Naar de inhoud

Juliaanse Taal

seniorennet.beseniorennet.be

Aonroep

nimp mi in dijne aorme, kum mi haole,
ghij, engheline van den nacht
.
verzacht mijn schurend daghdröome
in 't vervloekte aardsche dwaole
.
immers, ick zweef mit tastende hande
op 't lenghend loover van lichte luchte
luusterend naor dijne innighe zoete zuchte
.
opdat sij eens in mijn herte zulle belande
om mi mit dijne teederheid te bevruchte
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 15:51 Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

driġhedaeligh

driġhedaeligh

.

vandaogh, oft al iet eerdher, ervaore ick heur zyn in heur wezen;

dat beduut dat ick 't gheschrevene ock weder ende weder mot lese.

de woorde vorme somwijlen nije accoorde

.

ende wat ick hoorde en kende niet dieselve galm wederom,

maer den clanc die sinds ghesteren ende eerdher henen rende,

oft mi môrreghen al een ander geluut toespeelt.

.

ick vormde, al schetsende, een beeld met lichte- ende schaeuwelijnen,

jae driġhedaeligh, opdat de ziele krimpen ende uutdeinen can.

myn herte en is helaas niet machtigh dit in eenheyt t'samen te vatten;

dit inzicht heeft mi allengs vertraecht ende gheheelt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 13:36 Reageer op dit bericht

Sachte wint

Sachte wint

In de sachte wint heur ick di,
ghij zijt d'r nog altijt,
nie zichtbaar vur mine ooghen,
mer voelbaor in alle tijt.

Verbonden in vervlogen daegen,
segght nie wat blieven zal;
ick zie dien warmen glimlach heden,
geliek een lichtval overal.

Mer starck is 't missen
in dit aordsche leven,
verbonden an vergankelijcke stont;
doch dankbaor, as grieze wolcken
zijn verdreven,
dat de liefde nie verlore en verstomt.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 19:01 Reageer op dit bericht

Van de eeuwighe roem

Van de eeuwighe roem

Wat ic worden sal?

Ic houde het cort.

Mine sterre sal rijsen.

Onaentastbaer op den hooghsten top.

Daer sal ic neder sien op u allen,

genietende van de vele sterren

die mi zijn voorgegaen

in het vallen.


Ghi bemerckt het reeds:

ic streef naer het hooghste.

Het sterckt mijn herte te weten dat ghi mij na mijn overlijdene niet vergeten en sult.

Nochtans...

so verre is het noch niet.

Wel is waer dat men lang heeft moeten zoeken eer men Vondel vond.

Daerom heette hi wellicht Vondel.

Men vond hem.

Ende bevond hem eene sterre.

Een gevallen sterre weliswaer,

maer toch eene sterre.

Want wat van den hemel valt

keert allicht weder op aerde.

Dat begrijpt een kind.


Nu meynt ghi vermoedelijck dat een vallende sterre iemand is die eerst stijght ende vervolgens ter aarde tuymelt.

Dat geschiedt seker.

De meesten verdwijnen ten langen leste in Hollandschen mest.

Daer bevinden zich reeds vele koeien,

vele varkens,

ende niet weinige dichters.

Het is een druk bevolckt gebied.


Selve mijnen buurman bewandelt het dichterspadt.

Weliswaer reeds vele jaren.

Ende meest op het Pieterpad.

Maer hij bewandelt een padt.

Dat valt niet te ontkennen.

Hij schrijft over brandnetelen.

Veel brandnetelen.

Een eerlijck onderwerp,

doch niet van dien aerd dat het de eeuwighe roem gewoonlijck dichterbij brengt.


Mijn vader saliger placht te segghen:

"Julius, indien ghi dichten wilt,

dan moet ghi grootsche werken verrichten."

Ende ic gehoorsaemde.

Ic kocht de kostelijckste vulpen.

Ic huurde een kamer onder het waeckende oogh van Simon Vinkenoog.

Ic verzamelde drank.

Ic verzamelde sjaggie.

Ic verzamelde slapeloose nachten.

Ende bovenal verzamelde ic kladblokken.

Vele kladblokken.

Zoo vele zelfs dat de Hema mi weldra als eene der voornaemste afnemers beschouwde.

Jarenlang ploeterde ic voort.

Vellen werden beschreven.

Stapels groeiden.

De wereld bleef onveranderd.

Doch dat mag een groot kunstenaer niet ontmoedigen.


Volgens den ouden regel moest ic vervolgens verdwijnen.

Daerom trok ic naer Parijs.

Ic werd clochard.

Dat hoort immers aldus.

Een dichter zonder ellende weckt wantrouwen.

Ic leefde van de milddadigheyd der passerende Hollanders.

Dat viel tegen.

Dikwijls schonken zij mij munten waarop nog een Juliaantje prijkte.

Daermede valt in eene eeuw van euro's moeijelijck te onderhandelen.


Derhalve wachtte ic geduldich.

De kenners zouden immers eenmaal verschijnen.

Zij zouden roepen:

"Dáár zit hij!

De lang verwachte Julius!"

Zij zouden mij redden uit de vergetelheyt.

Ende verheffen tot eene onsterffelijcke sterre.

In plaetse daervan verscheen de Fransche vreemdelingendienst.

Zij arresteerden mij.

Ende zetten mij het landt uyt.

Het verschil tusschen beide scenario's was niet gering.


Daerna werd ic postbode.

Ende, om de waerheyt te segghen,

het was voortreffelijck werk.

Nooit heeft een mensch meer woorden rondgedragen dan een postbode.

Waer ic verscheen,

snelden de menschen naer hunne brievenbus.

Men wachtte op mij.

Dat doet een mensch goed.

Zelfs een misluckt genie.


Ende wanneer ic eenmaal in den hemel verkeer,

sal wellicht iemand segghen:

"Weet ghi nog van dien ouden Julius?"

"Ja."

"Wat was hi dan?"

"Wel..."

"Hi had altijd iets mede te brengen."


Siet ghi wel?

Ghi zult mij na mijn dood toch niet vergeten.

🍂

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 12:18 Reageer op dit bericht

Ghi zijt minder dan ghi meynt

Ghi zijt minder dan ghi meynt

Ic sie u.

Ja, u.

Ghi leest dese woorden ende weecht in uwe ghedachten of dese vertellinge enige vrucht sal dragen, oft dat vervelinge reeds aen uwe mouwen trekt.

Omdat dit over u gaet, zijt ghi nu plotselinge geheel aenwezig.

"Gaat Dreyfsandt iets sinrijcx segghen?" vraegt ghi u af.

"Hoe soude hi weten waer ic mede besigh ben?"

Welnu, dat sal ic u segghen.

Ghi leest.

Ende ic schrijf.

Dat is reeds meer wetenschap dan menigh gheleerde bezit.

Nu gaet er door uwe geest:

"Wat een onsin. Hoe soude die man weten wie ic ben?"

Maer juist daerin vergist ghi u.

Ghi zijt eenvoudigher dan ghi vermoedt.

Minder ingewikkelt dan uw spiegelbeeld u dagelijcx influystert.

Ende, vergeeft mi dese opmerkinge, mogelijk ook wat minder bysonder dan ghi hope te zijn.

Nu fronst ghi wellicht de wenckbrauwen.

"Terecht onsin," mompelt ghi.

"Ik ben immers geheel mij selven."

Dat klopt.

Maer alle andere menschen denken dat eveneens.

Reeds van uwe jonghe jaren af hebben opvoeders, meesters, ooms, tantes ende andere beroepsbemoeiaeren hun best gedaen om iets van u te maken.

Ende waerachtig:

iets zijt ghi geworden.

Maer laet ons bescheiden blijven.

Veel van uwe waerde ontleent ghi aen hetgeen ghi voor anderen beduydt.

In liefde.

In arbeid.

In vriendschap.

In dichtconste.

Of in het geduldig verdragen van vergaderingen.

Dat geldt echter evenzeer voor den buurman.

Ende voor den notaris.

Ende zelfs voor den wethouder.

Ook die meenen allen ietwat meer te zijn dan de werkelijkheid gewoonlijk toestaat.

Hierdoor begint uw selfsbeeld een weinig te schommelen.

Want indien de anderen zich vergissen omtrent zich selven, hoe groot is dan de kans dat ghi daervan verschoont blijft?

Niet seer groot, soude ic meynen.

Nu overweegt ghi misschien dese vertellinge neder te leggen.

Dat is uw volste recht.

Maer bemerk eens dat ghi nog steeds doorleest.

Dat verheugt mi.

Blijkbaar heeft de onsin u toch een weinig geraeckt.

Ende om eerlijk te zijn:

het is inderdaad grotendeels onsin.

Maer de menschheid heeft op dat gebied een rijke traditie.

Wij leeren veel.

Wij ontdekken veel.

Wij vergaderen zelfs nog meer.

Maer ten diepsten weten wij slechts eenighe dingen met sekerheyt.

Dat wij geboren worden.

Dat wij sterven.

Ende dat de koffie elders altijd beter schijnt dan thuis.

Tot uwe teleurstelling moet ic thans bekennen dat ic verre boven de menichte uytsteek.

Ja, ook boven u.

Ic hoor reeds uwe zuurachtige glimlach.

"Wat een opgeblasen ego bezit dese man."

Volkomen waer.

Daer hebt ghi mij betrapt.

Ic lijd daeraen sedert vele jaren.

Maer juist daarom ken ic u zoo goed.

Want onder de vernislagen van ijdelheyt, onzekerheyt, trots, hoop ende zelfbedroch zijn wij wonderwel gelijck.

Ghi zijt niet anders dan ic.

En ic?

Ic ben nauwelijks anders dan ghi.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 12:10 Reageer op dit bericht

Het Groote Raetsel van Julius

Het Groote Raetsel van Julius

Over de vraeghe of een mensch wel degene is die hi niet en is

Mine veranderlicke ghedachten

stellen selve mijn kaleidoscoop

voor een raetsel.

Ben ic dan toch

die ic niet en ben?

Julius Dreyfsandt, anno MMIII


Men heeft mij meermaels gezegd dat bovenstaende woorden niet licht te begrijpen zijn.

Dat verheugde mij.

Want wat zou anders het nut zijn van diepzinnigheyt indien zij onmiddellijk verstaan werd?

Zelfs ic, die dese woorden eertijdts heeft neergeschreven, bevond mij een jaer later in den toestand eener volslagen onwetentheyt.

Ic las.

Ic herlas.

Ic overlas.

En na den elfden keer begon ic te vermoeden dat zich hier een verschijnsel van bovenaerdschen aerd voordeed.

Op het eerste ghesicht vraagt den eenvoudigen lezer:

"Waer spreekt die man over?"

Een redelijcke vrage.

Ben ic soms een appel ende tezelfdertijt geen appel?

Ben ic Julius ende wederom niet Julius?

Ende wat heeft die kaleidoscoop hier mede van doen?

Men draait.

Men kijkt.

Men ziet nieuwe vormen.

Men draait wederom.

Men twijfelt aen alles.

Zelfs aen de draeyer.

Mijn psychiater geraeckte van deze questie bijkans hondsdol.

Regressiën werden toegepast.

Zielsdiepten onderzocht.

Herinneringen uitgewrongen.

Zelfs de baarmoeder werd in het onderzoek betrokken.

Doch sonder vrucht.

Ten langen leste riep men deskundigen bijeen.

Kenners van Shakespeare.

Meesters der Kaleidologie.

Professoren in Cryptogrammatiek.

Geleerden der Chaostheorie.

Ende zelfs de navolgers van Einstein wierpen hun licht op de saecke.

Doch hoe meer licht men wierp, hoe duysterder alles werd.

Toen besloot men ook een pastoor ende een paragnost te consulteren.

Alras werd men het over een saecke eens:

Julius kon dit onmogelijk zelf bedacht hebben.

Hier moest een hoogere macht in het spel zijn.

Bijbelteksten vlogen over tafelen.

De tafelen braken.

Nieuwe tafelen werden aengedragen.

Ook die raeckten beschadigd.

Men besloot dat eene meer professionele benadering wenschelijk was.

Derhalve stelde men een managementteam samen.

Hetwelck tegenwoordig de gebruyckelijke oplossing is voor alle problemen waarvan niemand begrijpt waerom zij bestaan.

De voorzitter werd gekozen uit de wereld der journalistiek, aangezien hi bewezen had de meest ingewikkelde saecken dermate eenvoudig voor te stellen dat zelfs de waerheyt er soms geen hinder van ondervond.

Ondertusschen gingen mijne sessiën bij den psychiater voort.

Het ziekenfonds betaalde.

Dat geeft de burger moed.

Daerenboven rook mijn zielsvorscher een toekomstig doctoraat.

Want naast de hoofdkwestie leed ic aen meerdere aandoeningen.

Zoo was daer de overschattingsdrang.

Dat is de neiging andere menschen, ende inzonderheyt schatjes, veel verstandiger te achten dan zij werkelijk zijn.

Voorts had ic een lichte vorm van balneurose.

Men weet dat men er twee heeft.

Men voelt er één.

Of juist andersom.

Ende ten slotte werd bij mij de zeldzame ziekte van Prospect vastgesteld.

Een dwangmatige behoefte om prospectussen ende folders bijeen te vergaren ende deze vervolgens aaneen te lijmen tot groote papiermassa's.

Dagen lang zaten wij met meskens ende vingers alles weder los te maken.

Mijn psychiater hielp dapper mede.

Geleidelijk naderde men een doorbraak.

Na jarenlang onderzoek ontdekte men dat wanneer een mensch jenever, cognac ende bier in zorgvuldig verkeerde verhoudingen vermengt, zulks nuttigt met een schimmelrijke Fransche kaes ende vervolgens den geheelen dag volhardt, er een oogenblick kan aanbreken waarop hi onweerstaanbaar wordt gedreven tot het staren in een spiegel.

Meestal op een toilet.

Dan ziet hi zijne weerspiegelinge.

En zegt:

"Ha Julius."

Of:

"Ha Metha."

Of:

"Ha Lia."

Waarop onmiddellijk de groote openbaring volgt:

"Neen."

"Dat kan ic niet zijn."

En aldus, waarde lezer, kwam de wetenschap eindelijk dichter bij mijn oude versregel.

Niet door wijsheid.

Niet door onderzoek.

Niet door management.

Maar door verwondering.

Want misschien is een mensch nooit geheel degene die hij denkt te zijn.

En gelukkig maar.

Anders zou er geen raetsel meer overblijven. 🍂

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 11:48 Reageer op dit bericht

Aen den vijvere ende de hijghende menschen

Aen den vijvere ende de hijghende menschen

Ic sat aen den oevere van eenen vijvere ende liet mijn oghen dwalen over het stille water. De swanen trocken hare witte banen door de spiegelinge des lichts, sonder haeste, sonder bekommernisse. Hoogh boven al dit aerdsche gedoe stondt een reigher op den top eener geweltige boome. Hi scheen van steen gemaect, als hadde de tijt hem vergeten.

De zonne daelde langsaem ten westen, ende hare gloed spreidde eene ruste over water, boom ende herte.

Ic sloot de oghen ende liet mine ghedachten wandelen naer oorden daer geene menschen wonen ende geene vergaderingen worden gehouden.

Maer plotselinge werd ic opgheschrikt door hijghen dat van verre naderde. Niet langh daerna verschenen eenige lieden, rood van aensichte ende druypende van zweet. Zij snelden voorbij als waren alle duivelen des tijts haer op de hielen.

Mine oude soldatenzenuwen ontwaecten terstond.

"Wat nu weder?" dacht ic. "Is daer brandt, oorloghe oft eene ramp?"

Voor ic eenighe vrage konde stellen waren zij reeds verdwenen achter boomen ende struicken.

Toen den schricke weder uit mijn herte geweken was, erinnerde ic mi de dagen van den krijghsdienst. Ook wij holden destijts bepakt ende beladen door bosschen ende over heidevelden.

Waerheen?

Dat werd ons nooit gheopenbaert.

Misschien naer den vijandt.

Misschien van den vijandt af.

Misschien slechts in eene omtreckende beweginge, opdat de officieren niet zouden vergeten dat zij bestanden.

Terwijl ic hierop peisde hoorde ic weder een hijgher naderen. Deze bleef staen bij een reusachtigen boom ende begon met alle macht daerteghen te duwen.

Dat verwonderde mi.

Van nature begrijpt een man immers waerom een ander man achter eenen boom verdwijnt.

Maer dit was een ander bedrijf.

Hi duwde.

De boom bleef staen.

Hi duwde weder.

De boom bleef van gelijcken wille.

Ic trad nader.

"Waerde heer," sprac ic, "mocht ic vernemen waerom ghij tracht eenen boom van sijne geboorteplaetse te verplaatsen?"

De man sach mi ietwat verstoort aen.

Toen hi echter bemerkte dat ic geen belastinginner noch consultant was, antwoorde hi:

"Ic verrichte rek- ende streckoefeningen."

"Goh," seyde ic, "zijt ghij wellicht van de mindere middelen ende ontbreect u het gelt om lid te worden eener turnghilde? Zijn daer geene stedelijcke regelingen ter ondersteuninge?"

Daerop sach hi mi aen als een papegaey die onverwacht Latijn was begonnen te spreken.

"Neen," seyde hi. "Ic behoor tot de bovenmodale stande. Ic ben manager."

Dat woord alleen reeds deed mij een weinig eerbiedigh achterover leunen.

"Dan sal daer wel wijsheit achter steken," sprak ic. "Wilt ghij mij onderrichten in de conste des vruchteloosen boomduwens?"

De man ging op mijn bancxke zitten ende zweette parelen zoo groot als citroenen.

"Luystert," sprak hi. "Een boom die niet wijcken wil leert een manager veel. Vooreerst leert hi zweeten, opdat sijne meesters sien dat hi arbeidt. Ten tweeden leert hi gedult, want alle pogingen om het hoogher management te veranderen hebben omtrent dezelfde kans van slagen."

Daerop zwegen wij een wijle.

Toen vroeg ic:

"Ende die jongelingen die zooeven voorbij draefden, hooren die mede tot uwe gheselschappe?"

"Bedoelt ghij die met de woorden I AM A HORSE op hunne kleederen?"

"Dat moet ick hebben gemist," seyde ic. "Maer achteraf bezien hebt ghij ghelijck. Het was geen rennen maer draeven."

"Juyst," sprak hi. "Zij worden opgheset voor den stand van Blindt Peert, oftewel toekomstich middenkader. Men leert hen gehoorsaem luysteren, blind varen op de meerdere ende den juysten graed van slijmerigheyt ontwikkelen."

"Ende waerom draeven zij heden?"

"Om een devies te vinden voor eene nieuwe afdelingsstrategie."

Ic knikte zwaerwichtig.

"Ende weet ghij reeds wat daeruit voortkomen sal?"

"Natuurlijk," sprak hi glimlachende. "Een van de draevers is een vrient van mij."

Daerna stondt hi op.

"Dank u," seyde hi. "Ic heb mij in uw geselschap wonderwel ontspannen gevoeld."

Hi vertrock.

Ic richtte weder mijne blikke op den reigher.

De vogel deed niets.

Ende genoot van alles.

Hi krabde zich een weinig onder den rechter vleugel ende hervatte vervolgens zijn diepe beschouwing der wereld.

Ic dacht:

misschien is dat de hooghste vorme van management.

Niet het duwen tegen boomen.

Maer het stil zitten boven den rumoer.

Kort daerna naderde een ander gheluyt. Niet hijghen, maer kreunen.

Een man van omtrent mijne jaren strompelde voorbij.

"He vriend," riep ic. "Met welck doel begeeft ghij u aldus voort?"

De man schrickte.

"Ic tracht de jeugd bij te houden die hier passeerde," antwoordde hi. "Ic wil niet achter geraken."

Ic noodigde hem uit naast mij te rusten.

"Ziet ghij daer den reigher?"

"Ja."

"Die zit daer reeds uren. Hij ziet alle hijghers passeren. Nochtans heb ic niet den indruk dat hi achteropraakt."

De oude man knikte langzaam.

"Kom," seyde ic. "Draey een sjaggie van mij."

"Gaarne," hoestte hi.

En de reigher zweeg.

Gelijk alle ware wijzen.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 11:46 Reageer op dit bericht

Ghelucke

Ghelucke

Somtijts neemt eene bliede verruckinge mi in hare macht,
als 't licht hem selve plotselinc openbaert.
Ic worde dan al te ras vermeten
ende raep oude letteren op, in swert ende wit,
die ic eerdens op een andre wijse hadde ghebaert.
.
Niets en is schoonder dan dat het herte sneller slaet
ende vergheten crachten wederom opstaen.
Dan en sta ic niet stille bi den ghedachte
dat ic mi lichte laet bedrieghen;
gheluckich sal de werckelijcheit haer op tijt doen kennen.
.
Enfin, 't is kennelic mine wijse van leven.
Niet dat ic „himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt“ aenbide,
maer als mijn herte open staet om te ontfanghen ende te gheven,
dan voelt het
alsof ic in een tomeloes oogenblick van ghelucke verkeere.
.
.
(Goethe: „himmelhoch jauchzend, zu Tode betrübt“)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 10:58 Reageer op dit bericht

Teere zielerverlanghen

 

Ghij zijt in mij,
raekt mit dijnen lach mijn siel.
Ghij en cunt dat niet beletten,
een schoone blick en is immers vrij,
gaet deur mueren henen,
en laet sich niet besetten.

.

Ic ben in dij,
niet omdatter ghij dat wildet,
noch darum dat ghij daeromme sout vraeghen.
Ic weerkaetse in dijnen spiegel
een stucxken hemelsch blauw.

.

Somwijlen gaet het licht sijnen eyghen wegh,
en laet sich niet vanghen,
noch vermenghen mit dat ghene dat ic segghe.
Maer het begleydt ons wel
mit versoenende gesanghen.

.

Handen connen het niet grijpen,
dat onbegrepen zielerverlanghen,
miskennt deur aerdsche pijne.
Maer toch is het altoes daer,
het compt in dijn herte
als ooc in het mijne.

🌾

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 19:47 Reageer op dit bericht

Leevend verleeden

Leevend verleeden

.

't is langh verleeden dè ik

nog woorden van heur ontfingh

nie dè zij mij toebehoorde

.

zij waor verbonden

en toch onghebonden

aon den meinsch

naor wien ik enkel nog zie

as ik in 't verleeden staor

zij, van wie ik allenghs

voortschrijdend inzichte ontvaor

.

zij,

't fier meiske van langh ghelejen,

waor ik seker nie vergheten

doch sommighe leeven verre wegh

op afstanden,

wel of nie te meten

.

toch woont zij plotselingh

efkes in m'n ghepeinsen

waorin 't beeld van un jung meinsch verschiendt

en ik herinner mij

hoe heur pril wysheid

de werkelijckheid

mit poëzie verzachten kinde

.

heur ziele vertrouwde zij

aon dien aanderen toe

al dan nie in woorden verbeeld

.

d'r waor iet tusschen

die twie herten

.

zij deelde

unne zachten zuchte

naor elkaander

.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 10:43 Reageer op dit bericht

D'n eenvoud van onz jeughd

D'n eenvoud van onz jeughd

.

in den winter van m'n jeughd

stonde de bloemen aon 't raom

als cunstwercken van de naoture

mer, 't mot gheseght,

veur dè inzichte kend' ik nog gheen naom

.

't waor wennen disse weeck mit vorst

en 't schrabben van de veurruut nie mier ghewoond

dan ouk nog den warmte-stande loagh in huus

efkes hadde den ouwen zwarten kolenkachel

zich tusschen m'n ghepeinsen ghemenghd

wij hadde doar toen mer ene in de keuken thuus

.

ik droegh unne dracht

waorvan den naom vervlooghen is

't waor den borstrok, ouk veur mansvolck,

un ghebreid onderhemd teghen de kouwe

soms hange d'r nog un paor in un museum

want ons opghewermde weder

hee heur verbannen

.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 10:42 Reageer op dit bericht

Oud en nuuj

Oud en nuuj

.

hoe dreugh waore m'n lippen

toen ik, ten langen lesten, dorstigh

van stoffighe wysheid proefde

.

tandeknersende viel

mijn weereldbeeld in duugen

toeghedect mit dreughe blaoren

.

ik zocht opnuuj,

ghelijck den meinsch is,

unne aandere schim

ik waor van m'n

scheppinge getuughe

en wilde wederomme

den einder verklaoren

.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 10:41 Reageer op dit bericht

Onsekerheyt

Onsekerheyt

.

afdrijven met een stroom

die stercker is dan ghij,

medegenomen worden

op een reyse,

alwaer de vrijheyt wort ingheperckt

deur een alomme dreighend virus

.

maect angsigh,

men raect van de wijs

ende gunt aen ontkenningh

haer deel,

.

selvs geweld coomt

opstandigh van stal,

deur boosheyt

uyt een dieper dal

.

de horizon schijnt

steets verder te ligghen,

gedachten raken verward,

het spoor bijster,

.

uyt-sichtloosheyt versmalt sich

ende wort,

soo men seght,

star

.

gheen mensche ontcoomt

aen overgave,

immers sijne selveredsaemheyt

vertoeft meest

in ijle lucht

.

doch om sich weder

aen eenigh selvertrouwen

te laven,

is saemhorigheyt vereyscht

als een helende vrucht

.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 19:45 Reageer op dit bericht

Naderbij

Naderbij

.

in alle boomen verbeelde ick mij

oock in talrijcke ooghen

plaetse ick u in mijne rij,

ick voele het overal

.

ghelijck in den sachten wint

deur uw frêele haer,

is het een illusie

na de val,

met daghdromen aen mijne zijde

ende des nachts

een swaer ghebaer

.

soo hebt ghij oock

de hande langs uwe dij,

maer reickt ghij mij

toch den andere?

.

ende wijl tacken

wijd haer suchten verdeelen

deur de ochtenddauwe

naer aschgrauwe luchten,

waerdeur ick geensins

eenighe lichtstraele aanschouwe

.

mijlen verre,

ende warmbloedigh naderbij,

roep ick al wuivende

naer de schauwe,

.

de spiegel coomt niet nader;

die was doorgaens

al wat schuw

.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 19:44 Reageer op dit bericht

Lenghte, Diepte ende Afstand

Lenghte, Diepte ende Afstand

.

Nu noch, soudt ghij segghen,

ghij coomt toch adem te cort

ghezien uwe jaren boven de seventigh,

soude ick mij enkel

tot behoudende dichten moeten richten?

.

oft op een verheven podium

eene voordracht nederstellen,

iets dat vertoeft

van haver tot gort,

alwaer ick bij den greep

rond den microfoon op de bühne

corte, verwonderende poësije

oft proza in de lenghte

tracht te pletten,

.

dat oock noch blijvend smaect

naer een eindelooze

chocolade Kwatta-reep,

ende een aura behoort te draghen

die de hoorders aan u doet boeyen,

.

als ick mijne woorden

sonder snoeyen,

ja, selfs als ickse luide doe loeyen

uyt een ghepassioneerde krater,

.

wijl mijn dichterlijcke schrijverije

thans stocqt in historie,

ende gelijckt op drijven

in vervuylt water,

.

ick schrijve niet meer over later,

ben ghebonden

aen mijne eyghen boeyen,

ende sta stil

wanneer weder een crisis

sich met den doorloop wil bemoeien.

.

Ja,

het woordelooze uyt-sicht

is in sicht,

de kimme is nabij

ende schuift niet op,

dat is wat de werckelijckheyt belicht.

.

Ick ben een man

van weinigh woorden,

niet van het eindelooze

kunstigh wercken,

.

ende richt mij eer

als een metselaer,

die in cort verband

tot sijne kerne moet beperken.

.

Ick hebbe mijne grense

voldoende toegelicht,

ende ben weder

op aerde ghelandt.

.

De omvangh van mijn werck

wort bepaald

deur de verkreghen ruymte

in de crante.

.

Ick stoei ende besinne:

is dit het pad

dat ick als schrijver

noch beminne?

.

Is dit het eynde,

oft een nieuw begin?

.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 19:43 Reageer op dit bericht

Gholvende Grense

Gholvende Grense

.

dualiteyt tusschen waer ende onweer

tusschen verstooten ende eyghen recht verweer

binnen oft buten, het trachten helpt

eene werelt te ontsluyten

.

is 't leven in d' overleveringhe

die van heden morghen hiet

oft woont men in kasteelen van karton

oft tusschen tochtighe muren,

't en can oock onder 't blauw gheschieden

met een glimlach in de zonne niet verre vliet

.

ademt men dan tusschen keuzen

ende leuzen van vergaderde levensbrocken

ghelijck een opgejaeghd mensche

.

in hoeverre can men een eyghen pad verkiezen

ende dat vertalen in eenighe kleuren van bestaen

die in gheest ende lijf zweven

van wensch naar grense

.

ende als gedreven deur de ziele

het zoekende pad begaen

.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 19:41 Reageer op dit bericht

In Memoriam

In Memoriam
.
wat ick noch segghen wil
kent gheen lettergreep,
laet staen een ghebouwt huys
uyt schrijfsteynen vergadert,
.
onsichtbaer veur daghlicht
oft uyt-sicht
op de mane
.
wat ick wil segghen
is niet meer geaerd,
.
uyt stof
is sij enkel ziele gheworden,
tot een eeuwighe gedachte
verheven
.
het en is niet
uyt te legghen,
.
eenieder heeft weet
dat oock in het ademen
het sterven
wort ghebard
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 19:38 Reageer op dit bericht

Blijven in Verdrijven

Blijven in Verdrijven
.
in mijne stemme
huys ick,
draeghe daer d' intimiteyt
veur eenieder
die bereyd is
te hooren wat ick fluystere,
.
het is veelal sachts van aerd,
selden schoon,
als ick selve luistere
.
maer ruys verspreydt sich wijt,
ende cluystere ick
clancken binnensmonds,
.
die dan in volle vaert
botsen
teghen 't butenlicht
.
ervaren daerna
een eyghen leven,
in lijf ende ziele,
deur leegte ghedreven,
.
sy soecken een pad
naer eenigh
emotioneel gewicht
.
't hedendaeghsch ghespin
vertaelt chaotische beelden
van inwisselbare ghesanghen,
.
somtijds des nachts
oock angsigh ghekleurt
.
alwaer "mijn overdagh"
weder scheuren heelt,
ende ick hanghende nevel
verwissel
veur onsichtbaer verlanghen
.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 19:35 Reageer op dit bericht

Schoonhèd laot heur nie gheraoke

schoonhèd laot heur nie gheraoke
ik deurleve dè mit m'n ziele,
un kwetsbaor baken
dè roert, beroert ende ontroert,
mar altijt isse daor,
ok as 't gemis deur d'n daghen trekt
.
immers, in zulcker uren
is 't veulal zuuken
naor troost of unne balsem
veur unne oude wonde;
dan schenckt un kleur heur glans,
of roept un beelde
dè helt noar liefd'
ende noar gebrooke nabij-zijn,
woar d'n nacht
d'n dagh ontsteelt
.
't is geliek un teer brughske
over stille waoters
van verlanghen;
't vult de verwachtinge
geliek un licht
achter verre nevels,
iets woar 't herte
al zwiegend omme vraogt
.
ende wanneer ok 't denke
inghesloten raakt
of bevanghen in zwoare schaduwen,
blijft er soms hope
als leste lampe branden,
die mij draagt
deur kloosterzwarte,
eindeloos lange gaongen
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 16:53 Reageer op dit bericht

't is stille

't is stille
.

inne stilte
wörd zichtbaar
wat zuver is
ik sprèèk nie van kilte
mar van ruste
in èèn woordloos gebaor
.

woelige stroomen
drijve noar de zee
woar ik in d'n ontluikenden kim
een groeiend vertrouw'n
omhooge zie komme
.

in die stilte
van rijzend genoegen
woar zànd en waoter
komme en gao'n
vertelt m'n ziele
da ebbe en vloed
mij altij al droege

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door juliaansetaal om 16:23 Reageer op dit bericht

Meer van Juliaanse Taal

↑ Terug naar de berichten