ik geef je te eten
ik geef je te eten
ik geef je te eten
uitstelhet duurt maar even
zei de beul
seconden, twee in getal
langer zal je niet hangen
de nek is op meer
niet ingesteld
het lijf kan ik nog verlichten
door u naakt te laten gaan
wellicht dat we een flits
aan tijd kunnen toevoegen
doch de hoop zal daarin
de angst niet verschuiven
het denken is immers
verward en verdoofd
dan wel onderhavig
aan de afsluiting der luchtwegen
zodat de veronderstelde ruimte
vooral niets bijdraagt
even zullen de ogen nog
bollen en staren naar de einder
eigenlijk hangt u daar al
einde
lijk
foto
hallo jij
foto
mijn vale jashet was mijn vale jas
wellicht nog door vader
gemaakt van kleding in ruste
of in overgang
naar een tweede kans
ja zo was nog die tijd
en stond eens voor de Kodak
niet meer wetend
wie de spieker was
ik was mijn vale jas
met grote herenknopen
op een kinderdracht
waar mijn hoofd,
bleek getint, uitstak
boven volwassen revèrs
wat ogen werd genoemd
keek in de foto
eenzaam denkend
of langs me heen
het was voor een struik
ergens bij een laan
genoemd naar het paradijs
ik weet niet
of ik er van terug kwam
danwel naar op weg was
naast de kerk bloeide ook
het hof
van geaarden.
foto
kruip toch in me
foto
de kade verlaten
foto
de mens eigen
natuurlijk
foto
horen, zien en zwijgenvertelt mijn stilte
over waarheid
of verzwijgt zij
duisternis
beheerst mijn ademen
golven van indrukken
en denk ik
om maar niets
te hoeven weten
*
ik spreek
met gespleten tong
over uitzicht
en van inzicht
met dubbele bodem
*
hoor mij aan
tenware u mij
begrijpt
foto
als licht en donker azen
afwikkelen
voorspelbaarwaarom vergroot ik
het gras uit
terwijl het groen is
stook ik liefde op
als het hout
nog smeult
en kijk ik diep
het heelal in
avond na avond
om maar niets te
te kunnen zien
terwijl het grootse
zich voor mij ontvouwt
ik doe dat al
sinds mensenheugenis
foto