Naar de inhoud

ontboezemingen

kankerdagboek: al 18 jaar leven met borstkanker
akke.beakke.be

Archief

maandag

Afspraak om 10u op Afereselokaal 1. 

Het was een drukte van jewelste op het dagziekenhuis. Alle verpleegkundigen renden de ene zaal uit en de andere kamer in. Er werd al eens gezucht en de anders zo vriendelijke gezichten stonden vandaag wat ernstig. Naar de geruchten die ik opving was er al een en ander misgelopen. Het was de eerste keer dat ik zo lang moest wachten eer iemand zich om mij bekommerde. Het was 10u40 en ik werd wat zenuwachtig. Om 11uur moest ik nog een verdieping lager zijn, op de bestralingsafdeling, voor een simulatie. Daarna moest ik nog een bloedtransfusie krijgen en dat duurt maar liefst 2u30 per eenheid. Hoe lang zou deze dag weer duren? Ik ging eens horen op het secretariaat en ze beloofden zo meteen iemand te sturen. Blijkbaar waren er weer heel wat overboekingen vandaag en het personeel kon de klus niet klaren. Rond tien voor elf werd ik dan toch aangeprikt, net op tijd om de trap naar beneden te nemen en me daar te gaan aanmelden voor een nieuwe wachttijd. Het kon wel eventjes duren zei de vriendelijke verpleegkundige van de bestralingseenheid. Na een tijdje in de wachtzaal kreeg ik een pijnaanval. Het tabletje Oxynorm kon niet helpen deze keer. Ten einde raad strompelde ik de gang van de simulatoren in en vroeg of ze me ergens konden laten plat liggen. Dat is de houding waarin ik het minste pijn had. Een vriendelijke verpleger nam me mee naar een soort brancard in de gang, waar ik de rest van de wachttijd kon doorbrengen. Met een uur vertraging kwam de radiotherapeute me opzoeken. Ze vertelde dat er niet alleen op lumbaal 4 een tumor groeide, maar dat er ook meerdere kisten zaten op het heiligbeen, die eveneens de pijn in het bekken konden veroorzaken. Ze overwoog daarom niet alleen de wervel, maar ook het onderliggende deel tot en met het sacrum te bestralen. Ze zou daarover eerst nog overleggen met de radiologen van de nucleaire afdeling.

Toen ik haar mening vroeg over het bestralen van het schedeldak, zoals de oncologe een tijdje terug had voorgesteld, wuifde ze die mogelijkheid meteen van tafel. “Je hebt intussen zoveel knobbels over de ganse schedel, dat het niet mogelijk is te bestralen zonder de hersenen mee te bestralen” zei ze. Ingeval er later letsels zouden ontstaan in de hersenen zelf, dan zou er geen mogelijkheid meer zijn om die letsels nogmaals te behandelen, omdat de maximale bestralingsdosis dan reeds bereikt zou zijn. Goed, alweer een probleem van de baan!

Enige tijd later kreeg ik mijn pasje voor toegang tot de speciale parking vlakbij de bestralingseenheid en het kaartje met afspraken voor vijf bestralingssessies, met ingang van eerstkomende donderdag. Kort daarna lag ik onder de simulator en werden onder toeziend oog van de scanner de nodige merktekens gezet op buik en flanken. Tien minuten later kon ik weer naar boven voor de bloedtoevoer. Het was één uur geworden, net op tijd om de laatste schotel soep en boterhammen te krijgen.

Omstreeks vier uur zat mijn ziekenhuisdag er op en kon ik naar huis. Dochterlief speelde vakkundige taxi en bracht me veilig thuis.

     

© Karlijn  Koninckx


Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Mysteries opgeklaard

Vandaag al vroeg naar Hasselt. Eerst een inspuiting halen met radioactieve stof en enkele uren later de botscan. Met die botscan wil de oncoloog nagaan vanwaar die plotse hevige pijnen komen ter hoogte van de rechter achterkant  van het bekken. Tussen de spuit en de botscan in, was er een CT  gepland van de schedel, om te zoeken naar een verklaring voor de hoofdpijn.

Het werd een super pijnlijke dag. Ik vond geen houding om te staan en zitten was al helemaal onmogelijk. Na de onderzoeken bleef er nog veel tijd over voor ik bij de dokter terecht kon. Toch ben ik meteen naar de dagzaal gestrompeld. Ik heb er uitgelegd dat ik zoveel pijn had en amper kon zitten of staan. Die schatten van verpleegkundigen hebben meteen het nodige gedaan om een bed klaar te maken en ze hebben me een pijnstiller per infuus gegeven. Daarop ben ik prompt in slaap gevallen, tot ik gewekt werd door de dokter die naast mijn bed stond.

Ze kwam me de resultaten meedelen en aan de ernst op haar gezicht wist ik meteen dat er iets niet pluis was. Eerst en vooral wees de botscan overal een verhoogde kankeractiviteit aan. Zowel op de reeds bestaande letsels als op een paar nieuwe plaatsen. De vorige chemo met Xeloda heeft dus niet zoveel resultaat opgeleverd. Over de nieuwe chemo met Navelbine kon nog niet veel gezegd worden, aangezien ik nog maar twee dosissen heb gekregen.

De pijn ter hoogte van mijn linker lies, waardoor ik soms op dat been niet kon staan, is te wijten aan een nieuwe breuk aan de voorste arm van het schaambeen. Daar is niet zoveel aan te doen, gezien die zone reeds de maximale bestralingsdosis heeft gekregen.

De pijn aan de rechter bil is een gevolg van een nieuw gezwel op een lumbale wervel (ben vergeten dewelke), waardoor een zenuw wordt afgekneld. Die pijnen zijn dus zenuwpijnen. Na een gesprek met de radiotherapeute wordt aangeraden die wervel te bestralen, in de hoop de woekering te stoppen en de pijn te minderen. Laat ons hopen dat het lukt? Maandag moet ik naar de radiotherapie voor een simulatie en aftekening  van de te bestralen zone.

In de schedel is een sterk vergrote activiteit gemeten. Niet alleen op de gekende plaatsen aan de linker kant, maar er blijkt nu ook aan de rechter voorkant een nieuwe haard te zitten. Misschien kan die de verschuiving van hoofdpijnen van links naar rechterkant verklaren. Ik hoop maar dat daar ook niet zo’n buil te voorschijn komt? Alle andere botuitstulpingen zitten voorlopig nog verborgen onder mijn hoofdhaar. De nieuwe haard zou ter hoogte van het voorhoofd zitten! Afwachten wat dat gaat geven.

Ten slotte vernam ik dat er ook een tumor zat op het schouderblad (wist ik niet) en nu toont de botscan ook zwarte vlekken aan de knieën, vooral links. Dat verklaart de pijn aan linker knie.

Een echte verbetering hebben die scans toch niet aangetoond he? Integendeel, het gaat helemaal niet de goede kant op  L. 

Verklaringen hebben we nu wel. Volgende stap is afwachten wat er aan te doen is.

Maandag wordt opnieuw een lange ziekenhuisdag, niet alleen door de simulatie, want dat gaat vrij snel. Maar blijkbaar zijn de rode bloedcelletjes veel te laag in aantal en moet ik bloedeenheden bij krijgen. Uit ervaring weten we dat daar heel wat tijd inkruipt.

Ik weet niet of ik  nu blij moet zijn of niet. Ik weet wel wat er aan de hand is, maar veel goed nieuws was er toch niet bij …

 

© Karlijn  Koninckx

Hoe vind je dit bericht? 1 stem
2 reacties Reageer op dit bericht

Dipje & Brats

Als titel wou ik schrijven “hoe goede vriendinnen je kunnen redden wanneer je dreigt weg te zakken in een dipje”. Maar dat zijn teveel woorden. Een titel moet kort en bondig en krachtig zijn hebben we altijd geleerd. De titel “dipje” is alleszins kort genoeg, maar of hij de lading dekt van dit berichtje betwijfel ik. Daarom heb ik er Brats (*) aan toegevoegd. Dat is toch duidelijker, niet? J

Als je maar genoeg klachten hebt en slecht uitgeslapen bent, dan glijd je gemakkelijk in een dipje. Dat gaat helemaal vanzelf. Als een hoopje miserie opgerold in de zetel probeerde ik de tijd rond te krijgen tot het volgende ziekenhuisbezoek. Je kan je zelfs koesteren in zo’n vlaag van teneergeslagen zijn.  De pijnstillers brachten wel wat soelaas, maar ik verging van zelfmedelijden en gezien ik toch lange dagen alleen thuis zat, kon ik naar hartelust jammeren en de tranen de vrije loop laten. Soms kan een huilbui opluchting brengen, maar het mag niet te lang duren, want dan verdrink je erin.

Wanneer zo’n dipje te lang dreigt te gaan duren komt het ogenblik dat goede vriendinnen onbetaalbaar zijn. Terwijl ik nog wat lag te snotteren ging de telefoon met de boodschap dat het veel te mooi weer was om binnen te zitten. Bratske deelde me resoluut mee dat ze me hoe dan ook “uit mijn kot” zou komen halen. Ik mocht babbelen of zwijgen of snotteren of lachen of klagen, … zij zou luisteren. We konden gaan wandelen of ergens iets gaan drinken, of langs de winkels lopen, kortom, alles was mogelijk. Eerst wou ik haar voorstel afwimpelen. Ik voelde me absoluut geen goed gezelschap en ik heb niet graag dat anderen zich voor mij opofferen. Maar Bratske was niet van haar voorstel af te brengen en uiteindelijk heb ik me laten overhalen. Ik zal haar altijd dankbaar blijven, want het was precies dat duwtje in de rug dat ik nodig had om uit dat duister gat te geraken. Na ons uitje voelde ik me opnieuw meer mens. Ik had mijn hart eens kunnen luchten en daarna was het gespreksonderwerp als vanouds verschoven naar allerlei ditjes en datjes. We hebben gelachen en gesnoept van een lekkere wafel met slagroom. Wat moet een mens meer hebben om zich goed te voelen?

Dank u wel lieve Brats, mijn redder in nood, omdat je met mij wou gaan bratsen!

      

(*) Brats: Zoals ik waarschijnlijk al in een vroeger berichtje vertelde betekent bratsen in de Tiense volkstaal zoiets als op zwier gaan. Aangezien het bewuste vriendinnetje altijd te vinden is om samen op zwier te gaan, kreeg ze de bijnaam “Bratske”.

 

© Karlijn  Koninckx

Hoe vind je dit bericht? 8 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Pijn!

Hoe vaak heb ik in de eerste vijftien jaar van mijn ziek zijn niet gezegd hoe gelukkig ik was dat ik nergens pijn had. Welnu, de laatste twee jaar is daar wel een grote verandering in gekomen. Ik weet nu wat pijn is, dat kan ik je verzekeren.

De nacht van donderdag op vrijdag ben ik driemaal moeten opstaan van de pijn. Hoe moest ik dat in hemelsnaam volhouden tot volgende week. Vrijdagmorgen vertrok ik op boodschappen. Zelfs die korte ritjes in de auto waren haast niet vol te houden en je kan nu eenmaal niet rechtstaand auto rijden. Hoe moest dat verder. Ik stond daar langs de weg, huilend van de pijn. Ik besloot bij de huisarts langs te gaan. Die stond altijd open voor al mijn klachten. Misschien kon zij een oplossing vinden. Ik belde haar op en mocht tegen de middag nog langs komen. Zij heeft me grondig onderzocht en ze vreest dat het mogelijk weer om een spontane breuk zou kunnen gaan. Ze heeft me Oxynorm voorgeschreven, een pijnstiller op grond van morfine, maar die met de morfinepleisters gecombineerd kan worden. Met die zuigtabletjes zou binnen het half uur een verbetering moeten optreden. Zo niet, dan mocht ik twee tabletjes nemen. Ik had haar van opluchting kunnen omarmen. Meteen naar de apotheek waar ik net voor sluitingstijd nog kon binnen wippen. Na een half uur werkte het tabletje nog niet echt, maar ik was zo doezelig van de morfine dat ik prompt in de zetel in slaap viel. Ik heb toch tot vijf uur kunnen slapen. Met het volgende tabletje werd de pijn toch minder en kon ik voor het avondeten zorgen. Oef! Je zou haast gek worden van die pijn.


© Karlijn  Koninckx

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Reageer op dit bericht

rotweek

Ja wadde! Ik hoopte er met een beetje rusten weer bovenop te geraken, maar dat is absoluut niet gelukt. Het werd alsmaar slechter. Dinsdag kreeg ik opeens pijn, diep in mijn rechter bil. Ik had al wel een aantal dagen een sluimerend zeurend gevoel in mijn bekkenbeenderen, maar niets om me ongerust over te maken. Het doet altijd wel ergens pijn. Aan de rugwervels, aan mijn hoofd, mijn lies, … . Nu was het zo opeens van de ene dag op de andere een stevige pijn, aan de achterkant van het bekken, aan de rechterkant. Zo’n plots opkomende pijnen voorspellen meestal niet veel goeds. Woensdag was het nog erger. Op sommige ogenblikken kon ik het haast uitschreeuwen van de pijn. Vooral zitten was bijzonder moeilijk. Het beste was rechtstaan, zachtjes heen en weer wiebelen of wat wandelen en onderwijl over de pijnlijke plek wrijven. Gelukkig kon ik donderdag naar het ziekenhuis. Daar zouden ze me wel kunnen helpen.

Donderdag was ik al vroeg in Hasselt. Er was niet veel volk. De stoel stond op mij te wachten. Aanprikken, bloed nemen, eventjes spoelen en klaar. Wachten op de dokter. Ik moest stevig op mijn tanden bijten en kon niet blijven zitten, hoe comfortabel die stoelen ook zijn. Ik ging in de gang wat ijsberen en keek om de haverklap naar de grote klok die daar hangt. De minuten leken wel uren. Eindelijk mocht ik bij de dokter. Ik vertelde dat ik zoveel pijn had. Hij bekeek de scans nog eens zorgvuldig en zei dat er niets te zien was. Waarom heb ik dan zo’n pijn? Hij wist het niet. Die vervloekte scans. Als er niets op te zien is lijkt het alsof je enkel ingebeelde pijn hebt, en dat maakt me woest. Komaan dokter, zei ik ietwat opgewonden. Op de scans van mijn schedel is ook niets te zien en nochtans zie je die dikke knobbels op mijn hoofd staan. Die beeld ik me toch niet in? En toch staan ze niet op die scan!? Ik werd er wanhopig van. De dokter wist er geen raad mee en schreef me een nieuwe scan van de schedel en een volledige botscan voor. Voor de rest, was het dus wachten op de resultaten volgende week. Wat later bleek dat de witte bloedcellen te laag stonden voor een volgende dosis chemo. Verdorie! Helemaal voor niets naar Hasselt gekomen: geen chemo gekregen en wat nog erger was: niets tegen de pijn!

 

© Karlijn  Koninckx

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

weerslag van de feesten

Een weekje rust tussen twee chemobeurten kan deugd doen. Ik verzorg me goed en rust veel, want vrijdagavond en zondagmiddag zijn we uitgenodigd op een familiefeest. Ik wil er absoluut bij zijn en het is me gelukt. Het etentje op vrijdagavond was super, maar halverwege de maaltijd moest ik toch eventjes gaan liggen. Ik had pijn bij het zitten en last aan maag en darmen. Er was een goede opgewekte sfeer en het eten was veel te lekker om te laten staan. Op het zondagmiddagfeest waren de maag- en darmklachten opgeklaard, maar ik was heel moe. Het aangename gezelschap en de vrolijke sfeer trokken me erdoor. Alweer een geslaagd weekeinde. 

Maandagmorgen werd ik wakker met een kater. Alles deed pijn, ik voelde me doodmoe en misselijk. Ik moest voor niets opstaan en bleef dus tot de middag in bed. Toch voelde ik me daarna niet beter. Dat wordt weeral zo’n verloren dag, bedacht ik. Misschien de prijs die ik moet betalen voor al die leuke feestjes van de voorbije weken? Wel, ik heb het er voor over! Wat denkt die stomme kanker wel. Door zo een beetje moeilijk doen kan hij de feestvreugde niet teniet doen hoor. Ik heb ervan genoten en zou het zo opnieuw doen. Terzelfdertijd besef ik dat het goed is dat er nu een wat kalmere periode aanbreekt. Zo kan ik weer op krachten komen. 

Het enige feestje in de nabije toekomst is de verjaardag van mijn allerliefste. Daarna moet ik zien in volle vorm te geraken voor kerstmis. Bij mijn man was het de gewoonte om elke kerstavond bij de mama te vieren. Sinds ze gestorven is, neemt elk jaar één van de kinderen deze taak van haar over. Om de zeven jaar is het onze beurt en raad eens? Ja, dit jaar gaat kerstavond bij ons door. Als iedereen komt zijn er 29 volwassenen(kinderen en kleinkinderen) twee jonge kleinkindjes en 5 achterkleinkindjes van oma Machelen. Dat wordt even puzzelen om de tafels en stoelen gezet te krijgen in een woonkamer die daar absoluut niet voor geschikt is en dan nog wat kopbrekens om een haalbaar menu klaar te toveren. Met haalbaar bedoel ik een maaltijd die bij iedereen warm op tafel komt. Eerst hadden we een kok voorzien. Dat leek een prima oplossing. Hij zou zorgen voor borden, glazen, bestekken en de afwas voor zijn rekening nemen, maar toen hij er het prijskaartje bij legde vielen we steil achterover. We hebben nog even getwijfeld, maar uiteindelijk hebben we besloten het zonder kok-aan-huis te doen. Mijn man, die nooit in paniek geraakt heeft me gerust gesteld door met zijn zachte stem en de nodige overtuiging te zeggen: maak je geen zorgen schattenbol, het komt wel in orde. Zodus probeer ik me geen zorgen te maken …

 

© Karlijn  Koninckx

 

Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Reageer op dit bericht

tweede dosis

Een beetje schoorvoetend betreed ik het ziekenhuis. Vandaag vroeger dan anders. Er zijn eerst twee scans gepland. Dat brengt altijd wat ongerustheid mee over het resultaat. In de wachtzaal krijg ik die grote fles contrastvloeistof met een afschuwelijke anijssmaak voorgeschoteld. Die moet zo snel mogelijk naar binnen gegoten worden. Officieel heet het dat je er een uur de tijd voor hebt, maar ervaring leert dat ze je soms veel vroeger komen halen, als het minder druk is. De meneer naast mij gruwt evenzeer van het slecht smakende goedje. Hij grommelt, maakt rare geluiden en herhaalt voortdurend ‘bah, bah, ik lust dat niet’. In de scanruimte krijg ik een infuus aangeprikt, wat niet zo vlot lukt omdat mijn aders het stilaan laten afweten. Als kers op de taart krijg ik nog wat vloeistof in de endeldarm gespoten als een soort mini lavementje. Vanaf dan is het billen samenknijpen, terwijl ik langzaam in het apparaat wordt geschoven. Een koude stem klinkt door de luidspreker: “ademen, diep ademen, en … uitademen”. Ondertussen schuif ik heen en weer door het toestel. De stem klinkt nog een keer en kort daarna is het onderzoek afgelopen. Ik maak een kort spurtje naar de WC en haal het maar net.

Daarna zak ik lusteloos af naar de dagzalen oncologie en laat me in de wachtkamer op de bank zakken. Ik voel me beter dan de twee vorige dagen, maar echt top is het nog niet.

Ik probeer er niet aan te denken dat ik straks opnieuw vergiftigd word. Hoewel ik veel vroeger ben dan voorzien krijg ik toch een stoel aangewezen. Er had iemand afgebeld (kan ik inkomen J). Bij de dokter verneem ik dat mijn rode bloedcellen deze keer ok zijn, maar de witte bloedcellen zijn al aardig in aantal gezakt. Toch krijg ik mijn tweede infuus met Navelbine toegediend. Ik bel op tijd naar de taxi en deze keer moet ik helemaal niet wachten. Op weg naar huis kan ik mijn ogen niet openhouden. Na een klein  uur doezelen word ik thuis afgeleverd door de altijd vrolijke en bezorgde taxi.

Oef, toch weer een ziekenhuisdag achter de rug!

 

© Karlijn  Koninckx

 

Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
2 reacties Reageer op dit bericht

Onmacht

Meestal wandel ik het ziekenhuis binnen als een gedwee lammetje, maar soms gaat het niet zo vlot. Dan heb ik zin om de oncologe eens goed uit te kafferen omdat ze me geen middel kan geven dat me geneest. Dan wil ik al het ziekenhuismateriaal in mekaar rammen, tegen de muren aangooien, met een woeste zwaai van de tafel vegen. Dan zou ik willen roepen en tieren en tekeergaan als een wildebeest.

Maar dat zou inderdaad geen verschil uitmaken. Die smerige kanker zit in mijn lijf en gaat rustig verder met zijn verwoestende werk. Ik kan niets anders dan lijdzaam ondergaan. Ik moet niet alleen die kanker ongemoeid laten verder vreten in mijn lichaam, ik moet bovendien haast elke week een dosis dodelijk gif in mijn lijf laten pompen, zonder dat ik ook maar in de verste verten weet welk resultaat dat gaat opleveren.

Het vraagt soms een enorme zelfbeheersing om kalm te blijven en alles rustig zijn gang te laten gaan. Het is ook zo dat nu ik weet dat ik tot mijn laatste dagen chemo zal moeten krijgen, die onmacht alleen maar groter wordt.

Gisteren en vandaag had ik zo’n dagen van totale onmacht. Onmacht die een razernij opwekt maar die uiteindelijk toch eindigt in gelatenheid, met veel tranen en verdriet.

 

© Karlijn  Koninckx
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Mestreech

Vandaag, zaterdag, een schitterend zonnige dag, geen enkel wolkje aan de helderblauwe hemel: zalig! We hebben afgesproken om met de vriendinnen een dagje naar Maastricht te trekken. Daar aangekomen konden we net het allerlaatste tafeltje bemachtigen in de zon op een terrasje aan het Vrijthof bij de Sint Servaaskerk. We hebben genoten van het zonnetje en van het lekkere eten. De rest van de dag hebben we doorgebracht met rondslenteren door het gezellige stadje. We brachten een bezoek aan de voormalige Dominikanenkerk, waar sinds 2006 een boekhandel is gevestigd. Daarna zijn we ook een kijkje gaan nemen in een andere kerk waarvan de bestemming geheel werd veranderd: de Kruisherenkerk. Het Kruisherenhotel is ondergebracht in het voormalig Kruisheren klooster in het centrum van Maastricht. Samen met de kerk is dit complex veranderd in een speciaal design hotel. In dit hotel komen een klassieke en moderne stijl samen. Het was indrukwekkend om zien. We hebben in een van de salonnetjes in een nis van de voormalige kerk een theetje gedronken en hebben er lang en gezellig getetterd. Na nog een gezellig en superlekker etentje bij ‘Pieke Potloed’ kwam er een einde aan onze leuke uitstap. Ik was doodmoe, had overal pijn, maar was tegelijk ook heel gelukkig met onze geslaagde uitstap.

     

© Karlijn  Koninckx

Hoe vind je dit bericht? 4 stemmen
1 reactie Reageer op dit bericht

Ongeluksdag?

Vandaag, de 13de, was het vroeg dag. Om 7u30 kwam de taxi me ophalen. De oncologe verwachtte dat ik opnieuw slechte bloedwaarden zou hebben en dat ik dus bloedeenheden zou moeten krijgen. Daarom had ze me zo vroeg gepland. Als ik vroeg genoeg in het ziekenhuis was zou alles in één dag kunnen en moest ik de volgende dag niet terug naar Hasselt. Maar, wonder boven wonder waren de bloedwaarden net goed genoeg om extra bloedeenheden overbodig te maken. Dat was goed nieuws.

Echter, blijkbaar zit er achter elk beetje geluk weer een beetje tegenslag. Xeloda, de chemo die ik de laatste maanden nam, schijnt zijn werk niet meer te doen. Dus stelt de oncologe me een nieuwe cocktail voor: Capecitabine® wordt vervangen door Navelbine ®. Van februari tot oktober heeft de Capecitabine gewerkt. Amper negen maanden! Jeetje, ik zal het beter moeten aanpakken, want aan dit tempo gaan de mogelijke chemo’s snel opgebruikt zijn, en wat moeten we dan?

Omdat we dachten dat het zo’n lange dag zou worden, was mijn dochter meegegaan naar het ziekenhuis. Gezien ik vandaag geen extra bloed en alleen een infuus moest krijgen, was ik veel vroeger klaar dan verwacht. We gingen ’s middags gezellig iets eten in de brasserie tegenover het ziekenhuis. Toen we daar bijna klaar waren belde ik de taxi. Die had het echter extra druk vandaag zodat we uiteindelijk anderhalf uur hebben moeten wachten eer hij er aan kwam. Tegen de tijd dat de taxi kwam was de zon al heel laag gezakt en was het redelijk fris geworden. We gingen schuilen in het bushokje. Er kwam een bus voorbij, waarin iemand heftig zat te wuiven naar ons. Opeens herkende ik Christiane! Wij schijnen mekaar overal tegen te komen! Niet te geloven.

 

© Karlijn  Koninckx

Hoe vind je dit bericht? 5 stemmen
Reageer op dit bericht

Meer van ontboezemingen

↑ Terug naar de berichten