Bijpraten met de familie
We hebben een tafel gevonden waar we met zijn vijven nog een plaats vinden. Lekkere broodjes en een overvloed aan beleg liggen op ons te wachten. We informeren naar elkaars gezondheid (hoe ouder je wordt hoe belangrijker, want een noodzakelijke voorwaarde om goed te functioneren) de kinderen en kleinkinderen. Gezellig en ondertussen laten we het hongergevoel verdwijnen.
Daarna komen neven en nichten hun opwachting maken, we hoeven ons zelf niet te verplaatsen, ze zijn ons voor.
Op een tafel bij de inkom ligt een fotoalbum van tante Stef: enkele foto’s als kind en jonge vrouw. Het betrof een periode dat er niet zoveel foto’s genomen werden … want wie beschikte in de jaren tussen de twee oorlogen al over een fototoestel? Mijn grootvader was een arbeider, grootmoeder zwaaide de plak over zes zonen en een dochter.
Dan foto’s van haar trouw, een foto ergens op straat met haar zoon … er waren toen ‘straatfotografen’ die op een kermis foto’s maakten en probeerden zo hun boterham te verdienen. Voor onze kinderen en kleinkinderen een sprookje uit lang vervlogen eeuwen.
Er ligt ook een album met kantwerk dat ze maakte. De zus van haar schoondochter leerde haar de basis aan (ik herken de werkstukjes die ik ook maakte bij het begin van het academisch jaar) … en voor de rest volgde ze de patronen van de kantbrieven (een blad dat om de zoveel tijd verscheen). Aan tafel stelde een broer dat ik toch op tante Stef geleek … maar dat we los van elkaar gegrepen werden door het kantklossen … dat is weer een gemeenschappelijk punt aan ons curriculum toevoegen. Ik vind het gewoon fantastisch. En wat kon ze het goed!
Op een laag tafeltje ligt een valies met poppenkleedjes … die ze de laatste jaren maakte, tot zelfs in het rusthuis waar ze twee jaren verbleef.
Die rusteloze, creatieve handen van haar, om te koesteren.






