Pasen!!! (Knudde1)


Nieuwe kledij voor de Sint

Nieuwe kledij voor de paashaas

Voor de klokken verandert er niets, die hebben nu zelfs gratis koeling.
Vanaf nu een zonnige Sinterklaas en een witte Pasen

Pasen!!! (Knudde1)




Gekke paasplaatjes


Geen tijd/zin om te spelen ?

| Murenen | ||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Gymnothorax polygonius | ||||||||
| Taxonomische indeling | ||||||||
| ||||||||
| Familie | ||||||||
| Muraenidae | ||||||||
De murenen (Muraenidae ) of moeralen vormen een familie straalvinnige vissen uit de orde van palingachtigen (Anguilliformes). Er zijn circa 200 soorten, verdeeld over 15 geslachten. Murenen komen voor in zowel zee-, brak- als zoetwater en komen verspreid over de gehele wereld voor.
Inhoud[ verbergen ] |
Moeralen komen vooral voor in tropische en subtropische wateren tot op dieptes van wel 200 meter. Zij brengen de meeste tijd door in holtes of rotspleten. Zij scheiden een beschermend slijm af dat hun schubloze huid bedekt, dat bij sommige soorten giftig kan zijn. De kleine ronde kieuwen, ver achter de bek op hun flanken gelegen, maken dat moeralen gapen om de ademhaling te vergemakkelijken.
Murenen kunnen een lengte van 1-2 meter bereiken. De rugvin strekt zich uit van net achter de kop over de rug waar hij naadloos aansluit op de staart- en aarsvin. De meeste soorten missen de borst en buikvinnen, wat bijdraagt tot hun slangachtig uiterlijk. Hun ogen zijn klein en moeralen zijn vooral afhankelijk van hun sterk ontwikkelde reukvermogen als zij in hun schuilplaats hun prooi afwachten. Soms kunnen zij ook hun schuilplaats verlaten om een reukspoor te volgen. Het lichaam is gevlekt tot in de bek toe, hetgeen een camouflerend effect heeft. Zij hebben brede kaken en een vooruitstekende snuit. Zij bezitten grote scherpe tanden waarmee zijn hun prooi in stukken scheuren alvorens deze te verorberen. Achterin hun keel hebben zij nog een stel kaken die naar voren komen om de prooi te verorberen. Zij kunnen ook aan mensen ernstige verwondingen toebrengen, bijvoorbeeld als deze hun hand in de schuilplaats steken.
De meeste soorten zijn vleesetend en voeden zich vooral met vis, koppotigen , schaal- en weekdieren. Zij wachten totdat hun prooi dicht genoeg is genaderd, en springen dan uit hun schuilplaats naar voren om hun prooi te grijpen. Vele soorten zijn vooral in de nacht actief. Zij vormen zelf alleen een prooi voor zeebaarzen , andere moeralen en barracuda ’s. Er wordt ook op hen gevist, maar sommige soorten kunnen de ciguatera voedselvergiftiging veroorzaken. Murenen worden soms door duikers met de hand dode vis gevoerd.

Sociale hiërachie bij honden

Verhuizen.. en poes mag mee !!

Waarom katten geen basketbal spelen
| ||
Dolfijnen (Filmpje) (Lann)
Vuil is gezond
Een te hygiënisch leven zou kanker een kans kunnen geven.
Het is bekend dat een onhygiënisch leven mensen vatbaar maakt voor allerhande ziektes. Maar het tegenovergestelde is evenzeer waar: een overhygiënisch leven maakt kwetsbaar, omdat een lichaam niet de kans krijgt zijn afweer scherp te stellen.
Kinderen die van hun ouders niet in de modder mogen springen en geen huisdieren mogen aaien met de handjes die ze vervolgens in hun mond steken, hebben meer kans om later met allerhande allergieën te maken te krijgen dan andere kindjes. De afweer, die gewend is om systematisch bestookt te worden, krijgt te weinig werk en valt het eigen lichaam aan.
Het vakblad New Scientist meldt dat er nu ook aanwijzingen zijn dat kinderen die als peuter in een crèche zaten minder kans zouden hebben om leukemie (een vorm van bloedkanker) te ontwikkelen dan andere kinderen.
Melkveehouders zouden vijf keer minder kans hebben op longkanker dan andere mensen - een mogelijk gevolg van het regelmatig inademen van piepkleine mestdeeltjes. De recente toename van bepaalde vormen van kanker zou dus misschien ook met onze overdreven zorg om hygiëne te maken kunnen hebben.
De European Journal of Cancer beschrijft de eerste resultaten van experimenten waarbij de overlevingskansen voor bepaalde vormen van longkanker beduidend verhoogd werden door patiënten in te spuiten met een afgezwakte vorm van een bacterie die verwant is aan degene die tuberculose veroorzaakt. De bacteriën stimuleren het afweersysteem, dat vervolgens ook de kankercellen aanvalt. Een spoor dat uiteraard nader onderzocht wordt.
Dirk Draulans
(Knack-Wetenschap)
De verzorging van klauwen en hoeven
De verzorging van klauwen en hoeven
De wereld van de hoefdieren wordt verdeeld in even- en onevenhoevigen. De evenhoevigen hebben aan iedere poot twee tenen die ieder een sterk uitgegroeide nagel hebben, die ook wel de klauw wordt genoemd. Tot deze groep behoren de koeien, schapen, geiten en vele wilde herkauwers zoals herten, impala's en hartebeesten. De onevenhoevigen daarentegen hebben door de eeuwen heen aan iedere poot slechts één teen overgehouden waaraan de nagel, de hoef genoemd, sterk ontwikkeld is. Tot deze groep behoren de paarden, ezels en zebra's. De hoeven en de klauwen van de dieren die door de mensen worden gehouden (paarden, koeien, geiten, ezels en schapen) en van de dieren die in de dierentuin worden gehouden, moeten regelmatig gecontroleerd worden. Er kunnen in die klauw of hoef namelijk allerlei afwijkingen ontstaan doordat het hoorn niet goed groeit of niet voldoende slijt. Bij de drie genoemde groepen dieren gaat het daarbij steeds om andere facetten van de verzorging van klauwen of hoeven.
Paarden en ezels
De verzorging van de hoef door de eigenaar moet gericht zijn op het zo schoon mogelijk houden van de zogenaamde straal van de hoef. Deze kan namelijk bij een slechte verzorging gaan ontsteken. Daarnaast dient door de hoefsmid regelmatig het overtollige hoorn weggesneden te worden zodat het zogenaamde hoefmechanisme van de hoef niet belemmerd wordt. Door een goed hoefmechanisme treedt een goed schokbrekend effect op tijdens de bewegingen en wordt de bloedafvoer uit de hoornschoen bevorderd. Het is de taak van een hoefsmid om zoveel overtollig hoorn weg te snijden dat de hoef weer een goede vorm krijgt en het hoefmechanisme goed blijft werken. Gebeurt dat niet, dan kunnen allerlei aandoeningen ontstaan zoals draagrandscheuren, kroonrandscheuren, een gekneusde hoefzool of veranderingen van de stand van het been waardoor in het ergste geval kreupelheid kan ontstaan. Het hoorn van de hoef is soms erg hard en dan moet de smid erg hard slaan om het overtollige hoorn weg te nemen.
Gehouden evenhoevigen (met name koeien)
Bij deze dieren zijn er twee hoornschoenen onder iedere poot aanwezig. Het probleem daarbij is dat deze in een aantal gevallen niet even snel hoorn vormen of even snel afslijten. Het is vooral de buitenklauw van de achterpoten die in veel gevallen te snel groeit of te weinig slijt. Het gevolg daarvan is dat deze buitenklauw op een gegeven ogenblik het gehele gewicht moet dragen en de binnenklauw er maar een beetje bij hangt. Het gevolg is dat er kneuzingen in het levende weefsel onder de hoornschoen kunnen ontstaan waardoor die kunnen gaan ontsteken. Er kan dan een zoolzweer ontstaan waardoor de koe kreupel wordt. Om dit te voorkomen moet regelmatig (eens per 4 tot 6 weken) bij alle of een aantal koeien (hangt af van het ras en de wijze van huisvesting) het overtollige hoorn van de buitenklauw verwijderd worden.
Is er al sprake van een zoolzweer dan kan er onder de binnenklauw (die meestal heel sterk is omdat die al enige tijd geen gewicht gedragen heeft) een klauwblokje geslagen, gelijmd of gebonden worden zodat de buitenklauw kan worden ontzien.

Het Falabella paardje (Knudde1)
| Het Falabella paardje | |
Geschiedenis
De Falabella is het kleinste paardenras ter wereld. Het is een uniek en zeldzaam paardje, want in heel Europa zijn momenteel maar 359 raszuivere Falabella's te vinden. De geschiedenis van dit ras gaat een heel eind terug in de tijd. De paarden komen van oorsprong uit Argentinië. Daar leven ze in de vrije natuur in kuddes. Spanjaarden namen in de zestiende eeuw hun Andalusische paarden mee naar Latijns-Amerika in hun strijd om dit gebied te veroveren. Toen de Spanjaarden uit Latijns-Amerika vertrokken, lieten ze hun paarden achter. De dieren moesten onder zware omstandigheden zien te overleven. Door de droogte bleven uiteindelijk de sterkste paarden over. Een genetische verandering maakte de paarden geleidelijk steeds kleiner.
In 1845 ontdekte de Ier Newtall een wilde kudde voorgangers van de Falabella's bij indianen in Argentinië. Hij kocht een aantal dieren en ging er mee fokken. Zijn schoonzoon (meneer Falabella) heeft het ras verbeterd en de dieren nog kleiner gemaakt. Hij gebruikte daar andere kleine paardenrassen voor, zoals Shetlanders en kleine Volbloeden. Zo is het paard ontstaan dat we nu kennen als het Falabella paard.
Uiterlijk
Een Falabella paard is slank en fijn gebouwd. Zeker vergeleken met de bekende Shetland pony, die gemiddeld maar 20 centimeter hoger is, maar heel wat forser.
Ook de benen van een Falabella zijn slank en daardoor lijken de paarden vaak hoger dan ze in werkelijkheid zijn.
De stokmaat van een Falabella ligt tussen de 80 en 86 centimeter, maar er zijn er ook die slechts 75 centimeter zijn. De kleinste versie is trouwens een stuk kostbaarder, omdat ze zo zeldzaam zijn.
Een Falabella is dus eigenlijk een miniatuurpaard. Toch zijn lang niet alle minipaarden Falabella's. Om te kunnen zien of een paard een echte Falabella is, heeft men een DNA-test ontwikkeld. Een laboratorium bepaalt het DNA via de haren van de manen. Elk paardje dat wordt ingeschreven in het Falabella stamboek moet zo'n DNA-test ondergaan. Zo blijft de Falabella raszuiver.
De vachtkleur van Falabella's is heel verschillend. Volgens het Argentijns stamboek is bruin/zwart de officiële kleur, maar ook andere kleurvarianten zijn toegestaan. De zwarte en witte Falabella's zijn over het algemeen kleiner dan de paarden met een andere vachtkleur.
In de zomer hebben Falabella's een gladde vacht, terwijl ze in de winter een dikke wintervacht krijgen.
Gedrag
Falabella paardjes zijn zeer rustig en vriendelijk. Bovendien zijn ze erg leergierig en intelligent. Je kunt daardoor uiteenlopende activiteiten met deze kleine paarden ondernemen. Door hun kleine afmetingen zijn Falabella's niet geschikt om op te rijden, maar er zijn genoeg alternatieven. Het onderdeel 'vrij springen' lijkt op het bekende concours hippique van grote paarden. De eigenaar loopt in dit geval naast het paard.
Ook worden Falabella's wel voor een wagentje gespannen. Verder doen Falabella paarden mee aan keuringen en shows.
Falabella's zijn van nature kuddedieren. Daarom hebben deze dieren graag gezelschap van een ander paard.
Verzorging
De Falabella paarden voelen zich het prettigst in de wei. 's Zomers kunnen ze dag en nacht buiten blijven. In een grote wei met veel gras is het verstandig delen af te rasteren.. De paarden eten zo niet in één keer al het gras op. Als ze te veel gras eten bestaat het gevaar van koliek of te dik worden.
Afzettingen in de wei bij voorkeur niet met prikkeldraad, in verband met verwondingen.
's Winters kunnen Falabella's overdag naar buiten. 's Avonds zet je ze dan weer op stal.
Voor op de grond is tarwe- of gerstestro ideaal. Let er wel op dat de paarden goed bij hun water en hooiruif kunnen. In de winter moet de stal niet onder de 10 graden zijn, voldoende frisse lucht hebben, maar vooral geen tocht.
Paarden die in het voorjaar en in de zomer in de wei staan, hoef je in principe niet bij te voeren. Het is voldoende om ze dagelijks een handje paardenmuesli te geven en zorg voor voldoende vers water.
In het najaar en in de winter is bijvoeren van de dieren dus wel nodig. Stem de hoeveelheid voer af op het gewicht van het paard. Een Falabella moet er goed gevoed uit zien, maar mag ook weer niet te dik zijn. Geef ze daarnaast nog een zout/mineraal blok.
Als tussendoortje kun je de dieren zonodig wat gras of een extra handje haver of muesli geven. Wortelen, appels, brood en suikerklontjes zijn ongeschikt en niet gezond voor deze paarden.
Falabella's worden één keer per jaar gevaccineerd tegen influenza en tetanus. Een veulen krijgt met zes maanden de eerste inenting. Daarnaast is het belangrijk het paardje ieder half jaar te ontwormen. Veulens in hun eerste levensmaanden moeten zelfs nog vaker ontwormd worden. Raadpleeg voor de vaccinaties en het ontwormen je dierenarts.
Voortplanting
De draagtijd van het Falabella paard is ongeveer 11 maanden en 5 dagen. Let er op dat de merrie tijdens haar zwangerschap voldoende eet en drinkt. Reinig en ontsmet de stal vlak voor de geboorte en let op tocht in de stal. De kans dat het veulen ziek wordt is dan het kleinst. Als de bevalling eenmaal begonnen is, komt het veulen binnen 10 minuten ter wereld.
Een Falabella veulen drinkt in vergelijking met andere paardenrassen erg lang bij de moeder.
Het veulen mag op zijn vroegst op een leeftijd van 5 maanden bij de moeder weggehaald worden.
Falabella's worden ongeveer 35 jaar oud.
Conclusie
Wie een paard zoekt om op te rijden is bij het Falabella paard dus aan het verkeerde adres. Maar door zijn vriendelijkheid en intelligentie is de Falabella uitermate geschikt voor mensen die een sterke band met hun paard willen opbouwen. Bovendien is het voor mensen met een groot gazon een fantastische grasmaaier.
Surf voor meer informatie over Falabella paarden naar www.falabella-europe.com
Suzanne de Lijser

Het stamboek van Reina voor het kleinste paardje ter wereld (Knudde1)
| Het stamboek van Reina voor het kleinste paardje ter wereld | |
Net buiten het historische stadje Elburg liggen uitgestrekte weilanden. In dit rustige en landelijke gebied aan de noordelijke punt van het Veluwemeer staat een woonboerderij die dateert uit 1809. Afbeeldingen van paarden op het ijzeren hekwerk aan de rand van het erf verraden dat ik op het goede adres ben. Ik ga namelijk op bezoek bij het Falabella Stamboek Europa van Reina Knaap. Al dertien jaar zet zij zich in voor het kleinste paardenras ter wereld.
Reina neemt mij mee naar de stallen en het weiland waar haar acht minipaarden staan. Als we bij het hek van de wei aankomen, roept Reina de naam Mara. Vanuit de verte komt een zwart paardje op ons af gestapt. Als ze dichterbij komt, zie ik dat ze twee grappige witte vlekken op haar billen heeft. Mara is erg aanhankelijk wat kenmerkend is voor de Falabella.
Reina legt uit hoe haar liefde voor de Falabella's destijds ontstond: ¨In 1994 kocht ik mijn eerste Falabella paarden. Mijn man en ik zagen ooit een afbeelding van een minipaard in een tijdschrift. We wisten alleen niet waar we zo'n paardje konden kopen. Nu zoek je even op internet, maar dat bestond toen nog niet. Later kreeg ik via een kennis het adres van een fokster van deze minipaarden in Amerika. Toen we op een gegeven moment in Amerika waren, besloten we tijdens onze reis deze fokster op te zoeken. Uiteindelijk vonden we haar ergens in de middle of nowhere. Zij vroeg ons of we een minipaard of een Falabella paard wilden. We hoorden toen voor het eerst de naam Falabella. Ze waren een stuk zeldzamer en duurder dan andere minipaarden, maar we kozen uiteindelijk toch voor een Falabella. We kochten er toen zelfs meteen maar vier. Het lieve en rustige karakter van Falabella's spreekt mij ontzettend aan. Bovendien zijn ze heel intelligent.¨
Terwijl Reina haar verhaal vertelt, lopen we naar de stallen. Drie kleine, blaffende stalknechten begroeten mij enthousiast als we het gebouw binnengaan. Reina legt uit dat de hondjes en de paarden het prima met elkaar kunnen vinden.
In een hoek van de stal staat een kleine lichtgekleurde Falabella. Opvallend is dat het diertje, in tegenstelling tot Reina's andere paarden, een gladde vacht heeft. ¨Dat komt omdat deze hengst pas twee dagen geleden met het vliegtuig vanuit het warme Argentinië naar Nederland is gekomen. Hij heeft daarom geen wintervacht. Omdat hij een lange reis achter de rug heeft, mag hij op een rustig plekje aan zijn nieuwe omgeving wennen,¨ legt Reina uit.
Het paardje lijkt zich al aardig thuis te voelen. Als Reina de deur van zijn stal opent, loopt hij rechtstreeks naar de etensbakken van de honden. Hij heeft zichtbaar interesse in de hondenbrokjes.
In haar secretariaatsruimte vertelt Reina over het stamboek en haar stoeterij. Want naast het bijhouden van het stamboek fokt ze ook met de Falabella's. Ze legt uit wat het doel van haar stamboek is: ¨In 1995 ben ik officieel gestart met het Falabella stamboek. Mijn stamboek is een non-profit stichting. Ik wil voorkomen dat dit unieke ras uitsterft en het is daarom erg belangrijk dat deze minipaarden raszuiver blijven. Ik ga voor 100 procent raszuiverheid, niet voor 99,9 procent! Omdat het bijhouden van het stamboek erg veel tijd kost, komt mijn stoeterij voorlopig even op het tweede plan.¨
Reina geeft aan wat het stamboek precies inhoudt: ¨Ik registreer alle Falabella paarden en stoeterijen in Europa. Momenteel staan er 379 paarden in mijn computersysteem ingeschreven. Onlangs heb ik het hele stamboek geautomatiseerd. Ik kan nu alle gegevens gemakkelijk terugvinden in de computer. Zodra een Falabella geboren is, krijg ik een geboortebericht van de eigenaar. Voordat ik het paardje kan inschrijven moet eerst het DNA bepaald worden. Zo weet ik of de Falabella raszuiver is. Als uit de test blijkt dat het paardje een echte Falabella is, registreer ik het in mijn stamboek.¨
Maar het stamboek bestaat uit meer dan alleen de registratie van de paarden. Reina geeft ook voorlichting over het ras van de Falabella's. Mensen die geïnteresseerd zijn in een Falabella kunnen voor advies altijd bij haar aankloppen.
Ondanks de drukte werkt ze nagenoeg in haar eentje aan het stamboek. ¨Ik heb geen mensen in dienst. Wel helpen hier regelmatig stagiaires met het stamboek en de stoeterij. Ik ben namelijk een erkend leerbedrijf voor de groene sector. Daarnaast helpen twee meiden iedere zaterdag met het verzorgen van mijn paarden.¨
Naast haar stamboek heeft Reina gewoon een baan. ¨Voordat ik 's morgens naar mijn werk ga verzorg ik eerst de paarden. 's Middags, na mijn werk, houd ik mij bezig met het stamboek werk. Nu de veulentijd weer is begonnen, is het extra druk. Wel is het werk heel afwisselend. Zeker omdat ik ook nog deels met de stoeterij bezig ben¨.
Het Falabella Stamboek Europa heeft in Nederland momenteel 55 leden. Eigenaren van een raszuivere Falabella kunnen lid worden van het stamboek. Naast fokkers, zijn dit ook veel particulieren. ¨Sommige mensen willen één of twee paardjes op een groot gazon in de tuin. Door hun kleine hoefjes krijg je een prachtig egaal grasveldje. Ik vind het leuk dat niet iedereen alleen maar prestatiegericht is en dat velen zo'n paard puur als hobby nemen. Falabella's zijn door hun rustige en lieve karakter erg geschikt voor mensen die nog weinig ervaring met paarden hebben,¨ zegt Reina.
Na ons gesprek over het stamboek gaan we nog even terug naar deze kleine paarden om ze op de gevoelige plaat vast te leggen. Ondanks hun rustige karakter is dit nog niet zo eenvoudig. Een rood/bont paard heeft moeite met stilstaan en loopt iedere keer naar mij toe. Ze is al die media-aandacht kennelijk niet gewend. Hoewel haar naam Maxima anders zou doen vermoeden.
Als ik het erf van Reina af rijd, rennen haar stalknechten blaffend achter mijn auto aan. Bij het hekwerk met de afbeelding van paarden keren ze om. Want daar verlaat ik het Falabella Stamboek Europa en dus ook hun territorium.
Suzanne de Lijser
Website: www.falabella-europe.com

Lentegedicht (Knudde1)

De winter is voorbij
De lente komt er aan
De dagen worden langer
de kou is weg gegaan
de bloempjes komen op
de knopjes komen uit
de vlinders vladeren rond
de vogels zingen luid
Jonda Lorre

10 jaar neushoorns beschermen met resultaat (Knudde1)
| 10 jaar neushoorns beschermen met resultaat | |
Het Afrikaanse neushoornprogramma van het Wereld Natuur Fonds viert op vrijdag 14 maart zijn 10-jarige bestaan. Reden voor een feestje, ook omdat dit project hét bewijs vormt dat natuurbescherming wel degelijk zin heeft.
Voor de kolonisatie van Afrika in de 19e eeuw moeten er honderdduizenden neushoorns op het continent rond hebben gelopen. Wetenschappers onderscheidden twee belangrijke soorten: de zwarte en witte neushoorn.
Twee eeuwen later, anno 1997, leven in zuidelijk Afrika nog 8.466 witte en 2.599 zwarte neushoorns. De dieren zijn bijna uitgeroeid door blanke jagers en stropers, die het vooral op de hoorn van het dier hebben voorzien. En dat terwijl het doden van de neushoorn hiervoor onnodig is. Het dier blijft zonder hoorn gewoon in leven en de afgezaagde hoorn groeit gewoon weer aan.
Klinkende resultaten
Door samen te werken met de lokale bevolking, hard op te treden tegen stropers en het leefgebied van de neushoorns beter te beschermen, heeft het WNF de afgelopen tien jaar klinkende resultaten geboekt. Het aantal zwarte neushoorns is bijna verdubbeld tot 4.000 dieren en het aantal witte neushoorns is gegroeid tot 14.500. Volgens de Species Survival Commissie van de wereldwijde natuurbeschermingsorganisatie IUCN groeien de populaties witte en zwarte neushoorns sinds 1995 jaarlijks met 6,8 procent en 4,5 procent.
Nederlands tintje
Leuk weetje is de naam 'witte neushoorn' is afgeleid van een verkeerde verbastering van het Nederlands. De witte neushoorn heeft namelijk een vierkante, platte bek. Dit in tegenstelling tot zijn zwarte familielid, die een veel puntiger snuit heeft om blaadjes mee te plukken. De Nederlandse kolonisten gebruikten om de kop van de witte neushoorn te beschrijven de term 'weit', oftwel een breed voorkomen. De Engelsen vertaalden dit 'weit' later onterecht als
WNF
DN 14/03/2008

Als er één vlo over de dam is volgen er meer!
Amfibieën in de tuin
Hond als assistent voor Justine Henin ?

%5B1%5D.gif)
%5B1%5D.gif)
Wat doe ik met kikkerdril in mijn vijver

Dierenartsen willen verbod op onverdoofd slachten (Knudde1)
|
|
|
De beroepsorganisatie van dierenartsen, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) wil een verbod op onverdoofd slachten. De KNMvD vindt dat het dierenwelzijn bij een dergelijke slachting zonder verdoving vooral bij runderen onaanvaardbaar wordt aangetast. Voorzitter Ludo Hellebrekers: 'wij zullen er bij de regering op aandringen dat een verbod zo snel mogelijk tot stand komt. Het dierenwelzijn moet hier voorop staan.'
In Nederland mogen dieren op basis van bepaalde religieuze overtuigingen zonder verdoving en dus bij bewustzijn worden geslacht. De extra maatregelen, die bij het ritueel slachten nodig zijn om dieren vast te zetten, leiden tot veel stress bij dieren. Bovendien wordt bij het ritueel slachten de hals doorgesneden als het dier nog bij bewustzijn is. De periode waarin vervolgens door verbloeding het bewustzijnsverlies intreedt, kan bij bijvoorbeeld runderen en schapen oplopen tot twee minuten. Tijdens die periode is er sprake van onnodige pijn en lijden.
De beroepsorganisatie van dierenartsen pleit er daarom voor dat dieren voortaan alleen nog maar na verdoving geslacht mogen worden. Het gaat de KNMvD er nadrukkelijk niet om religieuze groeperingen hun recht op ritueel slachten te ontnemen. Het gaat er om dat ritueel slachten diervriendelijke kan, door vooraf bedwelmingsmethoden toe te passen. Er zijn stromingen binnen religies die diervriendelijker slachtmethoden toestaan die niet in strijd worden geacht met de voorschriften van betreffende religies. Het toepassen van reversibele elektrische bedwelming of het bedwelmen van de dieren direct na het aanbrengen van de halssnede zijn daar voorbeelden van.
Zolang het onbedwelmd slachten in Nederland nog is toegestaan bepalen vooral de omstandigheden tijdens het slachtproces de mate van aantasting van het dierenwelzijn. De KNMvD doet daarom ook een aantal aanbevelingen om de bestaande situatie in aanloop naar een verbod, te verbeteren. Zo moet onder meer het toezicht worden verscherpt en moeten er met spoed betere methoden komen om dieren in bedwang te houden tijdens de rituele slacht. Totdat er een verbod is moet de export van vlees van ritueel geslachte dieren aan banden worden gelegd en moet vlees dat in de Nederlandse schappen terecht komt duidelijk worden gelabeld.
Website: www.knmvd.nl
