Generositeit


Geven en schenken, delen en verdelen
Marc Verminck & Johan Van Looveren (red.)
Een ‘geschenk’ van een boek. Onder een smalle wikkel met de namen van de medewerkers, komt een omslag te voorschijn die je automatisch voorzichtig streelt. De geur van de drukinkt bevestigt het nieuw-zijn van het boek. Binnenin mooie kwaliteit maar net niet glanzend papier, dat aanmaant om heel voorzichtig de pagina’s om te slaan zodat met een nauwelijks hoorbaar zuchtje het ene blad op het andere valt. Er is ruimte voorzien voor de bedrukking: de bladspiegel laat de letters rustig hun woorden vormen, geeft tijd om te ademen, om te savoureren wat aangeboden wordt. Een boek dat al je zintuigen aanspreekt.
Eerst wil je even kennis maken met het boek als geheel. Naast het prachtige drukwerk, wat je dan later als tekst zal lezen, ontdek je ook afbeeldingen van heel goede kwaliteit; een Facebook discussie wordt afgeprint of met witte letters op een zwarte achtergrond en schuin lopende marges wordt een toon gezet die aanduidt dat je hier toch iets speciaals in handen hebt. Heel het boek nodigt tot aandachtig lezen: wat hier zo mooi vorm krijgt moet toch de moeite waard zijn.
Generositeit… kan dat de hedendaagse mens nog aanspreken? Auteurs van verschillend pluimage (filosofen, psychoanalytici, kunstenaars, letterkundigen …) werden gevraagd om met dit begrip aan de slag te gaan. Hoe kunnen zij, vanuit hun eigen vertrouwde, doordachte, ervaringsgerichte invalshoek iets over dit begrip zeggen?
En dan blijkt de taal precies te klein om de wereld van generositeit aan te bieden. Je hebt de benaderingen die de generositeit plaatsen in de culturele en sociale context waarin de samenleving dit begrip bedacht. De Grieken, met hun opvattingen over mens-zijn en samenleven hadden duidelijk een ander begrip over generositeit dan de gelovigen van de monotheïstische godsdiensten. Dan komt er een essay te voorschijn dat het heeft over het ‘giftige’ schenken… en wat met het testamentaire schenken? Zo krijgt ridderlijkheid een erg vreemde betekenis: na de plundering, het veroverde ‘ridderlijk’ weggeven, zonder zichzelf te verrijken. En heeft generositeit een eenduidige betekenis of moeten we op zoek naar de mogelijke betekenissen en daardoor dit begrip met de nodige nuances benaderen? Heeft generositeit iets met kunst te maken en waar kunnen we dat terugvinden?
Het is geen boek om in één avond uit te lezen. Het best leg je het op een plaats waar je het af en toe ter hand kan nemen om essay na essay tot je te laten doordringen. Er zitten wel essays bij die niet zo direct toegankelijk zijn voor iemand die niet in een bepaald vakgebied gespecialiseerd is. Wie is vertrouwd met de ‘leegte’ van Lacan? Moet je dan niet wat meer over deze psychoanalyticus en zijn visie vernomen hebben? Dan heb je wellicht de neiging om het boek meteen in de boekenkast te plaatsen bij de mooie uitgaven. Niet doen: andere essays nodigen de lezer uit om na te denken, zich in te leven in wat de schrijver probeert uit te leggen, hoewel me soms het gevoel bekruipt dat de woorden een wereld oproepen die niet meer buiten dit woordenbestand geraakt, teveel vakjargon, teveel begrippen met specifieke betekenissen, ver weg van de realiteit van de gewone mens, waardoor ik me de vraag stel: voor wie is dit boek bestemd?
Als mooi geschenkboek vind ik het heerlijk! Wat de inhoud betreft heb ik een dubbel gevoel. Sommige essays hebben me enorm aangesproken, andere zijn van zo’n ‘ingesloten’ niveau dat ik niet zou weten aan wie ik dit boek cadeau zou willen doen als ik het louter om de inhoud ‘genereus’ zou willen weggeven, ook al zouden de ontvangers geschoolde lezers (m/v) zijn.
Het is een mooi uitgegeven boek, heel aantrekkelijk om in handen te hebben, maar het geeft de indruk dat sommige essays niet nagelezen zijn, want vaak stoot ik op fouten die maar best vermeden werden. Op p.40 haalt men de (vertaalde ) tekst van Fénelon aan, maar omdat het woordje ‘dan’ vervangen werd door ‘dat’ is het goed dat onderaan de oorspronkelijke tekst wordt weergegeven, zodat men de zin zelf kan vertalen: ‘Er is geen bitterder penitentie dat (moet zijn: dan) die toestand van louter geloof zonder enige tastbare grond. Dan stop je plots met lezen omdat je gehinderd wordt door een zin die geen Nederlands meer is. Als liefdeseis gesplitst wordt en er komt liefde- en seis (p. 41) te voorschijn is het even nadenken waarover het gaat. Zo gaan er een aantal (kleine) fouten schuil onder de zo verzorgde uitgave, en dat is wel jammer.
Toch kan ik het boek aanraden voor mensen die graag wat grondiger nadenken over het begrip ‘generositeit’. Gewoon proberen over de foutjes heen te lezen en genieten van wat aangeboden wordt.




















