Axolotl (Okidoki)

Axolotl
Van Wikipedia
| Axolotl IUCN - status: Kwetsbaar | |||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| |||||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||||
| |||||||||||||||
| Soort | |||||||||||||||
| Ambystoma mexicanum Shaw , 1789 | |||||||||||||||
De axolotl (Ambystoma mexicanum ), in de volksmond ook wel Mexicaanse wandelvis (letterlijk uit het Engels), is mits volledig ontwikkeld een landbewonende molsalamander, maar de meeste wilde exemplaren blijven aquatiel . De naam axolotl komt uit het Azteekse Nahuatl .
Inhoud[ verbergen ] |
[ bewerk ] Beschrijving
De axolotl valt op door zijn aparte voorkomen en zijn verschijnselen van neotenie , hij blijft namelijk in zijn larvale stadium, zelfs wanneer het dier seksueel rijp en dus volwassen is. Hij ondergaat in de natuur geen verdere metamorfose.
Een volgroeide axolotl (18 tot 24 maanden) heeft een lengte variërend van 150 tot 450 mm, hoewel een grootte rond 230 mm het meest voorkomt en ze zelden groter worden dan 300 mm. Ze hebben typerende varenvormige kieuwstructuren die niet bedekt zijn (zoals de kieuwen van vissen en jonge kikkervisjes ; axolotls ademen door de huid en hebben ook longen. De kleur varieert van albino of wit, via grijs en bruin tot zwart. Wilde axolotls zijn zelden wit, maar de mutante witte vorm met donkere ogen die vaak voorkomt in laboratoria en dierenwinkels werd geschapen in een Amerikaans lab in de jaren 1950 .
[ bewerk ] Ontdekking
De eerste levende axolotls werden in 1863 vanuit Mexico naar Parijs gebracht. Het betrof drieëndertig donkergekleurde exemplaren en één albino . Zij bleken zich snel aan te passen en plantten zich zelfs voort.
Vanuit Parijs werden zowel eieren als volwassen axolotls verstuurd over de hele wereld. Nog steeds is de axolotl de meest bestudeerde amfibie. In Parijs werden de axolotls bestudeerd in een herpetologisch onderzoekscentrum voor reptielen en amfibieën door Duméril .
Cuvier had al voor 1863 dode exemplaren bestudeerd. De overeenkomst met larven van onze gewone salamanders was hem opgevallen en hij meende dat axolotls larven moesten zijn van een grote, onbekende salamander. Toen men zag dat de later bestudeerde, levende axolotls zich in het 'larvale stadium' gingen voortplanten, moest men deze gedachte wel opgeven.
De in de Balkan levende olm (Proteus anguinus ) en de Noord-Amerikaanse sirenen (Fam. Sirenidae) houden ook de jeugdkenmerken in het volwassen stadium, wat neoteen wordt genoemd. Daarom rekende men deze vroeger samen met de axolotl tot een aparte groep, de Perennebranchiata, dat zijn dieren met blijvende kieuwen. Zij werden beschouwd als een overgang van de kieuwdragende vissen naar de, via longen ademende, salamanders.
Thomas Hunt Morgan leefde van 1866 tot 1945. Hij deed genetisch onderzoek, dat is onderzoek naar het doorgeven van eigenschappen van ouders op kinderen van levende wezens en ook van planten.
Hij ontving de Nobelprijs in 1933 voor zijn onderzoek waar onder andere axolotls bij betrokken waren. De bioloog Jean Rostand deed in Parijs tot in 1967 ook onderzoek waarbij hij axolotls gebruikte.
[ bewerk ] Algemeen
De axolotl kwam oorspronkelijk voor in het Xochimilcomeer en het Chalcomeer in Midden- Mexico , ze leven ook in "axalapascos", vulkanische kraters gevuld met water. De axolotl is een vleeseter, hij jaagt op kleine prooidiertjes zoals insecten en kleine vissen, die hij in zijn geheel doorslikt. De wilde populaties zijn sterk bedreigd geraakt door de groei van Mexico-stad . De axolotl wordt op dit moment door CITES als een bedreigde diersoort beschouwd. In het Spaans heet hij ajolote . De axolotl is verwant aan de tijgersalamander (Ambystoma tigrinum ), en wordt soms ook wel als een ondersoort van de tijgersalamander beschouwd in plaats van een aparte soort. Axolotls kunnen een metamorfose ondergaan, hoewel ze dit slechts zelden doen. Door heel langzaam het waterniveau te reduceren treedt heel soms de metamorfose op; door het geven van het schildklierhormoon thyroxine kan men de metamorfose betrouwbaarder in gang zetten. In de gemetamorfoseerde vorm lijkt het dier op de Ambystoma mavortium , die verwant is aan de tijgersalamander.
[ bewerk ] Toepassingen
De axolotl wordt gebruikt in laboratoriumonderzoek en grote aantallen worden in gevangenschap gekweekt. Het meest opmerkelijke aan de axolotl is zijn mogelijkheid tot regeneratie : de axolotl herstelt zich zonder littekenweefsel te vormen. Hij kan zelfs vernielde ledematen herstellen en in sommige gevallen nog belangrijkere structuren. Er is ook beschreven dat zelfs de minder vitale delen van hun hersenen volledig kunnen herstellen. Nog een interessant gebied voor het onderzoek zijn de grote en robuuste embryo's die hierdoor, in combinatie met de doorzichtige eischaal, makkelijk zijn te bestuderen. Een andere amfibieënsoort die hiervoor veel wordt gebruikt is de klauwkikker .
[ bewerk ] De Axolotl in de literatuur
De Argentijnse schrijver Julio Cortázar (1914-1984) schreef een surrealistisch verhaal over de axolotl. Hierin vereenzelvigt de ik-figuur zich dermate met het dier, dat hun beider identiteit vervaagt en door elkaar lijkt te zijn overgenomen. Het verhaal is afkomstig uit de verhalenbundel Final del Juego (Einde van het spel) uit 1956 en werd opgenomen in de Nederlandstalige verzamelbundel Brief aan een meisje in Parijs, vertaald door J.A. van Praag (Meulenhoff, 1969).
[ bewerk ] Externe link
- Axolotls : een pagina met interessante beelden en meer informatie (Engelstalig).
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen zijn te vinden op de pagina Ambystoma mexicanum op Wikimedia Commons . |













Er bestaat ook een Zwarte Noorse Elandhond , die vanzelfsprekend zwart is, maar ook een iets ander type heeft. Qua schofthoogte zijn ze iets kleiner ( de reu : 45 cm en de teef iets minder ). Ze zijn nauw verwant, net als trouwens andere jachthonden van het Keeshondentype. In België en Nederland worden de Elandhond en aanverwanten tot de Keesachtigen gerekend en niet tot de Hounds. Ook Zweden kent een Elandhond. Verdere verwanten zijn 
Buik is iets opgetrokken. De benen zijn recht, sterk en middelmatig lang. De hals is matig gespierd en zonder keelhuid. Kleur : rood tot vaal, wolfsgrauw, zwart en zwart met aftekeningen ( grijsbruin boven de ogen, aan de onderzijde van de benen en aan de broek en staart ). Alleen de exemplaren die effen gekleurd zijn, zijn bij de FCI geregistreerd. Hoofd en schedel : het hoofd neigt naar het wolventype. Van boven gezien wigvormig, met spits staand oor. Vlakke schedel met voorhoofdsgroef. Rechte neusrug met weinig stop. Donkere ogen, niet te diep liggend en amandelvormig. Oren zijn middelgroot en staan rechtop. Gesloten lippen. Schaargebit. Staart : in rust afhangend en tot aan het spronggewricht gedragen. In actie opgerold of zijdelings over de rug gedragen. Voeten : grote voeten met stevige voetzolen. Gewelfde tenen. Vacht : over het gehele lichaam dicht onderhaar ( de wol ) en middellang, los aanliggende grannen ( bovenhaar ). Het gezicht, oren en onderstuk van de benen zijn korter behaard. De beharing op de halspartij is maar iets langer dan die op het lichaam en vormt geen manen. De vacht vraagt een regelmatige borstelbeurt. Schofthoogte : voor reuen van 52 tot 60 cm en voor teven 48 tot 56 cm. Het gewicht bedraagt voor reuen 23 tot 32 kg en voor teven 18 tot 26 kg.




beneden geschoren, wat het dier zijn typische uiterlijk geeft. 
De Polski Owczarek Nizinny is een middelmatig grote hond, compact gebouwd, sterk en gespierd. Het lichaam is matig lang met brede en diepe borst. De ribben zijn goed gerond. Licht gebouwde benen, niet te kort doch sterk. Matig lange hals zonder keelhuid. Kleur : elke kleur en aftekening toegestaan. Hoofd en schedel : het hoofd is matig groot, goed in verhouding en zeker niet grof. Beharing dicht op de schedel. De schedel verhoudt zich als 1:1 tot de voorsnuit. Eventueel is de voorsnuit iets korter. Matig brede schedel, licht gewelfd. De stop is goed aangegeven. Rechte neusrug en krachtige kaken. Grote donkere neus met goed geopende neusgaten. Middelmatig grote ogen, ovaal van vorm, met een levendige en doordringende blik. Oren van middelmatige grootte, hartvormig breed en hoog aangezet. De voorkant van het oor ligt tegen de wang aan. Schaargebit. De staart is gecoupeerd of van nature zonder staart. De voeten zijn ovaal, met gesloten, iets gebogen tenen. Nagels zo donker mogelijk. De vacht : lang, dicht en grof. De ondervacht is wollig en dicht. Lange hoofdharen bedekken de ogen op karakteristieke wijze. De vacht dient het best dagelijks geborsteld te worden. Schofthoogte : reuen 45 tot 50 cm en teven 42 tot 47 cm. Het gewicht bedraagt 15 tot 20 kg.



opmerkingsgave maakt hem voor meer als alleen bewakingsdoeleinden geschikt. Doordat hij al zijn zintuigen zo goed gebruikt, en hij zo sensibel is, is hij een zeer bruikbare hond in alle hondensporten. 
Kleur: Zwart of zwart met enkele grijze haren. 









