bel20-aex 19/11/2012
|
Slotkoers Bel20 19 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 19 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 19/11/2012|
Slotkoers Bel20 19 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 19 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine koevogel
![]() |
| B b B b 18 u 70 | |
| Bruine koevogel | |
|
De Bruine koevogel (Agalaioides badius) behoort tot de familie van de troepialen. De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Vieillot in 1819. Hij komt voor in Noordelijk Argentinië, Bolivia, Uruguay, Paraguay en Zuidelijk en Midden Brazilië, met een geïsoleerde populatie Noordoostelijk Brazilië. De Bruine koevogel is ook ontdekt als trekvogel in Chili. Engels : Bay-winged Cowbird, BaywingDuits : Braun-Kuhstärling, Braunkuhstärling Frans : Le vacher à ailes brunes, le Vacher à ailes baies, Carouge à ailes baies ou C. de Spix, Molothre à ailes baie |
|
Bruine koevogel auteur : www.bobhogeveen.nl |
|
|
Zijn totale lengte is ongeveer 18 centimeter. De geïsoleerde populatie wordt soms gezien als een apart geslacht, Agalaioides fringillarius. |
|
Agalaioides badius auteur : diertjevandedag.classy.be |
|
|
De soort is sociaal opgesteld en wordt vaak gezien in kleine groepen. |
|
Bruine koevogel auteur : Lip Kee Yap CC 2.0 |
|
|
De Bruine koevogel heeft een wijd verspreid verspreidingsgebied over semi-open habitats, bestaande uit struiken en een klein aantal bomen. Over het algemeen is hij vrij veelvoorkomend en wordt almaar overweegt als een niet bedreigde soort door Birdlife International en het IUCN. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine klauwier
![]() |
| B b B b 18 u 69 | |
| Bruine klauwier | |
|
De bruine klauwier (Lanius cristatus) is een zangvogel die in een groot deel van Azië broedt en overwintert in het oriëntaals gebied. De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758. Deze soort is zeer nauw verwant aan de grauwe klauwier (L. collurio) en de isabelklauwier (L. isabellinus) en werden vroeger wel als ondersoorten van elkaar beschouwd. Engels : Brown Shrike, Red-tailed Shrike, Rufous Red-tailed ShrikeDuits : Braunwürge, Rotschwanzwürger, Sibirischer Würger Frans : La Pie-grièche brune, Pie-grièche à crete, Pie-grièche à queue rousse, Pie-grièche birmane |
|
Bruine klauwier auteur : J.M.Garg CC 3.0 |
|
|
De bruine klauwier is gemiddeld 20 cm lang. |
|
Lanius cristatus lucionensis (mannetje) auteur : J.M.Garg CC 3.0 |
|
|
Er zijn drie ondersoorten van de bruine klauwier. |
|
Broedgebieden van de bruine klauwier auteur : L. Shyamal ![]() |
|
|
De bruine klauwier heeft een enorm groot verspreidingsgebied en daardoor alleen al is de kans op uitsterven uiterst gering. Om die redenen staat deze klauwier als niet bedreigd op de rode lijst van de IUCN. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine kikker
![]() |
| B b B b 18 u 68 | |
| Bruine kikker | |
|
De bruine kikker (Rana temporaria) is een kikker uit de familie echte kikkers (Ranidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758. De bruine kikker is één van de wijdst verspreide soorten in Europa. Duits : Grasfrosch Frans : La Grenouille rousse |
|
Bruine kikker auteur : Richard Bartz CC 2.5 |
|
|
De bruine kikker komt in zeer vele biotopen voor, zoals bossen, heidevelden, graslanden, ruderale terreintjes, en duinen. De bruine kikker is slechts tijdens de voortplanting en de overwintering aan water gebonden en leeft buiten de wintermaanden en het vroege voorjaar op het land. In Nederland en België worden verschillende biotopen gebruikt als voortplantingswater, van sloten en kleine poelen tot rietgordels van grotere visrijke wateren. |
|
Rana temporaria auteur : H. Krisp CC 3.0 |
|
|
De bruine kikker is een relatief grote, gedrongen kikker met een grote, platte kop en een relatief stompe snuit. De kleur van de bruine kikker is altijd bruin, vrouwtjes neigen vaak meer naar rood, maar de variatie is enorm en ieder exemplaar heeft een iets afwijkende tekening. De dieren foerageren alleen, omdat ze zelden voedsel vinden waar meer dan één hyena van kan leven. |
|
Bruine kikker auteur : Piet Spaans CC 2.5 |
|
|
De kleur van de kikker verandert tijdens de voortplantingstijd, de vrouwtjes krijgen gele en rode kleuren aan de flanken. De kleur van de rug en bovenzijde van de kop is zeer variabel: van uniform bruin en ongetekend tot juist duidelijk gevlekt. De achterpoten zijn zeer lang, de vijf tenen dragende achterpoten hebben zwemvliezen, de vier vingers dragende voorpoten niet. |
|
Tijdens de paargreep(amplexus) zie je duidelijk het verschil tussen mannetje en vrouwtje auteur : Joostmooij from nl CC 3.0 |
|
|
De larven zijn lichtbruin gekleurd, ze hebben lichtere stipjes en een relatief lange staart. |
|
Bruine kikker in Griekenland auteur : Richard Bartz CC 2.5 |
|
|
De bruine kikker is een typische bodembewoner. De overwintering vindt vaak op de bodem van een poel plaats, maar kan zich ook op het land voltrekken. De bruine kikker is nachtactief, de trek naar het voortplantingswater vindt tijdens de schemering of 's nachts plaats. |
|
Bruine kikker in Noorwegen auteur : Per from Norway CC 2.0 |
|
|
's Nachts gaat de bruine kikker op jacht en springt hij door de bossen over de bodem, op zoek naar voedsel. Volwassen kikkers hoeven maar twee tot drie keer per week te eten, in tegenstelling tot de jongen. De bruine kikker heeft vele vijanden, in Europa zijn zo'n 20 soorten vogels die de kikker eten, zoals de witte en zwarte ooievaar, de bosuil en de buizerd. Met name de ringslang is van zijn voedsel deels afhankelijk van de bruine kikker, andere kikkers worden ook gegeten maar zijn vaak niet zo algemeen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 16/11/2012|
Slotkoers Bel20 16 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 16 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine kiekendief
![]() |
| B b B b 18 u 67 | |
| Bruine kiekendief | |
|
De bruine kiekendief (Circus aeruginosus) is een vogel uit de familie van havikachtigen (Accipitridae). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758. De bruine kiekendief komt voor in Europa, Noord-West Afrika en Centraal-Azië tot het noordelijk deel van het Midden-Oosten. Engels : Western Marsh-Harrier, Eurasian Marsh Harrier, Eurasian Marsh-Harrier, European Marsh Harrier, European Marsh-Harrier, Marsh Harrier, Swamp Harrier, Western Marsh HarrierDuits : Rohrweihe, Europäische Rohrweihe Frans : Le Busard des roseaux, Busard harpaye |
|
Bruine kiekendief auteur : Доктор рукиноги CC 3.0 |
|
|
Bruine kiekendieven komen in de zomer in bijna geheel Europa voor, met uitzondering van Ierland, Scandinavië en het grootste deel van het Verenigd Koninkrijk. Ze bouwen een groot nest in rietmoerassen. Ze hebben in alle seizoenen een voorkeur voor grote rietvelden in stilstaand zoet- of brakwater of soortgelijke gebieden; ook in geïrrigeerde velden en veengaten. |
|
Circus aeruginosus auteur : Artur Mikołajewski CC 3.0 |
|
|
Een volwassen exemplaar is 48 tot 56 centimeter groot met een spanwijdte van 110 tot 125 cm. Vliegt laag in wankelende vlucht. De bruine kiekendief jaagt door zich van geringe hoogte op de prooi te laten vallen. |
|
bruine kiekendief auteur : Mohanram R. Kemparaju CC 2.5 |
|
|
Zoekt in lage vlucht vlak terrein af, zich bij verrassing op prooi stortend. In het voorjaar maken ze een klaaglijk, schel, Kievit-achtig ’kwie-è’ en soortgelijke geluiden; buiten de broedtijd soms een schril en herhaald ’kjik’ en een vibrerend ’fieh’. De eieren zijn zonder tekening, zelden roodachtig gevlekt, vaak verkleurd door nestmateriaal. Basiskleur blauwig wit/groenig wit. Schaal niet glanzend, soms met kleine kalkbultjes. Vorm subelliptisch/kort subelliptisch. Formaat 50 x 93 mm (44-56 x 35-43), gewicht 40 g (32-49). |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - soortenbank.nl - tinternet |
bel20-aex 15/11/2012|
Slotkoers Bel20 15 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 15 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine kathaai
![]() |
| B b B b 18 u 66 | |
| Bruine kathaai | |
|
De bruine kathaai (Apristurus brunneus) is een vis uit de familie van kathaaien (Scyliorhinidae) en behoort derhalve tot de orde van grondhaaien (Carcharhiniformes). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Gilbert (Charles Henry Gilbert, Amerikaans ichtyiologist en visserij bioloog) in 1892. De vis prefereert een subtropisch klimaat en leeft hoofdzakelijk in de Grote Oceaan voor de kust van British Columbia tot Baja California staat in Mexico. Engels : Brown catsharkDuits : Brauner Katzenhai Frans : Holbiche brune |
|
Bruine kathaai foto op www.globalspecies.org CC 3.0 |
|
|
De bruine kathaai is een zoutwatervis. De diepteverspreiding is 30 tot 650 meter. |
|
Apristurus brunneus foto op www.digitalfishlibrary.org |
|
|
De vis kan een lengte bereiken van 68 centimeter. Hij heeft een zacht en kwetsbaar vel. Er is weinig geweten over het gedrag van deze soort, meestal leeft hij op de rand van het continentaal plat |
|
bruine kathaai foto op akully.ru |
|
|
De bruine kathaai voedt zich met kleine zeedieren zoals garnalen en krill. De bruine kathaai is voor de visserij van geen belang. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 14/11/2012|
Slotkoers Bel20 14 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 14 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine kapucijnaap
![]() |
| B b B b 18 u 65 | |
| Bruine kapucijnaap | |
|
De bruine kapucijnaap (Cebus apella), ook wel kuifkapucijnaap, apella of kesi-kesi genoemd, is een algemene apensoort uit het geslacht der kapucijnapen (Cebus). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758. Deze soort komt voor in de noordelijke Amazonebekken van de Guyana's en Brazilië ten oosten van de Rio Negro, noordwaarts tot de Orinoco in Venezuela. Engels : Tufted capuchin, brown capuchin, black-capped capuchin, pin monkeyDuits : Gehaubte Kapuziner, Haubenkapuziner Frans : L’Apelle, Sapajou apelle, Sajou noir, Sajou apelle, Capucin à houppe noire |
|
Bruine kapucijnaap auteur : Glen Bowman CC 2.0 |
|
|
De bruine kapucijnaap is steviger dan de andere kapucijnapen, met een ruwere vacht en een kortere, dikkere staart en ledematen. De kapucijnaap heeft een kop-romplengte van 32 tot 57 centimeter, een staartlengte van 38 tot 56 centimeter en een lichaamsgewicht van 1,9 tot 4,8 kilogram. |
|
Cebus apella auteur : Arthur Chapman CC 2.0 |
|
|
De soort komt voor in een grote verscheidenheid aan bostypen, voornamelijk in het tropisch regenwoud, tot op een hoogte van 2700 meter. Het verspreidingsgebied overlapt met dat van andere soorten kapucijnapen, zoals dat van de witschouderkapucijnaap (Cebus capucinus). De dieren foerageren alleen, omdat ze zelden voedsel vinden waar meer dan één hyena van kan leven. |
|
Bruine kapucijnapen auteur : Frans de Waal CC 2.5 |
|
|
De bruine kapucijnaap is een dagactieve, boombewonende soort. De bruine kapucijnaap leeft alleen of in groepen van twee tot twintig dieren. Anders dan enkele andere kapucijnapen heeft een groep bruine kapucijnapen geen territorium. |
|
Bruine kapucijnaap in het Ambiental reservaat, Brazilië auteur : Dario Sanches CC 2.0 |
|
|
Na een draagtijd van 180 dagen wordt één jong geboren, zelden een tweeling. Bruine kapucijnapen kunnen vrij oud worden. |
|
Bruine kapucijnapen in familiepark Harry Malter auteur : Donar Reiskoffer CC 3.0 |
|
|
Het is van deze apensoort bekend dat hij harde voorwerpen als stenen als gereedschap gebruikt om noten mee open te breken. Bruine kapucijnapen foerageren in groepen. |
|
jong bruin kapucijnaapje auteur : MatthiasKabel CC 3.0 |
|
|
De bruine kapucijnaap is vrij algemeen en niet bedreigd. Één ondersoort, Cebus apella margarita is ernstig bedreigd. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 13/11/2012|
Slotkoers Bel20 13 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 13 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine hyena
![]() |
| B b B b 18 u 64 | |
| Bruine hyena | |
|
De bruine hyena of strandwolf (Hyaena brunnea syn. Parahyaena brunnea) is een van de vier nog levende soorten hyena's. De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Thunberg (Carl Peter Thunberg was een Zweedse natuuronderzoeker. Hij was een student van Carolus Linnaeus.) in 1820. De bruine hyena leeft in westelijk Zuid-Afrika, Zimbabwe, Namibië en Zuid-Angola. Duits : Schabrackenhyäne, Braune Hyäne, Strandwolf Frans : La hyène brune |
|
Bruine hyena auteur : Southafrica.net op www.dinosoria.com |
|
|
De bruine hyena heeft een ruige, donkerbruine tot zwarte vacht, met een lichtgele kraag om de hals, die als maan dient bij volwassen dieren, en een grijzig gezicht. Hij wordt ongeveer 110 tot 161 centimeter lang, met een 21 tot 30 centimeter lange staart. |
|
Hyaena brunnea auteur : Sally London op www.dinosoria.com CC 3.0 |
|
|
De bruine hyena is een nachtdier. Hij eet voornamelijk aas, maar ook afgevallen vruchten. De dieren foerageren alleen, omdat ze zelden voedsel vinden waar meer dan één hyena van kan leven. |
|
De bruine hyena auteur : © Martin Heigan CC 2.0 |
|
|
Bruine hyena's kennen geen vaste sociale structuur. Bruine hyena's planten zich het gehele jaar door voort. Na 18 maanden verlaten ze meestal het nest. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 12/11/2012|
Slotkoers Bel20 12 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 12 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine huismot
![]() |
| B b B b 18 u 63 | |
| Bruine huismot | |
|
De bruine huismot of zadenmot (Hofmannophila pseudospretella synoniem Bryotropha pseudospretella) is een nachtvlinder uit de familie van de sikkelmotten (Oecophoridae). De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Stainton in 1849. Voorheen was de soort bekend uit Azië, maar is sinds de 19e eeuw ook via voedsel geïntroduceerd in andere werelddelen. Engels : Brown House MothDuits : Samenmotte Frans : les œcophores, Hofmannophila pseudospretella |
|
Bruine huismot auteur : Muus, T.S.T. op www.microlepidoptera.nl |
|
|
De bruine huismot heeft een spanwijdte van 15 tot 26 mm. Op de donkerbruine voorvleugel zitten drie of vier vlekken. |
|
Hofmannophila pseudospretella auteur : © BioImages CC 3.0 |
|
|
De bruine huismot is in Nederland en in België een algemene soort. Adulten kunnen worden verward met het genus Agonopterix, Depressaria en enkele Gelechiiden. De waardplanten zijn verschillende plantaardige materialen, zelden ook stoffen, dode materialen (dood plantenmateriaal, dode dieren), papier en karton, dierenvoer en meel. |
|
Rups van de bruine huismot auteur : J. van Roosmalen op www.microlepidoptera.nl |
|
|
Binnenshuis worden veel waarnemingen gedaan, omdat de soort als rups op verschillende materialen leeft die voornamelijk in schuren of zolders te vinden zijn. Het rupsenstadium duurt tamelijk lang en meestal leven deze rupsen in groepsverband. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - www.microlepidoptera.nl - tinternet |
Bruine hoornpad
![]() |
| B b B b 18 u 62 | |
| Bruine hoornpad | |
|
De bruine hoornpad, ook wel bruine hoornkikker (Xenophrys baluensis) is een kikker uit de familie Megophryidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Boulenger in 1899. Het is een vrij zeldzame soort met een klein verspreidingsgebied, alleen in noordelijk Borneo, op en om de berg Kanibalu is de bruine hoornpad te vinden. Engels : Kinabalu Horned FrogDuits : Xenophrys baluensis Frans : Xenophrys baluensis |
|
Bruine hoornpad auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
De bruine hoornpad wordt ongeveer 7 centimeter groot, en leeft in bossen en moerassen met liefst een dikke strooisellaag. In de paartijd vooral bij beekjes met ondergedoken stenen waar de larven behoefte aan hebben. |
|
Xenophrys baluensis auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
De bruine hoornpad heeft een roodbruine tot beige rug en poten, de flank en buik zijn vaak donkerder en gevlekt. Deze bodembewonende kikker leeft in de strooisellaag van het bos en is daar goed op aangepast, het lichaam ziet er uit als een blad. |
|
bruine hoornpad auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
In de paartijd blijft een koppeltje ongeveer een week bij elkaar en na de eiafzet leven ze weer solitair. Het enige criterium voor een prooi is dat het in de bek past, insecten, hagedissen, spinnen, krabben en zelfs schorpioenen worden verzwolgen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine hokko
![]() |
| B b B b 18 u 61 | |
| Bruine hokko | |
|
De bruine hokko (Crax rubra) is een vogel uit de familie van de Sjakohoenders en hokko's. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Linnaeus in 1758. De bruine hokko is alleen te vinden in ongerepte oerwouden van zuidelijk Mexico tot aan noordwest Ecuador. Duits : Rötlichgelbe Herbsteule Frans : la Fauvette , la Xanthie ferruginée |
|
Bruine hokko hen auteur : Arthur Chapman CC 2.0 |
|
|
De bruine hokko is een fazantachtige vogel en is met zijn afmeting de grootste soort van de hokkofamilie. |
|
Crax rubra haan auteur : Arthur Chapman CC 2.0 |
|
|
Het gedrag van de bruine hokko is redelijk vergelijkbaar met dat van een kalkoen. Als de schemering nadert zoekt de bruine hokko een stekje in de bomen om de nacht door te brengen. Bij gevaar waarschuwt het mannetje en slaan de vogels op de vlucht. Helaas wordt deze vogel met uitsterven bedreigd vanwege de overmatige jacht op het dier om zijn erg smakelijke vlees. |
|
bruine hokko kuiken auteur : Victor Burolla CC 2.0 |
|
|
De bruine hokko is een monogame vogel, ze blijven hun hele leven bij elkaar. Er wordt maar maximaal één keer per jaar gebroed. Het vrouwtje broedt de eieren uit. Helaas redden veel kuikens het niet waardoor het moeilijk is voor de populatie om te herstellen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine herfstuil
![]() |
| B b B b 18 u 60 | |
| Bruine herfstuil | |
|
De bruine herfstuil (Agrochola circellaris) is een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Hüfnagel in 1766. De soort komt verspreid over Europa voor. Engels : BrickDuits : Rötlichgelbe Herbsteule Frans : la Fauvette , la Xanthie ferruginée |
|
Bruine herfstuil auteur : © M. Virtala CC0 1.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 14 en 19 millimeter. De grondkleur van de voorvleugel is meestal geelachtig bruin of koperbruin met een grijsachtige of roodachtige tint. |
|
Agrochola circellaris auteur : Fvlamoen CC 3.0 |
|
|
De bruine herfstuil is in Nederland en België een algemene soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien. Er zijn enkele gelijkende soorten zoals de geelbruine herfstuil (A. macilenta) en de populierengouduil (Xanthia ocellaris). Zijn habitat zijn loofbossen, struwelen, parken en tuinen. De waardplanten zijn diverse loofbomen, waaronder iep, (ratel)populier en gewone es, later ook diverse kruidachtige planten. |
|
Rupsen van de bruine herfstuil auteur : Arp CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is van half augustus tot eind november in één generatie. Rups : maart - juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : De herfstuilen vliegen in het najaar. Agrochola : agros = een veld, de grondkleur en khole = bitterheid, gal, de kleur van gal: groen- of, zoals hier, geelachtig; naar de kleur van een aantal van deze soorten. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 09/11/2012|
Slotkoers Bel20 9 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 9 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine heispanner
![]() |
| B b B b 18 u 59 | |
| Bruine heispanner | |
|
De bruine heispanner (Selidosema brunnearia) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae). De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door De Villers in 1789. De soort komt voor in Europa en Noord-Afrika. Engels : Bordered GreyDuits : Purpurgrauer Heide-Tagspanner, Spätsommer-Heide-Tagspanner Oud Nederlandse naam : grijze heispanner |
|
Bruine heispanner auteur : M. Virtala CC0 1.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 16 en 22 millimeter. Een bruingrijze spanner met langs alle vleugels een donkerbruine zoom. |
|
Selidosema brunnearia auteur : Wolfgang Wagner op www.pyrgus.de CC 3.0 |
|
|
Het is een zeldzame soort die in de duinen van Noord- en Zuid-Holland en op de Waddeneilanden echter vrij frequent voorkomt, op de zandgronden in het binnenland schaars en verspreid. Zijn habitat zijn duinen, heiden en (kalk)graslanden. De waardplanten zijn struikhei, brem, zuring en rolklaver. |
|
Rups van de bruine heispanner auteur : Wolfgang Wagner op www.pyrgus.de |
|
|
De vliegtijd is van half juli tot eind augustus in één generatie. Rups : september - juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : Dit is een spannersoort van heidegebieden en de kleur van de vlinder is overwegend bruin. Selidosema : delis, selidos = het gangpad tussen twee banken, de banken zelf, een rij stoelen in een theater, een bladzijde vol lijnen en sema = een kenteken, dit geeft een gevoel van een brede rij of een brede band; hier betrekking hebbend op de brede donkere band langs de achterranden. Een andere niet Nederlandse soort die Hübner ook in dit genus onderbracht is S. taeniolaria, taeniola = een smalle band. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine heide-uil
![]() |
| B b B b 18 u 58 | |
| Bruine heide-uil | |
|
De bruine heide-uil (Polia bombycina) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Hufnagel in 1766. De soort komt verspreid over Europa voor. Engels : Pale Shining BrownDuits : Hauhechel-Blättereule Frans : Polia bombycina |
|
Bruine heide-uil auteur : Josef Dvorák op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 19 en 23 millimeter. Verse exemplaren van deze uil hebben een enigszins glanzende lichtbruine, soms roodachtig getinte voorvleugel. |
|
Polia bombycina auteur : Andrej Makara op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort die voorkomt in de duinen en op de zandgronden in het binnenland. Zijn habitat zijn ruige graslanden en open bossen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten, in het voorjaar ook houtige planten en loofbomen. |
|
Rups van de bruine heide-uil auteur : Josef Dvorák op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is van half mei-eind juli in één generatie. Rups : juli - april. Een woordje bij de Nederlandse naam : Deze soort heeft onder meer struikheide als waardplant en de kleur van de vlinder is (meer grijs dan) bruin. Polia : polios = grijs, wijzend op de grondkleur van een aantal soorten binnen dit genus. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |