Gemis
Gemis
Als er is het gemis
van een dierbare die er niet is
staat in de kamer een lege stoel
Ja, dat brengt een leeg gevoel
H.S. 2002
Hylpen likje stea oen it Yselmor
Gedichten
Zie ook andere blogs in linker kolom
Ik wens u veel kijk- en leesplezier
GemisGemis
Als er is het gemis
van een dierbare die er niet is
staat in de kamer een lege stoel
Ja, dat brengt een leeg gevoel
H.S. 2002
Mijn afkomst
Geschreven ter gelegeheid van een familie reunie
De familie Smid
Ja, wij allen komen en gaan
Wat overblijft is een herinnering
Ja, soms slechts alleen de naam
Die men bij de geboorte ontving
En in de archieven is blijven staan
Zo ook Jelle Limmes, onze stamvader
Slechts enkel zijn naam is ons bekend
Hij gaf slechts zijn genen door voor later
Maar wie hij was is ons onbekend
Door Napolion de Boneparte zijn bevelen
Kozen zijn zonen de familienaam Smid
En door geboorte of huwelijk werden velen
Van deze uitgebreide familie lid
Jelle Smid en Sjoerdje van Dijk
Ja, die zijn voor ons meer dan een naam
Daarom komen wij, ja dat is een feit
Als kinds kinderen steeds weer saam
En al heten we niet allen meer Smid
Door onze afkomst zijn we verbonden
Als een kleurig familielint
Het is nog steeds de naam Smid
Die ons aan elkaar bindt
H.S. 2004.
Sûnder wurkEen gedicht in het Fries
In frou sûnder wurk
Durk krige fan syn baas ûntslag,
dat wie fansels in hurd gelach.
Oar wurk, in nije baan? Och kom,
der rinne al sa folle om
en hy wie al goed fyftig jier
dan bin de kânsen lyts net wier.
Hy koe ek nearne mei te set
want hobby’s nee, dy hie hy net
Skrutel holp hy soms syn frou
en wosk de kofjetafel ôf.
Mar ja krige foar it ferstân
dit rûn alhiel ut de hân.
Hy makket no de bêden op
set dan de keamer op ‘e kop
stof-sugje docht er eltse dei
beruorret de iten-sierderij.
De frou alhiel no út har dwaan,
wit har gjin hâlding mear te jaan
en seit nytlich: “nee net Durk
mar ik, ja ik bin sûnder wurk”.
Van: A. Bergsma
Het kindHet kind
De wereld siddert in angstig beven
En vreest reeds huiverend het uur,
Waarin straks op een stenen muur
Namen van slachtoffers staan geschreven.
Al is er angst voor het oorlogsvuur.
Toch roept bij ieder mens het hunkerend leven
Dus geniet! Het is maar kort van duur.
Want de morgen zal slechts lijden geven.
Toen de nacht verdween was ‘t koud en kil
Niets kon de toekomst nu meer vervagen
Ja, de mens werd van doodsangst stil
Hoe kon de mens zich tot zoiets verlagen?
Toen vroeg een kind, dat wakker schrok;
“zeg moeder is er dan niemand om te vragen
of hij de oorlog keren wil?”
Variatie op gedicht van Tj. Hoogstens 1994
Een zandkorrelZandkorrel
Een zandkorrel, minuscuul klein,
in een onmetelijke grote woestijn.
Niemand die dit kleinnood ziet
of heeft bemerkt waarop hij liep.
Maar
Een zandkorrel klein en kaal
op een glimmend gouden schaal.
Is gelijk ‘n schitterende diamant
en heeft niets meer van een korrel zand
H.S. 1998
Herfst in Hindeloopen
Herfst in Hindeloopen
De dijk en de stranden zijn leeg en stil
Niemand die meer zwemmen of zonnen wil
De bladeren aan de bomen zijn dof
Ze vallen op straat, in het aardse stof
De wind waait over water en land
Hij komt van de zuid-west kant
De lucht is grijs en grauw
De zon maakt plaats voor de kou
De vogels vliegen zonder commandant
Ze vertrekken naar een warmer land
Ja, de zomer is voorbij, de winter is nabij
H.S. 1994
Over mijn geboorteOver mijn geboorte
Negen maanden werd ik verwacht
Maar toch nog te vroeg gebracht
Het klinkt misschien raar
Maar moeder was nog niet klaar
Het bed was nog niet gebouwd
De kamer was nog koud
Maar alles was naar behoren
Op 't moment dat ik werd geboren
H.S 1992
De ijsclub

Toelichting: Hielke Zweed was voorzitter van de ijsclub In Hindeloopen. Maar onder zijn bezielende leiding was er nogal wat oneinigheid. Maar ja, Hielke uit het bestuur zetten kwam te hard aan. Wel werd Hielke gedegradeerd tot baan commisaris. Maar helaas dat gaf ook nogal wat rumoer. Onderstaand gedicht in Friso is daar een kleine greep uit.
Foto is geknipt uit een schilderij van P.vd Brug.
IJsclub
Als een stuurloos schip, met onverstand bevaren,
Drijft Hielpens ijsclub op de baren.
De kas is leeg, de leden weg,
Wij hebben hier ook altijd pech.
De kruik kan lang te water gaan,
Maar als ie breekt, dan heeft de ijsclub afgedaan.
Van: Hielke Zweed.
Uit: Jubileumboek ijsclub.
Een gedicht aller tijden

Foto:Het badpaviljoen circa 1914
Een gedicht dat aan geeft dat de mens vaak bang is voor nieuwe ontwikkelingen.
DAAR WAAR DE KLOKKE
BLEEF STILLE STAAN
O, rustig stadje Hindeloopen,
Ik wens en wil het voor U hopen
Dat het U beter zal vergaan
Dan toen uw klok bleef stille staan.
Ik las zoo juist hier een bericht
Een strandbad wordt bij u opgericht
Hoe zal 't nu met uw rust vergaan?
Daar waar de klokke bleef stille staan
Hoe heerlijk was het daar te meren,
Zooals wij deden zoo veel keren,
Uw rust deed steeds weldadig aan,
Daar waar uw klokke bleef stille staan.
Twee vissertjes belaân met buit,
Liepen ook binnen met hun schuit,
De stadsomroep begon te slaan,
Al had de klok hier stilgestaan.
'k Zag Petrus op uw visafslag,
of wat het nu dan zijn wel mag,
Stille getuigen van 't vergaan,
Waarmee dus ook de klok bleef staan!
Een huisje met een tien er op
Al stond die dan op de kop,
Een brugje,waar geen koe mag gaan,
Een toren, waar de klok bleef staan.
De schilderkunst van Arend Roosje,
op tafel stoel en menig doosje,
Door hem na eeuwen nog gedaan,
Al was de klok toen blijven staan.
Waar nog de stads fanfara klinkt,
De zonne in zee verzinkt,
Zoals het eeuwen is gegaan,
Daar waar de klokke bleef stille staan.
O, rustig stadje Hindeloopen,
Van nu af aan gaat uw klokke lopen,
Een klok die mogelijk zelfs gaat slaan,
al heeft hij jaren stil gestaan.
Al had de klok hier stilgestaan.
Wij wensen en willen hopen
Dat als wij straks weer binnen lopen,
Het met uw rust niet is gedaan,
Uw toren en de welvaarts klok,
Er nimmer stille zal staan.
Bron: Dit gedicht vond Marijke Griek, toen haar moeder Sietske Amsterdam-Bakker overleden was, bij het opruimen van het huis. Het gedicht was ondertekend door ‘JANMAR’.Tevens stond er in een ander handschrift onder dat het overgeschreven was van oude Ham, 90 Jaar. Ik op mijn beurt kreeg dit gedicht weer van Marijke Griek.
N.B. 1. Het badpaviljoen werd in 1912 gebouwd. Uit andere verhalen heb ik begrepen dat men toen verwachtte dat er door deze bouw een soort Scheveningen bij Hindeloopen zou ontstaan. Het kwam echter nooit tot grote bloei.
N.B. 2. Ik kreeg dit gedicht in 1996. Net werden er toen grote plannen ontwikkeld om de recreatie daar nieuw leven in te blazen. En net als toen waren er ook nu mensen die de rust van Hindeloopen zagen verdwijnen. Maar ook in 1996 waren er mensen die het positief zagen.
*****
De wereld verandert maar de geschiedenis, zij het in andere vorm, herhaalt zich.
Zo is het eeuwen lang gegaan, en zo zal het nog eeuwen lang doorgaan.
*****
Henk Smid
Wat dien is hâld syn leanWat dien is hâld syn lean.
Oeren, dagen, moanen, jieren
skow ’as skaden oan en wei,
deun by hûs of fier om fieren
neat op ierd dat bliuwe mei.
Op ’t paad dêr ’t w’ ûs befine
Bliuwt gjin inkele fuotprint stean,
Al it hjoed wurdt straks ferline,
Mar wat dien is hâld syn lean.
Bron: Overgenomen
Auteur onbekend
Een dag met luchtMorgen?
Al gaat de tijd snel of traag,
morgen is een klucht,
Morgen is altijd op de vlucht,
voor de dag van vandaag
H.S. 1996
Ja heus mensen, het is echt waar.
Morgen is het weer vandaag
Ode aan de Pruim
It blauwe hok
Op foto van links naar rechts: Siep Smid, Frederik Amsterdam, Sierd de Boer, Sietske Amsterdam-Bakker, Rommie Wybrands-Bosma, Pietje Bosma-de Boer, Anton de Bruin, ???, Hennie de Bruin, rest ???
It blauwe hok
De ene sommer ies droeg
un oaren kaald en weet.
Mar die fan 1995
wead waarm en heet.
Futloos deeng elken één sien work,
of seet lusteloos ien it skat.
Mar os de sonne stoong ien ‘t West
so roent een oere of acht
kôôm Hielpen op pe proppen
want den wéé de warmte west.
De toast wéé den it doël.
Ja, mennig één wéé feste klant,
Ien de iend sonne uut de wiend,
bie de reddingsloods op pe bank.
De ène kóóm fóór de geselligheid
of fóór un sigaretjen of un praetjen.
Un oaren één seet stol to herkjen,
of op pe ondergaende sonne to waetjen.
As iek de Hielpers der so sitten soong
toat iek elke keer steafest,
der ien Hiepen ies ut libben go.
Ja der ies ut libben poerbest.
Henk Smid
Een boze droomEen boze droom
In mijn dromen zie ik u nog gaan
of mokkend voor de klas staan
Knoopje los, knoopje vast en weer los
Ja zeker dan was iemand de klos
Over u zijn er bij mij helaas vele vragen
die ik altijd met me heb meegedragen
En al zal niemand mij 't antwoord vertellen
toch wil ik ze hier eenmaal stellen
Waarom was u mij slecht gezind
Waarom kreeg ik geen hulp als kind
Waarom was er niet de aandacht
die ik van u had verwacht
Ja 'k weet, ik was niet schrander
En intelligenter was steeds die ander
Maar ik had u toch niet iets misdaan
Waarom liet u mij alleen staan
U als meester had toch moeten weten
Dat u niet met twee maten mocht meten
en dat een kind aandacht nodig heeft
voor het verrijken van zijn geest
Maar nu bedenk ik, ondanks dit gemok
'k Koester jegens u geen haat of wrok
want al ging u vaak over de grens
ook u was maar gewoon een mens
H.S. 1995
HeimweeGeschreven ter gelegenheid van een reunie van oud Hindeloopers.
Heimwee
Jimme geengen ut Hylpen wei.
Mar iik tink; ja, yk wet ut wol seker,
jimme sên ut nei de dei,
Ja, soms tolle jimme de dêgen,
dot jimme wur ronne oer de Niiste
of oer één fan de Hylper brêgen.
Jimme hert ys pas wur ge'rust.
os jimme binne yn Hylpen dot likje plakjen.
Ja, dot ys fôr jimme un must.
Son dei yn Hylpen ys fôr de aalde 'kunde,
en fôr Hylpen, jimme likje stea.
En yk tynk; nee, ek dot wet yk 'seaker,
den kloppet jimme hert te'frea,
Want den binne jimme wur thús.
H.S. 1994
CompleetCompleet.
Volgens mijn ouders en getuigen
ben ik naakt en zonder zonde geboren.
Compleet was ik met alle zintuigen.
En ook waren lijf en leden naar behoren.
En dit is zo is mij gebleken
precies genoeg voor een goed leven
H.S. 1991
Een zaadje en een eitjeHet zaadje en het eitje
Een heel piepklein eitje
H.S. 1991
De vuurtoren

De vuurtoren
In al je eenvoud en zonder trots
sta je al vele jaren op één been
te midden van het water geklots.
In jou woelige en lange bestaan
heb je reeds vele stormen doorstaan.
Trouw houd je dag en nacht de wacht
en brengt licht in de donkere nacht.
Altijd ben jij daar op je post
en wordt door niemand afgelost.
Eenzaam is jou eenvoudig bestaan,
alleen schepen zie je komen en gaan.
Maar bij donker en harde wind
word je vaak geroemd en bemind.
Dan sta je in hoog aanzien
en zijn velen blij jou te zien.
H.S. 1990
Magere HeinH.S. 1990
Wat brengt de dag?
Wat brengt de dag?
Ga nooit heen zonder te groeten.
Ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten,
kan het morgen niet meer doen
Ga nooit weg zonder te praten.
Dat doet soms een hart zo pijn.
Wat je 's morgens hebt verlaten,
Kan er morgen niet meer zijn.
Overgenomen