Hotel Holiday Inn
Het hotel is wel even stappen vanaf het dichtstbijzijnde metrostation. Het is niet echt ver … maar we zijn wel moe en de ransel begint wel zwaar door te wegen. Het is een opluchting als we het hotel binnen stappen. We delen met zijn tweeën dezelfde kamer en hetzelfde bed. Christel en ik hebben reeds lang besloten elkaars bijslaapje te zijn, ook de anderen kunnen vlug beslissen hoe de kamerverdeling er uit zal zien. We krijgen een kaart die elektronisch de deur zal openen. Christel en ik slapen op de zesde verdieping, gelukkig niet aan de straatkant wat wellicht minder nachtlawaai oplevert. We spreken af om een kwartier later paraat te zijn voor de laatste expeditie: ergens lekker gaan eten.
Aan de balie vragen we info waar we terecht kunnen met onze honger. Neen, we hoeven niet door te stappen naar Mont-Martre, hier in de buurt zijn enkele restaurantjes waar de buurtbewoners zelf gaan eten en die zijn aan te bevelen. Ondanks de goede uitleg blijken we toch een straat te vroeg of te ver zijn ingeslagen en we zijn best tevreden als we een Italiaan ontdekken. Er is plaats om zes mensen samen te zetten. We laten ons met heel veel welbehagen neerzakken op de stoel: nu alleen nog genieten van iets lekkers en een glas wijn.
Blijkbaar geeft het samen zitten ons nieuwe energie. De wijn smaakt, het eten is lekker … en de verhalen boren een diepere laag van samenzijn aan. Na een dag die mooi maar vermoeiend was laat de ontspanning zich voelen in verhalen die nu tijd en ruimte krijgen. Een groep van zes is ideaal: ieder krijgt de mogelijkheid om te reageren en met haar verhaal naar buiten te komen. We hebben dan ook wel wat gemeenschappelijks: ieder is of was getrouwd, heeft opgroeiende kinderen, heeft wel wat meegemaakt in de jaren die achter ons liggen. Er is de bereidheid om elke verhaal met begrip en warmte te ontvangen … en tussendoor wordt behoorlijk wat afgelachen. Humor geeft sterkte om wat ondraaglijk lijkt te relativeren.
Terug naar het hotel. De straten laten het verkeer alleen in één richting toe, zodat langs beide kanten auto’s kunnen geparkeerd worden. Die staan dan neus aan bumper, tot zelfs op de zijkant van een kruispunt, in de draai, is een auto te vinden. Parijs zit eivol. Wat moet dit op een werkdag geven, als al die wagens de straat op moeten. De metro is geen luxe maar een noodzaak.
Parijs is tot zeven hoog volgebouwd: de zevende verdieping is een dak, de vroeger zolderkamers, verbouwd tot appartementen. Wat moet het in de zomer verstikkend zijn. De hoge bebouwing, de auto’s die hun weg zoeken, daartussen fietsers (niet zoveel aan de geparkeerde fietsen te zien) scooters (enorm veel parkings worden voor hen voorbehouden) en daartussen dan nog mensen met eventueel boodschappentassen, kinderwagens, rolstoelen …). Wat me wel opvalt: parijzenaars zijn kleurenblind. Die stappen met enthousiasme massaal door een rood voetgangerslicht wanneer de sloef auto’s voorbij is.
We gaan, na lekker eten en uitgebreid babbelen, terug naar het hotel. Ja, we willen nog iets drinken voor het slapengaan. Rustig nog wat napraten, ons voorbereiden op de nacht.
Christel en ik trekken naar onze kamer op de zesde verdieping. We zijn allebei moe. Gelukkig is het erg warm op de kamer. Gezien we allebei koukleumen zijn hindert dat niet, integendeel. Zo duiken we het gemeenschappelijke bed in, verlangend naar slaap en morgen … dat zullen we dan wel zien.







