Naar de inhoud

Hylpen likje stea oen it Yselmor

mijn
Welkom in Hindeloopen. Welkom bij mijn digitaal boek
akke.beakke.be

mijn

Gedichten

Zie ook andere blogs in linker kolom

Ik wens u veel kijk- en leesplezier


Over de oude westertoren

Gedicht over de oude toren van Hindeloopen:

 

Onze oude toren

 

Jij toren van onze oude stad

Symbool van glorietijd

Fier steekt je ijle spits omhoog

Berustend in zijn tijd

 

De stormen hebben je dikwijls

Doen schudden, heen en weer

Al hang je scheef, je fundament

Was ’t behoud voor deze keer

 

Als trouwe wachter willen wij

Je houden voor altijd

We luisteren zo graag naar jou stem

De stem van waalzaamheid

 

Bij vreugde of droevenis

Doe je steeds je trouwe plicht

je klanken zij vertellen ons

een droef of blij bericht

 

Blijf waakzaam, oude trouwe vriend

bewaak ons dag en nacht

wil steeds de zelfde voor ons zijn

ook voor ons nageslacht

 

Een laatste wens van mij aan jou

‘verlaat ons nimmer meer’

want zonder jou is onze stad

geen Hindeloopen meer

 

Dit gedicht stond in een bijlage van de Balkster Courant van 18-12-2008.Betreffende bijlage gaat over de jaren zestig van de vorige eeuw. Of het gedicht ook in die tijd is gescherven is niet vermeld. Ook de auteur staat niet vermeld.

 

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Een klacht van oude vrouw

224064-829e9cc2d7056aa7e8c7cb57ea81b0b4.jpg 

Een klacht van een oude weduwe in de harde winter van het jaar 1838.

Ik ben enige jaren weduwe geweest,
Ik ben bijna tachtig jaar,
Maar het leven verveelt me haast,
Want het wordt een wondere wereld.
De oude dracht gaat helemaal weg;
Ja, sommigen dragen ‘t nog;
Ik denk zo vaak wel bij mijzelf
"Waar moet dat heen, O heen

Ik hoorde onlangs alweer wat nieuws
Van het ijsvermaak op zee.
De vrouwen met de schaatsen aan,
Die reden op Kofmans reede,
En Reinder Duif die goede man,
Had daar een tent staan
Daar dronken velen een kopje thee,
En keken de baan langs
Hem heugt nog, hoe we in wintertijd,
Hier prikten op het ijs

Die nacht, toen sliep ik stil in 't bed,
Kwaad dromend tegen de morgen;
Maar ik wachtte tot de zon opkwam;
Toen kleedde ik mij aan.
Maar kort daarna riep Saling Jans
Van prikken op de baan
Door vrijsters boven vijftien jaar
En op zijn Hindeloopers gekleed.
Toen schreeuwde ik het uit: "Dat moet ik zien;
Dat is nog naar de oude trant
En van het echte soort".

Toen het tijd werd deed ik de schort (rok) over het hoofd,
En ik liep naar de Oosterdijk.
Daar zag toen de vrijsters staan:
Wat hadden ze een bekijks

Ik vroeg toen het prikbestuur:
“Wie zijn dat allemaal?”
“Mijn oudje”, zei een “daar heb je een lijst”.
Toen was ik ineens klaar.
De bril zette ik op de neus,
Ik ging zitten op een steen,
en keek het papiertje door;
Daar stonden één voor één
Twee mietjes, Bietjes en Janneke
Hok, Klaske, Tjerke, Hid, Jentk
Liebe, Trien en Janke, Teade,
En seitje van Anske Smit

Toen ging ik bij de palen staan,
En het duurde niet lang,
Of ik hoorde daar de trom slaan.
En 't spel ging aan de gang.

In ’t eerst ging het niet best van streek,
Ze hielden ’t niet in ’t roer,
Jentk prikte eerst gewend, Hid over de ijsbaan,
En Libbe in een scheur;
Sietje rolde van de slede af,
En mietje op Texel aan
Maar bietje nam het trager op
Kom ik er vandaag niet, dan kom ik morgen.

De anderen deden het meer bedaard,
En prikten niet zo fel
Als Janke: zij deed goed haar best,
Want het lijf sprong op en neer
Wat juichten ze toen om die grap,
Elk lachte toen zijn best?
En ik, hoe oud, ik hield het lijf.
Met beide handen vast

Op t laatst toen leerden ze wat aan
En gleden recht langs 't ijs,
Maar Liebe en Janke konden het hardst
En wonnen elk een prijs

- dr A. Buma-

Reageer op dit bericht

Klein vogelijn op groen tak

Klein Vogellijn

Klein vogellijn op groene tak
Wat zingt gij een lustig lied
We hebben in ons hele boek
Zo'on vrolijk wijsje niet
O zeg, 0 zeg ons aardig beest
Wie toch uw meester is geweest
O zeg, 0 zeg ons aardig beest
Wie toch uw meester is geweest

Zo zuiver zingt gij en zo hoog
Zo keurig in de maat
En het hart dat klopt bij ons vreugd
Wanneer uw keeltje gaat
O,zeg, o zeg ons aardig beest
Wie toch uw meester is geweest
O,zeg, 0 zeg ons aardig beest
Wie toch uw meester is geweest

Voor zekerd is de goede god
Die 't u heeft toebetrouwd
Op dat gij aan der blinden hoor
Zijn goedheid melden zoud
O, ja wij weten aardig beest
Dat god uw meester is geweest
O, ja wij weten aardig beest
Dat god uw meester is geweest


Ik heb deze tekst uit overlevering.
Dus ben ik niet 100% zeker of deze klopt of volledig is.
Eventuele aanvullingen of verbeteringen hoor ik graag.

Henk Smid
Reageer op dit bericht

Oorlog in Joegoslavie


Oorlog in Joegoslavië

Ik zag de mensen, elkaar verwensen
O 't was een wonder
't Was een wonder, heel bijzonder
hoe die mensen verwensen konden
O wat erg, 0 wat erg,
Ik stond er bij en ik deed maar niets
Ik zag twee vrouwen, met bussen sjouwen
O 't was een wonder
't Was bijzonder, heel bijzonder
hoe die vrouwen schooien konden
O wat erg, o wat erg,
ik gaf wat geld, en ik deed weer niets
Ik zag de mensen, oorlog wensen
o 't was een wonder
't Was bijzonder , heel bijzonder
Hoe die mensen moorden konden
o wat erg, o wat erg,
ik stond er bij, en ik deed weer niets
Maar wij leerden, geld gireren
0 't was een wonder
't was bijzonder, heel bijzonder
hoeveel wij gireren konden
o wat erg, o wat erg,
ik stond er bij, en ik deed weer niets
Ik zag de mannen, vrouwen ramen
't was een wonder
't Was bijzonder, heel bijzonder
hoe die mannen verkrachten konden
wat erg.,o wat erg,
ik stond er bij, en ik deed weer niets
Maar VN soldaten, gingen praten
't was een wonder
't was bijzonder, heel bijzonder
hoe die mannen praten konden
O wat fijn, 0 wat fijn,
ik stond er bij, maar ook dat hielp niet
Ik heb geen woorden, voor dit moorden
O 't is bij zonder
dat wij mensen , hier geen grenzen
aan die vechters stellen konden
0 wat spijt, 0 wat spijt,
ik hielp zo graag, maar ook ik deed niets

Dit gedicht/liedje schreef ik tijdens de oorlog(en) in het voormaligeJoegoslavië. Maar het past natuurlijk bij iedere oorlog.

Wijze: Ik zag twee beren broodje smeren

Henk Smid

Reageer op dit bericht

4 mei

4 Mei

Zij verlieten huis en haard
Lieten familie achter in verdriet
Zij kwamen van overzee
Wij kenden ze niet

In de nacht moesten ze hun missie klaren
Motoren in de donkere nacht
Vertelden dat zij waren
Bezig met een gevaarlijke opdracht

Velen kwamen nimmer meer thuis
En zullen nimmer onze vrijheid beleven
Zij rusten nu ver van huis
Zij betaalden met hun leven

Gebeiteld in een witte steen
staat nu slechts een datum en ‘n naam
Of een simpel kruis alleen
Voor hen die stierven zonder naam

Een stille tocht en bloemen op witte graven.
Voor hen die voor onze vrijheid streden
Voor hen die ons de vrijheid gaven.
Voor hen die we nooit mogen vergeten

H.S. Mei 2004

De kleinste daad van vriendelijkheid is
meer
waard dan het grootste voornemen.
Auteur onbekend.

Reageer op dit bericht

Het Foekelied

                                  

Het Foeke lied

Protestlied tegen dreigende sluiting van het gemeensschap centrum ‘De Foeke’
wijze ;in Holland staat een huis

In Hielpen staat een huis,
In Hielpen staat een huis ja ja
Van je hela hola hop sa sa,
In Hielpen staat een huis! [bis]

De Foeke heet dat huis!
De Foeke heet dat huis ja ja,
Van je hela hola hop sa sa,
De Foeke heet dat buis! [bis]

Wij houden van dit huis,
Wij houden van dit huis ja ja,
Van je hela hola hop sa sa,
Wij houden van dit huis![bis]

Maar aan dat huis daar knaagt een muis,
Maar aan dat huis daar knaagt een muis ja ja,
Van je hela hola Horeca!,
Aan dat huis daar knaagt een muis! [bis]

Een hele "slimme" muis,
Een hele "slimme" muis ja ja.
Van je hela hola Horeca!
Een hele "slimme" muis! [bis]

Vier neefjes heeft die muis,
Vier neefjes heeft die muis ja ja,
Van je hela hola horeca!
Vier neefjes heeft die muis! [bis]

Zij knagen aan ons huis,
Zij knagen aan ons huis ja ja,
Van je hela hola Horeca,
Zij knagen aan ons huis!bis]

Wij vragen Uw "Raad en daad"
Wij vragen Uw "Raad en daad" ja ja,
Van je hela hola hop sa sa,
Wij vragen "Raad en daad"! (bis)

Neem nu een kloek besluit,
Dan jagen wij de muis eruit ja ja,
Van je hela hola hop sa sa,
Dan jagen wij die muis eruit ! (bis)

Slot: Hoog is de zolder, laag is de vloer,
en als uw raad ons nu niet helpt gaat de Foeke naar zijn moer (3X)

Reageer op dit bericht

Oorlog en Vrede

Oorlog

Bommenwerpers vliegen hoog in de lucht
Op aarde hoor ik gekreun en gezucht
Kanonnen verstoren de stilte in de nacht
Men hoort niemand die nog zingt of lacht
Tanks ratelen door straten van de stad
Mensen verstoppen zich in ‘n kuil of ‘n gat
Vrouwen en kinderen slaan bang op de vlucht
Allen kijken angstig naar de donkere lucht
Ja, dit lijken beelden uit een verleden
Maar helaas, voor velen is dit heden
Toch wil ik blijven hopen en streven
Dat ook anderen in vrede mogen leven

Vrede.

Vrede op aarde, vrede op aard.
Dat is heel veel waard.
Deze wens leeft in menig hart.
Toch gaat oorlog, leed en smart,
nog steeds hand in hand,
en het teistert menig land.
Dus aan allen die ‘t wil horen,
gooi weg dat zwaard.
Want vrede op aard,
is echt de moeite waard.

H.S. 2002
Reageer op dit bericht

Familie


Familie

Je familie kun je niet kiezen,
maar je kun ze ook niet verliezen.
Ja, familie heb je, die is er gewoon,
want familie zit in je chromosoom.
Het gaat te boven ons aller verstand,
maar familie hebben geeft een band.
Ja, soms lijkt ’t vreemd of iets raars,
maar je roots delen geeft iets extra’s.
Helaas, soms is er plotseling onvrede of twist,
en dan verdwijnt de bloedband in de mist.
De onvrede staat dan vaak centraal,
En is afstand en zwijgen het verhaal.
Maar komt er verdriet, rouw of pijn,
dan willen we er weer voor elkaar zijn.
Ja, dan spreekt de band van ’t bloed,
en is ‘t hebben van familie weer goed.
Een uitgestoken hand wordt dan begrepen,
en spreekt weer ‘t gezamenlijk verleden.
‘t Negatieve smelt dan als sneeuw voor de zon
en is de bloedband weer waar die ooit begon
Durf vast te houden die uitgestoken hand,
en koester het begrip van de familieband.
Ja heus, je zult ‘t het merken keer op keer,
het geeft een leven iets moois en zoveel meer.

H.S.


Reageer op dit bericht

Voetballen voor het rode kruis


Voetballen voor het Rode Kruis



Op foto Vlnr: Ds H de Wolf, Reitje Stallmann, Age Meines, Hinne Mulder, Feike Sjoerds, Siep Smid, 2de rij: Iege Amsterdam, Hendrik Valk, Sake Eekma, Jacob Valk, Klaas Mulder, Meine Alberts.
Eind vijftiger jaren (van de 20ste eeuw) voetbalde een groep Hindelooper vetranen tegen Koudum om geld in te zamelen voor het rode kruis. Politie Alberts schreef hierover het volgende gedicht:

In lang vervlogen tijden
'k Wèet niet meer in welk jaar
Kwamen mannen eens tesamen
Als vroede vaadren bij elkaar.
Want bij een dokter Meijer
Bekend in stad en veld
Was toen het idee geboren
't Rode Kruis te helpen aan wat geld.
Om aan die poen te komen
Werd aan voetballen gedacht
En verduld na enig zoeken
Voor 't voetlicht deze elf gebracht.
U ziet ze hier dus op de foto
Misschien herkent U ze meteen
Wel zijn ze ouder wat geworden
Gelukkig mist er nog niet één.
Een Hendrik Valk en broerje Jacob
Reitje Stallmaun en ook Smid
Die staat heel aardig op de foto
Net als in dienst, dus in't gelid.
En dan is er een Hendrik Mulder
Feike Sjoerds en Mulder Klaas
Ige Amsterdam kijkt naar beneden
Beziet het nog als in een waas.
Dan komt Alberts en De Wolf
En Age Meines en ook Sake
De laatste riep steeds op het veld
'De Wolf dat ken je toch niet make.'
De Wolf een hele beste kerel
Die had heel grote schoenen aan
Inplaats ze te binden met wat veters
Had hij er een touwtje in gedaan.
En tijdens de wedstrijd beste vrienden
(Wij waren reeds daarvoor bevreesd)
Schopte hij met heel veel kracht
De grote schoen toen van zijn leest.
En toen de schoen verdwenen was
Zat Wolf dus met de linker
En ondanks deze handicap
Voetbalde hij steeds flinker.
Hoe de uitslag van dit treffen was
(gespeeld werd tegen Koudum)
Weet ik niet meer, het ging om 't geld
Dat 't Rode Kruis mocht houden.
Saamhorigheid voor deze zaak
Bracht ons op 't sportveld hier
En de herinnering aan die tijd
Was één met veel plezier.

Reageer op dit bericht

Mijn afkomst


Geschreven ter gelegeheid van een familie reunie

De familie Smid

Ja, wij allen komen en gaan
Wat overblijft is een herinnering
Ja, soms slechts alleen de naam
Die men bij de geboorte ontving
En in de archieven is blijven staan
Zo ook Jelle Limmes, onze stamvader
Slechts enkel zijn naam is ons bekend
Hij gaf slechts zijn genen door voor later
Maar wie hij was is ons onbekend
Door Napolion de Boneparte zijn bevelen
Kozen zijn zonen de familienaam Smid
En door geboorte of huwelijk werden velen
Van deze uitgebreide familie lid
Jelle Smid en Sjoerdje van Dijk
Ja, die zijn voor ons meer dan een naam
Daarom komen wij, ja dat is een feit
Als kinds kinderen steeds weer saam
En al heten we niet allen meer Smid
Door onze afkomst zijn we verbonden
Als een kleurig familielint
Het is nog steeds de naam Smid
Die ons aan elkaar bindt

H.S. 2004.

Reageer op dit bericht

Sûnder wurk

Een gedicht in het Fries

In frou sûnder wurk

Durk krige fan syn baas ûntslag,
dat wie fansels in hurd gelach.
Oar wurk, in nije baan? Och kom,
der rinne al sa folle om
en hy wie al goed fyftig jier
dan bin de kânsen lyts net wier.
Hy koe ek nearne mei te set
want hobby’s nee, dy hie hy net
Skrutel holp hy soms syn frou
en wosk de kofjetafel ôf.
Mar ja krige foar it ferstân
dit rûn alhiel ut de hân.
Hy makket no de bêden op
set dan de keamer op ‘e kop
stof-sugje docht er eltse dei
beruorret de iten-sierderij.
De frou alhiel no út har dwaan,
wit har gjin hâlding mear te jaan
en seit nytlich: “nee net Durk
mar ik, ja ik bin sûnder wurk”.

Van: A. Bergsma

Reageer op dit bericht

Het kind

Het kind

De wereld siddert in angstig beven
En vreest reeds huiverend het uur,
Waarin straks op een stenen muur
Namen van slachtoffers staan geschreven.

Al is er angst voor het oorlogsvuur.
Toch roept bij ieder mens het hunkerend leven
Dus geniet! Het is maar kort van duur.
Want de morgen zal slechts lijden geven.

Toen de nacht verdween was ‘t koud en kil
Niets kon de toekomst nu meer vervagen
Ja, de mens werd van doodsangst stil
Hoe kon de mens zich tot zoiets verlagen?

Toen vroeg een kind, dat wakker schrok;
“zeg moeder is er dan niemand om te vragen
o
f hij de oorlog keren wil?”

Variatie op gedicht van Tj. Hoogstens 1994

Reageer op dit bericht

Een zandkorrel

Zandkorrel

Een zandkorrel, minuscuul klein,
in een onmetelijke grote woestijn.
Niemand die dit kleinnood ziet
of heeft bemerkt waarop hij liep.

                   Maar

Een zandkorrel klein en kaal
op een glimmend gouden schaal.
Is gelijk ‘n schitterende diamant
en heeft niets meer van een korrel zand

H.S. 1998

Reageer op dit bericht

Herfst in Hindeloopen


Herfst in Hindeloopen

De dijk en de stranden zijn leeg en stil
Niemand die meer zwemmen of zonnen wil
De bladeren aan de bomen zijn dof
Ze vallen op straat, in het aardse stof
De wind waait over water en land
Hij komt van de zuid-west kant
De lucht is grijs en grauw
De zon maakt plaats voor de kou
De vogels vliegen zonder commandant
Ze vertrekken naar een warmer land
Ja, de zomer is voorbij, de winter is nabij

H.S. 1994

Reageer op dit bericht

De ijsclub

Toelichting: Hielke Zweed was voorzitter van de ijsclub In Hindeloopen. Maar onder zijn bezielende leiding was er nogal wat oneinigheid. Maar ja, Hielke uit het bestuur zetten kwam te hard aan. Wel werd Hielke gedegradeerd tot baan commisaris. Maar helaas dat gaf ook nogal wat rumoer. Onderstaand gedicht in Friso is daar een kleine greep uit.
Foto is geknipt uit een schilderij van P.vd Brug.



IJsclub

Als een stuurloos schip, met onverstand bevaren,
Drijft Hielpens ijsclub op de baren.
De kas is leeg, de leden weg,
Wij hebben hier ook altijd pech.
De kruik kan lang te water gaan,
Maar als ie breekt, dan heeft de ijsclub afgedaan.

Van: Hielke Zweed.
Uit: Jubileumboek ijsclub
.

Reageer op dit bericht

Een gedicht aller tijden



Foto:Het badpaviljoen circa 1914


Een gedicht dat aan geeft dat de mens vaak bang is voor nieuwe ontwikkelingen.



DAAR WAAR DE KLOKKE
BLEEF STILLE STAAN

O, rustig stadje Hindeloopen,
Ik wens en wil het voor U hopen
Dat het U beter zal vergaan
Dan toen uw klok bleef stille staan.
Ik las zoo juist hier een bericht
Een strandbad wordt bij u opgericht
Hoe zal 't nu met uw rust vergaan?
Daar waar de klokke bleef stille staan
Hoe heerlijk was het daar te meren,
Zooals wij deden zoo veel keren,
Uw rust deed steeds weldadig aan,
Daar waar uw klokke bleef stille staan.
Twee vissertjes belaân met buit,
Liepen ook binnen met hun schuit,
De stadsomroep begon te slaan,
Al had de klok hier stilgestaan.
'k Zag Petrus op uw visafslag,
of wat het nu dan zijn wel mag,
Stille getuigen van 't vergaan,
Waarmee dus ook de klok bleef staan!
Een huisje met een tien er op
Al stond die dan op de kop,
Een brugje,waar geen koe mag gaan,
Een toren, waar de klok bleef staan.
De schilderkunst van Arend Roosje,
op tafel stoel en menig doosje,
Door hem na eeuwen nog gedaan,
Al was de klok toen blijven staan.
Waar nog de stads fanfara klinkt,
De zonne in zee verzinkt,
Zoals het eeuwen is gegaan,
Daar waar de klokke bleef stille staan.
O, rustig stadje Hindeloopen,
Van nu af aan gaat uw klokke lopen,
Een klok die mogelijk zelfs gaat slaan,
al heeft hij jaren stil gestaan.
Al had de klok hier stilgestaan.
Wij wensen en willen hopen
Dat als wij straks weer binnen lopen,
Het met uw rust niet is gedaan,
Uw toren en de welvaarts klok,
Er nimmer stille zal staan.

Bron: Dit gedicht vond Marijke Griek, toen haar moeder Sietske Amsterdam-Bakker overleden was, bij het opruimen van het huis. Het gedicht was ondertekend door ‘JANMAR’.Tevens stond er in een ander handschrift onder dat het overge­schreven was van oude Ham, 90 Jaar. Ik op mijn beurt kreeg dit gedicht weer van Marijke Griek.

N.B. 1. Het badpaviljoen werd in 1912 gebouwd. Uit andere verhalen heb ik begrepen dat men toen verwachtte dat er door deze bouw een soort Scheveningen bij Hindeloopen zou ontstaan. Het kwam echter nooit tot grote bloei.

N.B. 2. Ik kreeg dit gedicht in 1996. Net werden er toen grote plannen ontwikkeld om de recreatie daar nieuw leven in te blazen. En net als toen waren er ook nu mensen die de rust van Hindeloopen zagen verdwijnen. Maar ook in 1996 waren er mensen die het positief zagen.

                                     *****
De wereld verandert maar de geschiedenis, zij het in andere vorm, herhaalt zich.
Zo is het eeuwen lang gegaan, en zo zal het nog eeuwen lang doorgaan.
                                     *****
Henk Smid

Reageer op dit bericht

Wat dien is hâld syn lean

Wat dien is hâld syn lean.

Oeren, dagen, moanen, jieren
skow ’as skaden oan en wei,
deun by hûs of fier om fieren
neat op ierd dat bliuwe mei.
Op ’t paad dêr ’t w’ ûs befine
Bliuwt gjin inkele fuotprint stean,
Al it hjoed wurdt straks ferline,
Mar wat dien is hâld syn lean.

Bron: Overgenomen
Auteur onbekend

Reageer op dit bericht

Meer van Hylpen likje stea oen it Yselmor

↑ Terug naar de berichten