Het grootouderlijke huis
Ergens langs de spoorweg kochten mijn grootouders een groot stuk moerasgrond. Het stuk grond was omgeven door water: een beek mondde uit in een brede waterloop en de straatkant had geen omheining nodig: een diepe gracht scheidde het perceel van de straat, waarschijnlijk toen een verharde weg. Het water omgrensde een driehoek die van braakgrond, bouwgrond werd.
Aan de straatkant, de basis van de driehoek, lagen rootputten tegen de spoorweg aan. Bijna 100 jaren terug, was deze grond waarschijnlijk nauwelijks iets waard: ik weet niet of er gras groeide dat begrazen kon worden.
En samen met mijn grootmoeder, zes zonen en één dochter als jongste, begon mijn grootvader aan de ontginning van deze woestenij.
Het verhaal gaat dat hij zelf veel aan het huis heeft gewerkt en dat hij met de spade de braakgrond omspitte tot een moestuin, in samenwerking met de zonen … een ploeg van zes helpers is niet te versmaden.
Mijn grootvader opteerde voor degelijk materiaal: stenen, balken … alles moest toekomst kunnen trotseren. En dat heeft het huis ook gedaan. In 1928 ging de familie er in wonen … en de jongste dochter heeft er tot 2013 in vrij comfortabele omstandigheden in gewoond, zij het wel met de nodige aanpassingen.




