Huilen tegen de maan
Voor we met Toby naar huis gaan willen we wat noodzakelijke inkopen doen. We hebben wel een paar dagen terug tweedehands een bench gekocht, maar voor de rest moet alles nog aangeschaft worden wat een hond nodig heeft: eten, onderlegger voor de bench, een leiband, poepzakjes … In de zaak mogen we met Toby binnen. Met het touw aan de halsband snappen andere kopers dat die hond uit een asiel komt, trouwens, dat ruik je ook. Maar met zo’n dier aan een touw heb je onmiddellijk gesprekspartners die goede raad willen geven. Dat op zich is al een leuke ervaring: hoe een hond sociale verbinding tot stand brengt. We kunnen het niet laten hem ook een speeltje te kopen: iets dat het uitzicht heeft van een touw, dat verhard is en als de hond er stukken van opeet nog voedzaam is. Zou goed zijn voor de tanden … ik denk vooral voor de fabrikant.
Dan naar huis. Toch wel een mooi moment: over de drempel stappen in het besef dat dit dier je voor de rest van zijn of ons leven zal vergezellen. En wat is Toby rustig. De auto is voor hem een evidentie. De huiselijke ruimte maakt hem nieuwsgierig. Hij onderzoekt al snuffelend vreemde geuren en voorwerpen. Een dekentje dat ik van ergens opduik verklaart hij onmiddellijk als zijn lievelingsplekje en valt daarop prompt in slaap.
Hij krijgt te eten … maar daar is weinig enthousiasme bij te bespeuren. Wellicht heeft hij geen honger van de stress: al die nieuwe indrukken, vooral geuren. Karel laat hem buiten en hij doet voorbeeldig zijn behoeften. Je merkt dat deze vierjarige, gecastreerde reu prima is opgevoed.
’s Avonds ligt hij aan onze voeten te waak-slapen. Dan wordt het voor ons bedtijd. We stoppen Toby tegen zijn zin in de bench. We zijn nog niet op onze slaapkamer of hij jankt en blaft. De vorige uren liet hij geen geluid horen, maar dat haalt hij nu in. Karel naar beneden. Na enige tijd terug naar boven. Terug naar beneden. Ik luister hoe Karel probeert Toby rustig te krijgen. Zolang Karel bij hem zit, lukt dat prima. Nog niet in bed begint het blaffen en janken opnieuw. Straks komen de buren aankloppen of het niet stiller kan, want zowat het halve dorp geniet mee met deze nachtelijke minnestreel.
Naar beneden, terug naar boven … tot we afspreken in shiften te werken. Ik zal de eerste periode aanpakken … zo kan ik nog wat klossen, dan gaat de tijd zo voorbij. Toby is voorbeeldig stil. Tot goed drie uur hou ik het vol. Ik trek naar boven, maar ik ben nog niet aan de slaapkamer of het janken en blaffen begint. Nu komt Karel in aktie. Hij heeft wel nog geen oog dicht gedaan. Natuurlijk zijn we beiden ook te opgewonden om te slapen … net als Toby.
We zijn blij dat de morgen zich aankondigt: een nieuwe dag en wellicht zullen de aanpassingsproblemen wel overgaan. Toby moet immers ook wat tijd krijgen om te wennen.


