de mens eigen
soms
is mijn wereld
zo groot
dat het geringe
genoeg blijkt
zoals leegte
mateloos ruim
kan zijn in
verlatenheid
daarom
besproei ik
het uitzicht vaak
met stilte
de mens eigen
natuurlijk
foto
horen, zien en zwijgenvertelt mijn stilte
over waarheid
of verzwijgt zij
duisternis
beheerst mijn ademen
golven van indrukken
en denk ik
om maar niets
te hoeven weten
*
ik spreek
met gespleten tong
over uitzicht
en van inzicht
met dubbele bodem
*
hoor mij aan
tenware u mij
begrijpt
foto
als licht en donker azen
afwikkelen
voorspelbaarwaarom vergroot ik
het gras uit
terwijl het groen is
stook ik liefde op
als het hout
nog smeult
en kijk ik diep
het heelal in
avond na avond
om maar niets te
te kunnen zien
terwijl het grootse
zich voor mij ontvouwt
ik doe dat al
sinds mensenheugenis
foto
waar is liefde
ik geloof niet meer in
hemelse liefde
het is wolken aaien
op een uitgeschoven ladder
zo ook twijfel ik aan
het zachte van de aarde
ze is te gebonden aan bloed
en blinde vlekken
toen ik mezelf aankeek
zei ik in stilte
ja, ik ben genegenheid
maar gehavend
door oorlogen en nachten,
door mens te zijn
mijn handen reiken aldoor,
immers dat stel ik boven alles
doch de glazen stolp
schuift mee en dan,
zo doorzichtbaar glas is,
over mij heen,
als op de lijkkist
de dekselschroeven
worden aangedraaid
en waarvan de gestorvene
geen weet heeft
oh, ik zie wel
wie je bent
maar hoor de echo
van mijn stem
rondwaaien
zoals de goudvis
luchthapt
in zijn viskom
doe ik, als mens,
anders?
foto
belaagd door de wind
foto
ja, mijn blik versmalt
foto
zo ook de mens roest
foto
zweven in de schepping
moeder van de moeders
levendig vlak