Naar de inhoud

Wie Weet

bloggen om te leren
waaroemni-805px.png

Categorie: flora

Borstelgras

Borstelgras
B    o r
B     b    B     b    15  r 17
Borstelgras

Borstelgras (Nardus stricta) is een vaste plant die behoort tot de grassenfamilie (Poaceae).
De plant komt van nature voor op het noordelijk halfrond.
In West-Azië, Noordwest-Afrika en in het grootste deel van Europa.
Ook op Groenland en in het oosten van Noord-Amerika.
Ingeburgerd in Nieuw-Zeeland.

In Zuid-Holland en Zuid-Limburg is de plant zeer zeldzaam.
De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als algemeen voorkomend maar sterk afgenomen.

Vrij zeldzaam in de Kempen en in de Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.
Rode lijst Vlaanderen : achteruitgaand.

Engels : matgrass, moor matgrass, nard grass
Duits : Borstgras, Hirschhaar, Bürstling
Frans : le nard raide

1016922-b8030a70a9131e7b2f265555f5e926a3.JPG
borstelgras
auteur : Daderot    vrije foto

Borstelgras groeit in dichte pollen en wordt 10-40 cm hoog.
De dunne stengels staan rechtop en zijn meestal alleen aan de voet met bladeren bezet.
De borstelvormige, ruwe bladeren zijn grijsgroen.
Het drienervige, afgeknotte tongetje is 0,9 mm lang.

Borstelgras komt voor op arme, droge, zure gronden langs heidepaden en in blauwgrasland, ook wel pijpenstrootjesgrasland genoemd.

De vrucht is een graanvrucht.


1016922-76d0bd3268d23f5cb7ca86ab092f1192.jpg
borstelgras
auteur : James Lindsey at Ecology of Commanster

De plant bloeit in mei en juni met 3-8 cm lange, groene of paarsachtige aren.
De 7-15 mm lange aartjes staan in twee rijen aan één zijde van de as.
Het onderste, driehoekige kelkkafje heeft een brede voet dat met de stengel is vergroeid.
Het bovenste kelkkafje ontbreekt of is zeer klein.
Het onderste, genaalde kroonkafje is 9 mm lang en het bovenste 5 mm.
De stempels zijn ongeveer 8 mm lang.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:10 Reageer op dit bericht

Boomheide

Boomheide
B    o o
B     b    B     b    15  o 8
Boomheide

De boomheide (Erica arborea) is een plant uit de heifamilie (Ericaceae).
De soort komt met name in het Middellandse Zeegebied voor.

De volwassen hoogte van deze kleine heester is ca. 150 cm.
Verdraagt een temperatuur tot -15 °C. en blijft de gehele winter groen.

Engels : tree heath, briar root
Duits : Baumheide
Frans : Bruyère arborescente, Bruyère blanche, Bruyère en arbre

992497-c0d8a19a8278692a29479295164a636d.jpg
Boomheide
auteur: Bruc boal    CC 2.5

De soort lijkt op Erica lusitanica, maar de boomhei is hoger en heeft donkerder bladeren.
De bloemen zijn wit en hebben gele stempels.

De witte bloemen verschijnen van februari tot juli.


992497-b6d4043d1ff93e7fd52ebc7dce678814.jpg
boomheide
auteur: Jean-Pol GRANDMONT    CC 3.0

Sinds het begin van de 19e eeuw wordt de wortel van de boomhei gebruikt voor het fabriceren van pijpen (pipes de bruyère).
Dit vanwege de hardheid en hittebestendigheid van het hout.
Ook laat het hout zeer weinig smaak achter in de rook.

Het hout is lichtbruin tot bruin, vaak mooi roodachtig.

Het hout wordt tegenwoordig ook gebruikt voor het maken van sieraden.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:56 1 reactie Reageer op dit bericht

Bonte wikke

Bonte wikke
B    o n
B     b    B     b    15  n 45
Bonte wikke

Bonte wikke of zachte wikke (Vicia villosa) is een eenjarige plant uit de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae oftewel Fabaceae).

De soort komt in heel Europa voor op bouwland, langs wegen en op spoordijken, op vaak omgewerkte grond (zand, zavel en lichte klei).

Engels : Hairy vetch, Winter vetch, Woolly vetch, Wooly vetch
Duits : Zottige Wicke, Zottel-Wicke
Frans : Vesce velue

986092-9d7a11564c38d8f15014a9ec202b6db1.jpeg
bonte wikke
auteur: Kristian Peters  CC 3.0

Standplaats:
Op open, vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte grond in wegbermen, aan spoorwegen, op molenbelten en in graanakkers.

De habitat zijn voornamelijk (kalk)graslanden, steengroeven, houtwallen, brede bospaden en grazige ruigten.


986092-ff2fac5718d32d45a89ac930453f7dee.jpg
close-up van de bonte wikke
auteur:Dawn Endico  CC 2.0

De bonte wikke bloeit met langgesteelde, ongeveer 6 cm lange bloemtrossen van mei tot augustus.
Een bloemtros bestaat uit twintig tot dertig bloempjes die paars tot blauwpaars zijn.
De zwaarden kunnen iets lichter gekleurd zijn.
De plaat van de vlag is korter dan de nagel. De bloem is langer dan 1 cm.

De bonte wikke draagt een tot 6 cm lange, 1 cm brede, behaarde peul.
De rijpe bruine peul, bevat vijf tot tien donkergekleurde, ronde zaden.

Nederland:
Plaatselijk vrij algemeen in Zuid-Limburg, in het oostelijk rivierengebied en in stedelijke gebieden. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

België:
Vrij zeldzaam in de Kempen en in de zuidelijke Ardennen. Elders zeldzaam tot zeer zeldzaam.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - wilde planten.nl
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:39 Reageer op dit bericht

Bonte paardenstaart

Bonte paardenstaart
B    o n
B     b    B     b    15  n 36
Bonte paardenstaart

Bonte paardenstaart (Equisetum variegatum) is een vaste plant die behoort tot de paardenstaartfamilie (Equisetaceae).
De soort staat op de Nederlandse Rode lijst van planten als zeer zeldzaam en sterk afgenomen.
De soort komt voor in Noord-Europa, Azië en Noord-Amerika.

Bonte paardenstaart komt voor op zonnige, open, kalkrijke, vrij voedselarme plaatsen, die vaak in de winter overstromen.
De plant is echter vooral te vinden in duinvalleien en afgravingen.

Engels : Variegated Horsetail, Variegated scouring-rush, Variegated scouringrush
Duits : Bunter Schachtelhalm
Frans : Prêle panachée

980229-c6918d0daf11d739946f15f7f53ac75b.jpg
Bonte paardenstaart
auteur: Jnn  CC 2.1 Japan

De plant wordt 10-40 cm hoog en heeft een kale wortelstok.
De in de winter groen blijvende, 2-3 cm dikke, gladde of iets ruwe stengels zijn opstijgend tot rechtopstaand met iets opgeblazen stengelscheden.
De in kransen staande bladeren bestaan uit kleine schubben, waarbij de bladscheden grotendeels met elkaar vergroeid zijn tot een stengelschede.
De bladeren zijn aan de basis groen en aan de top zwart.
De tanden zijn zeer breed witvliezig gerand met een zwart middendeel.
Onder de tanden zit een donkerbruine tot zwarte band.
De stengel heeft 6-10 ribben. Bij de onderste knopen zitten enkele lange zijtakken, maar soms ontbreken ze.
Ze zijn ook 2-3 cm dik en even lang als de hoofdstengel. Het middenkanaal is nauw of vrijwel afwezig. De stengelscheden zijn enigszins opgeblazen.


980229-925b28ed344d88c3ab435cdd3ee49876.jpg
bonte paardenstaart - stengelkoppen
auteur: Enrico Blasutto  CC 3.0

Van juni tot in augustus verschijnen er sporenaren op de top van de hoofdstengel en soms ook aan enkele zijtakken, die in het begin bijna geheel omhuld zijn door de tanden van de bovenste afstaande schede.
De eivormige aren zijn tot 10 mm lang met bovenaan een stekelpunt.
Als de aren rijp zijn verdrogen ze en vallen daarna af.
De aar bestaat uit sporangioforen.
Aan de onderkant van de schildvormige sporangiofoor zitten vijftien tot twintig zakvormige sporangiën waarin de sporen zich bevinden.

De sporen hebben bladgroen en twee springdraden (elateren), die in droge toestand om de spore zijn gewikkeld, wanneer ze nat worden strekken ze zich en duwen de spore uit de aar.
Er zijn twee typen sporen, mannelijke en vrouwelijke.
De sporen groeien uit tot bladgroenhoudende voorkiemen (prothallia).
In dit stadium vindt de bevruchting plaats waarna de paardenstaart tot een volledige plant kan uitgroeien.
De prothallia zijn gebonden aan een zeer open groeiplaats.

Bron :  Wikipedia    CC 3.0
            tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 09:11 Reageer op dit bericht

Bonte krokus

Bonte krokus
B    o n
B     b    B     b    15  n 31
Bonte krokus

De bonte krokus (Crocus vernus) is een bolgewas uit de lissenfamilie (Iridaceae) .
Deze sierplant komt uit de gebergten van Midden- en Zuid-Europa en groeit daar op allerlei grazige plaatsen.
In de grond zit een stengelknol met vlezige schubben.
In het voorjaar verschijnen tegelijkertijd bladeren en bloemen uit een witachtige schede.

Engels : Spring crocus, Giant Dutch crocus
Duits : Frühlings-Krokus, Frühlings-Safran
Frans : Crocus de Naples, Crocus de printemps, Crocus printanier

976862-78144a080778aa1651b30f4765b08c37.jpg
krokustapijt - Crocus vernus subsp. vernus
auteur: Marcinus - Marcin Nyga  vrije foto

Er zijn twee ondersoorten :

Crocus vernus (L.) Hill subsp. albiflorus (Kit.) Asch. & Graebn., uit de mesofiele, West- en Mid-Europese alpenweiden, heeft een witte bloem met een paarse buis
Crocus vernus (L.) Hill subsp. vernus, uit de mesofiele, Mid- en Zuidoost-Europese subalpiene hooiweiden, heeft een grotere paarse bloem.

De meestal drie bladeren zijn onbehaard en hebben een lengte van circa 4 cm.
Ze zijn voorzien van een overlangse witte streep.

Bonte krokus wordt veel gekweekt en behoort tot de stinzenplanten.
De grootbloemige krokussen met witte, paarse of gestreepte bloemen zijn afgeleid uit selecties van Crocus vernus.
De Gele krokus (Crocus flavus) wordt gekweekt als sierplant, verwildert en houdt soms stand in grasvelden.
Gele krokus komt voor in Zuidwest-Azië en Zuidoost-Europa.


976862-49ad555c1337b206407840c805ceaa99.jpg
Crocus vernus subsp. albiflorus
auteur: Bouba  CC 3.0

De bonte krokus bloeit van februari tot juni, naargelang de hoogte.
De bloem, die wit met een paarse buis (Crocus vernus subsp. albiflorus) of paars (Crocus vernus subsp. vernus) is, wordt door bijen en hommels bestoven.
De zes bloemdekbladen zijn eirond of enigszins langwerpig en hebben een stompe top.
Er zijn drie meeldraden en gekroesde, oranje stempels. Het vruchtbeginsel zit onder de grond.

Nederland:
Vrij zeldzaam, maar plaatselijk algemeen ingeburgerd als stinzenplant op verspreide plaatsen. Het meest in Fryslân, bij de Utrechtse Vecht en in de duinstreek.

België:
Zeer zeldzaam ingeburgerd in de Kempen. Niet in Wallonië.

Bron :  Wikipedia    CC 3.0
            tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 08:51 Reageer op dit bericht

Bont kroonkruid

Bont kroonkruid
B    o n
B     b    B     b    15  n 19
Bont kroonkruid

Bont kroonkruid of kroonwikke (Securigera varia, synoniem: Coronilla varia) is een vaste plant die behoort tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae).

De plant komt van nature voor in Midden- en Zuid-Europa en is van daaruit verbreid naar West- en Noord-Europa.
Inmiddels is de plant een geaccepteerde inheemse soort.

Hij heeft een voorkeur voor matig vochtige, kalkrijke grond op dijkhellingen, spoordijken, in bermen en duinen.

Dat de Haarlemmermeerse grond genoeg kalk bevat en dat het klimaat ook steeds gunstiger wordt voor deze soort blijkt uit het feit dat hij op steeds meer plaatsen gemeld wordt.

De plant is giftig voor paarden door de aanwezigheid van nitroglycosiden.
Thee gezet van de plant schijnt verlichting te bieden bij astma en nerveuze hartklachten.

Engels : Crown Vetch, Purple Crown Vetch, Trailing Crown Vetch
Duits : Bunte Kronwicke, Bunte Beilwicke
Frans : Coronille bigarrée

971207-cb79575959c68fb4c3355d23d929893a.JPG
bont kroonkruid
auteur: follavoine  CC 3.0

Bont kroonkruid komt in het wild voor, maar wordt ook geteeld voor bodemverbetering omdat hij veel organisch materiaal en stikstof in de bodem brengt.
Verder is de plant heel geschikt voor het tegengaan van erosie op hellingen en als fraai bloeiende bermbeplanting.

De plant wordt 30-120 cm hoog en heeft een liggende tot opstijgende, kantige stengel.
De bladeren zijn oneven geveerd met zeven tot twaalf paar deelblaadjes en een topblaadje.
De ovale blaadjes zijn 6-16 mm lang.

De vrucht is een 25-50 mm lange, vierkantige peul met drie tot zes insnoeringen en een hakig gebogen snavel.
De rijpe peul breekt op de insnoeringen in stukjes.


971207-4cdbdedbbfa9f9340b6a7f3e70fb9c3f.jpg
bont elfje vrouwtje
auteur: Ik  CC 3.0

Bont kroonkruid bloeit van juni tot september.
De bloemsteel is anderhalf tot drie keer zo lang als de kelkbuis.
De kroonbladen zijn 10-15 mm lang.
De vlag van de bloem is roze en de zwaarden zijn vaak wit.
De kiel is roze of wit en heeft een paarsrode snavel.
Soms komen ook geheel witte bloemen voor.
De bloeiwijze is een scherm met vijf tot twintig bloemen.

De plant komt voor op matig vochtige, kalkrijke grond op dijkhellingen, spoordijken, in bermen en duinen.

Bron :  Wikipedia    CC 3.0
            tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 07:41 1 reactie Reageer op dit bericht

Bonsai-2


B    o n
B     b    B     b    15  n 13/2
Bonsai(2)

De opkomst van de tokonama zorgde voor een nieuw inzicht in het begrip bonsai.
Het werd steeds belangrijker om het aanzicht van een boom terug te brengen tot de meest wezenlijke delen.
Datgene wat wezenlijk was werd destijds ingegeven door godsdienst.
Het zenboeddhisme, dat destijds in Japan populair was, hing sterk aan natuur en stelde de mens als ontvankelijke macht ondergeschikt aan de essentie van de natuur.
Om dit gegeven zichtbaar te maken, waren bonsai zeer geschikt, mits ze in een sobere opstelling werden ondergebracht.
Uitsluitend dan zouden ze de aanschouwer de essentie van Boeddha kunnen tonen.
Bovendien ontwikkelde zich toen het inzicht dat het innerlijke van de plantensoort leidend moest zijn voor de gehele compositie.
Van circa 1700 tot 1849 ontwikkelden zich tal van bonsai-stijlen die toegeschreven werden aan hoofdlijnen van 'plantengeesten'; bonsaimeesters hadden destijds nauwkeurig naar wilde bomen en planten gekeken en hun bevindingen genoteerd.
Dit leidde tot het optekenen van 15 hoofdstijlen.


967650-ec6e4db7576cd0ce3a5d4bac2f059554.jpg
Cascade stijl bonsai(conifeer) op de "Foire du Valais", Martigny, Zwitserland
auteur: Dake  CC 3.0
967650-5fc562a44a1f2047ec6b9892b96c1a11.png - Chokkan (Rechtopgaande stijl): deze stijl is een veel voorkomende Bonsai vorm. Ook in de natuur komt deze stijl veel voor, vooral op lichte plekken waar de boom geen concurrentie heeft van andere bomen. In de recht lopende stam moet een duidelijke verjonging te zien zijn, de stam moet dus onder dikker zijn dan aan de top. Op ongeveer 1/4 van de stamlengte groeien de eerste zijtakken. De top wordt gevormd door een tak, de stam loopt dus niet helemaal tot het einde door.
967650-242a31f8be9c08740b1e7e15363a4736.png - Shakkan (hellende stijl): hierbij staat de boom schuin naar één kant. Vaak wordt een hoek van 70 tot 90 graden beschreven. De wortels onder de hellende stam lijken in de grond te worden gedrukt, terwijl de wortels zich aan de andere zijde krachtig tonen. Asymmetrische verdeling van takken en taps toelopende stam. Zichtbaar bij alle boomsoorten.
967650-e33d5c35f9bcd8c41ef7daebfd2b4392.png - Moyogi (gebogen opgaande stijl): onderaan beschrijft de stam een goed zichtbare bocht, waarna in de hogere delen van de stam het evenwicht gezocht wordt. De takken zijn asymmetrisch verdeeld en de stam loopt taps toe. Zichtbaar bij vrijwel alle boomsoorten.
967650-d041d75f40c06860eaea6e9c0acd71e6.png - Kengai (cascadestijl): in deze stijl wordt een door natuurkrachten naar beneden groeiende boom afgebeeld. In de natuur treedt dit fenomeen onder andere op in rotsachtige omgeving, waar bomen onder meer door vallende rotsblokken en hevige sneeuwval, vaak gedwongen worden om krom naar beneden te groeien. Niet zichtbaar bij snel groeiende boomsoorten.
967650-9c923448490d5907509e410877fac02c.png - Han-Kengai (half-cascadestijl): de kruin is aanwezig, doch laag. een der takken helt over en doet denken aan Kengai. Niet zichtbaar bij snel groeiende boomsoorten.
967650-c08a65fae89e35dc9a78395f0b4d4784.png - Bunjingi (literati- of wijsgerenstijl): deze stijl is gebaseerd op het principe van de vrijgestelde boom in een bos op voedselarme grond. Deze bosbomen hebben namelijk een hoge, sierlijke kroon die op een matig gekronkelde stam staat. Zichtbaar bij met name naaldbomen.
967650-2e66376a2ed7d65b72cacd0079b72016.png - Hokidachi (bezemstijl): de naam geeft al aan dat de boom qua uiterlijk gelijkt op een bezem. Een rechte stam eindigt in een ronde, dicht vertakte kroon. Zichtbaar bij iep en haagbeuk.
967650-81e215f3af33c469e4450f66313c9f05.png - Yose-ue (bosstijl): een groep bomen die als geheel een natuurlijk element van een landschap vertegenwoordigen. Zichtbaar bij alle boomsoorten.
967650-a8bce8b4676ecf333886cc68d779f61e.png - Seki Joju (wortels-over-steenstijl): deze stijl is gebaseerd op bomen die op rotsen hun wortels naar beneden sturen ten einde daar meer voedingsstoffen en water te vinden. Wortel en stam krijgen daardoor hetzelfde uiterlijk. Zichtbaar bij vrijwel alle boomsoorten.
967650-593b0502b9bd50d783ceb81cc527158a.png - Ishisuki (hangend-aan-een-rotsstijl): de boom groeit in een spleet van een rots. Wortels zijn niet zichtbaar buiten de rots, wel de wortelaanzet. Alle voedingsstoffen en water worden uit het diepe van de rots gehaald. Zichtbaar bij vrijwel alle boomsoorten.
967650-ca552e38631550f2a6e1508c621d7f13.png - Sokan (dubbelstammige stijl): twee stammen komen uit dezelfde wortelhals, waarbij de één dikker is dan de ander. Zichtbaar bij alle boomsoorten.
967650-77d67ce71cb1ef8591eef473bb776aad.png - Ikadabuki (vlotstijl): een omgeworpen boom richt de zijtakken op, waaruit schijnbaar nieuwe boomindividuen omhoogkomen. De stam(-loop) blijft zichtbaar. Zichtbaar bij alle boomsoorten.
967650-7622f3b1bd1c49d80967e58201cc39bf.png - Fukinagachi (windgestriemde/verwaaide stijl): Bij deze stijl helt de boom over en alle levende takken wijze in een richting. Deze stijl is geschikt voor naaldbomen en voor loofbomen en struiken.In Nederland met zijn winderig klimaat kun je mooie voorbeelden zien in de kuststreek (duinen) en ook in de polders. Door de wind neigt de boom van de wind af en de takken neigen allen in dezelfde richting.
967650-01d083c511af051e3cf8653acd20d8ce.png - Sharimiki (drijfhoutstijl): uitsluitend vertegenwoordigd door jeneverbes. De stammen van jeneverbessen die in rotsachtige gebieden groeien, worden door steenslag vaak ontschorst en gedeeltelijk geschild. Door de zon bleken deze wonden vaak uit tot witte lijnen in de stam. Dit worden Shari's genoemd.
967650-5621c1025df3c29c310c1b34296f9b6c.png - Saikei (natuurlijk landschap): een natuurlijk landschap dat in zijn aanzicht vrij is van menselijke invloeden. Per definitie niet gebonden aan de aanwezigheid van bomen, wel vaak gewenst in het kader van bonsai.

Naast de klassieke, Japanse bonsaivormen met de specifieke, esthetische regels, doen nieuwe termen zoals potensai, mallsai en snobsai de ronde.
Potensai wordt vaak gebruikt als men een bonsai in wording wil aanduiden.
Mallsai is een massabonsai die met weinig toewijding en esthetische criteria heel goedkoop wordt aangeboden in de supermarkten of tuincentra.
Snobsai is een aanduiding voor een dure bonsai die door rijke mensen zonder enige kennis van bonsai wordt gekocht en puur als decoratie en/of statussymbool wordt gebruikt.

Bron :  Wikipedia    CC 3.0
            tinternet
Hoe vind je dit bericht? 3 stemmen
Geschreven door waaroemni om 08:55 Reageer op dit bericht

Bonsai


B    o n
B     b    B     b    15  n 13
Bonsai

Bonsai is een Japans woord dat letterlijk 'boom in pot' betekent.
Het woord heeft betrekking op een door manipulatie klein gehouden plant die echter de illusie wekt een groot en oud exemplaar te zijn.
Dit wordt in de praktijk bereikt door taksnoei, wortelsnoei, kweken in kleine potten en door stengels en stammen met behulp van aluminium- of uitgegloeid koperdraad in de gewenste vorm te laten groeien.
Zo kan een boom, die onder natuurlijke omstandigheden uitgroeit tot een enige meters of tientallen meters hoog exemplaar, een sierlijke plant worden op kamerplantformaat.

Engels : Bonsai
Duits : Bonsai
Frans : Bonsaï, bonzaï

967339-f5edcc7ce26cf6edff3fc70b587c4992.jpg
Acer buergerianum in de Seki-joju-stijl.
Deze esdoornsoort is één van de oudste soorten die speciaal voor bonsai worden gekweekt
auteur: Agricultural Research Service/United States Department of Agriculture.

Gedurende de Han-dynastie (202 v. Chr. - 220 n. Chr.) bereikte de bonsaikunst in China een zeker hoogtepunt.
Destijds was het uitsluitend de rijke en gegoede burgerij, die zich met deze kunstvorm bezighield.
Chinezen spraken toen nog niet van bonsai, maar van pun-sai, wat ook 'boompje in pot' betekent.
Waarom er in dat verleden zo'n behoefte ontstaan is om bomen terug te brengen tot een miniatuur, is nog steeds niet echt duidelijk.
Getekende kunst uit de Han-dynastie geeft wel aan dat er destijds door de gegoede burgerij veel bonsais cadeau werden gedaan, die dan per schip of koets vervoerd werden.
Ook verkeerden mediterende monniken vaak in de buurt van zulke miniatuurbomen.


967339-a62aeda0d21b6f6f6d62954ad8770026.jpg
Bonsai "forest", bonsai tentoonstelling in Suzhou, China
auteur: Miguel A. Monjas  CC 3.0

De sterke verbreiding van het boeddhisme in de Middeleeuwen zorgde voor een export van de eerste bonsai naar Japan.
Rond 1195 werden de eerste bomen ingevoerd in Japan.
Daar nam de populariteit van bonsai een grote vlucht.
De eerste echte, historische verwijzing naar het bestaan van bonsai in Japan, is afkomstig van het kunstwerk op rol Kasugagongen-genki uit 1309, van de schilder Takakane Takashina.
Takashina schilderde gedurende de Kamakura-periode(1183-1333), een tijd waarin de Japanse kunst zich sterk ontwikkelde onder invloed van het zenboeddhisme.
De Japanners verfijnden destijds de bonsaikunst door de toepassing van ingewikkeldere handelingen, waardoor de bomen beter gemanipuleerd konden worden.

In de 16e eeuw ontwikkelde de boomchirurgie zich verder in Japan onder invloed van de bonsaikunst; bomen werden door middel van fijn gesmede werktuigen en rauwe chemicaliën (vooral zwavelverbindingen) 'verbeterd'.
Die verbeteringen waren sterk gericht op verfijning en versobering in de geest van Boeddha.


967339-13c05422ded9f365f7854bfc1607efb3.jpg
Bonsai(Acer palmatum) op de "Foire du Valais", Martigny, Zwitserland
auteur: Dake  CC 3.0

De Japanners waren degenen die het begrip 'Bonsai' verrijkten met een filosofie die heden ten dage erkend wordt als de hoofdfilosofie.
Vóór de introductie van bonsai in Japan creëerden de Chinezen al miniatuurlandschappen gedurende de Han-dynastie.
Dergelijke landschappen werden penjing genoemd.
Van de Chinese filosofie achter bonsai en de miniatuurlandschappen is niets concreets bekend.
Derhalve is er volop ruimte voor historici om te gissen naar de beweegredenen.
Vooralsnog wordt de sierwaarde van dergelijke objecten nog steeds beschouwd als de achterliggende hoofdreden voor de creatie van bonsai en penjing in China.

Binnen de bonsaileer in Japan werd in het begin van de 18e eeuw sterk aangestuurd op de ontwikkeling van een essentialisme.
In de 18e eeuw werd de tuinarchitectuur sterk verrijkt door de integratie van bonsai in de gehele compositie.
Japans Wijsgerenraad stelde destijds Ibo Ito aan als 's lands 'bonsai-toezichthouder'.
Ito bezat zelf een gigantische collectie bonsai, die hij uitgestald had in verschillende kwekerijen.
Ito was de eerste bonsaimeester die de essentie van de bonsaicompositie combineerde met haiku.
Hij richtte daartoe op zijn privé-grondgebied verschillende tokonama's in.
Tokonama's combineren een lege ruimte met een plant (vaak een bonsai), steen of landschap en een wijze spreuk (vaak een haiku) tot een essentieel geheel.
Het was de bedoeling om de waarnemer een gevoel van rust te bezorgen door de 'ruis' uit de natuur weg te nemen en uitsluitend datgene wat de kunstenaar van belang achtte, te tonen.
Vaak waren de overgangen tussen de verschillende seizoenen een reden om tokonama's opnieuw in te richten.

Bron :  Wikipedia    CC 3.0
            tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 17:32 Reageer op dit bericht

Bonenkruid


B    o n
B     b    B     b    15  n 5
Bonenkruid

De twee soorten bonenkruid, het eenjarig bonenkruid (Satureja hortensis L.) en het bergbonenkruid (Satureja montana L) lijken veel op elkaar.
Ze groeien beide ruig en ongelijkmatig en hebben zwakke, houtige, zich vertakkende stengels.
Ze worden 30 tot 50 cm hoog.

Herkomst : uit het gebied van de Zwarte- en de Middellandse Zee.

Het meerjarige bonenkruid treft men thans in het wild aan in Zuid-Europa, de Balkan en in Zuid-Rusland tot aan de Kaukasus.
Het komt voor op oevers en op zonnige plaatsen.
Deze soort kan men als plant kopen.

Het eenjarige bonenkruid is een moestuinplant.

Bloeitijd : van juli tot oktober.

Engels : Savory, Satureja, Winter savory, Summer Savory
Duits : Bohnenkräuter
Frans : La Sarriette, Pèbre d'ai

961331-5dc5da212aa6cbb83ce21c0b462e2992.jpg
eenjarig bonenkruid
auteur: MarkusHagenlocher  CC 3.0

961331-497f6ba0f9a38f8750ae8cb55f45bcb2.jpg
bergbonenkruid
auteur: Kurt Stüber  CC 3.0

Het eenjarig bonenkruid bezit een sterk ontwikkelde hoofdwortel net als het overblijvend bonenkruid dat ook sterk vertakte zijwortels heeft.

De stengel van het overblijvend bonenkruid is vrijwel gelijk aan die van eenjarig bonenkruid, maar verhout sneller en is niet violet getint.
De stengels zijn kort behaard en vertonen talrijke grote klierschubben.

De plant bezit talrijke, groene, glanzende, lijn-lancetvormige blaadjes, beiderzijds spits toelopend, die aan de gave randen met fijne haartjes zijn bezet.
Ze staan tegenover elkaar en zijn aan beide zijden eveneens met grote klierschubben bedekt.
Als er niet wordt geoogst verkleurt het blad in de nazomer tot dieppaars.

De kleine bloempjes zitten weggedoken in de bladoksels.
Meestal staan er drie tot zeven bijeen in schijnkransen.
Ze zijn duidelijk gesteeld en krijgen veel bezoek van bijen.
De kleurschakering gaat van paarsrood, lichtrood tot witachtig met donkerrode stippen.
De bloem-kelk is grijs.

De smaak is enigszins bitter.
Eenjarig bonenkruid smaakt zoeter en minder pikant dan het overblijvend bonenkruid.

De eenjarige soort is een moestuinplant en heeft een korte groeitijd van ongeveer vier maanden en wordt niet hoger dan 35 cm.
Bonenkruid houdt van veel zon en een voedzame grond.

Het meerjarige bonenkruid kan vijf jaar groeien en bereikt een hoogte van 50 cm.


961331-5fc553e39482bac0e29e229ea302b364.jpg
bloem van het eenjarig bonenkruid
auteur: http://www.fungoceva.it/

961331-359a00d91f9148b6b0323b4a4abe376f.jpg
bloem van het bergbonenkruid
auteur: Kurt Stüber  CC 3.0

Bonenkruid is net als marjolein een eenjarige plant.
Beide soorten hebben nog méér gemeen: ze hebben allebei een overblijvend neefje dat her en der in het wild voorkomt.
Het bergbonenkruid geniet dezelfde reputatie als zijn gekweekte verwant.
De eenjarige soort is echter beter bestand tegen kou en vocht.
Ze verdient daarom de voorkeur in de tuin.
Het lijkt op grootbladige tijm of misschien rozemarijn met sappige, donkergroene bladeren.
Ook de smaak is verwant aan die van tijm - beide kruiden bevatten thymol en carvacrol.
Smaak en geur zijn zo kruidig dat men het graag in de keuken gebruikte lang voordat de specerijen uit het Oosten kwamen.

De hele plant is zeer aromatisch en de geur doet denken aan een mengeling van lavendel en appels, met een lichte muntsmaak - echt een hoogzomer kruid!

Omwille van het looistofgehalte bezit dit kruid een adstringerende werking.
Het cymol- en carvacrolgehalte verklaren de antiseptische eigenschappen van de etherische olie.
De etherische olie oefent eerst een stimulerende, nadien een dempende invloed uit op het centraal zenuwstelsel.


961331-51a14c956b9f8a760c47dbc5f2670e20.jpg
Satureja hortensis

Bonenkruid is volgens de oude overleveringen de plant van de saters, in bossen levende wellustige halfgoden.
De wetenschappelijke naam van bonenkruid is afgeleid van sater.
Niet zo gek, want bonenkruid werd ten tijde van de Romeinen vooral door de volgelingen van Bacchus gebruikt.
Ze droegen het in de vorm van kransen in hun haar en snoepten er geregeld van om hun potentie te verhogen.
Want bonenkruid is een van de oudste potentie-verhogende middelen, al vermelden veel kruidenboeken dat veiligheidshalve niet.
Monniken bleven van de weldaden van het bonenkruid verstoken. Voor het bonenkruid was hun tuintje verboden terrein.
Het stond immers ook bekend als werkzaam ingrediënt in liefdesdrankjes.
Bonenkruid is zeer oud. Oude Griekse geschriften vermelden het al.
Jacob van Maerlandt, die de oude Grieken en Romeinen naschreef, vermeldt uitvoerig de toepassingen van “’t sop van Satureja”.
Virgilius noemde het een van de geurigste kruiden onder de planten en gaf de raad het in de buurt van de bijenkorven aan te planten om de honing een uitgesproken en bijzondere ambro-zijnsmaak te geven.
Bonenkruid was al vroeg in West-Europa bekend en tegen de 16e eeuw moet het een populaire plant geweest zijn.
Shakespeare vermeldt in zijn “The Winters Tale” voor Perdita’s boeketje “vurige lavendel, munt, bonenkruid en marjolein” waarvan zij zegt: “Dit zijn bloemen van het midden van de zomer en ze worden, dacht ik, aan mannen van middelbare leeftijd voorgezet.”
“Mercurius maakt aanspraak op dit kruid,” schreef Culpepper.
“Houdt het droog bij u, het hele jaar door, als u op uzelf en uw welbehagen gesteld bent, wat negen van de tien keer wel het geval zal zijn”.
Hij gaf ook de raad het sap met rozenolie te verhitten en het in de oren te druppelen om suizingen en doofheid te genezen en in geval van ischias en verlammingen te pappen met bonenkruid en tarwemeel.


961331-08db9c7255185cb7d346ab8daaefa797.jpg
gedroogd bonenkruid
auteur: Henna  CC 1.0

Het ietwat pikante bonenkruid maakt zwaar voedsel beter verteerbaar.
Denken we hier vooral aan gerechten met als hoofdingrediënt de gewone tuinboon, erwten en andere peulgerechten, vandaar ook de naam bonenkruid.
Het kruid kan helemaal alleen gebruikt worden als smaakmaker.
Het kruid is vooral in zijn nopjes wanneer het meegekookt wordt, dit in tegenstelling tot de meeste andere kruiden, omdat het hierdoor ten volle zijn smaak en geur afgeeft.
Keule zoals dit kruid in de volksmond genoemd wordt misstaat ook niet in een visgerecht (vette vis), bij varkensvlees ook in groetensalades kan men het er op wagen, dit echter in een zeer kleine hoeveelheid.
Hou je niet van de sterke geur van groene kolen of spruitjes, kook dan gerust een blaadje bonenkruid mee, en weg is de geur!

Bron :  Wikipedia    CC 3.0
            tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 00:00 Reageer op dit bericht

Bolletjesvaren


B    o l
B     b    B     b    15  l 8
Bolletjesvaren

De bolletjesvaren (Onoclea sensibilis) is een varen uit de bolletjesvarenfamilie (Onocleaceae).
Het is de enige soort binnen het geslacht Onoclea, een zogeheten monotypisch geslacht.

De plant komt van nature voor in Oost-Azië en Noord-Amerika.
Door cultivatie heeft de soort zich in Europa verspreid.
In België en Nederland wordt de plant sinds enkele jaren in het wild gevonden.

De Nederlandse naam 'bolletjesvaren' slaat op de vorm van de sporenhoopjes.

Engels : Sensitive fern, Bead fern, Meadow brake
Duits : Perlfarn
Frans : Onoclée sensible

952211-51e3b31fbce9e229b5f98a2e59ed3d09.jpg
bolletjesvaren
auteur : hardyplants    952211-63f899dfc913ac37921d6d4a501bec79.jpg
Ik, de auteursrechthebbende van dit werk, geef dit werk vrij in het publieke domein. Dit is wereldwijd van toepassing.

De botanische naam Onoclea komt van het Griekse 'onos' (= vat) en 'kleiein' (= sluiten), wat verwijst naar de manier waarop de sporenhoopjes wordt afgesloten.
De soortaanduiding sensibilis betekent 'gevoelig' en slaat op de gevoeligheid van de varen voor vorst.

De bolletjesvaren is een overblijvende, kruidachtige plant.
Uit een dunne, kruipende wortelstok ontspringen willekeurig verspreide bladen.
Er is een duidelijk verschil tussen de steriele en de fertiele bladen.

De fertiele bladen ontstaan later (of soms zelfs niet) en lijken helemaal niet op de steriele bladen.
Ze zijn langwerpig van vorm en tweevoudig geveerd.
De bladsteel is in verhouding langer dan die van de steriele bladen, en het blad staat rechtop.
De bladslipjes zijn lijnvormig, enkele millimeters breed en de zijblaadjes daarvan vouwen zich elk als een handje rond de sporenhoopjes.
Het geheel doet denken aan een pluim met parelsnoeren, vandaar ook de naam bolletjesvaren.
De jonge fertiele bladen zijn groen, maar worden later bruin tot zwart.

De steriele bladen zijn fragiel en verdwijnen bij de eerste vorst.
De fertiele bladen zijn winterhard en laten de sporen pas vrij in de volgende lente.


952211-54dc2c725e80b49173dcca6e4ae96cf8.jpg
Onoclea sensibilis - steriel blad
auteur : Kurt Stüber   CC 3.0

De bolletjesvaren is een terrestrische plant die vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, zure grond verkiest.
De varen komt in natuurlijke omstandigheden voornamelijk voor in moerassen, laagveen en vochtige bossen, in de zon of de schaduw.

In de Benelux is de soort vooral te vinden op de plaatsen waar hij is aangeplant, zoals in tuinen, kasteeltuinen, parken en dergelijke.
Daarbuiten komt de plant meestal voor op voldoende vochtige plaatsen waar tuinafval gestort wordt.

Op geschikte plaatsen heeft de bolletjesvaren de neiging om te gaan woekeren en andere planten te verdringen.


952211-b00f0b1859890537e74d11df4f18b227.jpg
de sporen van de Onoclea sensibilis
auteur : H.Zell   CC 3.0

De bolletjesvaren is oorspronkelijk afkomstig uit Oost-Azië en het oosten van Noord-Amerika.
De varen is als tuinplant ook in Europa verspreid geraakt.
De plant kan overleven en zich voortplanten in een gematigd klimaat met milde vorst.

In België en Nederland kan de bolletjesvaren met geen enkele andere varen verward worden.

De bolletjesvaren wordt noch op de Vlaamse Rode Lijst (planten), noch op de Nederlandse Rode Lijst (planten) vermeld.

Bron :  - Wikipedia    CC 3.0
            - tinternet
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door waaroemni om 06:40 1 reactie Reageer op dit bericht

Naar boven

Meer van Wie Weet

↑ Terug naar de berichten