natuurlijk
waterkant
zoeterand
ik glij uit op rietensprieten
in een zuigende
modderstroom
laarzen slepen door
het slikkende fundament
en ik stokken zinloos
achterwaarts duwend
centimeter bij centimeter
voorwaarts denkend
en gaande, zo ik wil
de zee dreigt
rond de heupen
in een Hollandse poldersloot
mijn zwaarte komt te vallen
terwijl sokken opstijgen
uit rubberen hoezen
als met klauwen
grijp ik pollen
van het kluwende gras
en hijg de angst
naar buiten
in tijgersluipgang
sleep ik mij omhoog
en lig uitgeput
verzopen
op het droge
kwak zegt
de kikker
als de natte vlakte
nog na borrelt




