Schattig (Martina1)

|
|
Schattig (Martina1)
|
|
Wereldfoto (Martina1)
![]() |
![]() |
|
KRUIPSMOKKEL. Een medewerker van de Amerikaanse justitie toont een van de beschermde schildpadjes die door gewetenloze smokkelaars illegaal op de Amerikaanse markt waren gebracht. |
Beagle (hond) (Ereli)
|
| |
|
| |
|
| |
| Namen | Beagle |
| Oorsprong | Groot-Brittannië |
| Classificatie | FCI : Groep 6 Sectie 1 #161 Zie ook de lijst van FCI-nummers |
|
| |
| Zie ook | Hond - Lijst van hondenrassen |
De beagle is een hondenras . In Groot-Brittannië werd en wordt hij gebruikt voor de jacht op konijnen en hazen . Hierbij moet de hond het dier vangen en doodbijten.
De hond is stevig gebouwd. De schofthoogte varieert van 33 tot 41 cm en het gewicht is ongeveer 15 kilo. De hond heeft een eigenzinnig karakter en gaat graag zijn eigen gang, maar dat weten veel baasjes in het ras juist erg te waarderen.
De hond is een tricolor, dit betekent dat hij in 3 kleuren voorkomt: zwart , wit en lichtbruin ; de meeste beagles hebben alle drie de kleuren. Oudere beagles hebben natuurlijk ook grijze haren. De beharing kent twee variëteiten: de gladharige en de ruwharige. Bij de gladharige is het haar glad, heel dicht en niet te kort. Bij de ruwharige zeer dicht, stekelig en draadachtig. De vacht is goed bestand tegen weersinvloeden. Sinds 1950 is de ruwharige beagle uit de rasstandaard geschreven en komt officieel niet meer voor. Ook komen er twee kleuren voor in bijv. lime, tan, zwart , geel en rood .
De naam Beagle is afkomstig van het woord Beag, Beg of Beigh, wat "klein" betekent in het Keltisch, en werd voor het eerst gebruikt in de regeringstijd van koning Henry VII (tussen 1457 en 1509 ).
De beagle is een vriendelijke, enthousiaste hond. De in veel boeken over beagles als "vrolijk" omschreven honden zijn over het algemeen vriendelijk en niet agressief of verlegen. Ze houden van menselijk gezelschap en hoewel ze vreemdelingen soms in eerste instantie terughoudend of met geblaf tegemoet treden, zijn ze snel gewonnen. Dit maakt beagles enerzijds geen goede waakhonden, maar vanwege hun typische beaglegeblaf kunnen ze kwaadwillenden wel afschrikken.
Beagles kunnen zeer goed met kinderen overweg en dat is wellicht de belangrijkste reden dat ze de laatste decennia in steeds meer huishoudens gehouden worden. Beagles hechten zich zeer aan hun baasjes en kunnen separatieangst krijgen als ze te lang alleen gelaten worden.
Beagles zijn intelligente honden, maar zeer doelbewust en eigenwijs. Dit maakt het opvoeden voor sommige mensen lastig, maar het eigenwijze karakter bezorgt de opvoeders doorgaans veel plezier. Beagles luisteren over het algemeen goed, maar er hoeft weinig te gebeuren om hun aandacht af te leiden.
Knudde
Dromedaris (Ereli)
| Dromedaris | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| |||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
| |||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Camelus dromedarius Linnaeus , 1758 | |||||||||||||
Oorspronkelijk leefgebied |
De dromedaris of éénbultige kameel (Camelus dromedarius ) is een grote kameelachtige , die tegenwoordig enkel in gedomesticeerde vorm kan worden aangetroffen. De dromedaris wordt regelmatig gebruikt als last - en rijdier in woestijngebieden . Hij is zeer nauw verwant met de kameel . De twee kunnen onderling kruisen . Een kruising tussen een dromedaris en een kameel wordt hybridekameel genoemd.
Inhoud[ verbergen ] |
De dromedaris is ongeveer drie meter lang en 190 tot 230 centimeter hoog (met de bult als hoogste punt). Het dier weegt tussen de 450 en 700 kilogram. De dromedaris heeft één bult, een lange, gebogen hals en lange poten, die eindigen in twee tenen. De dromedaris heeft een korte, ruige en dichte vacht, die langer is op de kruin, de nek, de hals, de romp en de staartpunt. De vachtkleur varieert van wit tot bruin. Op de ellebogen , de knie - en zoolgewrichten en op het voorhoofd zitten eeltplekken , die zeven millimeter dik zijn en bestaan uit een flexibel, verhoornd vlies.
Kameel en dromedaris lijken veel op elkaar. Het duidelijkste verschil tussen de twee soorten is het aantal bulten op de rug: een kameel heeft er twee en een dromedaris slechts één. Ook heeft de dromedaris veel korter haar, langere poten en is hij slanker gebouwd dan een kameel. De dromedaris komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten , de kameel uit Centraal-Azië .
De verschillen in uiterlijk zijn te verklaren als aanpassingen aan het klimaat: de winters en nachten in de Centraal-Aziatische woestijnen kunnen zeer koud zijn, terwijl het in de woestijnen in het Midden-Oosten zeer droog en heet kan zijn.
De dromedaris voedt zich met gras en andere planten, ook de taaie, doornige, zoute en uitgedroogde planten die de meeste andere dieren laten staan. Door de gespleten bovenlip is hij in staat zelfs doorntakken te eten. Bij een hoge voedselvoorraad eet hij twee tot drie kilogram voedsel per uur. De dromedaris eet slechts een geringe hoeveelheid van dezelfde plant, in tegenstelling tot een geit , die een struik kaal kan eten. De tanden van een dromedaris groeien hun hele leven door. Om ze af te slijten knabbelt hij aan hard materiaal als botten en stukken hout. De dromedaris kan voor langere tijd zonder water. Als hij kan drinken, drinkt hij grote hoeveelheden: meer dan honderd liter water in tien minuten komt voor.
Net als bij de kameel maakt de dromedaris gebruik van zijn bult voor de opslag van vet , zodat het dier enige dagen zonder water en voedsel kan overleven, zelfs in de hete woestijn. Het vet in de bult wordt gebruikt voor de productie van energie en vocht . Op zeer hete dagen kan een dromedaris meer dan een kwart van zijn lichaamsgewicht verliezen zonder in levensgevaar te komen. Een goed doorvoede bult staat hoger dan een al benutte bult. Overigens bezit een dromedaris als embryo nog een tweede bult, maar die komt niet tot ontwikkeling. Ook beschermt de bult de dromedaris tegen de hitte door warmte te absorberen . De lichtgekleurde vacht van de dromedaris zorgt er ook voor dat veel zonlicht wordt weerkaatst.
De eeltkussens onder de voeten beschermen hem tegen het warme zand. De neusgaten en oren zijn bedekt met lange haren, die het zand tegenhouden. Om diezelfde reden heeft het dier lange wimpers . Ook kan het dier zijn neusgaten sluiten.
Water wordt niet in de bult opgeslagen, maar wel in de maag . Ook wordt er zo min mogelijk water verspild: de nieren resorberen een groot deel van het vocht, waardoor de urine zeer geconcentreerd is, en ook de uitwerpselen bevatten nauwelijks vocht. Ook kan de lichaamstemperatuur van een dromedaris zo'n zes tot acht graden stijgen tot een temperatuur van zo'n 41°C voordat zijn lichaam oververhit raakt en hij moet zweten om af te koelen. 's Nachts kan zijn temperatuur dalen tot 34°C.
Dromedarissen leven in kuddeverband . Dieren herkennen elkaar voornamelijk aan de geur, die per individu verschilt. Ze kunnen hierdoor soortgenoten al van enkele kilometers afstand herkennen. Om het jaar wordt één enkel jong geboren. De draagtijd bedraagt 365 tot 440 dagen. Als het jong geboren moet worden, zondert het wijfje zich af van de rest van de kudde. Na een of enkele dagen, als het jong kan lopen, keert het wijfje met het jong terug naar de kudde. Het dier wordt ongeveer een jaar gezoogd, maar al gelijk na de geboorte eet het jong planten. Na twee maanden gaat hij regelmatig grazen. Als het jong van zijn moeder wordt gescheiden, slaakt het jammerende geluiden, waarmee het contact zoekt met zijn moeder.
De dromedaris is waarschijnlijk al voor 4000 v.Chr. gedomesticeerd in het midden of zuiden van Arabië , waar de dieren waarschijnlijk voor het laatst in het wild voorkwamen. De precieze datering is onbekend: sommigen beweren dat de dromedaris al in de 12e eeuw v.Chr. was gedomesticeerd. Pas veel later is hij naar andere gebieden verspreid. Pas tussen 2500 en 1500 v.Chr. werden de dieren verspreid over de rest van het Midden-Oosten en (via schepen) naar Noordoost-Afrika, vanwaar ze via de zuidelijke Sahara Noordwest-Afrika bereikte.
Ook in Europa is het dier ingevoerd (in 1136 kwamen ze voor tot aan de Rijn voor), maar de dieren zijn hier weer verdwenen. Wel werd de soort met succes in 1405 op de Canarische eilanden ingevoerd, waar het dier nog steeds voorkomt. In 1856 heeft men geprobeerd dromedarissen te houden in het zuiden van de Verenigde Staten , maar deze poging mislukte toen tien jaar later de Amerikaanse Burgeroorlog uitbrak.
Dromedarissen worden nu in gedomesticeerde vorm vooral aangetroffen in de halfdroge en droge graslanden, vlakten en woestijnen van Noord- en Oost-Afrika , het Arabisch schiereiland en het zuidwesten van Azië , tot in Noord- India . Er zijn tegenwoordig meer dan twaalf miljoen dromedarissen, die voornamelijk in Afrika leven. De meeste dieren leven in Soedan (zo'n 2,8 miljoen dieren). Somalië heeft de hoogste dichtheid, zo'n 3,14 dromedarissen per km².
In het wild komt het dier niet meer voor, maar er zijn kuddes verwilderde dromedarissen in Libië , waar de dieren in de twintigste eeuw achtereenvolgens zijn uitgestorven, herintroduceerd en aan hun lot overgelaten. De grootste kudde verwilderde dromedarissen (zo'n twintigduizend dieren) leeft in Midden- en West- Australië . Hier is de soort vanaf 1849 ingevoerd, vergezeld door kameeldrijvers uit Baluchistan , om bij te dragen aan de verkenning en kolonisatie van het droge continent. Later werden de dromedarissen gebruikt om voedsel te brengen naar geïsoleerde nederzettingen en om materiaal te vervoeren voor de aanleg van spoorlijnen en telegraafpalen . Toen de dromedarissen niet meer nodig waren, werden ze grotendeels vrijgelaten.
Het dier is door zijn grootte en zijn vermogen om het langere tijd uit te houden in de woestijn zeer geschikt als last- en rijdier in de hete woestijn. Hierdoor was de dromedaris lang het ideale vervoermiddel door de woestijn, en hieraan heeft hij de bijnaam 'schip der woestijn' te danken. Vroeger werd het dier gebruikt voor handels karavanen , die tegenwoordig zeldzaam zijn. Zoutkaravanen met dromedarissen bestaan nog steeds in het zuiden van de Sahara, als Mauritanië , Mali en Niger . De melk van dromedarissen wordt ook gedronken, en is vaak het belangrijkste voedingsmiddel voor bijvoorbeeld de nomaden in de westelijke Sahara . In Somalië wordt er niet op de dieren gereden, maar worden de dromedarissen enkel gehouden voor de melk en als lastdier. In Soedan worden dromedarissen voornamelijk voor het vlees gehouden. Bij verscheidene volkeren, waaronder de joden , de kopten en de druzen is het echter taboe om dromedarisvlees te eten. Het leer van dromedarissen wordt zelden gebruikt. In Egypte worden er souvenirs voor de toeristen van gemaakt.
Er zijn verscheidene plaatselijke rassen , waarvan het uiterlijk is aangepast aan het gebruik. Last- en trekdieren zijn zwaarder gebouwd en trager dan de slankere en snellere rijdieren. Bergdieren zijn kleiner en sterker behaard dan vlaktedieren.
Tegenwoordig is de dromedaris voor zijn voortbestaan grotendeels afhankelijk van de nomaden. De auto heeft in grote delen van zijn verspreidingsgebied zijn rol als vervoer- en transportmiddel overgenomen. Zolang de nomaden dromedarissen blijven gebruiken, is de dromedaris in zijn voortbestaan verzekerd.
Verwarring tussen dromedaris en kameel kan ontstaan doordat het Semitische woord voor dromedaris, gâmâl , in verbasterde vorm (kamêlos ) werd geïntroduceerd in het Grieks , terwijl er al een andere naam was (dromas ). Dezelfde twee namen werden toegepast toen de kameel bekend werd.
Een beroemd voorbeeld van het misverstand is de vertaling van het bijbelvers dat het voor een rijke moeilijker is het Koninkrijk Gods binnen te gaan dan voor een kamêlos om door het oog van een naald te gaan ( Marcus 10.25). De vertaling "dromedaris" is correcter, maar het foutieve "kameel" is ingeburgerd. Het 'oog van de naald' was overigens een lage stadspoort van Jeruzalem.
| Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen zijn te vinden op de pagina Camelus dromedarius op Wikimedia Commons . |
Knudde
Borderterriër (Ereli)
|
| |
|
| |
|
| |
| Namen | Borderterrier |
| Oorsprong | Schotland en Engeland |
| Classificatie | FCI : Groep 3 Sectie 1 #10 Zie ook de lijst van FCI-nummers |
|
| |
| Gewicht : Rond de 6 kilo
Hoofd : Otterkop Gebit : Schaargebit Oren : Kleine, dikke V-vormige oren Ogen : Donkere ogen met een doordringende uitdrukking Staart : Matig kort. Dik aan de basis en smal toelopend Vacht : Hard en dicht. Vel moet dik zijn. Kleur : Rood, tarwekleurig, grijs of blauw | |
| Zie ook | |
|
| |
|
| |
|
| |
| Namen | Borderterrier |
| Oorsprong | Schotland en Engeland |
| Classificatie | FCI : Groep 3 Sectie 1 #10 Zie ook de lijst van FCI-nummers |
|
| |
| Gewicht : Rond de 6 kilo
Hoofd : Otterkop Gebit : Schaargebit Oren : Kleine, dikke V-vormige oren Ogen : Donkere ogen met een doordringende uitdrukking Staart : Matig kort. Dik aan de basis en smal toelopend Vacht : Hard en dicht. Vel moet dik zijn. Kleur : Rood, tarwekleurig, grijs of blauw | |
| Zie ook | Hond - Lijst van hondenrassen |
De Borderterriër is een klein, ruigharig ras in de terriërfamilie . Het ras is gefokt voor de vossenjacht op de grens tussen Engeland en Schotland .
De hond is niet al te groot en kan zo makkelijk een vossenhol in komen. Dat is ook de reden waarom het dier zo'n dikke, stevige staart heeft; om hem weer uit het hol te kunnen trekken als het vast zit.
De Borderterriër is een vrij rustige hond en vriendelijk tegenover mensen, maar tegenover andere honden kan hij zich heel dominant gedragen.
Vroeger leefde het dier op de boerderij , en kreeg hierbij geen eten, maar moest zijn eigen eten vangen. Zo ruimde hij de muizen en andere kleine beesten op.
De Borderterriër is een werkhond, geen showhond. Daarom zal het dier bij hondenshows minder worden beoordeeld op hoe goed hij is in het showen, maar meer op hoe het dier als werkhond is.
Knudde
Het Damhert (Yradja)
Het Damhert
Het damhert met zijn deels afgeplatte gewei is een van de bekendste hertensoorten. Vooral ook omdat ze vanwege hun fraaie uiterlijk veel in hertenparkjes gehouden worden. Het damhert is roodgeel tot grijsbruin van kleur met witte vlekken en twee opvallende witte strepen op de romp aan beide zijden van de staart. Bijzonder voor herten is de grote adamsappel van het mannetje. In de winter zijn de dieren donkerder van kleur. Ze leven in groepen van soms meer dan 100 dieren en zijn vooral in de schemering actief.

Leefgebied
Van oorsprong horen damherten thuis in ons land en de rest van Europa. In andere werelddelen komen ze pas voor sinds ze daar zijn ingevoerd.
Voedsel
Damherten hebben een voorkeur voor gras, ook al is dit van slechte kwaliteit. In gemengde bossen en loofbossen leven zij het liefst, maar ook in duingebieden aarden zij uitstekend. Doordat zij erg makkelijk te houden zijn, zie je damherten nogal eens in hertenparken.
Jongen
De bronst bij damherten begint in de tweede helft van oktober. Een volwassen hert komt ieder jaar terug naar dezelfde plek in het bos waar hij een ondiepe kuil maakt, die hij besprenkelt met urine en waar hij de hinden opwacht. Na de bevruchting verlaten de hinden deze plek weer. Het bronstgeluid van het damhert is hoger en eentoniger dan van een edelhert. Gevechten tussen rivalen zijn niet zo heftig als bij edelherten en er vallen hoogstzelden slachtoffers. De bronstroep van een damhert klinkt als een snurkend gorgelend geluid en dit geluid is niet van verre afstand te horen. De draagtijd duurt ongeveer 229 dagen (32-33 weken), geboorte in juni, soms worden twee kalfjes geboren die worden gezoogd tot in de winter.

Leefwijze
Net als edelherten leven damherten in roedels, toch zijn het meer dagdieren. Hun vluchtafstand is iets korter en hun ogen zijn heel goed ontwikkeld. Hierdoor kijken zij bewust naar vreemde dingen, zij kunnen een stilstaand mens goed herkennen en staan ook bij het oversteken van wegen stil als zij een auto zien aankomen, wat vaak fatale gevolgen heeft. Damhert zijn slim en nieuwsgierig. Damherten hebben een duidelijke staart en kunnen met vier poten tegelijk weg springen.
Door zijn aanpassingsvermogen, goede weerstand tegen ziektes en de geringe schade die een damhert in de natuur veroorzaakt neemt de verspreiding door uitzetten toe. Bos met aangrenzende weide en velden zijn ideale leefgebieden voor het damhert. Veel ruimte hebben ze echter niet nodig. Ook kunnen zij zich goed aanpassen aan het gebied of aan veranderingen (damherten in een park. Zij zijn meer overdag te zien en kunnen beter ruiken en kijken dan edelherten.
Grappige dierenfoto's (Ereli)






Knudde
Leuke foto's (Beautifulllady)
Leuke foto (Martina1)
|
Leuke foto |
Siamese schildpad (Martina1)
Papegaai als huisgenoot (Martina1)
|
|
| ||
|
Papegaai als huisgenoot
Sedert eeuwen houdt de mens papegaaien als huisdier. Maar hoe zit dat nu precies met de aanschaf en verzorging van zo'n dier? Wij vroegen het aan dierendokter Rob Lückerath .
Ernstig bedreigde diersoorten (Ereli)
Laten wij op deze speciale dag even stilstaan bij de ersntig bedreigde diersoorten.
Onderstaand enkele voorbeelden, doch het zijn er honderden.
Iberische Lynx
Atlantische steur
Mediterrane monniksrob![]()
Westekijke Laaglandgorilla
Zwarte Neushoorn
Dama gazelle
Kleine Geelkuifkaketoe![]()
Sumatraanse Orang-oetan
Geeloorparkiet
Geelborstcapucijnaap
Ivoorsnavelspecht
Kauderni
Knudde
Piepeke muis (Okidoki)

Poes Minet (Yradja)
Zeg poes Minet, jij lacht maar weer,
wat is er, bromt de teddiebeer.
Mauw, wéét jij niet waarom ik lach?
Het is vandaag toch dierendag!
Ik mag op tafel zitten spinnen,
straks wip ik bij de slager binnen
en daar bestel ik bij de baas
een dikke biefstuk van de haas.
En als mij iemand weg wil jagen,
dan moeten ze dat mij eerst vragen.
En dan denk ik er over na
of ik ook werklijk ga.
De teddiebeer bromt: wat denk jíj?
Hoor ik er ook een beetje bij?
Denk jij dat ik op dierendag
net zoals jullie alles mag?
Ik wou zo graag de deur eens uit,
de wind eens voelen langs mijn snuit.
Dan maakte ik alle beren los
om te gaan dansen in het bos.
We rollebolden op ons rug
en kwamen pas heel laat terug.
Dat gaat niet hoor, mauwt poes Minet:
het staat niet in de dierenwet.
Ik hoor erbij, zoals je ziet,
maar teddiebeertjes? Nee, die niet!
Langs teddiebeer zijn wollen snuit
rollen de tranen op zijn bloesje:
wat poes voorspeld had, dat kwam uit.
Maar hij bromt dapper: wacht maar, poesje!...
Je zult eens zien, wat of ík mag
op teddieberendag
(Mies Bouhuys)
Grappige dierenfoto's (Ereli)





&

De grote hond en de kleine kat (Martina1)
Een grote hond en een kleine kat,
Die zaten op de kamermat;
En de hond, die zei: Zeg, scheelt jou wat?
Scheer je weg!
En de kat, die zei: Jij bent een hond,
En ik een kat, niet zonder grond;
Hou jij dus nou jouw grote mond:
Scheer je weg!
Scheer je weg: waf, waf! Scheer je weg: sis, sis
Scheer je weg: die is raak! Scheer je weg: die 's nie mis!
Waf waf! sis sis! woef woef! mauw mauw!
En een houw en een beet en een blaf en een grauw:
En de grote hond en de kleine kat,
Die vlogen van de kamermat,
En de keuken in: Zeg, scheelt jullie wat?
En hij trapte op een teen,
En zij beet in een been
Van de meid, die riep: ga je heen! O mijn been!
Scheer je weg!
En de grote hond en de kleine kat,
Die zaten weer samen op de kamermat,
En ze lachten en praatten: 'och hemeltje, wat
Trapte ik op haar teen!'
'En beet ik in haar been!'
''t Is gek, maar zo'n mens krijgt ook altijd wat!'
Albert Verwey

Woef, woef, woef, woef (Martina1)
Woef, woef, woef, woef
Loopt daar misschien een boef?
Woef, woef, woef en nog een keer
Wat is er, heb je ergens zeer?
De hond die loopt naar zijn mand
Wat is er toch aan de hand?
We begonnen juist te eten
Daarna wil ik alles weten
Na het eten kom ik snel
Het hondje snapt het wel
En...oh, wat ligt daar!
Kijk, kijk,.kijk maar
De hond heeft 3 puppies
Ze liggen nog onder de smurrie
Voorzichtig pak ik er een
Ik streel ze een voor een
Maar nu moet ik weg
Wat jammer, wat een pech
De hond heeft in zijn mand een plaats gevonden
En haar warme lichaam er rond gewonden
Dat had ik nooit gedacht
Wie had dat juist vandaag verwacht
Ze verlangt zo naar haar kinderen
Dat mag je zeker haar niet verhinderen
Ze hoeft het niet uit te leggen
Maar ze wil het me toch zeggen
Woef, woef, ja je bent lief en zacht
Kom, ik geef je nog een aai op je vacht
(Auteur onbekend)

Dierenmopjes (Ereli)
Twee slangen
Twee slangen komen elkaar tegen in het moeras. De ene slang zegt tegen de andere: "Ik hoop dat ik niet giftig ben". Vraagt de andere: "Waarom?" Zegt die ene weer: "Omdat ik net in mijn tong heb gebeten!"
Kikker en Duizendpoot
Een kikker en een duizendpoot hebben afgesproken in een restaurant. De kikker zit al een uur te wachten, als de duizendpoot eindelijk binnen komt. Vermoeid zegt 'ie: "Sorry dat ik zo laat ben, maar er hing een bordje voor de deur waarop stond: voeten vegen."
Olifant in de tram
Een olifant stapt in de tram en laat zijn kaartje aan de conducteur zien. Die zegt: "Dit is nu echt de eerste keer dat ik een olifant op de tram heb!" "Kijk maar goed," antwoordt de olifant, "dit is namelijk meteen de laatste keer, want morgen is mijn brommer weer gerepareerd."
Knudde
Kolibries (Ereli)
| Kolibries | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Robijnkeelkolibrie (Archilochus colubris ) | ||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||
| ||||||||
| Familie | ||||||||
| Trochilidae Vigors , 1825 | ||||||||
Kolibries (Trochilidae) zijn een familie van vogels uit de orde gierzwaluwachtigen (Apodiformes). Er zijn 325 tot 340 soorten, die worden onderverdeeld in de onderfamilies Phaethornithinae (met 34 soorten in zes geslachten) en Trochilinae , die de typische kolibries omvat. Het genencentrum van de kolibries ligt in Zuid-Amerika. Daar komen ook de meeste soorten voor.
Inhoud[ verbergen ] |
De mannetjeskolibrie is bont, meestal metaalachtig groen gekleurd, met een glanzend rode, blauwe of smaragdgroene keelkleur. Het vrouwtje is onopvallend gekleurd.
De snavel is een belangrijk kenmerk voor de soortindeling. Bij de zwaardkolibrie (Ensifera ensifera ) is de snavel bijna net zo lang als het gehele lijf dat 10 cm lang is. Daartegenover heeft Ramphomicron microrhynchum maar een snavellengte van 5 mm. De Eutoxeres hebben een sterk naar onderen gebogen snavel en de sabelsnavelkolibrie (Avocettula recurvirostris ) heeft een snavel die aan de top naar boven gebogen is. Iedere snavel is op een bepaalde bloemvorm gespecialiseerd, waardoor er geen concurrentie tussen de kolibrie-soorten optreedt.
Tussen de soorten komen grote verschillen in gewicht voor. De kleinste ( bijkolibrie , Mellisuga helenae ) weegt 1,8 gram. De in Noord-Amerika meest voorkomende kolibrie ( robijnkeelkolibrie , Archilochus colubris ) weegt ongeveer 3 gram en is 7,6 cm groot.
Kolibries kunnen tot 15 jaar oud worden en keren ieder jaar naar dezelfde plaats terug. Als het te koud wordt, trekken ze naar meer zuidelijke streken.
De kolibrie heeft een lange snavel, waarmee hij in de kroonbuis van de bloem kan komen. Om bij de nectar te raken moet hij zijn tong uitrollen. De punt van de tong is gespleten en heeft de vorm van een strohalm. Hierdoor kan hij bij nectar komen waar zelfs insecten niet bij kunnen. De bloemen hebben een zeer lange kroonbuis en hebben zich voor hun bestuiving aangepast aan de kolibrie en de kolibrie aan de bloemen. Om het voor deze vogel extra aantrekkelijk te maken is er veel nectar aanwezig. Kolibries hebben een sterke voorkeur voor oranje en rode bloemen.
De kolibrie kan met suikerwater bijgevoerd worden. Vroeger werd daar een rode kleurstof aan toegevoegd. Tegenwoordig is de voerhouder van plastic en is de voet, waar het suikerwater inzit, roodgekleurd. De openingen van de voerbuisjes zijn zo klein dat er geen insecten bij kunnen en alleen de snavel van de kolibrie er doorheen kan.
De kolibrie kan door de zeer snelle vleugelslag (15 tot 80 slagen per seconde, afhankelijk van de grootte van de vogel) in de lucht stil blijven hangen. Door de snelle vleugelslag kan de kolibrie als enige vogel ook achteruit vliegen. Deze manier van vliegen vraagt echter zeer veel energie die verkregen wordt uit de suikers die in de nectar zitten. Sommige soorten eten ook insecten. De kolibrie moet de hele dag eten om voldoende energie te bekomen. Zelfs als het regent blijft de kolibrie doorvliegen, maar kan dan minder voedsel vinden omdat veel bloemen zich bij regen sluiten. Wanneer het langer dan een week aanhoudend regent, sterven veel kolibries door gebrek aan voedsel.
Alleen 's nachts slaapt de kolibrie. Tijdens de slaap daalt de lichaamstemperatuur enkele graden om energie te besparen. Vergelijkbaar met de winterslaap bij beren.
De kolibrie legt in twee dagen twee relatief grote, witte eieren die na 14-19 dagen uitkomen. De jongen worden gedurende 3-4 weken met insecten en nectar gevoed door de moeder. Deze voert tot 140 keer per dag de jongen, waarbij de lange snavel diep in de bek van het jong gestoken wordt. De vader verzorgt het nest niet en zorgt ook niet voor het grootbrengen van de jongen. Hij verdedigt wel het territorium tegen binnendringende soortgenoten. Daar kolibries zeer veel moeten eten, zijn de jongen altijd onbewaakt en vallen vaak ten prooi aan andere dieren zoals roofvogels, katten en slangen.
|
Zaagsnavelheremietkolibrie (Ramphodon naevius ) |
Breedstaartkolibrie (Selasphorus platycercus ) |
Robijnkeelkolibrie (Archilochus colubris ) |
Rosse kolibrie (Selasphorus rufus ) |
Knudde
Slakken (Martina1)
Slakken
Twee slakken waren al sinds jaren
op weg van Groningen naar Haren.
Tenslotte kwam geheel ontdaan,
de oudste bij het eindpunt aan.
Hij slikte en sprak diep bewogen:
'Mijn broer is uit de bocht gevlogen".
____________________________
Twee kleine slakjes,
Hielden van elkaar.
Ze gingen samen trouwen,
Toen werden ze een paar.
Ze hebben toen hun huisjes,
op elkaar gezet.
Nu wonen ze gezellig,
Samen in een flat!
