Ode aan de Pruim

Hylpen likje stea oen it Yselmor
Gedichten
Zie ook andere blogs in linker kolom
Ik wens u veel kijk- en leesplezier
Ode aan de Pruim
It blauwe hok
Op foto van links naar rechts: Siep Smid, Frederik Amsterdam, Sierd de Boer, Sietske Amsterdam-Bakker, Rommie Wybrands-Bosma, Pietje Bosma-de Boer, Anton de Bruin, ???, Hennie de Bruin, rest ???
It blauwe hok
De ene sommer ies droeg
un oaren kaald en weet.
Mar die fan 1995
wead waarm en heet.
Futloos deeng elken één sien work,
of seet lusteloos ien it skat.
Mar os de sonne stoong ien ‘t West
so roent een oere of acht
kôôm Hielpen op pe proppen
want den wéé de warmte west.
De toast wéé den it doël.
Ja, mennig één wéé feste klant,
Ien de iend sonne uut de wiend,
bie de reddingsloods op pe bank.
De ène kóóm fóór de geselligheid
of fóór un sigaretjen of un praetjen.
Un oaren één seet stol to herkjen,
of op pe ondergaende sonne to waetjen.
As iek de Hielpers der so sitten soong
toat iek elke keer steafest,
der ien Hiepen ies ut libben go.
Ja der ies ut libben poerbest.
Henk Smid
Een boze droomEen boze droom
In mijn dromen zie ik u nog gaan
of mokkend voor de klas staan
Knoopje los, knoopje vast en weer los
Ja zeker dan was iemand de klos
Over u zijn er bij mij helaas vele vragen
die ik altijd met me heb meegedragen
En al zal niemand mij 't antwoord vertellen
toch wil ik ze hier eenmaal stellen
Waarom was u mij slecht gezind
Waarom kreeg ik geen hulp als kind
Waarom was er niet de aandacht
die ik van u had verwacht
Ja 'k weet, ik was niet schrander
En intelligenter was steeds die ander
Maar ik had u toch niet iets misdaan
Waarom liet u mij alleen staan
U als meester had toch moeten weten
Dat u niet met twee maten mocht meten
en dat een kind aandacht nodig heeft
voor het verrijken van zijn geest
Maar nu bedenk ik, ondanks dit gemok
'k Koester jegens u geen haat of wrok
want al ging u vaak over de grens
ook u was maar gewoon een mens
H.S. 1995
HeimweeGeschreven ter gelegenheid van een reunie van oud Hindeloopers.
Heimwee
Jimme geengen ut Hylpen wei.
Mar iik tink; ja, yk wet ut wol seker,
jimme sên ut nei de dei,
Ja, soms tolle jimme de dêgen,
dot jimme wur ronne oer de Niiste
of oer één fan de Hylper brêgen.
Jimme hert ys pas wur ge'rust.
os jimme binne yn Hylpen dot likje plakjen.
Ja, dot ys fôr jimme un must.
Son dei yn Hylpen ys fôr de aalde 'kunde,
en fôr Hylpen, jimme likje stea.
En yk tynk; nee, ek dot wet yk 'seaker,
den kloppet jimme hert te'frea,
Want den binne jimme wur thús.
H.S. 1994
CompleetCompleet.
Volgens mijn ouders en getuigen
ben ik naakt en zonder zonde geboren.
Compleet was ik met alle zintuigen.
En ook waren lijf en leden naar behoren.
En dit is zo is mij gebleken
precies genoeg voor een goed leven
H.S. 1991
Een zaadje en een eitjeHet zaadje en het eitje
Een heel piepklein eitje
H.S. 1991
De vuurtoren

De vuurtoren
In al je eenvoud en zonder trots
sta je al vele jaren op één been
te midden van het water geklots.
In jou woelige en lange bestaan
heb je reeds vele stormen doorstaan.
Trouw houd je dag en nacht de wacht
en brengt licht in de donkere nacht.
Altijd ben jij daar op je post
en wordt door niemand afgelost.
Eenzaam is jou eenvoudig bestaan,
alleen schepen zie je komen en gaan.
Maar bij donker en harde wind
word je vaak geroemd en bemind.
Dan sta je in hoog aanzien
en zijn velen blij jou te zien.
H.S. 1990
Magere HeinH.S. 1990
Wat brengt de dag?
Wat brengt de dag?
Ga nooit heen zonder te groeten.
Ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten,
kan het morgen niet meer doen
Ga nooit weg zonder te praten.
Dat doet soms een hart zo pijn.
Wat je 's morgens hebt verlaten,
Kan er morgen niet meer zijn.
Overgenomen
Het levensfeestHet levensfeest
Als kind is het leven een groot feest
Het is mooi en lijkt eindeloos lang
Je merkt geen verschil tussen stand of rang
Een ieder lijkt het zelfde en is je gelijk
Je merkt geen verschil tussen arm of rijk
Later merk je, het is niet altijd feest
Je merkt het leven is niet eindeloos lang
De één moet meer leed dan de ander verdragen
Een ander veel geld kan vergaren
Je ontdekt, niet een ieder is gelijk
Als je nog ouder word zie je weer het feest
Je weet rang of stand is maar uiterlijke schijn
En geld brengt vaak veel zorg en pijn
Ja, het ware echte en mooie levensfeest,
zit in je zelf, in je eigen geest
H.S. 1992
Herinering aan school
Naar school
Denkend aan de tijd van weleer
zie’k me in gedachten weer
Op klompjes lopen heel parmant
moeder stevig bij de hand
De kinderen roepen piek, piek,piek *
maar dat deert me niet
Het lijkt niet voor mij bestemd
want ik ben een grote vent
Eerst de letters tekenen
en dan leren rekenen
Daarna komt de taal
en af en toe een verhaal
Wat juf zegt weegt zwaar
want wat zei zegt is waar
Langzaam gaat de tijd voorbij
De school is niets meer voor mij
Ik wil liever buiten spelen
en iets spannends beleven
Of met vader naar de koeien
want juf kan me niet meer boeien
De school wordt een straf
Ik wil er liever af
want meester vindt me dom
en ik vindt meester stom
Ik laat het duidelijk merken
laat mij maar bij vader werken
Een nieuwe meester voor de klas
dat komt mij goed van pas
Zijn aandacht doet mij goed
Ik doe weer wat moet
en voel me weer volwaardig
Schoolgaan vind ik weer aardig
Na zeven en half jaar
ga ik van school, ja waar
Ik ben blij en verheugt
‘k sluit af mijn jeugd
Nu denk ik vaak vol weemoed
terug aan de school op de hoek
‘t was nog niet zo slecht
Er was ook veel goeds, ja echt
* Piek piek staat voor het geluid dat een kuiken maakt
H.S. 1995
Lichtkrant
Kinderrijmpjes in het HylpersHieronder een twintigtal opzeg versjes in het Hylpers afkomstig uit:
"Alaerm alaerum".
Twyntig
Hylper opsisfòrjes
byinerm brôt tróch it
"Mienskiplik Sintrum foar
Underwiisbegelieding
"te Leauwert.
fertaeld tróch Gosse Blom
yll. Tjalina Pruiksma
Alaarm alaarmALAARM
Alaarm, alaarm!
De tromme komt fan starum
Starum lyt so fier yn ‘t west
Mekuren îs un stoenknest
Koaldum het eindepoel
Waarkum het en stompe toer,
De wiske leit er twiske
Hielpen spant de kròan ys ut best
Fan al jin stêden en dorpen skòan
In Hylper bikkel fersjenIn Hylper bikkelforsjen
Earste
earst twaa
ödde
ödde twaa
yk lest der
yk lest der wol twaa
saroedik
saroedik twaa
gouhout
gouhout silver
te'n earsten
earsten, te’n twâdden, te’n trodden, te’n ferden
t’ien
t’ien, twa trije fjouwer
jaggelaar
jaggelaar, fluggelaar, linksom, omtrom
dotte dije
dotte dije mele bekommetje
dotte slamotte
dotte slamotte groukwúsketje bolle bûnken
bûnken, gatten, stanken,êpen
Earste.
Hoi Hoi HynkeHoi Hoi Hynke
Hoi Hoi Hynke
Nei Leawert óm in pinke
Nei Snits óm in wyte bra
Ride wy alle hynkes daa
Op één nei, op twa nei
Op ús likje (Japik) nei
Wur us (Japik) op sitte soed
Ride wy mei fôr ame's dôr
Ame seit: Waa sit der fôr?
Us likje (Japik), kom der ris yn
En skoe ris by
Yt van ame's lekkere brii
Nea ame, ik mut furt
Wur mustû henne?
Nei de likje fanen tó
Het sost der dwaen
Pappen, pappen, sol yk jôn
Ryn sänkjen

Ryn sänkjen
Ryne ryne rút
Oeral lizze plasjes
Dropjes op it rút
Kenne wy der nó wol út
Mei de learjes en de jasjes
Kenne wy der jit' wol út
Ra ra rûmpeltjen

Ra ra rûmpeltjen
Ra ra rûmpeltjen
Yt koke op it drûmpeltjen
De koke smekket sweet
Mar it drûmpeltjen ys weet!
Ra ra rûmpeltjen
Sit naat mear op it rûmpeltjen
De koke smekket sweet
Mar 't brûkjen ys weet!
Wyke for de Koaning
Fiskje