Het gesprek
Het is goed om zich af en toe terug te kunnen trekken in een gesprek. Een gesprek waarin elke gesprekspartner zichzelf op een eigen wijze mag uitspreken. Binnen de ruimte die het samen spreken creëert kan gezocht worden wat het leven heeft aangericht.
Op het doodsprentje van mijn zusje, 6 maanden oud, gestorven in 1946 lees ik:
God gaf het ons,
God nam het ons,
Gods name zij geprezen;
‘t was wel bij ons,
‘t ging weg van ons,
‘t was beter in de Hemel;
daar blijft het ons,
daar wacht het ons,
daar zien wij ‘t eenmaal weder!
Zijn dat troostende woorden? In die tijd moesten mijn ouders het daarmee doen. Ik zie mijn vader, een grote man, in mijn ogen ongeveer een reus, me die morgen uit het bed halen en me helpen bij het aankleden. Hij kon zijn tranen niet tegenhouden. Het is de enige keer dat ik mijn vader weten wenen heb. En dan werd er nauwelijks nog over dat gestorven zusje gesproken. Tot op de vijftigste verjaardag van het huwelijk van mijn ouders er een video gemaakt werd, waarop hun samenleven werd uitgesproken. Toen moeder over de dood van dat zusje vertelde, bleef ze de rest van de opname wenen, zo brandend actueel zat die pijn nog in haar lijf. Waar kon ze met haar beleven heen, in een wereld die God dankbaar moest zijn om de dood van een kind, want: ‘’t was beter in de hemel’. Ik weet niet of Gezelle één moment van troost voor haar betekende.
Daarom wil ik een gesprek aangaan dat, wat zich innerlijk ontplooit, in woorden probeert neer te leggen: de pijn, de opstandigheid, de verwarring, de wanhoop, het uitzichtloze.
Vroeger nam ik deel aan de praatgroep Incest en Seksueel geweld. Een praatgroep die alleen tot doel had: ruimte scheppen zodat elke deelnemer, volgens eigen ritme en aanvoelen, in een taalgebruik waarmee zij/hij zich vertrouwd voelde, zichzelf kon uitspreken.
Nu zitten we maandelijks samen met een praatgroep van ouders die een kind verloren door zelfdoding. Twee uren de tijd nemen om te luisteren naar elkaars verhaal en te komen tot een echt gesprek. Dergelijke gesprekken zijn soms zwaar, bv. wanneer de zelfdoding nog maar pas gebeurd is. Het verhaal van de nieuwe ouder roept dan het eigen verhaal van zoveel tijd terug weer op. Maar juist daardoor kan je weer dichter bij je eigen beleven van ‘toen’ komen, omdat het ‘toen’ in het ‘nu’ opnieuw plaats vindt. Maar doorheen de jaren en de gesprekken leer je omgaan met die pijn. Het is alsof je kind dat toen weg ging, nu opnieuw geboren wordt, maar als innerlijke aanwezigheid in een wereld van graag zien.
In een echt gesprek proberen de gesprekspartners te verwoorden wat hen geraakt heeft in het leven. Zeer expliciet gebeurt dit in een diepgaand gesprek met vriend(inn)en, een therapeutisch gesprek of in een praatgroep rond bepaalde ervaringen. Door woord en wederwoord geraakt men dichter bij het verwoorden van de eigen diepe ervaring. Daardoor kan de rijkdom van de menselijke ervaring uitgepuurd worden, zonder tussenkomst van een godsdienstige, wetenschappelijke, morele of om het even welke instantie.















