Naar de inhoud

Het laatste woord is ~ zacht ~

akke.beakke.be

Sneeuw - Gerda Van Erkel

.



2206291-cce9758f5b6ffc39340027300ff0554d.jpg




Wat je hebt, weegt zelden op tegen het gemis. Maar wat er dan precies in je leven ontbreekt, kun je niet onder woorden brengen.
Je weet alleen dat je erop wacht, elke dag, al jarenlang, en dat het met je uiteindelijke bestemming te maken heeft; met je vervulling.
Je wacht op één of ander teken dat je de zin, de noodzaak van jouw leven duidelijk zal maken.
Omdat je ervan overtuigd bent dat er voor elk mens één heel speciale taak is weggelegd die niemand anders in zijn plaats kan doen.
En omdat hij die taak moet volbrengen met alle geloof en alle wilskracht die hij in zich heeft, tegen alle wanhoop en twijfel en tegenkantingen in en ongeacht de offers die het van hem vraagt.
Opdat hij één keer in zijn leven zichzelf zal overwinnen. Maar het teken blijft uit.
En je wacht nog, geduldig of plotseling wanhopig,
dat je het niet zult herkennen als het zich uiteindelijk toch aandient en dat het dan onherroepelijk te laat zal zijn,
nooit meer te achterhalen, of dat je tevergeefs wacht,
dat er niets is om op te wachten dan de dag van vandaag,
dat elke dag de grote kans van je leven voorbijgaat
en dat de tijd die je rest steeds korter wordt.
Steeds korter.



Uit 'Sneeuw' - Gerda Van Erkel





Ik ga nu slapen met mijn verdriet - Geert van Istendael



Ik ga nu slapen met mijn verdriet...



Ik ga nu slapen met mijn verdriet.
Zelf slaapt het al. Het voelt mij niet.
Jaagt het zich op van droom naar droom,
zo bang als ik voor dwalende vragen?


Ik weet het niet. Ik lig en kijk
het zwart in. Ik ben ver van het lijf
dat naast me ademt. Ik gebied
mijn hersens , tervergeefs, te doven.


Zij spinnen een eentonig lied,
verjagen slaap maar niet verdriet,
dat in zijn droom mijn slaap verbiedt.


En als het ontwaakt? Vlucht ik dan? Sla ik?
Omhels ik het? Het lichaam naast me
beweegt. Het kreunt. Ik ken het niet.



Geert van Istendael


Nieuwjaarsbrief - Leonard Nolens



Nieuwjaarsbrief



Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.
Mijn jaren duren lang en die van ons zijn kort.
Je kerstboom staat zijn groen nog in het rond te neuriën
Van de bossen ginder, allemaal zijn zij gekomen
Naar de Daenenstraat om ons hier toe te geuren.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.


Die dag in maart dat jij mij langzaam overkwam
Is ook vandaag mijn zon. Het sneeuwt de kamer onder
Met herinneringen die wij worden, warm en koud
Zijn wij voortaan elkaars geheugen en vergetelheid.
Ook straks gaan wij gearmd en stil dit wit in daar.
Gelukkig nieuwjaar, Zoet, en dank je voor het oude.



Leonard Nolens
uit: En verdwijn met mate,




Zijn we je nu kwijt - Rik Gerard

2203986-ab4afac9cccd9b3f0976815a5decd952.JPG



zijn we je nu kwijt

of niet

je ogen
maar je kijken niet
je lippen
maar je lachen niet
je handen
maar je strelen niet
je adem
niet je praten

en ook de liefde niet

alles wat je was
heb je bij ons gelaten

zo mooi is ons verdriet




Rik Gerard






Moeder - Herman de Coninck




Moeder


Wat jij met de tijd doet
is wat een ouwe grootmoedersklok
ermee doet: twaalf uur slaan
en daar alle tijd voor nemen.
Jij bent de klok: de tijd gaat voorbij
maar jij blijft. Jij wacht.

Wachten is wat een tuin overkomt
onder sneeuw, een boomstam
onder mos, hoop op betere tijden
in de 19de eeuw,
woorden in een gedicht.

 Want poëzie heeft te maken met het lang
samen laten liggen beschimmelen van dingen,
het alkohol laten worden van druiven,
het konfijten van feiten, het inmaken
van woorden, in de kelder van jezelf.


Herman de Coninck

Winter - Herman de Coninck




2200502-d38537e775d58dd97a6f925f63a4f669.jpg


Winter


winter. je ziet weer de bomen
door het bos, en dit licht
is geen licht maar inzicht:
er is niets nieuws
zonder de zon.

En toch is ook de nacht niet
Uitzichtloos, zo lang er sneeuw ligt
Is het nooit volledig duister, nee,
Er is de klaarte van een soort geloof
Dat het nooit helemaal donker wordt.
Zo lang er sneeuw is, is er hoop.


Herman de Coninck

uit: Zolang er sneeuw ligt (Brugge, 1981)

 


Ontmijner - Herman de Coninck



Ontmijner



Nee, liefde was dit niet, dit was te vol gevaar.
Mijn handen die voorzichtig tastten naar,
naar jouw borst, als handen van een ontmijner.

Liefde was dit niet, het was tegelijk groter en kleiner.
Zo groot als je borst en zo klein
als je tepel, zo klein als je zwijgende mond

en zo groot als je lachende mond.
Zo groot als het strelen, dat nu al de wond
wil genezen die later pas komt.

En zo klein als je wou dat de pijn zou zijn.


Herman de Coninck

Night and day - Virginia Woolf



2196443-507370aae864387386bf66731e853b45.jpg



Never are voices so beautiful as on a winter's evening,
when dusk almost hides the body,
and they seem to issue from nothingness
with a note of intimacy seldom heard by day.


Virginia Woolf  
uit: Night and Day

Misschien vergis ik me wel - Uvi



2196087-a1b9e5b99dedf5de38f5f6439ed2929a.JPG



Misschien vergis ik me wel



Mijn lief,
jij laat me sterven dus
nu ik door jou vergeten ben


geen ogenblik
geen geur
geen licht gemis


dat mij voor even maar
laat leven


in een streling door je haar
of een aarzeling


van je stem
je lippen


o, regen wil jij dan voor mij wenen
o, wind wil jij huilen in de bomen
o, zee wil jij in twijfel je even terugtrekken


misschien vergis ik me wel.


Uvi

link naar "Dagboek van de onvoltooid verleden tijd"

Waakvlam - Reine De Pelseneer



Waakvlam


Warrig zucht de vrouw om wat er is:
niet meer de nachten die een man vol vuur
voor haar verzon, maar de lakens
van een witte slaap. Ze leest


een blad in deinend licht, telt af
en toe een schaap en ademt dieper
opdat kalmte om haar dicht.


Maar het duister blijft breed als de borst van de man
die ze mist, en het bed is een boek
waarin de vrouw zich keer op keer
van pagina vergist.



Reine De Pelseneer
Uit: Aan alles vast

Zonder vraagteken - Uvi

Zonder vraagteken



Hoe hark ik me samen
in de herfst van m'n jaren.
Wat valt er te oogsten.
Hoe hard zal de winter zijn.


Kunnen mijn dagen nog trager.


Wie zal er mij dragen.
Als de ochtend en de avond
één zullen zijn.


Voor het venster achtergelaten.


Wie zal er mij nog iets vragen.




Uvi

link naar "Dagboek van de onvoltooid verleden tijd"

Verhouding - Victor Vroomkoning



Verhouding

 

Wij kwamen aan mijn oude bos, maar
wat er stond had omvang van een oog-
opslag. Een man die er zicht op had
gaf te verstaan - nooit was er gerooid.
 

Mijn zoon versprong van stam naar stam
en terug, verwisselde de handvol bomen.
Zo zag hij hout voor heel wat staan,
het schoot tot woud op in zijn ogen.

 
Wat hij voor huilen van wolven
hield was wind die, vlaagziek
als in polder, aan je oren trok.

 
Hoe ik ook wilde, ik zag niet meer
dan wat er was. Ik werd mijn vader
die de maat der dingen kende.


 
 
 
Victor Vroomkoning

Kier - Leonard Nolens



Kier

 
Laat dit niet alles zijn, dit leven stil en donker
Als het maandelijkse bloeden van de vrouwen.
Laat mij van iemand zijn, maar ook niet zo volstrekt
Dat ik verdwijn, in haar, in hem, of weg moet gaan
Omdat geen mens mijn menselijk gewicht kan tillen.
Uit schrik voor mijn gezicht schrijf ik dit op.

 
Altijd ben ik onderweg. Ik vind geen rust
Bij mij, ben bang als jij mijn trage stap hoort branden
Op de koude tegels in de gang naar jou.
De deur gaat open. En zoenend en stom onderzoeken je lippen
De sombere man die jou zwijgend staat aan te blaffen
Met liefdesgedichten. Geef hem je bed.
Laat alle deuren

 
Op een kier.

 
 
Leonard Nolens  

Uit: Liefdes verklaringen
 

Fuguette - Martinus Nijhoff



Zachtheid, zachtheid is het woord van muziek:

Het is of je op een groenen heuvel toeft,
Een fabel leest, of ziet een mozaïek -


En 't hart ontvangend wat het hart behoeft,
Niet meer van pijn verbijsterd, niet meer ziek,
Vergeet - een glimlach lang -
wat het bedroeft.



laatste twee strofen uit "Fuguette"
Martinus Nijhoff
 

Nu - Bart Moeyaert



Nu  

 
Ik adem niet, ik zing.  
zelfs als ik zucht, klinkt het  
per ongeluk alsof ik  
een paar noten neurie  
die me vannacht, terwijl  
ik sliep, zijn voorgezongen.  
Het is alsof de lucht  
mijn deken is en ik  
mijn hoofd het liefst  
te rusten leg op het kussen  
van mijn longen, de plek  
waar ik mijn hartslag hoor  
in vierkwartsmaat:  
dat ik besta, dat ik besta.  

 
Bart Moeyaert 
uit: Gedichten voor gelukkige mensen

Meer van Het laatste woord is ~ zacht ~

↑ Terug naar de berichten