bel20-aex 08/11/2012
|
Slotkoers Bel20 8 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 8 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 08/11/2012|
Slotkoers Bel20 8 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 8 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine groenuil
![]() |
| B b B b 18 u 57 | |
| Bruine groenuil | |
|
De bruine groenuil (Anaplectoides prasina) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775. De soort komt verspreid over het Palearctisch en Nearctisch gebied voor. Engels : Green ArchesDuits : Grüne Heidelbeereule Frans : la Noctulelle verte, la Noctulelle couleur d'herbe |
|
Bruine groenuil auteur : G. Tuinstra op www.vlinderwerkgroepfriesland.nl |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 20 en 25 millimeter. De voorvleugel is gemarmerd met een mengeling van grijsachtig bruin, mosgroen en wit. |
|
Anaplectoides prasina auteur : Donald Hobern CC 2.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort die verspreid over het hele land kan worden waargenomen; wordt vooral waargenomen op de zandgronden en is op sommige vliegplaatsen vrij gewoon. Zijn habitat zijn loofbossen en struwelen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten, loofbomen en struiken, waaronder bosbes, berk, zuring, kamperfoelie en braam. |
|
Rups van de bruine groenuil auteur : © Janice Stiefel op mothphotographersgroup.msstate.edu |
|
|
De vliegtijd is van half mei-begin augustus in één generatie. Rups : augustus-mei. Een woordje bij de Nederlandse naam : De groenuilen hebben groen op de voorvleugels. Anaplectoides : a- = een ontkenning, dan volgt een verbindings n en daarna het genus Aplectoides. Dit is dus geen Aplectoides en dat is een genus dat in Noord-Amerika voorkomt. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 07/11/2012|
Slotkoers Bel20 7 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 7 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine grijsbandspanner
![]() |
| B b B b 18 u 56 | |
| Bruine grijsbandspanner | |
|
De bruine grijsbandspanner (Cabera exanthemata) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Scopoli in 1763. De bruine grijsbandspanner komt voor in het Palearctisch gebied. Engels : Common WaveDuits : Brauntirn-Weissspanner Frans : la Cabère pustulée |
|
Bruine grijsbandspanner auteur : Olaf Leillinger CC 2.5 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 14 en 16 millimeter. Een lichtbruin tot bruingrijs gespikkelde witte spanner met lichtbruine dwarslijnen, drie op de voorvleugel en twee op de achtervleugel. De spikkeling op de vleugels varieert in intensiteit, bij het vrouwtje is deze meestal sterker. Een gelijkende soort is de witte grijsbandspanner (C. pusaria), de dwarslijnen zijn grijzer en minder gebogen. |
|
Cabera exanthemata auteur : Han Klein Schiphorst op www.vlindernet.nl |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een algemene nachtvlinder. Zijn habitat zijn bossen en wilgenstruwelen, vaak op natte plaatsen. De waardplanten zijn diverse bomen en struiken, met een voorkeur voor wilg en populier. |
|
Rupsen van de bruine grijsbandspanner auteur : Joke Stuurman op www.vlindernet.nl |
|
|
De vliegtijd is van eind april tot half september, in twee generaties. Rups : juni-september. Een woordje bij de Nederlandse naam : De bandspanners hebben een bandtekening dwars over de vleugels. Cabera : Cabera is een dochter van Proteus, een oude zeeman met profetische gaven, hij bleef zichzelf steeds veranderen om te vookomen dat hij gevangen werd om profetische uitspraken te moeten doen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine grasuil
![]() |
| B b B b 18 u 55 | |
| Bruine grasuil | |
|
De bruine grasuil (Rhyacia simulans) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is als Phalaena simulans voor het eerst geldig gepubliceerd door Michael Denis en Ignaz Schiffermüller in 1775. De soort komt verspreid voor van het westen van Noord-Afrika en Europa tot Centraal-Azië. Duits : Simulans-Bodeneule Frans : la Noctulelle pyrophile |
|
Bruine grasuil auteur : © T. Toivonen "geen rechten voorbehouden". |
|
|
De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 17 en 21 millimeter. De grondkleur van de voorvleugels is licht grijsbruin. |
|
Rhyacia simulans auteur : Joop de Bakker CC 3.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort. Zijn habitat zijn ruige graslanden, wilde tuinen, struwelen en open bossen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten en grassen. |
|
Rupsen van de bruine grasuil auteur : Karl Rasch op www.lepiforum.de |
|
|
De vliegtijd is van begin juni-half oktober in één generatie. Rups : september-april. Een woordje bij de Nederlandse naam : Alle grasuilen hebben een relatie met grassen. Rhyacia : rhuax = een stroom, een beek, naar de getande lijnen op de voorvleugel die Hübner aan stromend water deed denken, een thema dat hij frequent gebruikte bij de spanners. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 06/11/2012|
Slotkoers Bel20 6 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 6 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine grasmot
![]() |
| B b B b 18 u 54 | |
| Bruine grasmot | |
|
De bruine grasmot (Crambus silvella) is een nachtvlinder uit de familie Crambidae, de grasmotten. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Hübner in 1813. De soort komt verspreid voor in Europa en het Verenigd Koninkrijk. Engels : Crambus silvellaDuits : Crambus silvella Frans : Crambus silvella |
|
Bruine grasmot auteur : Sarefo CC 3.0 |
|
|
De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 22 en 26 millimeter. |
|
Crambus silvella auteur : Mervyn Roos op www.microlepidoptera.nl ©www.microlepidoptera.nl |
|
|
De bruine grasmot is in Nederland een zeldzame soort, in België is hij sinds 1980 niet meer gemeld. Zijn habitat zijn heiden en andere open, grazige gebieden. |
|
Bruine grasmot auteur : Jörg Döring |
|
|
De bruine grasmot heeft zegge als waardplant. De soort kent één generatie die vliegt van juli tot in september. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 05/11/2012|
Slotkoers Bel20 5 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 5 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine granietuil
![]() |
| B b B b 18 u 53 | |
| Bruine granietuil | |
|
De bruine granietuil (Crypsedra gemmea) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Treitschke in 1825. De soort komt verspreid over vooral Centraal- en Noord-Europa voor. Engels : CameoDuits : Bunte Waldgraseule Frans : ???, Crypsedra gemmea |
|
Bruine granietuil auteur : Dumi CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. De olijfbruine voorvleugel heeft een groenige glans en een bont patroon van witte, zwartgerande vlekken en dwarslijnen, de hoeveelheid wit kan variëren. Een gelijkende soort is de witvlek-silene-uil (Hadena albimacula) is kleiner en mist de olijfgroene tint, de witte tekening is minder uitgebreid en in plaats van een halvemaanvormige witte tapvlek is een min of meer rechthoekige vlek aanwezig. |
|
Crypsedra gemmea auteur : Martin Scheper op www.natuurfotoalbum.eu |
|
|
Een zeldzame soort die vrijwel uitsluitend voorkomt op de Veluwe, recent ook waargenomen in Zuidoost-Friesland. Zijn habitat zijn heiden en andere open, grazige gebieden. |
|
Rups van de bruine granietuil auteur : © Josef Dvorák op www.biolib.cz |
|
|
De waardplanten zijn diverse grassen, waaronder vooral pijpenstrootje. De vliegtijd is van begin juli-begin september in één generatie. Rups : april-juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : de witte vlekken doen denken een steensoort, in dit geval graniet. De wetenschappelijke soortnaam wijst op kostbaarder steensoorten. Crypsedra : de herkomst van deze naam is onbekend. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine glazenmaker
![]() |
| B b B b 18 u 52 | |
| Bruine glazenmaker | |
|
De bruine glazenmaker (Aeshna grandis) is een libel uit de familie van de glazenmakers, de Aeshnidae. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus in 1758. De soort komt voor in Centraal- en Noord-Europa. De soort is in Nederland en België vrij algemeen. Engels : Brown HawkerDuits : Braune Mosaikjungfer Frans : La Grande Aeschne |
|
Bruine glazenmaker auteur : G.-U. Tolkiehn CC 3.0 |
|
|
De spanwijdte ligt tussen de 95 en 105 millimeter, de lichaamslengte ligt tussen 70 en 77 millimeter. Het is een forse glazenmaker, die door gekleurde vleugels extra groot overkomt. Mannetje : blauwe vlekjes op zijkant van achterlijf, bovenzijde van segment 2 en bovenkant van de ogen. |
|
Aeshna grandis auteur : Darkone CC 2.5 |
|
|
Zijn habitat zijn rijk begroeide wateren, meestal in een bosrijke omgeving : vennen, plassen, laagveen, sloten etc. De levenscyclus duurt een of twee jaar. |
|
Bruine glazenmaker auteur : Tony Hisgett CC 2.0 |
|
|
De vliegtijd is van begin juni tot in oktober, vliegpiek in augustus. Mannetjes maken patrouillevluchten boven het open water, waarbij ze de komst van vrouwtjes afwachten en andere mannetjes verjagen. Aeshna : de herkomst van deze naam is onbekend |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - libellennet - tinternet |
bel20-aex 02/11/2012|
Slotkoers Bel20 2 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 2 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine gent
![]() |
| B b B b 18 u 51 | |
| Bruine gent | |
|
De bruine gent (Sula leucogaster) is een zeevogel die behoort tot de genten (Sulidae). Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Boddaert in 1783. Ze broeden in grote kolonies op eilanden in de Caraïben en de Golf van Mexico. Duits : Brauntölpel, Weißbauchtölpel Frans : Fou à ventre blanc, Fou brun |
|
Bruine gent auteur : Muriel Gottrop CC 3.0 |
|
|
De vrouwtjes worden tot 80cm lang, bereiken een spanwijdte van 150cm en een gewicht van 1,3kg. Het hoofd en het grootste deel van het lichaam zijn bedekt met bruine veren, de rest is contrasterend wit. Ze hebben een vrij scherpe gekartelde snavel. |
|
Sula leucogaster in de vlucht auteur : Benjamint444 GNU Free Documentation License 1.2 |
|
|
Het vrouwtje legt 2 eieren, die lichtblauw van kleur zijn. Als ze 2 tot 3 jaar oud zijn krijgen ze de kleur van de ouders. |
|
Bruine genten auteur : U.S. Fish and Wildlife Service Headquarters CC 2.0 |
|
|
In de winter gaat ze de zee op, om daar te overwinteren. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - avibase - tinternet |
bel20-aex 01/11/2012|
Slotkoers Bel20 1 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 1 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine essenuil
![]() |
| B b B b 18 u 50 | |
| Bruine essenuil | |
|
De bruine essenuil (Lithophane semibrunnea) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Haworth in 1809. De soort komt kent een verbrokkelde verspreiding voor over Noord-Afrika, Centraal en Zuid-Europa en Voor-Azië. Engels : Tawny PinionDuits : Schmalflügelige Holzeule Frans : la Xyline du frêne |
|
Bruine essenuil auteur : Lymantria CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. In rusthouding lijkt deze uil sterk op een afgebroken takje of een stukje schors. Een gelijkende soort is de geelbruine houtuil (L. socia) heeft een minder smalle en lichter gekleurde voorvleugel met een meer gebogen voorrand. |
|
Lithophane semibrunnea auteur : chris bruggeman op waarnemingen.be |
|
|
Een zeldzame soort die verspreid over het hele land kan worden waargenomen, op sommige vliegplaatsen vrij gewoon. Zijn habitat zijn open loofbossen, moerasachtige gebieden en stedelijk gebied met aanplant van gewone es. |
|
Rups van de bruine essenuil auteur : © Wolfgang Wagner op www.pyrgus.de |
|
|
De waardplanten zijn de gewone es; mogelijk eik en sleedoorn. De vliegtijd is van begin augustus-november en na de overwintering maart-half mei in één generatie. Rups : half april-juni. Lithophane : lithos = een steen en phaino, phan = blijken te zijn; de vlinder vertoont gelijkenis met een steen en valt in rust daardoor nauwelijks op (hoewel de soorten uit dit geslacht vaker op een paaltje of takje zitten te rusten). |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 31/10/2012|
Slotkoers Bel20 31 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 31 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine eikenpage
![]() |
| B b B b 18 u 49 | |
| Bruine eikenpage | |
|
De bruine eikenpage (Satyrium ilicis) is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Esper in 1779. De bruine eikenpage komt voor in Zuid en Midden-Europa, tot Zuid-Scandinavië, maar hij ontbreekt in Groot-Brittannië. Engels : Ilex HairstreakDuits : Eichenzipfelfalter, Brauner Eichen-Zipfelfalter Frans : Thécla de l'Yeuse Oud Nederlandse naam : schildrups, schildrupspage, schildrupsvlinder |
|
Bruine eikenpage auteur : Hectonichus CC 3.0 |
|
|
Het is een vrij zeldzame standvlinder die lokaal voorkomt op de hogere zandgronden in het binnenland, de duinen en Zuid-Limburg. Gelijkende soorten zijn de iepenpage en de pruimenpage hebben respectievelijk een duidelijke of een iets minder duidelijke W bij de binnenrandhoek op de onderkant van de achtervleugel. Bovendien hebben deze beide soorten altijd een of twee blauwe vlekjes bij het staartje aan de achtervleugel. Zijn habitat zijn bosranden, open bospaden, eikenhakhout, kapvlakten in eikenbossen en jonge eikenaanplant. |
|
Satyrium ilicis auteur : Laubaine op laubainerie.blogspot.be |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt ongeveer 16 millimeter. De grondkleur van de bovenkant van de vleugels is donkerbruin, bij het vrouwtje bevindt zich op de voorvleugel een oranje vlek die bij het mannetje ontbreekt. |
|
Rups van de bruine eikenpage auteur : © Bert van Rijsewijk op www.vlindernet.nl |
|
|
De waardplanten zijn de eik (vooral zomereik). De vliegtijd is van half juni-begin augustus in één generatie. Rups : begin mei-eind juni. Satyrium : saturos is een sater, een mythologische figuur die te maken heeft met de verering van Baccus, in de kunst vaak afgebeeld met de hoorns en de staart van een geit. De saters leefden zich uit in wellustige dansen met de nimfen en deze dansen worden in verband gebracht met de vliegwijze van de vlinders. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 30/10/2012|
Slotkoers Bel20 30 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 30 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine eenstaart
![]() |
| B b B b 18 u 48 | |
| Bruine eenstaart | |
|
De bruine eenstaart (Drepana curvatula) is een nachtvlinder uit de familie Drepanidae, de eenstaartjes. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Borkhausen in 1790. Komt voor van Noord-Spanje via West-Europa (niet op de Britse eilanden), Midden-Europa en de Noord-Balkan, alsmede delen van Noord-Europa, de Baltische staten en Rusland tot Oost-Azië, Korea en Japan. Duits : Erlen-Sichelflügler Frans : la Cintrée, l'Incurvé |
|
Bruine eenstaart auteur : dhobern CC 2.0 |
|
|
Het is een gewone soort die verspreid over het hele land voorkomt; heeft een voorkeur voor vochtige gebieden. Gelijkende soorten zijn de berkeneenstaart (D. falcataria) en de linde-eenstaart (Sabra harpagula). Zijn habitat zijn (broek)bossen met els of berk. |
|
Drepana curvatula auteur : Denis Bourgeois op denbourge.free.fr |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 21 millimeter. Een bruin eenstaartje, met een lila tint bij verse vlinders. |
|
Rups van de bruine eenstaart auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster CC 2.5 |
|
|
De waardplanten zijn de els en de berk. De vliegtijd is van half april-eind augustus in twee generaties. Rups : mei-begin oktober. De Nederlandse naam komt door het feit dat de rupsen van de Drepaninae een puntvormig uiteinde hebben: het eenstaartje. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 29/10/2012|
Slotkoers Bel20 29 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 29 oktober 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine dwergmeerval
![]() |
| B b B b 18 u 47 | |
| Bruine dwergmeerval | |
|
De bruine dwergmeerval (Ameiurus nebulosus) is een vis uit de familie van de Noord-Amerikaanse katvissen (Ictaluridae). In Europa is hij in de 19e eeuw geïntroduceerd als consumptievis. Voor het eerst beschreven door Lesueur in 1819. Engels : Brown bullheadDuits : Braune Katzenwels, Zwergwels, Katzenwels Frans : La barbotte brune |
|
Bruine dwergmeerval USDA foto : Ken Hammond - vrije foto |
|
|
De bruine dwergmeerval leeft meestal in het water. In Nederland zijn diverse oudere en recente waarnemingen van bruine dwergmeerval bekend. De bruine dwergmeerval kan 50 cm lang worden en weegt dan rond de 2,5 kg. Bruine dwergmeerval verblijft bij voorkeur in stilstaand water met een hoge temperatuur. |
|
Ameiurus nebulosus foto © Reinhold Wawrzynski op www.scotcat.com |
|
|
De bruine dwergmeerval is goed bestand tegen een hoge zuurgraad, lage zuurstofgehaltes, waterverontreiniging en troebel water. Bruine dwergmeerval lijkt sterk op zwarte dwergmeerval maar is algemener en doorgaans lichter van kleur. De vissen paaien in het voorjaar als de watertemperatuur de 15°C bereikt. |
|
Bruine dwergmeerval foto op www.hbi.be |
|
|
Hij verblijft graag in nauwe schuilplaatsen. Bruine dwergmeerval staat als uitheemse soort niet op de Rode Lijst. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - www.ravon.nl - tinternet |