels gaan vormen enz. Maar wie handig is kan van deze ongelukjes nog wel eens voordeel trekken en van de nood een deugd maken . Dit werken met gouache is te vergelijken met de glacis in de olieverfschilderkunst .
Het uitspreiden van grote kleurvlakken is altijd een lastig karwei , die een vaardigheid vereist die sclechts door de praktijk verkregen kan worden . Wanneer het er om gaat , niet om een " melk " aan te brengen , maar om het nog blanke papier te bedekken , diene men dit eerst licht vochtig te maken met behulp van een dik penseel en zuiver water . De penseel met verf zal dan in brede banden over het papier te werk moeten gaan en wel met een zekere snelheid opdat deze " banden " zich aan hun randen geheel met elkaar versmelten . Het afzwakken van de tonen geschiedt natuurlijk door toevoeging van water of wit , of beiden .
Wanneer men een lucht behandelt , is het raadzaam om zijn tint niet over de tekening te laten vloeien van die onderdelen , die tegen de lucht moeten afsteken ; deze onderdelen dienen voorzichtig uitgespaard te worden . En waarom ? Omdat , zoals Karl ROBERT het gezegd heeft , " de karakteristieke aantrekkelijkheid van de gouache juist is om de dingen licht te doen uitkomen , iedere overbodig aangebrachte lichte toon een verzwaring zal toevoegen aan de definitieve toon , die er overheen moet komen " .
Wat betreft de weergave van waterpartijen , " moet men steeds hun algemene toon , die een weerspiegeling is van die van de hemel , onmiddelijk na deze laatste aanbrengen , omdat hij dezelfde kleuren bevat , ofschoon in een iets minder helder gamma . Nochtans kan men ook wel met het water aanvangen en er dan later met glacis of " melk " op terug komen . In de sterke reflexen wordt een minder lichte toon gebruikt naarmate zij meer in de verte liggen , terwijl zij ook in vetheid dienen af te nemen . De horizontale lichtstrepen in het water , weerspiegelen iets lichter , dezelfde toon als de hemel . " ( Karl Robert ) .
De algemene toon van vergezichten houdt ook verband met die van de lucht . Als deze lichtend blauw is , schijnen de vergezichten blauwachtig ; grijs echter wanneer de hemel door de wolken wat verduisterd wordt en donker bij een onweerslucht . Hun uitbeelding moet lichtheid en geen moeizaamheid demonstreren ; afzonderlijke penseeltoetsen moet men er niet in voelen , maar hun aspect moet een samensmelting tonen . De voorgronden daarentegen moeten altijd krachtig , maar tevens breed behandeld worden . Met détails zij men dus spaarzaam : " hier en daar een steen of een of andere plant , die een schaalwerking uitoefent , kan die een schaalwerking uitoefent , kan genoeg zijn . Het werk zal er nog levensechtheid door kunnen winnen , want de beschouwer die zich in de natuur bevindt , kijkt niet naar wat zich vlak voor zijn voeten bevindt , maar veeleer recht voor zich uit ; hij ziet nu vooral de verticale plans , niet de onderdeeltjes van de vlakken , die naar achteren schuiven " .
( Karl . Robert ) .
Bij deze verticale plans bevinden zich vooral de bomen . De leerling dient zich in dit verband te herinneren dat , om groene tonen te verkrijgen , hij andere kleuren moet gebruiken dan degene , die hij kant en klaar op zijn palet heeft en die , in ongebroken toestand , slechts zelden te pas zullen komen . Het mengen van diverse gele kleuren met blauwen zullen hem een zeer uitgebreid gamma verschaffen . Er bestaan in wezen slechts drie soorten van groen : de warme geelachtige , de koel blauwachtige en de grijze groenen , die warm of koel kunnen zijn naar gelang hun overheersende toon . Warme groenen zien wij op de zonbeschenen takken , koele groenen in de schaduwen , maar dit geldt slechts in zeer algemene zin ! Het zijn vooral de verschillend getinde grijzen , die een landschap zijn harmonie verlenen , want de natuur vertoont aan ons oog eigenlijk slechts een oneindig gamma van grijzen . Het is dus zaak om de rauwheid van groene kleuren te breken en men kan , om de reeds aangehaalde schrijver nog eens te citeren
" beginnen met een basiskleur , die als algemene toon zal dienen voor gebladerte van dezelfde soort . Deze kan vervolgens gewijzigd worden naar gelang het verschuiven van de plans , door hem blauwer te maken voor de achtergronden en de vergezichten en meer geel gebruikend naarmate men sterk verlichte , dichterbij gelegen , partijen behandeld ; meer blauw , wanneer deze partijen in de schaduw zijn . Onderdelen die werkelijk fel door de zon verlicht zijn , takken bijvoorbeeld , zullen des te stralender verschijnen , wanneer het gehele werk beheersd wordt door een grijze , ietwat gesluierde harmonie . "
Het hierboven aangehaalde betoog slaat zeer zeker grotendeels op het landschap . Maar het gaf ons de gelegenheid de leerling in te lichten over enkele belangrijke beginselen bij het gebruik van gouache , die hun waarde voor tal van andere onderwerpen hebben .
Thans gaan wij over tot de praktische toepassing van de uiteengezette grondbeginselen door de uitvoering van bepaalde onderwerpen .
Art . Nr . 71 . Het Stilleven Eerste voorbeeld Om redenen , die we in de vorige le…
Art . Nr . 71 .
Het Stilleven
Eerste voorbeeld
Om redenen , die we in de vorige lesdelen uiteengezet hebben , beginnen we ook ditmaal met een stilleven . We hebben daarvoor een nogal speciaal onderwerp gekozen , waarbij de doorschijnendheid van de voornaamste voorwerpen en de begeleidende lichtverschijnselen een belangrijke rol spelen .
Het betreft hier ( zie fig . 3 ), de studie naar glazen voorwerpen , waarvan sommige doorschijnend zijn en andere niet , maar die allen het licht weerkaatsen . Het zijn deze twee eigenschappen , die we in deze studie tot hun recht willen doen komen .
Let eens op de transparantie , die bereikt werd in de beide flacons en in de grootste der bollen , waartegen de andere weliswaar helder en kleurrijk , maar nochtans niet doorschijnend afsteken . Dit resultaat werd verkregen door een scherpe waarneming van de waarde en de juistheid van de aangebrachte tonen .
Let ook op de nuances , die zich binnen de drie doorschijnende voorwerpen bevinden ; de achtergrond , dus de kleur van de muur , beïnvloedt hun eigen kleur . Zo is het groen van de rechtse flacon minder sterk dan dat van de grote bol , want de kleur van de achtergrond schijnt meer door de eerste dan door de tweede .
Wat de linkse flacon betreft , deze is van kleurloos glas en hij laat grotendeels de kleur van de achtergrond doorschijnen , echter in een ietsje sterkere toon .
Bij de vier overige bollen zien we niet zo'n sterke invloed van de muur . Hij wordt hier en daar slechts weerspiegeld en de bollen , die als spiegels werken geven delen van de muur en van de overige voorwerpen weer , naar gelang de vormveranderingen , die door hun bolle oppervlak te voorschijn worden geroepen .
Je zult begrijpen dat ook hier in drie stadia gewerkt wordt :
1e . Een schets , die nogal krachtig moet zijn , omdat we met dekverf te doen hebben .
2e . Een onderschildering evenals bij olieverf , en wel een die tamelijk dun in de verf moet blijven en waarbij de locale tonen aangevuld worden met enkele lichte schaduwaccenten ( fig . 2 ) . In enkele mengsels wordt een bescheiden gebruik gemaakt van wit . Deze onderschildering vertoont slechts een eenvoudige uitbeelding en heeft tot hoofddoel om de kleur van de ondergond te doen verdwijnen .
3e . Het eigenlijke schilderen , waarbij de tonen eerst echt gouacheverf zullen worden , geschiedt tijdens het derde en laatste stadium ( fig . 3 ) . Hierbij kunnen we een rijker gebruik maken van wit om stevigheid en matheid aan de kleuren te geven .
Het werken met gouache bestaat , zoals je weet , uit het over elkaar heen schilderen van tonen , nadat deze goed gedroogd zijn . Maar zoals je ook weet , kan men wel in de natte verf werken , onder voorwaarde dat er dan zeer weinig wit gebruikt wordt . Glimlichten verkrijgt men door empatementen , die zeer duidelijk te zien zijn op fig . 3 .
Art . Nr . 71 . a , Tweede Voorbeeld We gaan nu een geheel ander onderwerp behandelen , dat in fig . 4 …
Art . Nr . 71 . a ,
Tweede Voorbeeld
We gaan nu een geheel ander onderwerp behandelen , dat in fig . 4 en 5 in twee stadia getoond wordt : 1e de schets en 2e het voltooide werkstuk . Het tussenliggende stadium , de onderschildering laten we nu eens achterwege . We menen dat je door een studie van het voorgaande voorbeeld weten zal , dat de onderschildering groot gezien in zijn locale tonen en zonder vette fragmenten uitgevoerd dient te worden . Allereerst behandelt men de muur in zijn algemene , bruinachtige nuance . Zijn toonverschillen komen wel aan de beurt . Vervolgens : een grijsachtige toon voor de ton , het vliegenkastje en de grond . Daarna : een toon voor de overige voorwerpen , dozen , mandjes enz., en tenslotte de kleurvlekken van het mandje op de voorgrond . De sterkste lichten krijgen hun plaats tijden de afwerking en wel met vette toetsjes , evenals alle modulaties die men te zien krijgt op figuur 5 . In dit verband kunt je bepaalde samensmeltingen van tonen waarnemen , vooral op de ton , die slechts door een zekere nat op nat werken tot stand konden worden gebracht .
We zijn hier natuurlijk in een kelder of souterrain , waar het licht slechts spaarzaam binnendringt . Dit licht is dus sterk gezeefd en kan natuurlijk niet die heldere glans verwekken zoals in de buitenlucht . Daarenboven krijgen de voorwerpen in een dergelijke ruimte gewoonlijk een zekere grauwheid als gevolg van een onvermijdelijke laag stof .
Tenslotte zal het je niet ontgaan dat de tekening uiteindelijk nog versterkt werd door zwarte penseelstreken , teneinde de vaagheid , die in deze halfduistere omgeving heerst , enigszins op te heffen .
Art . Nr . 71 . b , Derde Voorbeeld We beëindigen de studie van het stilleven met het voorbeeld , dat a…
Art . Nr . 71 . b ,
Derde Voorbeeld
We beëindigen de studie van het stilleven met het voorbeeld , dat afgebeeld is op
fig . 6 , waarbij we ons ditmaal beperken met U alleen de voltooide gouache te tonen .
Het onderwerp is zeer eenvoudig en de compositie als zodanig speelt er geen grote rol . Nochtans heeft de kunstenaar niet verzuimd om de vissen zo op te stellen dat hun glazend vel goed tot zijn recht komt en , wat dat betreft , behoren makrelen nu eenmaal tot de aantrekkelijkste soorten .
De schilder heeft ze , met een citroen en wat peterselie , neergelegd op de krant , waarin zij gewikkeld waren . Een opstelling , die volkomen pretentieloos is en die , al schilderend , zijn betekenis zal moeten krijgen door een goede kleurwerking en een waarheidsgetrouwheid , zoals een gevoelig oog die kan aanvoelen .
Het maken van een goede schetstekening is hier niet al te moeilijk , waarna de onderschildering aangezet wordt met locale tonen van algemene waarde en ook met de voornaamste schaduwpartijen , zodat er al enige effectwerking ontstaat . Bij sommige partijen heeft de schilder de onderschildering nat op nat aangebracht om zachte overgangen te verkrijgen , die als zodanig verder onaangeroerd blijven in het eindstadium : bijvoorbeeld op de citroen de versmeltende schaduw en hier en daar op de buik van de vissen .
In dit eindstadium ziet men juist op de vissen heel goed hun afwerking : fijn genuanceerde kleurtjes spelen er overheen , zoals op parelmoer . Er zijn daar subtiele rosen , blauwe , groenen en gelen . Dit motief , zo eenvoudig als het schijnen mag , is er niettemin één , waarbij de kunde , toewijding en goede smaak van een kunstenaar tot uitdrukking hebben kunnen komen ; aan U om er een nuttige les uit te trekken .
Art . Nr . 72 . Bloemen Wat we over bloemen gezegd hebben bij de studie van de schilderkunst , …
Art . Nr . 72 .
Bloemen
Wat we over bloemen gezegd hebben bij de studie van de schilderkunst , blijft ook van kracht voor de gouache . De bloem trekt de schilder aan door zijn kleuren en zijn schittering . Door ze samen te brengen in een boeket , kan men harmonieën te voorschijn roepen , die , naar gelang de smaak , die de kunstenaar in zijn opstelling vermag te demonstreren , hoogst aangenaam kunnen zijn , zonder dat hij daarbij nalaat om iedere bloem zijn eigen vormkarakter te verlenen .
Fig . 9 toont een boeketje zinnia's , bloemen die samengesteld zijn uit over elkaar heen liggende stralenkransen van bijzonder rijke , zelfs zeldzame , tonen . Dit boeket staat opgesteld op een tratrede in het volle zonlicht . Op het horizontale deel van de tweede trede ziet men een schaduwpartij , veroorzaakt door een buiten de compositie vallend gebladerte .
Gouache is dekverf , dat vergeten we natuurlijk niet . Derhalve hebben we de schetsopzet in krachtige lijnen neergezet ( fig . 7 ) . Tijdens de onderschildering kregen de bloemen hun eigen tonen , waarbij een spaarzaam gebruik van wit werd gemaakt , om het krijtachige aspect te vermijden , dat de glans van een toon kan doden , vooral bij de rode kleuren . De tekening , die hier en daar door de kleur zichtbaar blijft , stelt ons in staat om enkele schaduwtonen aan te brengen , zodat de voltooiing plaats kan vinden op een onderschildering , die de grote volumes reeds markeert . Fig . 9 laat deze voltooide staat zien ; de kleuren van de bloemen zijn nog eens wat vetter opgebracht om hun modulaties in kleuren en waarden tot uitdrukking te brengen , zowel in de lichten als in de schaduwen . De toetsen worden daarbij straalsgewijze geplaatst , overeenkomstig de vorm van de bloemblaadjes . Met een soort van
" schrijfwerk " , snel uitgevoerd met de punt van het penseel , wordt de arbeid voltooid ; zijn tekening moet het karakter van de bloem volgen , met name de ronde toppen van de bloemblaadjes , die met golflijntjes worden aangeduid .