De dag erna
Ondanks ik goed geslapen heb, sta ik met een dwaas hoofd op. Nochtans ben ik gisteren matig geweest in eten en drinken. Ik moet vaststellen dat ik gewoon moe ben. Ook Karel is moe. De drukte van de voorbije weken begint te wegen.
Feitelijk hebben we de zondag nodig om wat te bekomen van de activiteiten in de week. Eens een lange siësta nemen, wat rondlummelen, uitgebreid lezen. Het komt er de laatste tijd niet meer van. Anderzijds: ik zou de voorbije zondagen niet willen missen.
Het is ondertussen ook kouder geworden. Niet direct mijn favoriet weer. Geef mij maar een hittegolf. Terwijl iedereen loopt te puffen, blijkt mijn energie niet op te kunnen.
Ik voel me zeurderig, net of de wereld op me weegt. Ik heb geen zin mijn mineur stemming op de politiek of ander chagrijn te steken, ik weet waar alles vandaan komt: ik ben te oud om de huidige drukte goed aan te kunnen, maar dat wil ik niet gezegd hebben. Gelukkig kan ik de voormiddag wat voor me uit luieren voor ik naar de tekenles ga. Ik neem me voor het rustig aan te doen: een begonnen tekening afwerken en als er tijd overblijft nog wat vlugge schetsen maken van de collega’s.
In de academie installeer ik me zonder veel enthousiasme. Rustig aan zal ook wel lukken. Eerst trakteer ik me op een koffietje, wellicht pept me dat wat op.
Ik kan me niet echt concentreren. Ik verknoei mijn werk. Zo erg is dat nu ook niet: ik wou gewoon wat uitproberen. Maar normaal wil ik elk werk wel verzorgen. Dan maar proberen schetsen maken van de collega’s. Het is de bedoeling van snel iets op papier te zetten, zodat een houding intuïtief vorm krijgt. Natuurlijk lukt het me nu niet. Ze bewegen zich, veranderen plots van houding … ik moet er geen verontschuldiging voor zoeken: ik ben er met mijn hoofd niet bij. Na wat knoeiwerk besluit ik er mee op te houden en naar huis te gaan om de zondagse siësta in te halen. Wellicht lukt het me dan morgen beter.













