Het kind
Het kind
De wereld siddert in angstig beven
En vreest reeds huiverend het uur,
Waarin straks op een stenen muur
Namen van slachtoffers staan geschreven.
Al is er angst voor het oorlogsvuur.
Toch roept bij ieder mens het hunkerend leven
Dus geniet! Het is maar kort van duur.
Want de morgen zal slechts lijden geven.
Toen de nacht verdween was ‘t koud en kil
Niets kon de toekomst nu meer vervagen
Ja, de mens werd van doodsangst stil
Hoe kon de mens zich tot zoiets verlagen?
Toen vroeg een kind, dat wakker schrok;
“zeg moeder is er dan niemand om te vragen
of hij de oorlog keren wil?”
Variatie op gedicht van Tj. Hoogstens 1994






