Het Groote Raetsel van Julius
Het Groote Raetsel van Julius
Over de vraeghe of een mensch wel degene is die hi niet en is
Mine veranderlicke ghedachten
stellen selve mijn kaleidoscoop
voor een raetsel.
Ben ic dan toch
die ic niet en ben?
Julius Dreyfsandt, anno MMIII
Men heeft mij meermaels gezegd dat bovenstaende woorden niet licht te begrijpen zijn.
Dat verheugde mij.
Want wat zou anders het nut zijn van diepzinnigheyt indien zij onmiddellijk verstaan werd?
Zelfs ic, die dese woorden eertijdts heeft neergeschreven, bevond mij een jaer later in den toestand eener volslagen onwetentheyt.
Ic las.
Ic herlas.
Ic overlas.
En na den elfden keer begon ic te vermoeden dat zich hier een verschijnsel van bovenaerdschen aerd voordeed.
Op het eerste ghesicht vraagt den eenvoudigen lezer:
"Waer spreekt die man over?"
Een redelijcke vrage.
Ben ic soms een appel ende tezelfdertijt geen appel?
Ben ic Julius ende wederom niet Julius?
Ende wat heeft die kaleidoscoop hier mede van doen?
Men draait.
Men kijkt.
Men ziet nieuwe vormen.
Men draait wederom.
Men twijfelt aen alles.
Zelfs aen de draeyer.
Mijn psychiater geraeckte van deze questie bijkans hondsdol.
Regressiën werden toegepast.
Zielsdiepten onderzocht.
Herinneringen uitgewrongen.
Zelfs de baarmoeder werd in het onderzoek betrokken.
Doch sonder vrucht.
Ten langen leste riep men deskundigen bijeen.
Kenners van Shakespeare.
Meesters der Kaleidologie.
Professoren in Cryptogrammatiek.
Geleerden der Chaostheorie.
Ende zelfs de navolgers van Einstein wierpen hun licht op de saecke.
Doch hoe meer licht men wierp, hoe duysterder alles werd.
Toen besloot men ook een pastoor ende een paragnost te consulteren.
Alras werd men het over een saecke eens:
Julius kon dit onmogelijk zelf bedacht hebben.
Hier moest een hoogere macht in het spel zijn.
Bijbelteksten vlogen over tafelen.
De tafelen braken.
Nieuwe tafelen werden aengedragen.
Ook die raeckten beschadigd.
Men besloot dat eene meer professionele benadering wenschelijk was.
Derhalve stelde men een managementteam samen.
Hetwelck tegenwoordig de gebruyckelijke oplossing is voor alle problemen waarvan niemand begrijpt waerom zij bestaan.
De voorzitter werd gekozen uit de wereld der journalistiek, aangezien hi bewezen had de meest ingewikkelde saecken dermate eenvoudig voor te stellen dat zelfs de waerheyt er soms geen hinder van ondervond.
Ondertusschen gingen mijne sessiën bij den psychiater voort.
Het ziekenfonds betaalde.
Dat geeft de burger moed.
Daerenboven rook mijn zielsvorscher een toekomstig doctoraat.
Want naast de hoofdkwestie leed ic aen meerdere aandoeningen.
Zoo was daer de overschattingsdrang.
Dat is de neiging andere menschen, ende inzonderheyt schatjes, veel verstandiger te achten dan zij werkelijk zijn.
Voorts had ic een lichte vorm van balneurose.
Men weet dat men er twee heeft.
Men voelt er één.
Of juist andersom.
Ende ten slotte werd bij mij de zeldzame ziekte van Prospect vastgesteld.
Een dwangmatige behoefte om prospectussen ende folders bijeen te vergaren ende deze vervolgens aaneen te lijmen tot groote papiermassa's.
Dagen lang zaten wij met meskens ende vingers alles weder los te maken.
Mijn psychiater hielp dapper mede.
Geleidelijk naderde men een doorbraak.
Na jarenlang onderzoek ontdekte men dat wanneer een mensch jenever, cognac ende bier in zorgvuldig verkeerde verhoudingen vermengt, zulks nuttigt met een schimmelrijke Fransche kaes ende vervolgens den geheelen dag volhardt, er een oogenblick kan aanbreken waarop hi onweerstaanbaar wordt gedreven tot het staren in een spiegel.
Meestal op een toilet.
Dan ziet hi zijne weerspiegelinge.
En zegt:
"Ha Julius."
Of:
"Ha Metha."
Of:
"Ha Lia."
Waarop onmiddellijk de groote openbaring volgt:
"Neen."
"Dat kan ic niet zijn."
En aldus, waarde lezer, kwam de wetenschap eindelijk dichter bij mijn oude versregel.
Niet door wijsheid.
Niet door onderzoek.
Niet door management.
Maar door verwondering.
Want misschien is een mensch nooit geheel degene die hij denkt te zijn.
En gelukkig maar.
Anders zou er geen raetsel meer overblijven. 🍂




