bel20-aex 12/11/2012
|
Slotkoers Bel20 12 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 12 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 12/11/2012|
Slotkoers Bel20 12 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 12 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine huismot
![]() |
| B b B b 18 u 63 | |
| Bruine huismot | |
|
De bruine huismot of zadenmot (Hofmannophila pseudospretella synoniem Bryotropha pseudospretella) is een nachtvlinder uit de familie van de sikkelmotten (Oecophoridae). De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Stainton in 1849. Voorheen was de soort bekend uit Azië, maar is sinds de 19e eeuw ook via voedsel geïntroduceerd in andere werelddelen. Engels : Brown House MothDuits : Samenmotte Frans : les œcophores, Hofmannophila pseudospretella |
|
Bruine huismot auteur : Muus, T.S.T. op www.microlepidoptera.nl |
|
|
De bruine huismot heeft een spanwijdte van 15 tot 26 mm. Op de donkerbruine voorvleugel zitten drie of vier vlekken. |
|
Hofmannophila pseudospretella auteur : © BioImages CC 3.0 |
|
|
De bruine huismot is in Nederland en in België een algemene soort. Adulten kunnen worden verward met het genus Agonopterix, Depressaria en enkele Gelechiiden. De waardplanten zijn verschillende plantaardige materialen, zelden ook stoffen, dode materialen (dood plantenmateriaal, dode dieren), papier en karton, dierenvoer en meel. |
|
Rups van de bruine huismot auteur : J. van Roosmalen op www.microlepidoptera.nl |
|
|
Binnenshuis worden veel waarnemingen gedaan, omdat de soort als rups op verschillende materialen leeft die voornamelijk in schuren of zolders te vinden zijn. Het rupsenstadium duurt tamelijk lang en meestal leven deze rupsen in groepsverband. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - www.microlepidoptera.nl - tinternet |
Bruine hoornpad
![]() |
| B b B b 18 u 62 | |
| Bruine hoornpad | |
|
De bruine hoornpad, ook wel bruine hoornkikker (Xenophrys baluensis) is een kikker uit de familie Megophryidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Boulenger in 1899. Het is een vrij zeldzame soort met een klein verspreidingsgebied, alleen in noordelijk Borneo, op en om de berg Kanibalu is de bruine hoornpad te vinden. Engels : Kinabalu Horned FrogDuits : Xenophrys baluensis Frans : Xenophrys baluensis |
|
Bruine hoornpad auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
De bruine hoornpad wordt ongeveer 7 centimeter groot, en leeft in bossen en moerassen met liefst een dikke strooisellaag. In de paartijd vooral bij beekjes met ondergedoken stenen waar de larven behoefte aan hebben. |
|
Xenophrys baluensis auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
De bruine hoornpad heeft een roodbruine tot beige rug en poten, de flank en buik zijn vaak donkerder en gevlekt. Deze bodembewonende kikker leeft in de strooisellaag van het bos en is daar goed op aangepast, het lichaam ziet er uit als een blad. |
|
bruine hoornpad auteur : Thomas Brown CC 2.0 |
|
|
In de paartijd blijft een koppeltje ongeveer een week bij elkaar en na de eiafzet leven ze weer solitair. Het enige criterium voor een prooi is dat het in de bek past, insecten, hagedissen, spinnen, krabben en zelfs schorpioenen worden verzwolgen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine hokko
![]() |
| B b B b 18 u 61 | |
| Bruine hokko | |
|
De bruine hokko (Crax rubra) is een vogel uit de familie van de Sjakohoenders en hokko's. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Linnaeus in 1758. De bruine hokko is alleen te vinden in ongerepte oerwouden van zuidelijk Mexico tot aan noordwest Ecuador. Duits : Rötlichgelbe Herbsteule Frans : la Fauvette , la Xanthie ferruginée |
|
Bruine hokko hen auteur : Arthur Chapman CC 2.0 |
|
|
De bruine hokko is een fazantachtige vogel en is met zijn afmeting de grootste soort van de hokkofamilie. |
|
Crax rubra haan auteur : Arthur Chapman CC 2.0 |
|
|
Het gedrag van de bruine hokko is redelijk vergelijkbaar met dat van een kalkoen. Als de schemering nadert zoekt de bruine hokko een stekje in de bomen om de nacht door te brengen. Bij gevaar waarschuwt het mannetje en slaan de vogels op de vlucht. Helaas wordt deze vogel met uitsterven bedreigd vanwege de overmatige jacht op het dier om zijn erg smakelijke vlees. |
|
bruine hokko kuiken auteur : Victor Burolla CC 2.0 |
|
|
De bruine hokko is een monogame vogel, ze blijven hun hele leven bij elkaar. Er wordt maar maximaal één keer per jaar gebroed. Het vrouwtje broedt de eieren uit. Helaas redden veel kuikens het niet waardoor het moeilijk is voor de populatie om te herstellen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
Bruine herfstuil
![]() |
| B b B b 18 u 60 | |
| Bruine herfstuil | |
|
De bruine herfstuil (Agrochola circellaris) is een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Hüfnagel in 1766. De soort komt verspreid over Europa voor. Engels : BrickDuits : Rötlichgelbe Herbsteule Frans : la Fauvette , la Xanthie ferruginée |
|
Bruine herfstuil auteur : © M. Virtala CC0 1.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 14 en 19 millimeter. De grondkleur van de voorvleugel is meestal geelachtig bruin of koperbruin met een grijsachtige of roodachtige tint. |
|
Agrochola circellaris auteur : Fvlamoen CC 3.0 |
|
|
De bruine herfstuil is in Nederland en België een algemene soort, die verspreid over het hele gebied kan worden gezien. Er zijn enkele gelijkende soorten zoals de geelbruine herfstuil (A. macilenta) en de populierengouduil (Xanthia ocellaris). Zijn habitat zijn loofbossen, struwelen, parken en tuinen. De waardplanten zijn diverse loofbomen, waaronder iep, (ratel)populier en gewone es, later ook diverse kruidachtige planten. |
|
Rupsen van de bruine herfstuil auteur : Arp CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is van half augustus tot eind november in één generatie. Rups : maart - juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : De herfstuilen vliegen in het najaar. Agrochola : agros = een veld, de grondkleur en khole = bitterheid, gal, de kleur van gal: groen- of, zoals hier, geelachtig; naar de kleur van een aantal van deze soorten. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 09/11/2012|
Slotkoers Bel20 9 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 9 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine heispanner
![]() |
| B b B b 18 u 59 | |
| Bruine heispanner | |
|
De bruine heispanner (Selidosema brunnearia) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners (Geometridae). De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door De Villers in 1789. De soort komt voor in Europa en Noord-Afrika. Engels : Bordered GreyDuits : Purpurgrauer Heide-Tagspanner, Spätsommer-Heide-Tagspanner Oud Nederlandse naam : grijze heispanner |
|
Bruine heispanner auteur : M. Virtala CC0 1.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 16 en 22 millimeter. Een bruingrijze spanner met langs alle vleugels een donkerbruine zoom. |
|
Selidosema brunnearia auteur : Wolfgang Wagner op www.pyrgus.de CC 3.0 |
|
|
Het is een zeldzame soort die in de duinen van Noord- en Zuid-Holland en op de Waddeneilanden echter vrij frequent voorkomt, op de zandgronden in het binnenland schaars en verspreid. Zijn habitat zijn duinen, heiden en (kalk)graslanden. De waardplanten zijn struikhei, brem, zuring en rolklaver. |
|
Rups van de bruine heispanner auteur : Wolfgang Wagner op www.pyrgus.de |
|
|
De vliegtijd is van half juli tot eind augustus in één generatie. Rups : september - juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : Dit is een spannersoort van heidegebieden en de kleur van de vlinder is overwegend bruin. Selidosema : delis, selidos = het gangpad tussen twee banken, de banken zelf, een rij stoelen in een theater, een bladzijde vol lijnen en sema = een kenteken, dit geeft een gevoel van een brede rij of een brede band; hier betrekking hebbend op de brede donkere band langs de achterranden. Een andere niet Nederlandse soort die Hübner ook in dit genus onderbracht is S. taeniolaria, taeniola = een smalle band. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine heide-uil
![]() |
| B b B b 18 u 58 | |
| Bruine heide-uil | |
|
De bruine heide-uil (Polia bombycina) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Hufnagel in 1766. De soort komt verspreid over Europa voor. Engels : Pale Shining BrownDuits : Hauhechel-Blättereule Frans : Polia bombycina |
|
Bruine heide-uil auteur : Josef Dvorák op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 19 en 23 millimeter. Verse exemplaren van deze uil hebben een enigszins glanzende lichtbruine, soms roodachtig getinte voorvleugel. |
|
Polia bombycina auteur : Andrej Makara op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort die voorkomt in de duinen en op de zandgronden in het binnenland. Zijn habitat zijn ruige graslanden en open bossen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten, in het voorjaar ook houtige planten en loofbomen. |
|
Rups van de bruine heide-uil auteur : Josef Dvorák op www.biolib.cz CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is van half mei-eind juli in één generatie. Rups : juli - april. Een woordje bij de Nederlandse naam : Deze soort heeft onder meer struikheide als waardplant en de kleur van de vlinder is (meer grijs dan) bruin. Polia : polios = grijs, wijzend op de grondkleur van een aantal soorten binnen dit genus. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 08/11/2012|
Slotkoers Bel20 8 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 8 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine groenuil
![]() |
| B b B b 18 u 57 | |
| Bruine groenuil | |
|
De bruine groenuil (Anaplectoides prasina) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775. De soort komt verspreid over het Palearctisch en Nearctisch gebied voor. Engels : Green ArchesDuits : Grüne Heidelbeereule Frans : la Noctulelle verte, la Noctulelle couleur d'herbe |
|
Bruine groenuil auteur : G. Tuinstra op www.vlinderwerkgroepfriesland.nl |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 20 en 25 millimeter. De voorvleugel is gemarmerd met een mengeling van grijsachtig bruin, mosgroen en wit. |
|
Anaplectoides prasina auteur : Donald Hobern CC 2.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort die verspreid over het hele land kan worden waargenomen; wordt vooral waargenomen op de zandgronden en is op sommige vliegplaatsen vrij gewoon. Zijn habitat zijn loofbossen en struwelen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten, loofbomen en struiken, waaronder bosbes, berk, zuring, kamperfoelie en braam. |
|
Rups van de bruine groenuil auteur : © Janice Stiefel op mothphotographersgroup.msstate.edu |
|
|
De vliegtijd is van half mei-begin augustus in één generatie. Rups : augustus-mei. Een woordje bij de Nederlandse naam : De groenuilen hebben groen op de voorvleugels. Anaplectoides : a- = een ontkenning, dan volgt een verbindings n en daarna het genus Aplectoides. Dit is dus geen Aplectoides en dat is een genus dat in Noord-Amerika voorkomt. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 07/11/2012|
Slotkoers Bel20 7 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 7 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine grijsbandspanner
![]() |
| B b B b 18 u 56 | |
| Bruine grijsbandspanner | |
|
De bruine grijsbandspanner (Cabera exanthemata) is een nachtvlinder uit de familie van de spanners. De wetenschappelijke naam van deze soort is wetenschappelijk beschreven door Scopoli in 1763. De bruine grijsbandspanner komt voor in het Palearctisch gebied. Engels : Common WaveDuits : Brauntirn-Weissspanner Frans : la Cabère pustulée |
|
Bruine grijsbandspanner auteur : Olaf Leillinger CC 2.5 |
|
|
De voorvleugellengte van de vlinder bedraagt tussen de 14 en 16 millimeter. Een lichtbruin tot bruingrijs gespikkelde witte spanner met lichtbruine dwarslijnen, drie op de voorvleugel en twee op de achtervleugel. De spikkeling op de vleugels varieert in intensiteit, bij het vrouwtje is deze meestal sterker. Een gelijkende soort is de witte grijsbandspanner (C. pusaria), de dwarslijnen zijn grijzer en minder gebogen. |
|
Cabera exanthemata auteur : Han Klein Schiphorst op www.vlindernet.nl |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een algemene nachtvlinder. Zijn habitat zijn bossen en wilgenstruwelen, vaak op natte plaatsen. De waardplanten zijn diverse bomen en struiken, met een voorkeur voor wilg en populier. |
|
Rupsen van de bruine grijsbandspanner auteur : Joke Stuurman op www.vlindernet.nl |
|
|
De vliegtijd is van eind april tot half september, in twee generaties. Rups : juni-september. Een woordje bij de Nederlandse naam : De bandspanners hebben een bandtekening dwars over de vleugels. Cabera : Cabera is een dochter van Proteus, een oude zeeman met profetische gaven, hij bleef zichzelf steeds veranderen om te vookomen dat hij gevangen werd om profetische uitspraken te moeten doen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine grasuil
![]() |
| B b B b 18 u 55 | |
| Bruine grasuil | |
|
De bruine grasuil (Rhyacia simulans) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen (Noctuidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is als Phalaena simulans voor het eerst geldig gepubliceerd door Michael Denis en Ignaz Schiffermüller in 1775. De soort komt verspreid voor van het westen van Noord-Afrika en Europa tot Centraal-Azië. Duits : Simulans-Bodeneule Frans : la Noctulelle pyrophile |
|
Bruine grasuil auteur : © T. Toivonen "geen rechten voorbehouden". |
|
|
De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 17 en 21 millimeter. De grondkleur van de voorvleugels is licht grijsbruin. |
|
Rhyacia simulans auteur : Joop de Bakker CC 3.0 |
|
|
De bruine grasuil is in Nederland en België een zeldzame soort. Zijn habitat zijn ruige graslanden, wilde tuinen, struwelen en open bossen. De waardplanten zijn diverse kruidachtige planten en grassen. |
|
Rupsen van de bruine grasuil auteur : Karl Rasch op www.lepiforum.de |
|
|
De vliegtijd is van begin juni-half oktober in één generatie. Rups : september-april. Een woordje bij de Nederlandse naam : Alle grasuilen hebben een relatie met grassen. Rhyacia : rhuax = een stroom, een beek, naar de getande lijnen op de voorvleugel die Hübner aan stromend water deed denken, een thema dat hij frequent gebruikte bij de spanners. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 06/11/2012|
Slotkoers Bel20 6 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 6 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine grasmot
![]() |
| B b B b 18 u 54 | |
| Bruine grasmot | |
|
De bruine grasmot (Crambus silvella) is een nachtvlinder uit de familie Crambidae, de grasmotten. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Hübner in 1813. De soort komt verspreid voor in Europa en het Verenigd Koninkrijk. Engels : Crambus silvellaDuits : Crambus silvella Frans : Crambus silvella |
|
Bruine grasmot auteur : Sarefo CC 3.0 |
|
|
De spanwijdte van de vlinder bedraagt tussen de 22 en 26 millimeter. |
|
Crambus silvella auteur : Mervyn Roos op www.microlepidoptera.nl ©www.microlepidoptera.nl |
|
|
De bruine grasmot is in Nederland een zeldzame soort, in België is hij sinds 1980 niet meer gemeld. Zijn habitat zijn heiden en andere open, grazige gebieden. |
|
Bruine grasmot auteur : Jörg Döring |
|
|
De bruine grasmot heeft zegge als waardplant. De soort kent één generatie die vliegt van juli tot in september. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 05/11/2012|
Slotkoers Bel20 5 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 5 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine granietuil
![]() |
| B b B b 18 u 53 | |
| Bruine granietuil | |
|
De bruine granietuil (Crypsedra gemmea) is een nachtvlinder uit de familie van de uilen, de Noctuidae. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Treitschke in 1825. De soort komt verspreid over vooral Centraal- en Noord-Europa voor. Engels : CameoDuits : Bunte Waldgraseule Frans : ???, Crypsedra gemmea |
|
Bruine granietuil auteur : Dumi CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. De olijfbruine voorvleugel heeft een groenige glans en een bont patroon van witte, zwartgerande vlekken en dwarslijnen, de hoeveelheid wit kan variëren. Een gelijkende soort is de witvlek-silene-uil (Hadena albimacula) is kleiner en mist de olijfgroene tint, de witte tekening is minder uitgebreid en in plaats van een halvemaanvormige witte tapvlek is een min of meer rechthoekige vlek aanwezig. |
|
Crypsedra gemmea auteur : Martin Scheper op www.natuurfotoalbum.eu |
|
|
Een zeldzame soort die vrijwel uitsluitend voorkomt op de Veluwe, recent ook waargenomen in Zuidoost-Friesland. Zijn habitat zijn heiden en andere open, grazige gebieden. |
|
Rups van de bruine granietuil auteur : © Josef Dvorák op www.biolib.cz |
|
|
De waardplanten zijn diverse grassen, waaronder vooral pijpenstrootje. De vliegtijd is van begin juli-begin september in één generatie. Rups : april-juni. Een woordje bij de Nederlandse naam : de witte vlekken doen denken een steensoort, in dit geval graniet. De wetenschappelijke soortnaam wijst op kostbaarder steensoorten. Crypsedra : de herkomst van deze naam is onbekend. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
Bruine glazenmaker
![]() |
| B b B b 18 u 52 | |
| Bruine glazenmaker | |
|
De bruine glazenmaker (Aeshna grandis) is een libel uit de familie van de glazenmakers, de Aeshnidae. Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Linnaeus in 1758. De soort komt voor in Centraal- en Noord-Europa. De soort is in Nederland en België vrij algemeen. Engels : Brown HawkerDuits : Braune Mosaikjungfer Frans : La Grande Aeschne |
|
Bruine glazenmaker auteur : G.-U. Tolkiehn CC 3.0 |
|
|
De spanwijdte ligt tussen de 95 en 105 millimeter, de lichaamslengte ligt tussen 70 en 77 millimeter. Het is een forse glazenmaker, die door gekleurde vleugels extra groot overkomt. Mannetje : blauwe vlekjes op zijkant van achterlijf, bovenzijde van segment 2 en bovenkant van de ogen. |
|
Aeshna grandis auteur : Darkone CC 2.5 |
|
|
Zijn habitat zijn rijk begroeide wateren, meestal in een bosrijke omgeving : vennen, plassen, laagveen, sloten etc. De levenscyclus duurt een of twee jaar. |
|
Bruine glazenmaker auteur : Tony Hisgett CC 2.0 |
|
|
De vliegtijd is van begin juni tot in oktober, vliegpiek in augustus. Mannetjes maken patrouillevluchten boven het open water, waarbij ze de komst van vrouwtjes afwachten en andere mannetjes verjagen. Aeshna : de herkomst van deze naam is onbekend |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - libellennet - tinternet |
bel20-aex 02/11/2012|
Slotkoers Bel20 2 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 2 november 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine gent
![]() |
| B b B b 18 u 51 | |
| Bruine gent | |
|
De bruine gent (Sula leucogaster) is een zeevogel die behoort tot de genten (Sulidae). Voor het eerst wetenschappelijk beschreven door Boddaert in 1783. Ze broeden in grote kolonies op eilanden in de Caraïben en de Golf van Mexico. Duits : Brauntölpel, Weißbauchtölpel Frans : Fou à ventre blanc, Fou brun |
|
Bruine gent auteur : Muriel Gottrop CC 3.0 |
|
|
De vrouwtjes worden tot 80cm lang, bereiken een spanwijdte van 150cm en een gewicht van 1,3kg. Het hoofd en het grootste deel van het lichaam zijn bedekt met bruine veren, de rest is contrasterend wit. Ze hebben een vrij scherpe gekartelde snavel. |
|
Sula leucogaster in de vlucht auteur : Benjamint444 GNU Free Documentation License 1.2 |
|
|
Het vrouwtje legt 2 eieren, die lichtblauw van kleur zijn. Als ze 2 tot 3 jaar oud zijn krijgen ze de kleur van de ouders. |
|
Bruine genten auteur : U.S. Fish and Wildlife Service Headquarters CC 2.0 |
|
|
In de winter gaat ze de zee op, om daar te overwinteren. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - avibase - tinternet |