bel20-aex 24/12/2012
|
Slotkoers Bel20 24 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 24 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
bel20-aex 24/12/2012|
Slotkoers Bel20 24 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 24 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine zwartstipuil
![]() |
| B b B b 18 u 100 | |
| Bruine zwartstipuil | |
|
De bruine zwartstipuil (Xestia baja) is een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen. De wetenschappelijke naam van deze soort is als Noctua baja voor het eerst geldig gepubliceerd door Denis (Johann Nepomuk Cosmas Michael Denis was een Oostenrijkse dichter, bibliograaf, bibliothecaris, vertaler en lepidopterist)& Schiffermüller (Johann Ignaz Schiffermüller was een Oostenrijkse zoöloog, met name lepidopterist) in 1775. Komt voor in heel Europa van het Iberisch schiereiland tot de poolcirkel. Duits : Baja-Bodeneule Frans : la Belladone , la Noctulelle baie |
|
Bruine zwartstipuil auteur : Ernest van Asseldonk CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte bedraagd 17 tot 21mm. Opvallend en kenmerkend is de dubbele of drievoudige zwarte stip langs de voorrand van de voorvleugel vlak bij de golflijn. Gelijkende soorten zijn de kastanjebruine uil (X. castanea), de zesstreepuil (X. sexstrigata) en de moerasheide-aarduil (Protolampra sobrina), ze missen de zwarte stip bij de vleugelpunt. |
|
Xestia baja foto op philgolder.org |
|
|
De bruine zwartstipuil is in Nederland een algemene en in België een niet zo algemene soort. Zijn habitat zijn bossen, heiden, struwelen, ruige en vochtige graslanden; soms tuinen. De waardplanten van de bruine zwartstipuilzijn diverse kruidachtige planten, waaronder brandnetel; in het voorjaar ook houtige planten en loofbomen, waaronder wilg, berk, sleedoorn en wilde gagel. |
|
Rups van de bruine zwartstipuil auteur : ©Jeroen Voogd op webh01.ua.ac.be |
|
|
De vliegtijd is van begin juli-half september in één generatie. De rups : augustus - mei. Meer over de Nederlandse naam : Xestia : xestos = opgewreven, glad, naar de glimmende voorvleugels van een aantal soorten in dit genus. baja : badius = heeft de kleur van kastanje. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - De Vlinderstichting/Werkgroep Vlinderfaunistiek, 2008. Vlindernet, versie 2 - tinternet |
Bruine witvleugeluil
![]() |
| B b B b 18 u 99 | |
| Bruine witvleugeluil | |
|
De bruine witvleugeluil (Aporophyla lutulenta) is een nachtvlinder uit de familie Noctuidae, de uilen. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Denis (Johann Nepomuk Cosmas Michael Denis was een Oostenrijkse dichter, bibliograaf, bibliothecaris, vertaler en lepidopterist)& Schiffermüller (Johann Ignaz Schiffermüller was een Oostenrijkse zoöloog, met name lepidopterist) in 1775. Een atlantischmediterrane soort verbreid en zeer lokaal in Zuid-Europa tot de Krim. Naar het noorden tot Schotland, West-Noorwegen, Zuid-Zweden, Letland, Tatra en de Karpaten. Engels : Deep-brown DartDuits : Braune Glattrückeneule Frans : Aporophyla lutulenta |
|
Bruine witvleugeluil auteur : foto op www.unitedhallingbury.co.uk |
|
|
Hij heeft een spanwijdte van 15 tot 18 mm. Deze tamelijk fors gebouwde uil heeft een donkere warm bruinachtig grijze of zwartachtige voorvleugel met een nagenoeg rechte voorrand, de vleugel is vrij smal. De bruine witvleugeluil lijkt veel op de heidewitvleugeluil (A. lueneburgensis), die door sommige taxonomen beschouwd wordt als een vorm van de bruine witvleugeluil, is grijzer, heeft een smallere en spitser toelopende voorvleugel en een iets scherpere tekening. |
|
Aporophyla lutulenta auteur : Algirdas - vrije foto |
|
|
Een zeldzame soort die vrijwel uitsluitend voorkomt in de duinen. Zijn habitat zijn open gebieden op zandige en kalkrijke grond, zoals duinen, weiden en graslanden, soms bosranden en tuinen. De waardplanten van de bruine wapendrager zijn diverse kruidachtige en houtige planten, waaronder zuring, brem en sleedoorn, ook grassen, waaronder smele. |
|
Rups van de bruine witvleugeluil foto : Jürgen Rodeland op www.lepiforum.de |
|
|
De vliegtijd is van begin september-begin oktober in één generatie. De rups : oktober - juni. Meer over de Nederlandse naam : Aporophyla : aporos = ingewikkeld, moeilijk en phule = een klasse, een groep, vrij geïnterpreteerd is dit ieder taxon boven die van soort. Dit verwijst naar de moeilijkheid om dit genus een goede plaats te geven in de systematiek. lutulenta : lutulentus = modderig, naar de grijsbruine grondkleur van de voorvleugels. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - De Vlinderstichting/Werkgroep Vlinderfaunistiek, 2008. Vlindernet, versie 2 - tinternet |
bel20-aex 21/12/2012|
Slotkoers Bel20 21 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 21 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine winterjuffer
![]() |
| B b B b 18 u 98 | |
| Bruine winterjuffer | |
|
De bruine winterjuffer (Sympecma fusca) is een kleine Europese pantserjuffer, die zeldzaam tot vrij zeldzaam in België en Nederland voorkomt. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Vander Linden (Pierre Léonard Vander Linden was een Belgisch entomoloog.) in 1820. De soort komt voor in Midden- en Zuid-Europa tot in Midden-Azië. Engels : Common Winter Damselfly, Winter DamselflyDuits : Gemeine Winterlibelle Frans : Le Leste brun, Brunette hivernale |
|
Bruine winterjuffer (vrouwtje) auteur : Rixonrixon CC 3.0 |
|
|
De bruine winterjuffer heeft een lengte van 34 - 39mm. Een lichtbruin lichaam, met donkere bronskleurige tekening op achterlijfsrug en borststuk (bij jonge dieren met groene glans). In rust worden de vleugels alle vier aan één kant van het lichaam samengehouden. |
|
Sympecma fusca (vrouwtje) auteur : Minutemen CC 3.0 |
|
|
Gelijkende soorten zijn de Noordse winterjuffer en vrouwtjes van de watersnuffel. In België is ze zeldzaam in de Antwerpse Kempen, in Nederland vrij algemeen in de duinem en op zandgronden. Zijn habitat zijn vennen, duinplassen, overige plassen en poelen met goed ontwikkelde verlandingsvegetatie. De bruine winterjuffer overwintert als imago (volwassen dier) in op heideterreinen goed verborgen tussen de vegetatie en wordt actief bij de eerste warme dagen, soms al in maart of april. |
|
bruine winterjuffer (mannetje) auteur : Piet Spaans CC 3.0 |
|
|
Samen met noordse winterjuffer de enige Europese libel die als imago overwintert. (Gr.) sym-pyknos=nauwsluitend; verwijst naar de in rust gesloten vleugels, in tegenstelling tot de half open gehouden vleugels van de gelijkende pantserjuffers; door een leesfout van het oorspronkelijke manuscript is het bedoelde Sympycna in druk verschenen als Sympecma (L.) fusca=donker, donkerbruin |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - De Vlinderstichting, 2008. Libellennet - tinternet |
bel20-aex 20/12/2012|
Slotkoers Bel20 20 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 20 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine wapendrager
![]() |
| B b B b 18 u 97 | |
| Bruine wapendrager | |
|
De bruine wapendrager (Clostera curtula) is een vlinder uit de familie van de tandvlinders (Notodontidae), die De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Linnaeus (Carl Linnaeus was een Zweeds arts, plantkundige, zoöloog en geoloog.) in 1758. Deze tandvlinder komt verspreid over Europa voor tot aan Siberië. Engels : Chocolate-tipDuits : Erpelschwanz-Rauhfussspinner Frans : le Courtaud , la Hausse-queue blanche Oude Nederlandse naam : bruin matje, kleinste wapendrager |
|
Bruine wapendrager auteur : H.Baas op www.freenatureimages.eu |
|
|
Hij heeft een spanwijdte van 27 tot 35 mm. Heeft globaal hetzelfde uiterlijk als de beide andere inheemse Clostera-soorten. De bruine wapendrager lijkt veel op de donkere wapendrager (C. pigra), deze is kleiner en heeft bij de vleugelpunt een veel kleinere en lichtere roodbruine vlek, die niet duidelijk afgetekend is. |
|
Clostera curtula auteur : Fvlamoen CC 3.0 |
|
|
Een gewone soort die verspreid over het hele grondgebied van Nederland en België voorkomt. Zijn habitat zijn bossen, struwelen, populierenaanplanten en windsingels, ook parken en tuinen. De waardplanten van de bruine wapendrager zijn (ratel)populier en wilg. |
|
Rups van de bruine wapendrager auteur : Harald Süpfle CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is half april-half september in twee generaties. De rups : mei-begin oktober. Meer over de Nederlandse naam : Wapendrager is een al lang bestaande naam en wordt al gebruikt door Ter Haar in 'Onze vlinders'. Clostera : kloster = een spoel, naar de vorm van het abdomen die slank is en taps toeloopt in de anale segmenten. curtela : kurtos = gebogen, gebocheld, naar de rups die Linnaeus omschrijft als 'turrita' met torens of bochels. Pickard en Macleod houden het op curtus, afgehakt, een omschrijving van de bruine punt op de voorvleugel. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - De Vlinderstichting/Werkgroep Vlinderfaunistiek, 2008. Vlindernet, versie 2 - tinternet |
Bruine wants
![]() |
| B b B b 18 u 96 | |
| Bruine wants | |
|
De bruine wants (Eurygaster testudinaria) is een wants uit de familie Pentatomidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Geoffroy (Étienne Geoffroy Saint-Hilaire was een Frans natuurvorser die het principe van homologieën tussen verschillende soorten ontdekte.) in 1785. Deze soort komt in heel Europa voor. Engels : Tortoise Bugs, Eurygaster testudinariaDuits : Schildkrötenwanze Frans : Eurygaster testudinaria |
|
Bruine wants auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster CC 2.5 |
|
|
De wants is meestal bruin van kleur, maar groene, rode en zelfs gele exemplaren komen ook voor. Deze soort wordt soms ook wel schildpadwants genoemd, vanwege het scutellum dat het hele achterlijf bedekt, maar bij veel andere soorten wantsen veel kleiner blijft. |
|
Bruine wants auteur : zimbart CC 2.0 |
|
|
De bruine wants leeft op planten als grassen en zuigt de sappen op waar hij van leeft, liefst in wat vochtige omgevingen als graslanden. Ter verdediging kent de bruine wants een stinkende afscheiding die te vergelijken is met die van de groene stinkwants (Palomena prasina). De eitjes worden aan de onderzijde van bladeren afgezet, de nimfen vervellen vijf keer voor ze volwassen zijn. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 19/12/2012|
Slotkoers Bel20 19 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 19 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine vuurvlinder
![]() |
| B b B b 18 u 95 | |
| Bruine vuurvlinder | |
|
De bruine vuurvlinder (Lycaena tityrus of Heodes tityrus) is een dagvlinder uit de familie Lycaenidae, de kleine pages, vuurvlinders en blauwtjes. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Poda in 1761. De vrij kleine vlinder komt in graslanden, heiden en venen voor in heel Centraal- en Zuid-Europa. De bruine vuurvlinder is een schaarse standvlinder die in Nederland de noordgrens van zijn areaal bereikt. Engels : Sooty CopperDuits : Brauner Feuerfalter, Schwefelvögelchen Frans : l'Argus Myope, le Cuivré fuligineux Oude Nederlandse naam : bruin vuurvlindertje |
|
Bruine vuurvlinder (mannetje) auteur : Olaf Leillinger CC 3.0 |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt ongeveer 14 millimeter. De onderkant van de achtervleugel heeft in tegenstelling tot de andere vuurvlinder-soorten een geelbruine grondkleur. De bruine vuurvlinder lijkt veel op de kleine vuurvlinder. |
|
parende bruine vuurvlinders (vrouwtje boven) auteur : Loz (L. B. Tettenborn) CC 3.0 |
|
|
In Nederland komt de vlinder voor op de zandgronden van de Veluwe, in Drenthe en delen van Twente. Zijn habitat zijn enerzijds droge gebieden op de zandgronden, zoals kruidenrijke heide en droge, schrale, bloemrijke graslanden, anderzijds vochtige gebieden, zoals schraal kruidenrijk grasland in laagveenmoerassen. De waardplanten van de bruine vuurvlinder zijn diverse soorten zuring, waaronder vooral schapenzuring en veldzuring. |
|
Bruine vuurvlinder (vrouwtje) auteur : Kenraiz CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is begin mei-eind juni en begin juli-eind augustus in twee generaties. De rups : half augustus-begin mei en begin juni-half juli. tityrus : Tityus is de naam van een schaapsherder genoemd in de Eclogues van Virgilius. In Nederland staat de bruine vuurvlinder op de rode lijst vermeld als zeldzaam. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - De Vlinderstichting/Werkgroep Vlinderfaunistiek, 2008. Vlindernet, versie 2 - tinternet |
bel20-aex 18/12/2012|
Slotkoers Bel20 18 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 18 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine vloot
![]() |
| B b B b 18 u 94 | |
| Bruine vloot | |
|
De bruine vloot is de aanduiding voor de professionele passagiersvaart (chartervaart) met traditionele zeilschepen en motorschepen in Nederland. |
|
De Eben Haëzer een Friese vrachtaak foto op zeilcharter.nl |
|
|
De vloot bestaat uit meer dan 500 schepen, waarmee in het verleden vracht werd vervoerd. Met deze schepen kunnen tegenwoordig vaarvakanties gemaakt worden variërend van 1 dag tot meer dan 4 weken. De term verwijst naar de oorspronkelijke kleur van de zeilen op deze schepen. De kleur ontstond door het tanen van de zeilen met cachou. |
|
de Bracksand op de wadden foto op www.kombuispraat.com |
|
|
De meeste van deze schepen zijn van het type platbodem en rondbouw, maar ook andere types als de rivierklipper worden daarbij geteld. Vaak worden alle varende monumenten gezien als "Bruine vloot", maar zeker niet alle historische schepen worden nog beroepsmatig gebruikt. Schepen van de vloot varen voornamelijk op het Markermeer, het IJsselmeer een de Waddenzee. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 17/12/2012|
Slotkoers Bel20 17 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 17 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine vierbandspanner
![]() |
| B b B b 18 u 93 | |
| Bruine vierbandspanner | |
|
De bruine vierbandspanner (Xanthorhoe spadicearia) is een nachtvlinder uit de familie Geometridae, de spanners. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Denis & Schiffermüller in 1775. De vlinder is in Nederland en België algemeen. Engels : Red Twin-spot CarpetDuits : Heller Rostfarben-Blattspanner Frans : l'Oxydée Oude Nederlandse naam : valse vierbandspanner |
|
Bruine vierbandspanner auteur : ©entomart |
|
|
De voorvleugellengte bedraagt 12 - 13 millimeter. Vrij opvallend is de duidelijke dubbele vlek in het zoomveld, dicht bij de vleugelpunt, bij de meeste verwante soorten is deze vlek minder duidelijk of afwezig. De vierbandspanner (X. ferrugata) lijkt veel op de bruine vierbandspanner. |
|
Xanthorhoe spadicearia auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster CC 3.0 |
|
|
De kleur- en contrastvormen die elkaar in het midden raken leveren echter vaak een groot probleem op bij de determinatie. Zijn habitat zijn vooral tuinen, bossen, struwelen, graslanden, moerassen, natte heiden en duinen. De waardplanten van de bruine vierbandspanner zijn diverse kruidachtige planten. |
|
Rups van de bruine vierbandspanner auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster CC 3.0 |
|
|
De vliegtijd is van half april-half oktober in twee, soms drie generaties. De rups : juni - augustus. Een woordje bij de Nederlandse naam : De bandspanners hebben een bandtekening dwars over de vleugels. Er zijn drie soorten in het Genus Xanthorhoe die aangeduid worden met vierbandspanner . Hier gaat het om de meest bruine van deze drie. Xanthorhoe : xanthos = geel en rhoe = een stroom, een rivier; verwijzend naar de gelige kronkellijnen die een aantal soorten van dit genus kenmerken. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - vlindernet - tinternet |
bel20-aex 14/12/2012|
Slotkoers Bel20 14 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 14 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine tandbaars
![]() |
| B b B b 18 u 92 | |
| Bruine tandbaars | |
|
De bruine tandbaars (Epinephelus marginatus), uit het geslacht Epinephelus. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Lowe in 1834. Komt vooral voor langs de rotsachtige kusten van de Middellandse Zee. Engels : Dusky GrouperDuits : Braune Zackenbarsch Frans : Le mérou brun, mérou de Méditerranée, mérou noir, mérou rouge, mérou sombre |
|
Bruine tandbaars auteur : Albert Kok GNU 1.2 |
|
|
De bruine tandbaars heeft een lengte tussen de 50cm en 1m en een gewicht van 3 tot 10kg. Deze baars kan maximaal 50 jaar oud worden en een gewicht van 60 kg bereiken. In de juveniele stadia zijn ze groen van kleur en van het vrouwelijk geslacht, ze bereiken het man-stadium tussen 9-12 jaar. |
|
Epinephelus marginatus auteur : Parent Géry CC 3.0 |
|
|
Ze worden ook aangetroffen langs de West-Afrikaanse en de Braziliaanse kust en in zeldzame gevallen in de Indische Oceaan, langs Uruguay, Argentinië de Noord-Franse kust of langs de Britse eilanden. De bruine zeebaars dreigde uit te sterven langs de kusten van de Middellandse Zee, mede door het feit dat hij makkelijk te vangen was door beroeps- en sportvissers. |
|
bruine tandbaars auteur : Max Ryazanov CC 3.0 |
|
|
Ze worden zelden waargenomen op diepten beneden de 60 meter Door een verbod om op deze vis met een harpoen of vishaak te jagen is hun aantal in Frankrijk in de afgelopen 20 jaar weer flink toegenomen. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 13/12/2012|
Slotkoers Bel20 13 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 13 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine taling
![]() |
| B b B b 18 u 91 | |
| Bruine taling | |
|
De bruine taling (Anas chlorotis) is een eend uit de familie van de Anatidae. De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Gray in 1845. De Maori naam voor de bruine taling is Pāteke Het is een endemische vogelsoort van Nieuw-Zeeland. Engels : Brown Teal, New Zealand TealDuits : Neuseelandente, Grünohrente Frans : La Sarcelle de Nouvelle-Zélande |
|
Bruine taling auteur : Sabine's Sunbird CC 3.0 |
|
|
De bruine taling lijkt sterk op de aucklandtaling en werd vroeger wel als een ondersoort beschouwd. De vogel is 48 cm lang. |
|
Anas chlorotis auteur : Duncan CC 2.0 |
|
|
De bruine taling kwam tot 1890 overal in Nieuw-Zeeland voor. De bruine taling is 's nachts actief omdat er dan minder van de oorspronkelijk op Nieuw-Zeeland aanwezige roofdieren (vooral vogelsoorten) op jacht zijn. De bruine taling voedt zich met ongewervelde dieren zoals waterinsecten, hun larven, schaaldieren en weekdieren. |
|
bruine taling auteur : Avenue CC 3.0 |
|
|
Rond 2004 komen alleen aanzienlijke populaties van de bruine taling voor op Great Barriereiland (600 exemplaren), Northland (600 ex.) en Coromadel (700 ex.). De IUCN handhaaft de status bedreigd omdat ze er nog niet 100% zeker van zijn dat dit herstel duurzaam is. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |
bel20-aex 12/12/2012|
Slotkoers Bel20 12 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
|
Slotkoers AEX 12 december 2012 |
Bron : De Telegraaf - DFT |
Bruine stekelnekagame
![]() |
| B b B b 18 u 90 | |
| Bruine stekelnekagame | |
|
De bruine stekelnekagame (Acanthosaura lepidogaster) is een hagedis uit de familie agamen (Agamidae). De wetenschappelijke naam van deze soort is beschreven door Cuvier in 1829. De bruine stekelnekagame komt voor in Cambodja, zuidelijk China (alleen Hainan), Myanmar, Vietnam, Thailand en Laos. Engels : Brown Pricklenape, Scale-bellied Tree Lizard, Mountain Horned Dragon, Pricklenape LizardDuits : Schwarzkopf-Nackenstachler Frans : Acanthosaura lepidogaster |
|
Bruine stekelnekagame foto op www.siamreptile.com |
|
|
De soortnaam betekent letterlijk schubben-buik (lepido-gaster) omdat op de buik wat ruwere gekielde schubben aanwezig zijn. De agame is te herkennen aan de rugkam met erg kleine stekels die voor de nek overgaat in juist zeer lange, naaldachtige stekels. De bruine stekelnekagame wordt ongeveer 25 centimeter lang, de vrouwtjes blijven iets kleiner. |
|
Acanthosaura lepidogaster foto op www.exzootica.com |
|
|
De juvenielen kunnen groen, grijs en ook rood zijn met een lichtere vlekkentekening. Kenmerkend voor deze soort zijn de zeer grote en donkerbruine tot zwarte oogvlekken die soms de hele bovenzijde van de kop kleuren, en er zit een donkere, dunne band om de nek, en een meestal gebandeerde staart in dezelfde kleuren als de dwarse rugstrepen. |
|
bruine stekelnekagame auteur : Hoang Thach op ngm.nationalgeographic.com |
|
|
Het is zowel een klimmende als bodembewonende soort die zelfs van water houdt, waar het dier in vlucht bij gevaar. De agame leidt een zwervend bestaan en houdt van dichtbegroeide tropische bergwouden waar het erg warm en vochtig is en met open plekken om te kunnen zonnen. Het voedsel bestaat uit insecten en andere ongewervelden, maar ook kleine zoogdieren en amfibieën worden gegeten. |
|
|
Bron : - Wikipedia CC 3.0 - tinternet |