Naar de inhoud

Julius Dreyfsandt zu Schlamm (gedichten)

akke.beakke.be

mijn vale jas

 

het was mijn vale jas
wellicht nog door vader
gemaakt van kleding in ruste
of in overgang
naar een tweede kans

ja zo was nog die tijd
en stond eens voor de Kodak
niet meer wetend
wie de spieker was

ik was mijn vale jas
met grote herenknopen
op een kinderdracht
waar mijn hoofd,
bleek getint, uitstak
boven volwassen revèrs

wat ogen werd genoemd
keek in de foto
eenzaam denkend
of langs me heen

het was voor een struik
ergens bij een laan
genoemd naar het paradijs

ik weet niet
of ik er van terug kwam
danwel naar op weg was



naast de kerk bloeide ook
het hof
van geaarden.




 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

kruip toch in me







soms schreeuwt 
het kind in mij
hou me vast
kruip toch in me
 
als mijn kind weer
wordt weggetrokken
in de wereld
van pijn
verlies
en weg, ver weg
zo dichtbij
 
weg
 
kom lieve
nestel nog even in
haast verloren gedachten
maar gekerfd in de eeuwigheid
van thans, gister
en de onmogelijke vergetelheid
 
 
ik heb
je zo warm
overweldigend
toegedekt
in koude kerkers
van de dag hiervoor
 
gezongen
boven jouw glans
van verbleekte blosjes
 
zing zing
bonst de lach
die glimt
ja, even
en vaak
en
en.........zo wonderlijk
verwond ver weg
 
 
 
 
 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

de kade verlaten

 
 
zou ik je wel
bij naam willen noemen
of schreeuwen
over de kade
waar ijzeren schoenen
van houten karren
kletteren in een oceaan
van lawaai

ik vaar de haven uit
onder een opgeheven brug
handen als geklonken
aan het draaituig
waarvan het hart niet klopt
omdat de richting
door vuisten wordt gekozen


mijn rug schermt
het priemen af
terwijl witte doeken
op de steigers
het water ten afscheid deppen
tot beschildering van gemis
maar verdampen
zodra de rook is opgetrokken


neen, ik roep geen namen meer





Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

natuurlijk




waterkant
zoeterand

ik glij uit op rietensprieten
in een zuigende
modderstroom

laarzen slepen door
het slikkende fundament
en ik stokken zinloos
achterwaarts duwend

centimeter bij centimeter
voorwaarts denkend
en gaande, zo ik wil

de zee dreigt
rond de heupen
in een Hollandse poldersloot

mijn zwaarte komt te vallen
terwijl sokken opstijgen
uit rubberen hoezen

als met klauwen
grijp ik pollen
van het kluwende gras
en hijg de angst
naar buiten

in tijgersluipgang
sleep ik mij omhoog
en lig uitgeput
verzopen
op het droge

kwak zegt
de kikker

als de natte vlakte
nog na borrelt




Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

horen, zien en zwijgen

 

vertelt mijn stilte
over waarheid
of verzwijgt zij
duisternis

beheerst mijn ademen
golven van indrukken
en denk ik
om maar niets
te hoeven weten

*

ik spreek
met gespleten tong
over uitzicht

en van inzicht
met dubbele bodem

*

hoor mij aan
tenware u mij
begrijpt


Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

als licht en donker azen




het is nog
ochtend vroeg
of nachtelijk laat
als ik jou schrijf
over lege gedachten

uitgesponnen
of nog in heipalen
die huishouden
op brakke grond

het is op de
scheiding van
een tijdsidee

dat denken
de versnelling vergeet
of weigert of juist niet
om naar zijn eerste
dan wel achteruit
te springen

immers
handelen
is nu nog dood

het is wel weten
dat een wiel gaat draaien
omdat inademen
volgt op uitblazen

zo is het
wanneer
het ei met de dag breekt
of het donker
wegzakt achter
de kim






Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

afwikkelen



afwikkelen deed ik
laag voor laag
maar heb het niet over
afstropen van vel

dat zou dan bloederig heten
of verwijderen van verband
gedraaid over en om al mijn
levenswonden

neen, de donkere kamer
waar licht schijnt
opdat het niet nacht lijkt

aldaar draai ik de film
uit de koker
en zie mijn leven
voorbij trekken

ben ik dood dan
schiet mij te binnen
of zweef ik tussen
de etages van de hel

hoort u mij
meneer?

komt u maar
rustig bij geest,
wakker noemen we
dat op aard

zei de zusterkundige
met zwoele stem





Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

waar is liefde




ik geloof niet meer in
hemelse liefde
het is wolken aaien
op een uitgeschoven ladder

zo ook twijfel ik aan
het zachte van de aarde
ze is te gebonden aan bloed
en blinde vlekken

toen ik mezelf aankeek
zei ik in stilte
ja, ik ben genegenheid
maar gehavend
door oorlogen en nachten,
door mens te zijn

mijn handen reiken aldoor,
immers dat stel ik boven alles
doch de glazen stolp
schuift mee en dan,
zo doorzichtbaar glas is,
over mij heen,

als op de lijkkist
de dekselschroeven
worden aangedraaid
en waarvan de gestorvene
geen weet heeft


oh, ik zie wel
wie je bent
maar hoor de echo
van mijn stem
rondwaaien

zoals de goudvis
luchthapt
in zijn viskom

doe ik, als mens,
anders?



Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

belaagd door de wind

 
 
zoek de eigen weg
zei ik nog
tegen jou of mijzelf
 
(het is toch om het even
over wie het gaat)
 
straten lopen allen uiteen
het plein in het kielzog
der zelfgenoegzaamheid
achterlatend
 
totdat de storm 
verdwaasd wijst
in verdwaalde richtingen
 
oost wordt noord
zuid is om de hoek
 
ik denk niet dat
de verte mij kent
laat staan dat de horizon
voelt waar jij woont
 
zoek de eigen weg
schreeuwde ik naar mijzelf

de wind viel
de stilte stond op 
Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

ja, mijn blik versmalt

het licht is snel
donkerte nog vlugger
dan een schicht

ik warm mij op
aan nummer drie
van de schakelaar

en werk de lijst
steeds meer af
eer ik de naam
van het kind noem

mijn aarde krimpt
alsof mijn glazen
beslagen raken

het gevoel
onderscheidt zich niet meer
van de smaak van wortelen
slechts een verschil
in lengte neem ik waar

zo wacht ik op dat
wat komt
of zo gezegd
wegblijft

*
geuren gladiolen
enkel nog op
vurenhout?

ja, mijn blik versmalt



Geschreven door julius dreyfsandt zu schlamm om 00:00

Meer van Julius Dreyfsandt zu Schlamm (gedichten)

↑ Terug naar de berichten