Naar de inhoud

POËZIE. SCHILDERIJEN. BEELDEN.

Gedichten over zin, onzin. Humor. Liefde.
En nog veel meer.

seniorennet.beseniorennet.be


WELKOM
met uw bezoek
En veel lees en kijkplezier op mijn blog

Bestand

BESTAND

De storm zweept de gevel
een scherm van regen
tranen wellen langs ruiten

Hoe voel ik mij
nu het weer zo triest is
en wij wachten op zon

Laat ik warmen bij het vuur
en kijken in de vlam
de zoete troost van woorden
die je onhoorbaar zegt

Iemand fluistert
in mij
en ik luister
het glas in de hand
in brons van de avond
gewiegd door dromen

De schoonheid van het denken
alles onder ogen zien
de kandelaar spreidt
zijn licht
de kamer half in schimmen
de kleuren diep

Hoeveel jaren tel ik
hoeveel dagen voel ik
ik sus mijzelf
en spreid mijn hand

Zo zit ik
in de gave van de avond
in vrede met mezelf

De straf ontlopen
wijs bestand gesloten
mezelf gezegend
mijn vriend geworden
                     
              
                       ©    Nest Martens

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

De tuin

                                 DE TUIN

Hoe ontgin ik mijn tuin                       Waar is het kruis
in dor zand                                            dat ik droeg
Hoe plant ik                                          op zere schouders
oogst ik                                                 wie hoorde ik
waar geen water is                             mijn groot gelijk

Prediker zonder kansel                      De grond is dor gebleven
Wie hoort mij                                        onkruid schiet op
als ik doven spreek                             geblakerd door zon
Wie ziet mij                                           waarom gesproken
als blinden kijken                                de vlag gedragen

Wat is mijn woord                                Een man predikt
als ik mij hoor                                       leeft in zonde
Woorden                                                huist bij hoeren
lichter dan de wind                             zit aan tafels
warrelend als bladen                          waar niets opstaat

Wil ik bekeren                                      Honger lijden
geloof in mij                                          in de tuin
Waar is de woordevloed                    bemest met woorden
als ik stom begraven word      
Wat rest
gekwetter van een vogel                                    ©   Nest Martens

Hoe vind je dit bericht?
1 reactie Reageer op dit bericht

Tot ik je zie

TOT IK JE ZIE.

Waar sloeg mijn hart
     warm en zacht
          wat gaf tover
               aan de dagen

Mijn hand telt
     de krans van dagen
          nu koude dwingt
               mij binnen houdt
                    gesloten in mijn huis

Ik hoor de roep van eenden
     ijlend door de lucht

De dag breekt open
     tot schaars licht
          vage schimmen haasten

Ik tel mijn munten
     wat kan ik geven
          om een sprankel goed

Mijn bitter drink ik
     zoet vloeit weg
          mijn hand warmt
              om een kom

Ik hul een deken
     om mijn kou
          stel mijn deur
               een handbreed oopen
                    tot ik je zie

                    Breng jij mij vuur
                                            
                                         
© Nest Martens

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Het bedpaleisje

HET BEDPALEISJE.
 
In 't warme bed
zo knus bijeen
de een de andere voelt
 
Zo tastbaar dicht
dit mooie lijf
de hand die zachtjes streelt
 
De tijd verglijdt
in innigheid
verweven met elkander
 
Aaneengesmeed
zo na het kan
de hartslag van de ander
 
Dit stilstaand uur
zo volgeladen
met gevoelen
 
warring van haren
deining van adem
doezel van geluk
 
Samen dromen
fluisteren zonder woorden
het hart zo mild gestemd
 
Armen om je heen
lichte druk van lippen
een vlinder op de huid
 
Overstroom van warmte
zinken in de droom
niet echt wakker worden
 
En om ons heen
de nacht
een stille waker

                                                ©   Nest Martens
Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

Dan toch

DAN TOCH

Op de rand van de afgrond, zag ik je staan.
Maar springen deed je niet
Nog niet.

Je ging langs vele wegen, kwam menig tegen.
Maar binden deed je niet
Nog niet.

Je dronk uit vele bekers, tot randen toe gevuld.
Maar braken deed je niet
Nog niet.

Je zag vele zomers, en winters bitter koud.
Van binnen niet bevroren.
Nog niet.

Je kuste vele monden, met bitter zoete smaak.
Maar spuwen deed je niet.
Nog niet.

Je plukte vele rozen, zo lokkend in de kleur.
Je prikken deed je niet.
Nog niet.

Je ruimde vele tafels, het voedsel toren hoog.
Maar stikken deed je niet.
Nog niet.

De melk uit haar borsten, laveloos in je mond.
Stuwt niet terug naar boven.
Nog niet.

Je greep alles om je heen, met niet te laven dorst.
zelf wordt je niet gegrepen.
Nog niet.

De afgrond gaapt nog steeds.
De rand brokkelt af.
De val niet meer te stuiten.
Dan toch

                                                              ©  Nest Martens
                                                           

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van POËZIE. SCHILDERIJEN. BEELDEN.

↑ Terug naar de berichten