Charmante neef zag nichtje komen en lichte even aan zijn hoed zijn huid en oogjes glommen wat hij zag was goed zo rozig roze geen doorntje dat stak ze konden broer en zuster wezen ze leken op elkaar
Hand en hand stapten zij toen verder zacht contact kroop omhoog de arm langs tot het hart ze hoorden merels fluiten en ook wel klokjes luiden omgeven door het lover bleven beiden staan
Hij deed een strikje open en zag iets meer van haar het vulde hem met blijdschap een beetje dieper weg voor onverholen blikken deed hij het bloesje af en zag twee popjes rode neusjes
De zachtheid was verblijdend hij pelde haar de laagjes af tot heel het nichtje prompt te voorschijn trad hij knielde van devotie en trok snel zijn kleren uit ze holden door het gras de zon was heel genadig en toen ze beiden vielen en naar de hemel stegen op vleugeltjes engelen bijna vervuld van zaligheid op wolkjes dreven harpen hoorden lachten zij snikten zij
De wolkjes werden wolkenbank en zo ruisten zij geblust gekoeld door regen naar beneden
Karelke die ergens in een dorp bachten de kuuppe woont is pas zeven jaar geworden en mag zijn eerste communie doen. Als hij aan de hand van zijn vader de kerk binnen stapt, valt het hem meteen op dat de andere communiekantjes allemaal vergezeld zijn van een vader en een moeder. Hij vindt dat wel een beetje raar en zou graag weten hoe dat komt. Na het communiefeestje bij de thuiskomst vraagt Karelke aan zijn vader. "Pa; Waar kom ik eigenlijk vandaan?" "Gij manneke; Gij komt van de ooievaar." "Maar pa toch; Hoe is dat nu godsmogelijk, er lopen hier in het dorp tientallen lekkere vrouwtjes rond, en gij neukt n' ooievaar."
Een man komt doodmoe na zijn dagtaag thuis. Hij ploft zich in de zetel en roept naar zijn vrouw. "Snel, een pintje voor het begint". Zijn vrouw brengt hem het gevraagde pintje. Hij drinkt het met volle teugen leeg. Na enkele minuten vraagt hij weer. "Snel, nog een pintje voor het begint." Zijn vrouw brengt hem het pinte terwijl ze hem wantrouwig bekijkt. Na tien minuten. "Snel nog een pintje, want het zal gaan beginnen/" Zijn vrouw wordt kwaad en roept hem toe. "Ga jij hier nu de hele avond zitten zuipen en mij commanderen?"
De snelle dood van zoete dromen treft mij hier in deze koele kamer tussen muren gevangen in mij vluchten zij naar open land naar bos en hei het dal de heuvel wenkt het gras is groen de bloemen lief de wind zo geurig de lucht azuur het water klaar met vissen die zwemmen onder vlak
Hier rust zacht mijn liefde en wacht in licht gevat door zon begoten
In het rusthuis Warmhof zitten vier bejaarde vrouwtjes in alle stilte te genieten van een aangenaam lentezonnetje, tot Melanie plots de stilte verbreekt, en zegt: "Ik ben onlangs 94 jaar geworden en ik hoor nog alles wat ze zeggen, maar ik heb wel hout vast. Je kan nu niet weten hoe het morgen zal zijn." "Ik ben nog één jaar ouder," zegt Elodie, "en ik heb nog al mijn tanden, maar ik heb hout vast. Je kan nooit weten hoe het morgen is." "Ik word binnen kort 97 jaar" zegt Marie, "en ik kan nog lezen zonder bril, maar ik heb hout vast, want morgen kan het al anders zijn." " Ik ben k' Ik 99 jaar en nog altijd maagd" zegt Mariëtje," "Maar ik heb wel hout vast. Men kan nu nog niet zeggen wat er morgen kan gebeuren."
Lowieke is al maanden aan een stuk aan 't zagen om een broertje bij te krijgen, maar zijn ouders willen daar niets van weten. Lowieke wil maar niet zwijgen daarover tot zijn vader het kotsbeu wordt en zijn zoontje bij zich roept. Lowieke: zegt hij. "hier hebt ge een zakje koolzaad, strooi dat uit ergens achter in de tuin, later zult ge dan wel zien wat het wordt". Lowieke: blijgezind dat hij wellicht een broertje zal bijkrijgen gaat het koolzaad uitzaaien. En tijd later mogen de geburen de geboorte vieren van een zoontje. Lowieke gaat mee op kraambezoek en bekijkt zo maar met een scheef oog het kleine wicht, tot de fiere vader plots vraagt. "Héwel: Wat denkt ge van ons zoontje. Lowieke kijkt met een boze blik naar de trotse vader en zegt "denk nu maar niet dat het zaad van u is, dat komt van mijn vader".