Naar de inhoud

ontboezemingen

kankerdagboek: al 18 jaar leven met borstkanker
akke.beakke.be

Archief

wachthuisberg

Vrijdagmorgen verschijn ik om 8 uur ’s morgens op het appel. Ik ben daar niet alleen. Kanker is heel sociaalvoelend en maakt geen onderscheid. Jong of oud, man of vrouw, inlanders of vreemdelingen, kanker spaart niemand.

Het is aanschuiven bij de verpleegkundige. In de Universitaire ziekenhuizen is het een traditie om tien of meer patiënten op het zelfde uur afspraak te geven. Kwestie dat de dokters, die veelal slechts een uur later verschijnen, zeker niet zullen moeten wachten. Ik word gemeten en vervolgens gewogen op zo’n antieke weegschaal met gewichtjes. Op grond van lichaamslengte en gewicht wordt de optimale dosis van de chemokuur berekend. De concentratie moet sterk genoeg zijn om zoveel mogelijk kankercellen te doden en toch niet te sterk om te vermijden dat er gelijktijdig teveel goede cellen zouden vernietigd worden. Leuk om weten.

Ik sta daar die eerste vrijdag als onwetende nieuwkomer tussen alle andere slachtoffers die op deze dag hun chemo moeten krijgen. Het zijn er verbazingwekkend veel. Sommigen hebben al ervaring, kennen de procedure en weten wat hen te wachten staat. Anderen zijn groentjes, zoals ik. Door de gang loopt een jonge vrouw die er ronduit ellendig uitziet. Haar gezicht is asgrauw en ze heeft donkere kringen om haar ogen. Ze is heel erg mager. Ze draagt een hoofddoekje om haar kale hoofd en loopt voorbij met nietsziende ogen. Ze gaat gebukt onder een last die haar tengere schouders amper kunnen dragen.

Verderop staat een ouder dametje dat als een verschrikt vogeltje elke beweging om haar heen volgt. Ik voel haar angst in mijn buik. Het is de angst om het onbekende die vaak erger is dan de pijn zelf. Ik wil haar geruststellen, maar mijn stem trilt te hard. We staan daar allemaal alleen en toch zijn we verbonden. We vechten tegen eenzelfde vijand. Er wordt niet veel gesproken. Iedereen schuift aan, stilzwijgend, de gedachten gericht op wat komen gaat.

 

Na de ‘weeg’ word ik naar een kamer gebracht. Wat is alles hier toch vreselijk oud en versleten. Het is net of de tijd een eeuw terug wordt gedraaid. Alles in dit ziekenhuis is oud en versleten. We lopen door een lange, kale, met kleine vierkante steentjes betegelde gang. De kamers hebben zware, brede, houten deuren met piepende scharnieren. In elke kamer staan twee crèmekleurig gelakte, ijzeren bedden, soms ook vier. De plafonds zijn zo hoog dat je de spinnenwebben niet kan zien. De muren zijn geschilderd in een grauwgroene kleur. De ramen zijn smal en hoog, maar je ziet geen lucht, enkel de bakstenen muren van nevenliggende gebouwen. Op de vensterbank staat geen plantje of bloemetje. Aan de muren hangt geen enkel prentje of schilderij.

Alles doet me denken aan een afgedankte psychiatrische kliniek. Als ik al niet misselijk word door het denken aan de nakende chemo, dan word ik het alleszins in die kille, kale, levenloze omgeving.

De verpleegkundige wijst me bed twee aan en zegt dat ik het me gemakkelijk moet maken. Ze zullen me komen roepen voor het onderzoek bij de dokter. Pas daarna kan de chemo toegediend worden.

Wachten. Wachten is een werkwoord dat ik daar in de Leuvense ziekenhuizen heb leren vervoegen tot in het oneindige: ik wacht, ik heb al lang gewacht, ik wacht nog steeds, hoe lang zal ik nog moeten wachten? Wachten, wachtte, gewacht. Ik kan ze niet meer tellen, de uren ik hier al wachtend heb doorgebracht.

Gasthuisberg staat synoniem met Wachthuisberg.

 

© Karlijn Koninckx

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

wachten op de chemo

Het wachten op het signaal om met de chemo te beginnen duurt lang. Drie weken na mijn ontslag uit het ziekenhuis heb ik nog steeds geen bericht ontvangen. Nochtans werd me door de andere oncologen die ik intussen heb geraadpleegd, verteld dat je best zo snel mogelijk met de behandeling kon starten. Op Gasthuisberg lijken ze geen haast te hebben.

De afdeling oncologie van het Universitair Ziekenhuis is in die tijd nog gevestigd in de Sint-Rafaëlkliniek aan de Kapucijnenvoer. Ik besluit eens zelf naar St-Raf te gaan om te zien wat er hapert. Daar gekomen lijkt niemand weet te hebben van mijn dossier. Ik ga terug naar Gasthuisberg om navraag te doen. Daar beweren ze dat mijn dossier hebben doorgestuurd. Op oncologie in St-Raf is het echter nooit aangekomen. In mijn fantasie zag ik mijn dossier vrolijk fladderen,  ergens in de blauwe lucht tussen Gasthuisberg en de Kapucijnenvoer…

Een zoekgeraakt dossier, dat kan toch niet waar zijn?

Ik ga nogmaals naar Sint-Rafaël en vraag om een afspraak met de oncoloog. Met welke, wordt me gevraagd, want er zijn er blijkbaar verschillende. Met diegene die mijn dossier had moeten krijgen, antwoord ik. Weer wordt me na wat opzoekingswerk medegedeeld dat mijn dossier nog niet aangekomen is. De wind waaide die dagen waarschijnlijk in de verkeerde richting?

Opeens is mijn geduld op en ik vraag een afspraak met het hoofd van de dienst oncologie. Ik schrik ervan dat die man al zo oud is en hij schrikt waarschijnlijk van mijn doortastendheid. Hoewel hij me probeert te verzekeren dat er helemaal niet zo’n haast is (hoe kon hij dat weten zonder inzage in mijn dossier?), is hij blijkbaar toch onder indruk van mijn strijdlust. Hij zal de behandeling opstarten zodra hij mijn dossier heeft ontvangen. Wanneer? Hij belooft er zelf navraag naar te doen.

Enkele dagen later krijg ik eindelijk het bericht dat ik mij mag melden voor de chemobehandeling.

Er wordt een CMF-kuur voorgeschreven die telkens op vrijdag zal toegediend worden. Steeds twee opeenvolgende vrijdagen en dan twee weken rust, en dit zes maanden lang. We zijn vertrokken!

 

Karlijn

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

mooi litteken

   Ik vraag me af hoe het litteken er zal uitzien. Of althans, hoe ik eruit zal zien zonder borst. Zou het een groot en lelijk litteken zijn? Zal het mettertijd vervagen? Zal ik er ooit aan wennen?

   ‘Het is wel een groot litteken hoor, mevrouw’ vertrouwt de verpleegster me toe. ‘We hebben uw ganse borst moeten afzetten. We hebben niets van uw borst kunnen sparen. Het is een volledige borstamputatie geworden.’

Amputatie of afzetten zijn zo’n vreselijke woorden. Ik griezel ervan. Het doet me denken aan die trieste oorlogsfilms, waar bij jonge soldaten kapotgeschoten ledematen worden afgezet tot er enkel een stomp overblijft. Dat vind ik zo verschrikkelijk. Het idee dat die jonge mensen een arm of een been moesten afgeven, gewoon om in leven te blijven. Het is zo brutaal, zo ingrijpend, zo verminkend.

Nu wordt door sommigen hier hetzelfde griezelwoord gebruikt om aan te geven wat er met mijn borst is gebeurd. Bah! Ik krijg er koude rillingen van.

De arts die de ingreep bij mij heeft uitgevoerd, sprak heel voorzichtig over de borst die ze hadden moeten wegnemen. Hoeveel zachter, hoeveel menslievender klinkt dat woordje ‘wegnemen’. Ik heb het echt getroffen met die arts. Uit de wijze waarop hij over de ingreep spreekt, klinkt zijn spijt en medeleven door dat het zover is moeten komen. Ik heb nadien nog met hem gesproken over dat brutale woordgebruik, en hij vertelde dat hij ervoor zou zorgen dat ‘amputatie’ in de toekomst zou vermeden worden bij al het ziekenhuispersoneel.

   Korte tijd na de ingreep mag het knelverband eraf en wordt de wonde afgedekt met zo’n doorzichtige kleefpleister. De verpleegster vraagt me bezorgd of ik het litteken wil zien. ‘Natuurlijk’ antwoord ik. Eindelijk zal ik weten hoe mijn lichaam er in de toekomst uit zal zien. We gaan naar de badkamer zodat ik kan meekijken in de spiegel.

Wat ik zie is echt een positieve ervaring. Het litteken is wel enorm lang. Het loopt van aan het borstbeen, over de ganse breedte van de borstkas, helemaal naar de oksel toe en nog een stukje verderdoor in de bovenarm. Ik ben opgelucht dat het slechts een dunne streep is, die er helemaal niet griezelig uitziet. De arts had de wonde met zorg onderhuids genaaid, zodat ik vrijwaard zou blijven van die lelijke dwarse streepjes die de klassieke littekens op een grove rits doen lijken. Ik weet niet wat ik precies verwacht had, maar het resultaat is meer dan bevredigend. Er is geen rond gat, geen griezelige roze vleeswond, zoals je bij een amputatie zou verwachten. Het is gewoon een lange dunne streep, onder een plastiek doorschijnend folietje. Helemaal niks griezeligs!

Aan één kant vrouw, aan de andere kant een man. Ben ik nu bisexueel?

 

   Ik buig wat dichter naar de spiegel toe en ik zie ongeveer in het midden van het litteken een klein bruin huidvlekje. Opeens begin ik onbedaarlijk te lachen. ‘Kijk, er begint al een nieuw tepeltje te groeien’ zeg ik tegen de verpleegkundige, terwijl ik naar het bruine vlekje wijs. Ik kan er niet aan doen, maar ik schater het uit en het lachen doet me ongelooflijk deugd.

De verpleegkundige kan de humor van mijn opmerking absoluut niet inzien. Ze maakt zich zelfs boos en vraagt op verwijtende toon of ik wel goed besef wat er met me aan de hand is. Of ik de ernst van mijn toestand wel inzie? Komaan zeg! Moet ik dan in tranen uitbarsten? Daar wordt je pas goed triestig van. Maar ze kan geen begrip opbrengen voor de wijze waarop ik mijn miserie probeer te verwerken en beent boos weg. Ze zal de dokter op de hoogte brengen, zegt ze nog op de toon die een schooljuffrouw gebruikt tegen een stout kind.

Even later staat er inderdaad een dokter in mijn kamer met de vraag wat er aan de hand is. Ik licht het voorval kort toe en verweer me door te stellen dat humor mijn manier is om mijn leed te verwerken. Hij begrijpt het, zegt hij, maar vraagt me toch wat meer begrip te hebben voor het personeel, want die zijn een dergelijke aanpak niet gewoon! Ach zo, de patiënt moet hier begrip opbrengen voor het personeel?

Ik zal er dus voor moeten zorgen dat ik mijn verdriet voortaan verwerk op de manier die op de afdeling gangbaar is, zodat ik niemand tegen de borst stoot?

Naast dat incident kan ik echt niets aanmerken op het verplegend personeel, want ze zijn allen uitermate vriendelijk en bezorgd. Maar die ene vrouw heeft blijkbaar geen greintje gevoel voor humor en voelt zich duidelijk meer op haar gemak als zij wenende patiënten kan troosten.

karlijn

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

één op tien

Hoe kan het dat mijn gynaecoloog waarin ik alle vertrouwen had, niet meer zorg voor mij aan de dag had gelegd? Jarenlang was ik al bij hem in behandeling als patiënte. Hij had mijn twee kinderen op de wereld gezet.

Ik geloofde al wat hij zei en vertrouwde op zijn oordeel. Waarom zou ik niet?

De laatste drie jaar was bij mij de ziekte van Reclus vastgesteld. De ziekte van Reclus is een verzamelnaam voor een aantal veel voorkomende goedaardige borstaandoeningen die o.a. gekenmerkt worden door het ontstaan van talrijke cysten (met vocht gevulde holten) in de borst. Deze cysten zitten als het ware 'verpakt' in verdikt bindweefsel. Die knobbeltjes kan je voelen, maar zijn niet altijd te onderscheiden van kwaadaardige gezwelletjes. Als zo'n cyste strak gespannen staat, kan dit erg pijnlijk zijn. De arts kan de pijn verlichten door de cyste aan te prikken en met een spuitje het vocht eruit te zuigen. Een controle van het vocht is trouwens de beste manier om zich ervan te verzekeren dat het inderdaad om een goedaardige aandoening gaat, en niet om een kwaadaardig gezwel. (medische info: Annemie T'Seyen & Karen Van Acker, Goed Gevoel, oktober 2004)

Sinds september vorig jaar was er iets anders, ik voelde het duidelijk. Dit knobbeltje was niet als de vorige, al kon ik niet precies uitleggen waarom.

Ik was al verschillende keren bij de gynaecoloog komen aankloppen in verband met dat verdachte knobbeltje. De eerste keer liet hij een mammografie maken, maar daarop was niets te zien. Het borstweefsel was ondoorzichtig vertelde de radioloog. Elke volgende keer deed de gynaecoloog zelf een punctie met een lange naald tot in het knobbeltje. Er werd nooit iets verdachts gevonden (de arts zei dat hij niet genoeg vocht kon opzuigen om een cultuur te maken voor verder onderzoek) en ik werd terug naar huis gestuurd.

Waarom heeft mijn vertrouwde verloskundige mijn klacht nooit ernstig genomen? Nu was de kanker uitgezaaid doorheen de okselklieren, waardoor genezing uitgesloten is. Waarom heeft hij geen biopsie laten doen?

 

Mijn man, dierenarts van opleiding, antwoordt lakoniek op mijn vragen. “Één op de tien vrouwen heeft borstkanker. Dat wil zeggen dat als een gynaecoloog tien ongeruste vrouwen op raadpleging krijgt hij er negen met volstrekte zekerheid naar huis kan sturen. Er is maar één kans op tien dat zijn diagnose onjuist is”.

Je moet die ene dan maar zijn, antwoord ik hem verbolgen! Waarom doet hij dan geen biopsie, dan heb je ten minste zekerheid.

Je moet in gedachten houden, gaat mijn man onverstoorbaar rustig verder, dat een biopsie bij elk van die tien vrouwen, de gemeenschap op zware kosten zou jagen. Daar moet een arts ook rekening mee houden. Als ons ziekteverzekeringssysteem over de kop gaat, zullen we er veel slechter aan toe zijn. Het is voor een arts dus soms wel een klein beetje gokken, en gij had pech.

Dat van die ziekteverzekering vind ik wel een verantwoorde uitleg, maar het is wel makkelijker praten als je zelf bij de veilige negen zit!

 

Karlijn

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

pour les Flamands la même chose

Een van mijn sombere dagen in het ziekenhuis. Ik moest met iemand praten, iemand die echt kon luisteren. De verpleegkundigen, hoe vriendelijk ook, kwamen niet in aanmerking. Hun taak was te zorgen dat alles aangaande de genezing vlot verliep. Zij konden wel begrip tonen en medelijden, maar daar had ik geen behoefte aan. Voor een iets diepgaander gesprek kwamen ze niet in aanmerking. Daar hadden ze, altijd in de weer zijnde, helemaal geen tijd voor. Bovendien ontbrak het hen ook aan de juiste medische kennis, had ik al gemerkt.

Vrienden kwamen evenmin in aanmerking, wegens te grote betrokkenheid. En familieleden al helemaal niet. Ik had behoefte aan een onafhankelijk neutraal oor, waar ik met al mijn ongerustheid terecht kon.

Opeens schoot me de kankerfoon te binnen. Ik was al jarenlang trouwe sponsor van de Liga ter bestrijding van Kanker. Die zouden me misschien kunnen helpen. Ik was tenslotte kankerpatiënt, hoewel dat besef nog steeds niet wou doordringen.

Ik vroeg de verpleegkundige om een telefoonboek. Met trillende vingers, en tegelijk vol verwachting,  draaide ik het nummer: 

Aan de andere kant klonk een Franstalige stem. Ik liet me niet afschrikken en vroeg naar een Nederlandstalig persoon. Waarop de man in vlekkeloos frans verder ging met:

“Pour les Flamands, veuillez téléphoner à partir de 14 heures”. Daar moest ik het mee doen. Hij deed zelfs niet de minste poging om mij in het Nederlands te woord te staan. Dat ene zinnetje “Gelieve deze namiddag terug te bellen, mevrouw”, moet toch aan te leren zijn? Zelfs voor een onwillige Franstalige Brusselaar of Waal, moet dat toch lukken? Maar neen, respect voor de Nederlandstalige gemeenschap zal er in dit apenland nooit komen.

Ik zakte bijna door mijn bed. Van boosheid en van teleurstelling. Ik weet dat het egoïstisch klinkt, maar ik stelde me de vraag:  had ik daarvoor al die jaren geld gestort, om dan op zo’n manier te worden afgescheept? Ik had nú nood aan een gesprek, niet straks, maar nu!

Had ik de pech dat ik onder de verkeerde taalrol geboren was!

Ik kwakte de telefoon dicht en voelde me zo razend van onmacht dat ik het telefoonboek door de kamer slingerde, waar het met een luide smak tegen een tafeltje sloeg, waarop de verontruste verpleegkundige binnenzeilde met de vraag wat er aan de hand was. Ze bracht de telefoon, die ik nog steeds in mijn hand geklemd hield, veiligheidshalve naar veiliger oorden.

 

Zou de Franstalige in dit land, die per ongeluk tijdens de namiddag naar diezelfde kankerfoon belt ook in het Nederlands worden doorverwezen met “Gelieve morgenvroeg vanaf 10u terug te bellen, meneer”?

Ik dacht het niet.

Mocht een Franstalige in dit land in het Nederlands worden doorverwezen, zou dat meteen een nationale rel veroorzaken. Wij Vlamingen, wij protesteren niet, wij laten het overwaaien, wij zijn geduldiger, meegaander en vooral veel minder agressief. Lamme Goedzakken, zeg maar.

Je komt er ver mee, met die welwillendheid!

 

Karlijn

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

geluk bij een ongeluk

Soms ben ik intens blij dat ik maar met borstkanker zit opgescheept. Een borst is een in feite een uitwendig en een goed bereikbaar lichaamsdeel. Daardoor is het relatief gemakkelijk om een woekerende borstkanker in zijn geheel te verwijderen. Je bent dan wel je borst kwijt, maar daarmee mis je in feite geen vitaal onderdeel van je lichaam.  Zonder borst functioneert je lichaam even goed als met. Het had veel erger kunnen zijn. Maagkanker, longkanker, darmkanker, botkanker en zeker tumoren in de hersenen stellen op dat vlak veel grotere problemen.

  Ik prijs me gelukkig dat ik mijn twee kinderen nog borstvoeding heb kunnen geven. Onze dochter vier maanden lang en onze zoon gedurende zeven maanden, al was het de laatste maanden wel in combinatie met flesjes.

Mijn borst kan gemist worden, ze heeft haar taak vervuld. Mijn man ken ik intussen goed genoeg om te weten dat hij niet zal griezelen van een vrouw zonder borst. Tenslotte heeft hij als dierenarts al een en ander meegemaakt. Uiteindelijk zal ik er aan één kant nog steeds als een vrouw uitzien. Bovendien heeft hij voldoende medische achtergrond én realiteitszin om te beseffen dat ik beter kan blijven leven met één borst dan ongeschonden ten onder te gaan.

Wat ik zelf van mijn gehavend lichaam zal vinden baart mij nog de meeste zorgen, maar die gedachten verschuif ik naar later.

Ik prijs me gelukkig. Het had erger gekund. Het is slechts borstkanker.

Al bij al een geluk bij een ongeluk.

Zo denk ik soms, en die gedachte helpt om het onrecht te verteren.

Karlijn

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

moeilijke nachten

  De nachten zijn het moeilijkst.

Gedachten tollen door mijn dolgedraaide hoofd. Het ene doemscenario volgt het andere op. Mijn kinderen, mijn toekomst, mijn kansen op herstel, de komende chemo, haaruitval, de bestralingen, misschien blijvend letsel aan mijn rechterarm (ik ben rechtshandig), …

’s Nachts is er geen afleiding in een ziekenhuis, alleen doodse stilte. Ik voel me eindeloos triest, verlaten, eenzaam.

De tranen stromen over mijn kussen. Ik loop over van zelfmedelijden.

  Daarna komt de opstandigheid aanzetten: ik wil het niet, ik wil niet ziek zijn, het kán niet zijn, ik voel me nog veel te levend om dood te gaan, het is een kwade droom en ik wil wakker warden!

   Ik ga rechtop zitten in bed en probeer rustiger te ademen. Maar het gaat niet weg. Ik voel het knelverband om mijn borst dat me gevangen houdt. De afvoerpotten bewegen mee als ik me beweeg. Ze ergeren me en hun aanwezigheid maakt me woest. Ik wil ze losrukken en weggooien alsof daarmee alles ongedaan kan worden gemaakt.

  Ik ga op mijn andere zij liggen, draai het hoofdkussen om zodat ik weer wat droger kan liggen en probeer nogmaals in slaap te komen. Het lukt niet. De stilte van de nacht werkt beklemmend. De angst heeft me volledig in haar greep. De onrust is sterker dan mezelf. Naargeestige gedachten vechten om de eerste plaats. Ik wil het uitschreeuwen van onmacht, zou iets stuk willen slaan. Maar daarmee zou ik alleen de nachtzuster ongerust maken en ik wil nu niemand zien. Ze moeten me met rust laten. Ik wil slapen, rusten, wegzinken in een eindeloos diepe dromenloze slaap, voor altijd.

Nachten zijn heel moeilijk.

Karlijn

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Reageer op dit bericht

deugddoend bezoek

  Ongelooflijk hoeveel mensen me een bezoekje hebben gebracht. Haast de ganse familie is langs geweest en omzeggens al onze vrienden hebben de moeite genomen om eens langs te komen. Eerst tijdens mijn twee weken ziekenhuisverblijf en later thuis ging de stroom bezoekers onverminderd voort. Ik was stomverbaasd en heel erg blij met zoveel steunbetuigingen.

Die lieve, vriendelijke, bezorgde en meelevende familie en vrienden zullen nooit beseffen hoe groot de impact van hun bezoek is geweest en hoe bepalend voor mijn herstel. Hun aanwezigheid was voor mij van onschatbare waarde. Het feit alleen dat ze er stonden, ook al wisten ze vaak niet goed wat zeggen, had een enorm helend effect op mij. Ik zal hen eeuwig dankbaar blijven.

Ik zou het iedereen met een kankerpatiënt in de buurt willen aanraden. Ook al weet je als bezoeker niet meteen wat zeggen, besef dat je aanwezigheid alleen al een grote steun betekent voor de patiënt. Ga dus zeker op bezoek!

 

  Ik had in die eerste weken een haast onbedwingbare nood om het allemaal van mij af te praten. Telkens het hele verhaal doen vanaf het begin, werkte als een soort therapie voor mij. Het leek alsof ik bij elke vertelbeurt een beetje meer greep kreeg op het gebeuren. Tegelijk ging ik zelf ook beter begrijpen wát er zich precies in mijn lichaam afspeelde.

Sommige bezoekers voelden zich wat onwennig en wisten niet goed wat vertellen, waarschijnlijk uit vrees iets verkeerds te zullen zeggen. Het maakte voor mij niet uit. Het feit dat ze er waren was meer dan voldoende.

Bij elk bezoek nam ik de gelegenheid te baat om te beginnen vertellen wat er allemaal was gebeurd. Het was gewoonweg sterker dan mezelf.

 

  Oneindig dankbaar ben ik voor het welwillend en begripvol luisteren en het eindeloze geduld dat mijn bezoekers aan de dag legden. Terwijl ik aan het vertellen was besefte ik zelf heel goed dat ik aan het doordrammen was, maar ik kon er niet mee stoppen. Ik moest het allemaal kwijt, telkens opnieuw, met alle details.

 

  Door het telkens opnieuw vertellen, kreeg ik terug een beetje meer controle. Want de controle was ik volledig kwijtgespeeld. Het is ongelooflijk frustrerend te moeten vaststellen dat een deel van je eigen lichaamscellen door één of ander, nog steeds niet volledig ontrafeld, mysterie plots ongecontroleerd beginnen te delen en dus gaan woekeren en daardoor je eigen lichaam schade berokkenen. Het meest beangstigend is het feit dat het een vijand is die je niet ziet aankomen. Het is geen vijand die van buitenaf aanvalt. Het is in feite een eigen lichaamsonderdeel dat je eigen lichaam aanvalt. De vijand maakt deel uit van je eigen lichaamscellen! Verschrikkelijk frustrerend is het.

Heel geladen waren die gesprekken met bezoekers vaak en dus heel vermoeiend, maar oh zo heilzaam! Ik kan het niet genoeg herhalen.

Karlijn

Hoe vind je dit bericht?
Reageer op dit bericht

invasief ductaal adenocarcinoma

  Wat er na de biopsie gebeurt beleef ik als in een roes. Ik ben slechts een toeschouwer die vanop de zijlijn verdwaast toekijkt.

   De mastectomie (het wegnemen van de volledige borst) vindt twee dagen later plaats, samen met een gehele okselontruiming (alle klieren worden uit de oksel gehaald).

Vóór de biopsie heb ik me zorgen gemaakt over de grootte van het litteken en in welke mate de ingreep mijn lichaam zou beschadigen. Nu, na het slechte nieuws, kan het niet snel genoeg gaan. Die zieke borst moet zo vlug mogelijk verwijderd worden. Integraal. Weg ermee! Aan het litteken denk ik zelfs niet meer.

   Na de ingreep voel ik me schoner, minder vies. Die vervloekte kanker is uit mijn lichaam verwijderd. Een infuus met pijnstillers zorgt ervoor dat ik totaal geen pijn voel. Mijn borstkas is stevig verpakt in een drukverband. Er hangen twee afvoerpotten aan mijn zij, die me wat last bezorgen bij het slapen. Maar voor de rest goed alles goed.

   Het resultaat van de ingreep is verbijsterend. Er werd een gezwel van vier op zes op tien centimeter teruggevonden. Ingekapselde tumorkernen met talloze uitlopers die mijn ganse borst hebben doorwoekerd, waardoor een borstsparende ingreep uitgesloten was. Volstrekt onbegrijpelijk dat een tumor van die omvang niet eerder kon vastgesteld worden? Na de ingreep blijven er rond het litteken nog talloze ‘in situ’ kernen zitten, vertelt de arts. Plaatsen waar de kanker weer kan beginnen groeien.

   “Invasief ductaal adenocarcinoma” is de naam die de vijand wordt toebedeeld. Aan de grootte te zien zit hij al minstens tien jaar in mijn lichaam. Tien jaar? Ik griezel bij het idee dat die kankercellen al jarenlang bezig waren mijn lichaam te vernielen zonder dat ik er iets van gemerkt heb. Van de elf onderzochte okselklieren zijn er meerdere aangetast waarvan drie met kapseldoorbraak. Wat dat precies betekent begrijp ik niet zo goed. Het verband tussen die okselklieren en de borstkanker is me niet meteen duidelijk maar ik vraag er verder niet naar. Op dat ogenblik kan het me allemaal niet zoveel schelen, ik ben veel te moe en wil niets liever dan slapen. Tenslotte lig ik hier veilig in het ziekenhuis, al het slechte is uit mijn lichaam, en ik word met alle nodige zorgen omringd.

 

Karlijn

Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Reageer op dit bericht

Schuld, opluchting, angst

   Mijn man houdt mijn hand vast terwijl we samen de veroordeling aanhoren. Het gezwel is kwaadaardig en zodanig groot en ruim verspreid dat de ganse borst moet verwijderd worden.

Wat er na die mededeling door mijn hoofd schiet is moeilijk te beschrijven.

   Ik voel mij in de eerste plaats op elk vlak enorm schuldig.

Schuldig tegenover mijn echtgenoot. Die heeft nog geen tien jaar daarvoor zijn eigen moeder aan borstkanker verloren en nu jaag ik hem opnieuw die nachtmerrie in. We zijn amper zes jaar getrouwd. Komt er nu al een eind aan ons geluk?

Schuldig tegenover mijn kinderen. Ik ben de dertig al voorbij wanneer ik eindelijk de man ontmoet die de vader van mijn kinderen kan worden. Uiteindelijk ben ik 35 en 37 wanneer mijn kinderen geboren worden en nu zou ik hen moederloos moeten achterlaten?

Schuldig tegenover mijn ouders. Hoe moet ik het in godsnaam aan mijn altijd zo bezorgde ouders melden dat hun dochter borstkanker heeft? Zij hebben altijd zo goed voor mij gezorgd en nu doe ik hen zoiets aan. Het schiet me te binnen dat mijn moeder ooit heeft gezegd dat ze nog liever zou doodgaan aan kanker dan een borst te laten wegnemen. Hoe zal zij op mijn gehavende lichaam reageren? Zal ze griezelen als ze het ziet? Heb ik wel de juiste beslissing genomen?

    Eigenaardig genoeg voel ik me tezelfdertijd enorm opgelucht. Ik ben de laatste maanden niet zómaar slap en futloos en zwak en eindeloos moe geweest. Het is geen gebrek aan wilskracht of doorzettingsvermogen geweest. Er is een ernstige medische verklaring voor mijn slapte. Ik ben écht ziek. Daardoor krijg ik opeens een grondig excuus om althans een deel van mijn bijna onoverkomelijke problemen aan de KULeuven te ontvluchten: ik kan even vrij nemen van het werk! Ik zal minstens twee weken in het ziekenhuis verblijven en wellicht nog langer voor allerlei nabehandelingen en moet dus niet meteen terug naar dat vervloekte werk! Haast ongeoorloofd wat een pak van mijn hart, wat een dankbaarheid ik voel. Ik kan voor het eerst terug lucht zuigen tot in het onderste putteke van mijn longen. Ik ben van zin me laten verwennen in dat ziekenhuis. Ik moet voorlopig niets meer doen, alleen maar slapen en rusten en beter worden. Er zal voor mij worden gezorgd. Dat besef doet ongelooflijk veel deugd. Er valt een pak van mijn hart.

Meer dan eens vraag ik me af of ik wel normaal ben? Welke mens met gezond verstand is er blij mee dat ze kanker krijgt?

   Daarnaast is er natuurlijk die panische angst voor de onzichtbare vijand die het gewaagd heeft om mij aan te vallen langs een kant vanwaar ik nooit een aanval heb verwacht. Er is woede en agressie tegen de kankercellen die al jarenlang bezig zijn mijn lichaam te vernielen zonder dat ik er iets van gemerkt heb. Er is afkeer en misprijzen tegenover mijn eigen lichaam dat mij zo in de steek heeft gelaten. En er is zelfmedelijden in overvloed.

   Allesoverheersend is uiteindelijk de angst.

Angst door de onwetendheid over wat me nog te wachten staat. Angst die uitdrukking vindt in duizenden vragen waarvan de ergste is of ik dood zal gaan? Hoe lang heb ik nog te leven? Welke lijdensweg staat me te wachten? Hoe pijnlijk zal de aftakeling zijn op het einde?

Angst die ook gevoed wordt door gebrek aan kennis. Hoe komt die kanker in mijn lichaam? Wat ís kanker voor iets? Ik weet niets meer dan dat het een griezelige, oncontroleerbare woekering van cellen is waar je uiteindelijk aan dood gaat.

Maar ik wil nog niet dood!!!

Die kanker moet meteen uit mijn lichaam worden gehaald.

Die cellen moeten wég wég wég!

Karlijn

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van ontboezemingen

↑ Terug naar de berichten