het hoofd in de wind gezet
zijn oudhouten armen
zwaait hij zo windrichtig
en ééntonig stijf, gestrekt
keert hij het krakend hoofd
westwaarts en onverstoord
kreunt zijn hardeiken hart
zoals het hoort en zwijgzaam
malen er gegroefde stenen
het alledaagse graan
tot het bloemen toe
ik bak graag korstig brood
uit vers gemalen zinnen

