Fuga van de dood II
we graven een gat in de luchten daar lig je niet krap
Ook dit is een tegenstelling. Je kunt een gat in de grond graven, maar in de lucht?
Dit roept het beeld op van het Jiddische ‘luftmensj’: iemand die, zelfs als de realiteit het tegenovergestelde bewijst, blijft hopen dat het goed komt.
Waar bestaat de hoop nu uit? ‘Daar lig je niet krap’. De gevangenen wisten dat ze voorbestemd waren tot de dood. Soms werden de lijken gedumpt in massagraven, dan weer werden ze massaal verbrand in crematoria.
Het is een bittere hoop. Het is een manier om te ontsnappen aan de ontmenselijking die ze in de kampen ondergaan: in hun denken zijn ze vrij, daarmee trekken ze de lucht in en zorgen daar voor hun graf als mens.

