bel20-aex 11/1/2012
|
Slotkoers Bel20 11 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 11 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 11/1/2012|
Slotkoers Bel20 11 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 11 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Boszegge
![]() |
| B b B b 15 s 77 | |
| Boszegge | |
|
De boszegge (Carex sylvatica) is een polvormende vaste plant die behoort tot de cypergrassenfamilie (Cyperaceae). De plant lijkt op de slanke zegge (Carex strigosa) die echter geen twee maar zes tot tien nerven op het urntje heeft. Engels : Wood sedgeDuits : Wald-Segge Frans : La laîche des bois |
|
Boszegge auteur : Prof. Paul Busselen Copyright © 2008 Katholieke Universiteit Leuven |
|
|
De plant wordt 30–100 cm hoog, heeft een korte, stevige en verhoutende wortelstok en vormt geen uitlopers. |
|
Carex sylvatica foto : visoflora.com |
|
|
De boszegge bloeit in mei en juni. |
|
Boszegge foto : Franco Giordana |
|
|
Groeit best op licht beschaduwde plaatsen op vochtige tot vrij natte, matig voedselrijke tot voedselrijke, dichte, humeuze, soms humusarme, zwak zure tot kalkrijke grond met een goede strooiselvertering (mergel, leem, zavel, rivierklei, potklei, keileem, schelpkalk en löss). Meestal terug te vinden in loofbossen, naaldbossen, langs bospaden, hakhout, hellingbossen, landgoedbossen (vooral langs paden), parkbossen, grienden, op oude boomstompen, struwelen, brede houtwallen, struikgewas in afgravingen (leem- en kleigroeven) en soms op braakliggende grond (tuinbouwgrond). In de wereld komt de boszegge voor in West-Azië, op enkele plaatsen in Noordwest-Afrika en in Europa. Noordelijk tot in Zuid-Scandinavië, zuidelijk tot in Noord-Spanje en Sicilië. In Siberië komt een andere ondersoort voor. Nederland : Vrij algemeen in Zuid-Limburg, zeldzaam in Twente, in de Achterhoek en in het rivierengebied en zeer zeldzaam in Midden-Nederland, in Noord-Drenthe, in Flevoland en in laagveengebieden. Vlaanderen : Vrij algemeen in de Leemstreek en Zandleemstreek. Elders zeldzaam en dan hoofdzakelijk beperkt tot parkbossen. Wallonë : Vrij algemeen in Brabant, in het Maasgebied en Lotharingen (in de zuidelijke Ardennen), zeldzamer in de Ardennen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 10/1/2012|
Slotkoers Bel20 10 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 10 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Boszandoog
![]() |
| B b B b 15 s 76 | |
| Boszandoog | |
|
De boszandoog (Lopinga achine genoemd door Giovanni Antonio Scopoli in 1763) is een dagvlinder uit de familie Nymphalidae, schoenlappers, parelmoervlinders en zandoogjes. De soort komt voor van Zuidoost-Zweden en Zuid-Finland tot Zuid-Frankrijk en de Balkan en van West-Frankrijk tot Japan. Engels : Woodland BrownDuits : Gelbringfalter Frans : Le Bacchante Oud Nederlands : boskoevinkje |
|
Boszandoog auteur : © asturnatura.com |
|
|
Voorvleugellengte: circa 25 mm. De vlinder leeft in bossen met een weelderige ondergroei van grassen, bij voorkeur op plaatsen waar de bodem ’s winters drassig is. |
|
Lopinga achine foto : Paolo Mazzei Moths and Butterflies of Europe and North Africa |
|
|
In Noordwest-Europa is de boszandoog overal zeer sterk bedreigd of al verdwenen. In België kwam de soort voor in de Gaume, in Belgisch-Lotharingen, maar is daar sinds 1926 verdwenen. De dichtstbijzijnde populaties leven nu nabij Parijs en in Midden-Duitsland. |
|
Boszandoog foto : Paolo Mazzei |
|
|
De boszandoog is bekend van de volgende waardplanten: roodzwenkgras (Festuca rubra), boskortsteel (Brachypodium sylvaticum), knikkend parelgras (Melica nutans), Bergzegge (Carex montana) en ijle zegge (Carex remota). De rupsen groeien langzaam en overwinteren halfvolgroeid, verscholen in een graspol. De vliegtijd is van eind juni tot begin augustus. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet.nl - tinternet |
bel20-aex 9/1/2012|
Slotkoers Bel20 9 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 9 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Boswitje
![]() |
| B b B b 15 s 75 | |
| Boswitje | |
|
Het boswitje (Leptidea sinapis) is een kleine tere dagvlinder met een zeer dun lijfje, uit de familie Pieridae, de witjes. Het boswitje komt voor van Ierland en Spanje tot Centraal-Azië en van Midden-Scandinavië tot Noord Afrika. Engels : Wood WhiteDuits : Senffalter, Tintenfleck-Weissling, Senfweißling, Leguminosen-Weißling Frans : La piéride de la moutarde, piéride du lotier Oud Nederlands : lathyruswitje |
|
Boswitje auteur : Jeffdelonge CC 3.0 |
|
|
Voorvleugellengte: circa 20 mm. Op grond van uiterlijke kenmerken vrijwel niet te onderscheiden van het verborgen boswitje. De rups wordt slechts zelden gezien. |
|
Leptidea sinapis auteur : Böhringer Friedrich CC 3.0 |
|
|
Het boswitje komt in grote delen van Europa voor, waaronder Nederland en België. De vliegtijd is van eind april-begin juni en eind juni-half augustus in twee generaties. |
|
Boswitje foto : © Diginature.nl |
|
|
Het Boswitje was vroeger zeer zeldzaam en is dat momenteel nog steeds. In Wallonië is het Boswitje vrij lokaal in de Condroz en in de vallei van de Samber en de Maas en vrij ruim verspreid in de Fagne-Famenne-Calestienne en in de Lorraine. Het lijkt erop dat het boswitje zich in Zuid-Limburg verder zal kunnen uitbreiden. Leptidea: leptos = dun, kwetsbaar en eidos = vorm, voorkomen. Dit slaat op het slanke lijf en het kwetsbare uiterlijk van de soorten binnen dit genus. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet.nl - tinternet |
DrMann-reclame2
![]() |
![]() |
Boswilg
![]() |
| B b B b 15 s 74 | |
| Boswilg | |
|
De boswilg (Salix caprea) is een boom uit de wilgenfamilie (Salicaceae). De soort komt algemeen voor in Europa en Noordoost-Azië en niet uitsluitend op vochtige plaatsen. Duits : Salweide, Sal-Weide Frans : Le Saule marsault, Saule des chèvres |
|
Boswilg auteur : Willow CC 3.0 |
|
|
Deze boomsoort is met een hoogte van 3 tot 9 meter (met uitschieters tot 14m) een relatief lage boom. De bloeitijd is maart - april. De stam loopt aan de top min of meer spits toe. Jonge takken en knoppen hebben een korte, niet viltige, witte beharing, die spoedig verdwijnt. Dan worden ze glanzend bruin. De enigszins gekartelde bladeren zijn meestal eirond, maar soms vrij langwerpig en worden 3 tot 10 cm lang. De bloemen bloeien voor de bladeren verschijnen. |
|
mannelijke katjes van de boswilg auteur : Krzysztof Ziarnek CC 3.0 |
|
|
De boswederik gedijt het best op zonnige tot halfbeschaduwde plaatsen op matig voedselrijke, vrij droge tot matig vochtige, lichte grond (zand, leem en löss). De plant is meestal terug te vinden in loofbossen, bosranden, heggen, struwelen, kapvlakten, houtwallen en duinen. Het hout is zacht. |
|
vrouwelijke katjes van de boswilg auteur : Willow CC 3.0 |
|
|
In de wereld komt de boswilg voor in koude en gematigde gebieden in Europa en Azië. Ingeburgerd in een klein deel van Noord-Amerika. Nederland : Algemeen op de hogere zandgronden in het oosten, midden en zuiden van het land, in de binnenduinen en in Zuid-Limburg. Zeldzaam in veen- en kleigebieden. België : Algemeen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
Boswederik
![]() |
| B b B b 15 s 73 | |
| Boswederik | |
|
De boswederik (Lysimachia nemorum) is een vaste plant van natte tot vrij vochtige, matig voedselrijke grond in loofbossen en langs beekjes. De plant komt van nature voor in West- en Midden-Europa, de Azoren en de Faeröer. Engels : Yellow pimpernelDuits : Hain-Gilbweiderich Frans : La Lysimaque des bois |
|
Boswederik auteur : sannse CC 3.0 |
|
|
Deze overblijvende plant wordt 10–45 cm hoog. De bloeitijd is van mei tot en met oktober. De kruipende, kale, iets vierkantige, vertakte stengels wortelen op de knopen. De wintergroene, tegenoverstaande bladeren zijn 2 tot 3 cm groot. De gele, schotelvormige bloemen staan op draaddunne stelen in de oksels van de middelste bladeren. De vrucht is een doosvrucht met een centrale zaaddrager. |
|
Lysimachia nemorum auteur : Michael Becker CC 3.0 |
|
|
De boswederik gedijt het best op beschaduwde plaatsen op natte tot vrij vochtige, matig voedselrijke tot voerdselrijke, humeuze, zwak zure, vrij kalkarme tot kalkhoudende grond. De plant is meestal terug te vinden in loofbossen (vooral in brongebieden), langs beschaduwde beekjes, langs natte bospaden, vochtige bosranden, bij bronnen en aan de rand van ondiepe, 's winters natte laagten. De boswederik is een kensoort in het essenbronbos. |
|
Boswederik auteur : Kenraiz CC 3.0 |
|
|
In de wereld komt de boswederik voor in West- en Midden-Europa, van West-Noorwegen tot in Portugal en West-Spanje en zuidoostelijk tot op de Balkan en Zuid-Italië. Ook op de Azoren en de Far Oer. Nederland : Vrij zeldzaam in Zuid-Limburg, zeldzaam in Twente en in de Achterhoek en zeer zeldzaam in Noord-Brabant en in Drenthe. Vlaanderen : Vrij algemeen in de Leemstreek. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. Wallonë : Vrij algemeen in Brabant, in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders zeer zeldzaam. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
DrMann-reclame
![]() |
![]() |
Boswalstro
![]() |
| B b B b 15 s 72 | |
| Boswalstro | |
|
Boswalstro (Galium sylvaticum) is een overblijvende plant, die behoort tot de sterbladigenfamilie (Rubiaceae). De plant komt van nature voor in Midden-Europa en is van daaruit verspreid naar Noord-Amerika. Engels : Wood Bedstraw, Scotch mistDuits : Wald-Labkraut Frans : Gaillet des forêts |
|
Boswalstro auteur : Christian Winter |
|
|
De plant wordt 50-100 cm (soms tot 140 cm) hoog. Boswalstro bloeit van juli tot in augustus met 2-3 mm grote, melkwitte bloemen, die in pluimvormige bloeiwijze zitten. |
|
Galium sylvaticum foto : A. Mrkvicka |
|
|
De plant komt voor in lichte loofbossen in heuvelgebieden en rivierdalen op vochtige, matig voedselarme, zwak zure grond (leem en löss). De blauwgroene, kogelvormige vruchten zijn glad of iets rimpelig. |
|
Boswalstro foto : Erick Dronnet |
|
|
In de wereld komt het boswalstro voor in Midden- en Zuid-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland. Ingeburgerd in een klein deel van Noord-Amerika. Nederland : Vroeger in het oosten van het land en in het rivierengebied (voornamelijk rondom Nijmegen). Daar voor het laatst gevonden in 1978. Later is de soort nog een keer aangetroffen in het Gooi. België : Vrij algemeen in de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam. In Nederland op de rode lijst 0. Verdwenen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 6/1/2012|
Slotkoers Bel20 6 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 6 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosvogeltje
![]() |
| B b B b 15 s 71 | |
| (Wit) Bosvogeltje | |
|
De bosvogeltjes (Cephalanthera) zijn een geslacht van planten in de orchideeënfamilie. Het geslacht kent 14 soorten. Duits : Schwertblättriges Waldvögelein Frans : Céphalanthère à longues feuilles, Céphalanthère à feuilles en épée |
|
wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia) foto : Marinella Zepigi |
|
|
Deze overblijvende plant wordt 15 tot 45cm hoog en bloeit in mei en juni. De langwerpige bladeren zijn toegespitst, gevouwen en worden tot 10 cm lang. Ze staan in 2 rijen. De bloeiwijze bevat 10 tot 20 bloemen. De afstaande bloemen zijn wit en klokvormig. |
|
wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia) foto : Marinella Zepigi |
|
|
Ze groeien het best op licht beschaduwde, warme plaatsen op vochtige, voedselarme, kalkrijke grond (mergel, duinzand, lemig zand, lichte klei en zavel). Men vindt ze terug in loofbossen, naaldbossen, hellingbossen, bronbossen, aan bosranden, struwelen, kalkhellingen, in kalkgrasland nabij struweel en in duinvalleien. |
|
wit bosvogeltje (Cephalanthera longifolia) foto : El Paraje de las Alpujarras |
|
|
Het geslacht werd in 1817 door de Franse plantkundige Professor Louis Claude Marie Richard beschreven. De naam is afgeleid van het Griekse cephalè = hoofd en anthèros = bloeiend en wijst er op, dat de helmknop er als een hoofdje uitziet. De wortelstokken zijn kort, kruipend, vertakt en sterk beworteld. De grote, witte tot bijna violette bloemen kennen deels zelfbestuiving (cleistogamie). In de wereld komt het bosvogeltje voor in de gematigde streken van Midden- en West-Azië, Noord-Afrika en Zuid-, Midden- en West-Europa. Noordelijk tot in Schotland, West-Noorwegen en het Oostzeegebied. Nederland : Zeer zeldzaam in het westen van Noord-Brabant, in de duinen bij Petten en in Zuid-Limburg. Vroeger ook bij Havelte. Vlaanderen : Zeer zeldzaam. Vroeger ook in de Voerstreek. Wallonë : Zeldzaam tot zeer zeldzaam in het Maasgebied en in Lotharingen (de zuidelijke Ardennen). Zowel in België als Nederland een beschermde soort. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 5/1/2012|
Slotkoers Bel20 5 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 5 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosvleermuis
![]() |
| B b B b 15 s 70 | |
| Bosvleermuis | |
|
De bosvleermuis (Nyctalus leisleri) is een vleermuis uit de familie der gladneuzen (Vespertilionidae). Ze komen voor in Ierland, Frankrijk, Zuid-Europa, de Kaukasus, Madeira en de Canarische Eilanden, Marokko tot Libië, en in het westen van de Himalaya. Duits : Kleine Abendsegler, Kleinabendsegler Frans : La Noctule de Leisler |
|
Bosvleermuis |
|
|
Ze hebben een lengte van ca. 5 tot 7cm, een spanwijdte van 26 - 32 cm en een gewicht van 11 tot 20gr. De bosvleermuis heeft veel weg van de rosse vleermuis. De bosvleermuis is veel meer dan de rosse vleermuis gebonden aan uitgestrekte bosgebieden en hoge, oude bomen met holten. Bosvleermuizen vliegen - net zoals de rosse vleermuis - betrekkelijk hoog en gaan vaak al 10 minuten voor zonsondergang op jacht. Hij jaagt twee keer per nacht. |
|
Nyctalus leisleri foto : Mateusz Ciechanowski |
|
|
De kraamkolonies bestaan uit 20 à 50 dieren. Hun winterslaap houden rosse vleermuizen van oktober tot eind maart. |
|
Bosvleermuis foto : Simon Colmer |
|
|
De bosvleermuis is een Midden en Zuid-Europese soort, die in België is aangetroffen en in 1981 voor het eerst ook in Nederland. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - Natuurbeleving.be - tinternet |
bel20-aex 4/1/2012|
Slotkoers Bel20 4 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 4 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosviooltje
![]() |
| B b B b 15 s 69 | |
| Bosviooltje | |
|
Het bosviooltje (Viola riviniana) of bleeksporig bosviooltje is een plant uit de viooltjesfamilie (Violaceae). Duits : Hain-Veilchen Frans : Violette de Rivinus, violette de Rivin |
|
bleeksporig bosviooltje - Viola riviniana auteur : Jörg Hempel CC 3.0 |
|
|
Deze overblijvende plant wordt 5 tot 35 cm hoog. De stengels ontspringen in de oksels van de rozetbladen. De donkergroene, breed hartvormige en lang gesteelde bladeren hebben vaak een iets blauwachtige tint. |
|
donkersporig bosviooltje - Viola reichenbachiana auteur : © 2008 Katholieke Universiteit Leuven Prof. Paul Busselen |
|
|
De bloemen groeien vanuit de oksels van de stengelbladen. Het bosviooltje heeft een driekleppige doosvrucht. |
|
vrucht van het bosviooltje auteur : © 2008 Katholieke Universiteit Leuven Prof. Paul Busselen |
|
|
Meestal terug te vinden op beschaduwde, zelden zonnige plaatsen op vochtige tot vrij droge, matig voedselrijke, zwak zure tot kalkrijke grond (leem, löss, beekzand en duinzand). In de wereld komt het bosviooltje voor in Europa en Noord-Afrika. Nederland : Vrij algemeen in het oosten, midden en zuiden van het land en in de Hollandse en Zeeuwse duinen. Elders zeer zeldzaam. Vlaanderen : Vrij algemeen, maar zeldzaam in het oosten van de Kempen en zeer zeldzaam in de kuststreek. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 3/1/2012|
Slotkoers Bel20 3 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 3 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bosvergeet-mij-nietje
![]() |
| B b B b 15 s 68 | |
| Bosvergeet-mij-nietje | |
|
Het bosvergeet-mij-nietje (Myosotis sylvatica) is in Europa in tuinen een veel voorkomende plant met blauwe bloemen uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae). In tuinen komen ook vormen voor met witte en roze-rode bloemen. Duits : Wald-Vergißmeinnicht Frans : Myosotis des bois |
|
Bosvergeet-mij-nietje auteur : Rasbak CC 3.0 |
|
|
Deze tweejarig en soms overblijvende plant wordt 10 tot 50 cm hoog. |
|
close-up van het bosvergeet-mij-nietje auteur : André Karwath CC 3.0 |
|
|
In Nederland komen alleen in Zuid-Limburg op bosrijke heuvels echt wilde bosvergeet-mij-nietjes voor. De bloeitijd is van april tot augustus. Na de zaadvorming sterft de plant af. |
|
Myosotis sylvatica auteur : Kristian Peters CC 3.0 |
|
|
In de wereld komt het bosvergeet-mij-nietje voor in de gematigde en koudere streken in Europa, Azië en Noord-Afrika. het meest in gebergten in Midden- en Zuidwest-Azië en Zuid- en Midden-Europa. Noordwestelijk tot in Nederland en Groot-Britannië. Ingeburgerd in Noord-Amerika, kleine delen van Australië en in Nieuw Zeeland. Nederland : Vrij algemeen in Zuid-Limburg en zeldzaam in het zuidoosten van het land. Elders alleen verwilderd. Vlaanderen : Vrij algemeen in de Leemstreek en de Voerstreek en vrij zeldzaam in het Maasgebied. Elders meestal alleen verwilderd. Wallonë : Vrij algemeen in het Maasgebied en in de zuidelijke Ardennen. Elders vaak verwilderd. Het bosvergeet-mij-nietje lijkt sterk op het akkervergeet-mij-nietje (Myosotis arvensis). |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - wilde-planten.nl - tinternet |
bel20-aex 2/1/2012|
Slotkoers Bel20 2 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 2 januari 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
1 reactie op dit bericht
Beste Waaroemni
Mij interesseert alleen mijn slotkoers op de bank, niet die van de rijke man!!!FIJNE DONDERDAG!