Lenghte, Diepte ende Afstand
.
Nu noch, soudt ghij segghen,
ghij coomt toch adem te cort
ghezien uwe jaren boven de seventigh,
soude ick mij enkel
tot behoudende dichten moeten richten?
.
oft op een verheven podium
eene voordracht nederstellen,
iets dat vertoeft
van haver tot gort,
alwaer ick bij den greep
rond den microfoon op de bühne
corte, verwonderende poësije
oft proza in de lenghte
tracht te pletten,
.
dat oock noch blijvend smaect
naer een eindelooze
chocolade Kwatta-reep,
ende een aura behoort te draghen
die de hoorders aan u doet boeyen,
.
als ick mijne woorden
sonder snoeyen,
ja, selfs als ickse luide doe loeyen
uyt een ghepassioneerde krater,
.
wijl mijn dichterlijcke schrijverije
thans stocqt in historie,
ende gelijckt op drijven
in vervuylt water,
.
ick schrijve niet meer over later,
ben ghebonden
aen mijne eyghen boeyen,
ende sta stil
wanneer weder een crisis
sich met den doorloop wil bemoeien.
.
Ja,
het woordelooze uyt-sicht
is in sicht,
de kimme is nabij
ende schuift niet op,
dat is wat de werckelijckheyt belicht.
.
Ick ben een man
van weinigh woorden,
niet van het eindelooze
kunstigh wercken,
.
ende richt mij eer
als een metselaer,
die in cort verband
tot sijne kerne moet beperken.
.
Ick hebbe mijne grense
voldoende toegelicht,
ende ben weder
op aerde ghelandt.
.
De omvangh van mijn werck
wort bepaald
deur de verkreghen ruymte
in de crante.
.
Ick stoei ende besinne:
is dit het pad
dat ick als schrijver
noch beminne?
.
Is dit het eynde,
oft een nieuw begin?
.