Uyt de Kronijcke der Polder-Raeden
Uyt de Kronijcke der Polder-Raeden
Hoe het Nieuwe Liedt des Volcx geboren wert
In die dagen kwam onder het volck een murmelinghe op, dat weinigh zielen noch het oude Wilhelmus ten volle kenden. Ende waerlijck, menighen neuriede wel den wijzen gangh der melodije, maer verdwaelde reeds in den eersten versregel tusschen Nassau ende andere landouwen die hij nimmer hadde aanschouwd.
Daerom wierp ick, niet sonder eenige roekeloosheyt, den knuppel in het hoenderhof.
Ende siet:
een groot geluydt verhief zich.
Kakelinghen.
Gackelen.
Verontwaerdighde vleugelslagen.
Soo veel rumoer ontstondt dat men besloot eene Polder-Raed bijeen te roepen, opdat de vrede wederkeeren mocht.
Tot den Raed verschenen:
Oom Arie uyt de Jordaan.
Karel den Visscher van Feyenoords contreyen.
Henri de Geule uyt Maastricht.
Mannen van groot aensien in hunne eygene herbergen.
Ende aengesien geen vergaderinghe sonder voorzitter bestaen kan, werd ick belast met den hamer ende de leidinghe.
Alhoewel er dien avondt meer knopen over de tafel gingen dan er werden doorgehakt.
Want uyt ieder bier ontspruyten nieuwe knopen.
Dat leert de ervaringhe.
Het polderwater steegh somwijlen soo hoogh dat men de vergaderinghe naeuwelijcks boven water vermocht te houden.
Voor de laetste bijeenkomst binnen Maastricht werden zelfs zandtsacken rondom het vergaderhuys geplaatst, opdat niemand verrast zoude worden door een onverhoedse vloetgolf van overleg.
Toen eyndelijck de beslissende stemminge aenbrack, bevonden de heeren zich in een staet van verruymde inzichten.
Een toestand die veelal ontstaet wanneer lange beraedslaginghen worden afgewisselt met voortdurende bevochtiginghe der keel.
Maer de gastvrijheyt van Maastricht is van oudsher een deugd.
Men wist dat bedden voorhanden waren.
Ende aldus verloor de nacht hare gevaren.
Voor mij bleek zulcks een gunstigh gesternte.
Met behulp van eenige glaeskens, enkele ronden bier ende de welwillende vermoeidheyt der vergaderinghe gelukte het mij mijn voorstel door de Raed te doen aannemen.
Men noemt zulcks democratie.
Of ten minste een harer neven.
Kort daerna liet de Rijcx-Voorlichtings-Dienst in omfloerste woorden weten dat Hare Majesteyt geenszins wenschte dat de melodije gewijzigd zou worden.
Dit opdat de ouderlingen des landsch in stilte hun verdwijnende herinneringen konden mede-neuriën.
Daerom bleef de wijze ongeschonden.
Alleen de woorden werden vernieuwd.
Soo werd het eerste ware Volcx-Liedt geboren.
Geen oude helden.
Geen stoffighe geschiedenissen.
Geen vorsten op verre paarden.
Maer woorden recht uyt de herberge, geboren tusschen schuym, pijpenroock ende vaderlandsche dorst.
Tot de groote openbaeringhe werd besloten dat de Koninklijcke Fanfare der Polderschuyten van Waterswoude ende het Gereformeerde Gemengde Sangh-Collegie Jubilate Gladiolus tot Slaphorst het liedt aen het volck zouden voordragen.
En toen de groote dagh gekomen was, zaten duizenden voor hun kijkkasten.
De vaendels wapperden.
De glazen stonden gereed.
De fanfare blies.
Het koor kuchte.
Ende onder een stilte die de natie zelden gekend had, verhief zich het nieuwe liedt:
Me Soethout Als Gheweyr
Soo soet als een droppelken, een lollie uyt den busse, gij sijt mijn feyne moppelken, ick geef u eenen kusse.
Geen meyt en geeft mij andacht soo kleefsaem keer op keer, wie hadde dat ghedroomt, met soethout als gheweyr.
Waer feyn is dese romanse, geluck mijn innich deel, gij zijt een bruydt met kansen, gij zijt mij al te veel.
Een leven langh vol kinderen, met byslagh in den sack, uw boezem zij mijn pylaeren, mijn dagelijcx gemack.
Toen het liedt verstomde, bleef het eenige oogenblikken stil in het rijcke.
Men luisterde.
Men fronste.
Men dronk.
Men luisterde weder.
Ende daerna verklaerde een groot deel des volcx:
"Het is misschien dwaesheyt."
"Maer het klinkt als ons."
Ende aldus werd besloten dat de onderneminghe als een matigh succes beschouwd mocht worden.



