bel20-aex 15/11/2012
|
Slotkoers Bel20 15 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 15 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 15/11/2012|
Slotkoers Bel20 15 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 15 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine kathaai
![]() |
| B b B b 18 u 66 | |
| Bruine kathaai | |
|
De bruine kathaai (Apristurus brunneus) is een vis uit de familie van kathaaien (Scyliorhinidae) en behoort derhalve tot de orde van grondhaaien (Carcharhiniformes). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Gilbert (Charles Henry Gilbert, Amerikaans ichtyiologist en visserij bioloog) in 1892. De vis prefereert een subtropisch klimaat en leeft hoofdzakelijk in de Grote Oceaan voor de kust van British Columbia tot Baja California staat in Mexico. Engels : Brown catsharkDuits : Brauner Katzenhai Frans : Holbiche brune |
|
Bruine kathaai foto op www.globalspecies.org CC 3.0 |
|
|
De bruine kathaai is een zoutwatervis. De diepteverspreiding is 30 tot 650 meter. |
|
Apristurus brunneus foto op www.digitalfishlibrary.org |
|
|
De vis kan een lengte bereiken van 68 centimeter. Hij heeft een zacht en kwetsbaar vel. Er is weinig geweten over het gedrag van deze soort, meestal leeft hij op de rand van het continentaal plat |
|
bruine kathaai foto op akully.ru |
|
|
De bruine kathaai voedt zich met kleine zeedieren zoals garnalen en krill. De bruine kathaai is voor de visserij van geen belang. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 14/11/2012|
Slotkoers Bel20 14 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 14 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine kapucijnaap
![]() |
| B b B b 18 u 65 | |
| Bruine kapucijnaap | |
|
De bruine kapucijnaap (Cebus apella), ook wel kuifkapucijnaap, apella of kesi-kesi genoemd, is een algemene apensoort uit het geslacht der kapucijnapen (Cebus). De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Linnaeus in 1758. Deze soort komt voor in de noordelijke Amazonebekken van de Guyana's en Brazilië ten oosten van de Rio Negro, noordwaarts tot de Orinoco in Venezuela. Engels : Tufted capuchin, brown capuchin, black-capped capuchin, pin monkeyDuits : Gehaubte Kapuziner, Haubenkapuziner Frans : L’Apelle, Sapajou apelle, Sajou noir, Sajou apelle, Capucin à houppe noire |
|
Bruine kapucijnaap auteur : Glen Bowman CC 2.0 |
|
|
De bruine kapucijnaap is steviger dan de andere kapucijnapen, met een ruwere vacht en een kortere, dikkere staart en ledematen. De kapucijnaap heeft een kop-romplengte van 32 tot 57 centimeter, een staartlengte van 38 tot 56 centimeter en een lichaamsgewicht van 1,9 tot 4,8 kilogram. |
|
Cebus apella auteur : Arthur Chapman CC 2.0 |
|
|
De soort komt voor in een grote verscheidenheid aan bostypen, voornamelijk in het tropisch regenwoud, tot op een hoogte van 2700 meter. Het verspreidingsgebied overlapt met dat van andere soorten kapucijnapen, zoals dat van de witschouderkapucijnaap (Cebus capucinus). De dieren foerageren alleen, omdat ze zelden voedsel vinden waar meer dan één hyena van kan leven. |
|
Bruine kapucijnapen auteur : Frans de Waal CC 2.5 |
|
|
De bruine kapucijnaap is een dagactieve, boombewonende soort. De bruine kapucijnaap leeft alleen of in groepen van twee tot twintig dieren. Anders dan enkele andere kapucijnapen heeft een groep bruine kapucijnapen geen territorium. |
|
Bruine kapucijnaap in het Ambiental reservaat, Brazilië auteur : Dario Sanches CC 2.0 |
|
|
Na een draagtijd van 180 dagen wordt één jong geboren, zelden een tweeling. Bruine kapucijnapen kunnen vrij oud worden. |
|
Bruine kapucijnapen in familiepark Harry Malter auteur : Donar Reiskoffer CC 3.0 |
|
|
Het is van deze apensoort bekend dat hij harde voorwerpen als stenen als gereedschap gebruikt om noten mee open te breken. Bruine kapucijnapen foerageren in groepen. |
|
jong bruin kapucijnaapje auteur : MatthiasKabel CC 3.0 |
|
|
De bruine kapucijnaap is vrij algemeen en niet bedreigd. Één ondersoort, Cebus apella margarita is ernstig bedreigd. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 13/11/2012|
Slotkoers Bel20 13 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 13 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine hyena
![]() |
| B b B b 18 u 64 | |
| Bruine hyena | |
|
De bruine hyena of strandwolf (Hyaena brunnea syn. Parahyaena brunnea) is een van de vier nog levende soorten hyena's. De wetenschappelijke naam van deze soort is voor het eerst beschreven door Thunberg (Carl Peter Thunberg was een Zweedse natuuronderzoeker. Hij was een student van Carolus Linnaeus.) in 1820. De bruine hyena leeft in westelijk Zuid-Afrika, Zimbabwe, Namibië en Zuid-Angola. Duits : Schabrackenhyäne, Braune Hyäne, Strandwolf Frans : La hyène brune |
|
Bruine hyena auteur : Southafrica.net op www.dinosoria.com |
|
|
De bruine hyena heeft een ruige, donkerbruine tot zwarte vacht, met een lichtgele kraag om de hals, die als maan dient bij volwassen dieren, en een grijzig gezicht. Hij wordt ongeveer 110 tot 161 centimeter lang, met een 21 tot 30 centimeter lange staart. |
|
Hyaena brunnea auteur : Sally London op www.dinosoria.com CC 3.0 |
|
|
De bruine hyena is een nachtdier. Hij eet voornamelijk aas, maar ook afgevallen vruchten. De dieren foerageren alleen, omdat ze zelden voedsel vinden waar meer dan één hyena van kan leven. |
|
De bruine hyena auteur : © Martin Heigan CC 2.0 |
|
|
Bruine hyena's kennen geen vaste sociale structuur. Bruine hyena's planten zich het gehele jaar door voort. Na 18 maanden verlaten ze meestal het nest. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 12/11/2012|
Slotkoers Bel20 12 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 12 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine huismot
![]() |
| B b B b 18 u 63 | |
| Bruine huismot | |
|
De bruine huismot of zadenmot (Hofmannophila pseudospretella synoniem Bryotropha pseudospretella) is een nachtvlinder uit de familie van de sikkelmotten (Oecophoridae). De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Stainton in 1849. Voorheen was de soort bekend uit Azië, maar is sinds de 19e eeuw ook via voedsel geïntroduceerd in andere werelddelen. Engels : Brown House MothDuits : Samenmotte Frans : les œcophores, Hofmannophila pseudospretella |
|
Bruine huismot auteur : Muus, T.S.T. op www.microlepidoptera.nl |
|
|
De bruine huismot heeft een spanwijdte van 15 tot 26 mm. Op de donkerbruine voorvleugel zitten drie of vier vlekken. |
|
Hofmannophila pseudospretella auteur : © BioImages CC 3.0 |
|
|
De bruine huismot is in Nederland en in België een algemene soort. Adulten kunnen worden verward met het genus Agonopterix, Depressaria en enkele Gelechiiden. De waardplanten zijn verschillende plantaardige materialen, zelden ook stoffen, dode materialen (dood plantenmateriaal, dode dieren), papier en karton, dierenvoer en meel. |
|
Rups van de bruine huismot auteur : J. van Roosmalen op www.microlepidoptera.nl |
|
|
Binnenshuis worden veel waarnemingen gedaan, omdat de soort als rups op verschillende materialen leeft die voornamelijk in schuren of zolders te vinden zijn. Het rupsenstadium duurt tamelijk lang en meestal leven deze rupsen in groepsverband. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - www.microlepidoptera.nl - tinternet |
Bruine hoornpad
![]() |
| B b B b 18 u 62 | |
| Bruine hoornpad | |
|
De bruine hoornpad, ook wel bruine hoornkikker (Xenophrys baluensis) is een kikker uit de familie Megophryidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Boulenger in 1899. Het is een vrij zeldzame soort met een klein verspreidingsgebied, alleen in noordelijk Borneo, op en om de berg Kanibalu is de bruine hoornpad te vinden. Engels : Kinabalu Horned FrogDuits : Xenophrys baluensis Frans : Xenophrys baluensis |
|
Bruine hoornpad auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
De bruine hoornpad wordt ongeveer 7 centimeter groot, en leeft in bossen en moerassen met liefst een dikke strooisellaag. In de paartijd vooral bij beekjes met ondergedoken stenen waar de larven behoefte aan hebben. |
|
Xenophrys baluensis auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
De bruine hoornpad heeft een roodbruine tot beige rug en poten, de flank en buik zijn vaak donkerder en gevlekt. Deze bodembewonende kikker leeft in de strooisellaag van het bos en is daar goed op aangepast, het lichaam ziet er uit als een blad. |
|
bruine hoornpad auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
In de paartijd blijft een koppeltje ongeveer een week bij elkaar en na de eiafzet leven ze weer solitair. Het enige criterium voor een prooi is dat het in de bek past, insecten, hagedissen, spinnen, krabben en zelfs schorpioenen worden verzwolgen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine hokko
![]() |
| B b B b 18 u 61 | |
| Bruine hokko | |
|
De bruine hokko (Crax rubra) is een vogel uit de familie van de Sjakohoenders en hokko's. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Linnaeus in 1758. De bruine hokko is alleen te vinden in ongerepte oerwouden van zuidelijk Mexico tot aan noordwest Ecuador. Duits : Rötlichgelbe Herbsteule Frans : la Fauvette , la Xanthie ferruginée |
|
Bruine hokko hen auteur : Arthur Chapman CC 2.0 |
|
|
De bruine hokko is een fazantachtige vogel en is met zijn afmeting de grootste soort van de hokkofamilie. |
|
Crax rubra haan auteur : Arthur Chapman CC 2.0 |
|
|
Het gedrag van de bruine hokko is redelijk vergelijkbaar met dat van een kalkoen. Als de schemering nadert zoekt de bruine hokko een stekje in de bomen om de nacht door te brengen. Bij gevaar waarschuwt het mannetje en slaan de vogels op de vlucht. Helaas wordt deze vogel met uitsterven bedreigd vanwege de overmatige jacht op het dier om zijn erg smakelijke vlees. |
|
bruine hokko kuiken auteur : Victor Burolla CC 2.0 |
|
|
De bruine hokko is een monogame vogel, ze blijven hun hele leven bij elkaar. Er wordt maar maximaal één keer per jaar gebroed. Het vrouwtje broedt de eieren uit. Helaas redden veel kuikens het niet waardoor het moeilijk is voor de populatie om te herstellen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine herfstuil
![]() |
| B b B b 18 u 60 | |
| Bruine herfstuil | |
|
De bruine herfstuil (Agrochola circellaris) is een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Hüfnagel in 1766. De soort komt verspreid over Europa voor. Engels : BrickDuits : Rötlichgelbe Herbsteule Frans : la Fauvette , la Xanthie ferruginée |
|
Bruine herfstuil auteur : © M. Virtala CC0 1.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 14 en 19 millimeter. De grondkleur van de voorvleugel is meestal geelachtig bruin of koperbruin met een grijsachtige of roodachtige tint. |
|
Agrochola circellaris auteur : Fvlamoen CC 3.0 |
|
|
De bruine herfstuil is in Nederland en België een algemene soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien. Er zijn enkele gelijkende soorten zoals de geelbruine herfstuil (A. macilenta) en de populierengouduil (Xanthia ocellaris). Zijn habitat zijn loofbossen, struwelen, parken en tuinen. De waardplanten zijn diverse loofbomen, waaronder iep, (ratel)populier en gewone es, later ook diverse kruidachtige planten. |
|
Rupsen van de bruine herfstuil auteur : Arp CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is van half augustus tot eind november in één generatie. Rups : maart - juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : De herfstuilen vliegen in het najaar. Agrochola : agros = een veld, de grondkleur en khole = bitterheid, gal, de kleur van gal: groen- of, zoals hier, geelachtig; naar de kleur van een aantal van deze soorten. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 09/11/2012|
Slotkoers Bel20 9 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 9 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine heispanner
![]() |
| B b B b 18 u 59 | |
| Bruine heispanner | |
|
De bruine heispanner (Selidosema brunnearia) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae). De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door De Villers in 1789. De soort komt voor in Europa en Noord-Afrika. Engels : Bordered GreyDuits : Purpurgrauer Heide-Tagspanner, Spätsommer-Heide-Tagspanner Oud Nederlandse naam : grijze heispanner |
|
Bruine heispanner auteur : M. Virtala CC0 1.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 16 en 22 millimeter. Een bruingrijze spanner met langs alle vleugels een donkerbruine zoom. |
|
Selidosema brunnearia auteur : Wolfgang Wagner op www.pyrgus.de CC 3.0 |
|
|
Het is een zeldzame soort die in de duinen van Noord- en Zuid-Holland en op de Waddeneilanden echter vrij frequent voorkomt, op de zandgronden in het binnenland schaars en verspreid. Zijn habitat zijn duinen, heiden en (kalk)graslanden. De waardplanten zijn struikhei, brem, zuring en rolklaver. |
|
Rups van de bruine heispanner auteur : Wolfgang Wagner op www.pyrgus.de |
|
|
De vliegtijd is van half juli tot eind augustus in één generatie. Rups : september - juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : Dit is een spannersoort van heidegebieden en de kleur van de vlinder is overwegend bruin. Selidosema : delis, selidos = het gangpad tussen twee banken, de banken zelf, een rij stoelen in een theater, een bladzijde vol lijnen en sema = een kenteken, dit geeft een gevoel van een brede rij of een brede band; hier betrekking hebbend op de brede donkere band langs de achterranden. Een andere niet Nederlandse soort die Hübner ook in dit genus onderbracht is S. taeniolaria, taeniola = een smalle band. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine heide-uil
![]() |
| B b B b 18 u 58 | |
| Bruine heide-uil | |
|
De bruine heide-uil (Polia bombycina) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Hufnagel in 1766. De soort komt verspreid over Europa voor. Engels : Pale Shining BrownDuits : Hauhechel-Blättereule Frans : Polia bombycina |
|
Bruine heide-uil auteur : Josef Dvorák op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 19 en 23 millimeter. Verse exemplaren van deze uil hebben een enigszins glanzende lichtbruine, soms roodachtig getinte voorvleugel. |
|
Polia bombycina auteur : Andrej Makara op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort die voorkomt in de duinen en op de zandgronden in het binnenland. Zijn habitat zijn ruige graslanden en open bossen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten, in het voorjaar ook houtige planten en loofbomen. |
|
Rups van de bruine heide-uil auteur : Josef Dvorák op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is van half mei-eind juli in één generatie. Rups : juli - april. Een woordje bij de Nederlandse naam : Deze soort heeft onder meer struikheide als waardplant en de kleur van de vlinder is (meer grijs dan) bruin. Polia : polios = grijs, wijzend op de grondkleur van een aantal soorten binnen dit genus. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 08/11/2012|
Slotkoers Bel20 8 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 8 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine groenuil
![]() |
| B b B b 18 u 57 | |
| Bruine groenuil | |
|
De bruine groenuil (Anaplectoides prasina) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775. De soort komt verspreid over het Palearctisch en Nearctisch gebied voor. Engels : Green ArchesDuits : Grüne Heidelbeereule Frans : la Noctulelle verte, la Noctulelle couleur d'herbe |
|
Bruine groenuil auteur : G. Tuinstra op www.vlinderwerkgroepfriesland.nl |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 20 en 25 millimeter. De voorvleugel is gemarmerd met een mengeling van grijsachtig bruin, mosgroen en wit. |
|
Anaplectoides prasina auteur : Donald Hobern CC 2.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort die verspreid over het hele land kan worden waargenomen; wordt vooral waargenomen op de zandgronden en is op sommige vliegplaatsen vrij gewoon. Zijn habitat zijn loofbossen en struwelen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten, loofbomen en struiken, waaronder bosbes, berk, zuring, kamperfoelie en braam. |
|
Rups van de bruine groenuil auteur : © Janice Stiefel op mothphotographersgroup.msstate.edu |
|
|
De vliegtijd is van half mei-begin augustus in één generatie. Rups : augustus-mei. Een woordje bij de Nederlandse naam : De groenuilen hebben groen op de voorvleugels. Anaplectoides : a- = een ontkenning, dan volgt een verbindings n en daarna het genus Aplectoides. Dit is dus geen Aplectoides en dat is een genus dat in Noord-Amerika voorkomt. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 07/11/2012|
Slotkoers Bel20 7 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 7 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine grijsbandspanner
![]() |
| B b B b 18 u 56 | |
| Bruine grijsbandspanner | |
|
De bruine grijsbandspanner (Cabera exanthemata) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Scopoli in 1763. De bruine grijsbandspanner komt voor in het Palearctisch gebied. Engels : Common WaveDuits : Brauntirn-Weissspanner Frans : la Cabère pustulée |
|
Bruine grijsbandspanner auteur : Olaf Leillinger CC 2.5 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 14 en 16 millimeter. Een lichtbruin tot bruingrijs gespikkelde witte spanner met lichtbruine dwarslijnen, drie op de voorvleugel en twee op de achtervleugel. De spikkeling op de vleugels varieert in intensiteit, bij het vrouwtje is deze meestal sterker. Een gelijkende soort is de witte grijsbandspanner (C. pusaria), de dwarslijnen zijn grijzer en minder gebogen. |
|
Cabera exanthemata auteur : Han Klein Schiphorst op www.vlindernet.nl |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een algemene nachtvlinder. Zijn habitat zijn bossen en wilgenstruwelen, vaak op natte plaatsen. De waardplanten zijn diverse bomen en struiken, met een voorkeur voor wilg en populier. |
|
Rupsen van de bruine grijsbandspanner auteur : Joke Stuurman op www.vlindernet.nl |
|
|
De vliegtijd is van eind april tot half september, in twee generaties. Rups : juni-september. Een woordje bij de Nederlandse naam : De bandspanners hebben een bandtekening dwars over de vleugels. Cabera : Cabera is een dochter van Proteus, een oude zeeman met profetische gaven, hij bleef zichzelf steeds veranderen om te vookomen dat hij gevangen werd om profetische uitspraken te moeten doen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine grasuil
![]() |
| B b B b 18 u 55 | |
| Bruine grasuil | |
|
De bruine grasuil (Rhyacia simulans) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is als Phalaena simulans voor het eerst geldig gepubliceerd door Michael Denis en Ignaz Schiffermüller in 1775. De soort komt verspreid voor van het westen van Noord-Afrika en Europa tot Centraal-Azië. Duits : Simulans-Bodeneule Frans : la Noctulelle pyrophile |
|
Bruine grasuil auteur : © T. Toivonen "geen rechten voorbehouden". |
|
|
De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 17 en 21 millimeter. De grondkleur van de voorvleugels is licht grijsbruin. |
|
Rhyacia simulans auteur : Joop de Bakker CC 3.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort. Zijn habitat zijn ruige graslanden, wilde tuinen, struwelen en open bossen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten en grassen. |
|
Rupsen van de bruine grasuil auteur : Karl Rasch op www.lepiforum.de |
|
|
De vliegtijd is van begin juni-half oktober in één generatie. Rups : september-april. Een woordje bij de Nederlandse naam : Alle grasuilen hebben een relatie met grassen. Rhyacia : rhuax = een stroom, een beek, naar de getande lijnen op de voorvleugel die Hübner aan stromend water deed denken, een thema dat hij frequent gebruikte bij de spanners. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 06/11/2012|
Slotkoers Bel20 6 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 6 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |