Rome 1996 - Perikelen rond Brescia.

De klassiekewielerkoersen laten ons niet vergeten dat de rode draad op deze blog nog altijd de Weg naar Rome is die de fietsende pelgrim probeert af te leggen ondanks de moeilijkheden en de verleidingen die zijn pad kruisen.TULLIA D'ARAGONA (1510- 1556).
Deze Tullia mag niet verward worden met Tullia (-79/-45) dochter van de grote Romeinse redenaar Cicero die veel vroeger leefde en die door haar vroegtijdige dood haar vader ongelukkig maakte. Tullia d'Aragona had officieel geen vader, want zij was de dochter van de ongehuwde Giulia Ferrarese, die rond 1500 werd beschouwd als de mooiste van alle Italiaanse vrouwen. Giulia koos het oudste beroep ter wereld en vertoefde in de nabijheid van de rijkste en belangrijkste mannen uit haar tijd. In het rijke Rome van de nabloei van de Renaissance baarde deze schone hetaire een dochter die Tullia werd gedoopt. Vermoedelijk was de vader van dit kind kardinaal Luigi d'Aragona , die zelf de bastaardzoon van de koning was. Wat zeker is was de goede opvoeding en onderwijs dat het meisje Tullia kreeg. Zij was zeer intelligent en lief, een echt wonderkind, dat vele vaders had, allemaal heren die op bezoek kwamen bij moeder Giulia. Vanaf haar 18de is Tullia rijp genoeg om haar intrede te doen tussen de meest vermaarde courtisanes. Drie jaren later bereikt zij de top in haar beroep. Dit is nogal eigenaardig. Tullia is niet echt een schoonheid volgens de mode van die tijd, zoals de vrouwen die wij nu nog kunnen bewonderen op schilderijen. Zij was een klein blondje met een stevige rug, grote dunne lippen, met een krom neusje zelfs. Maar hoe slim, leep, lief, sexy, moest zij dan wel geweest zijn -en hoe goed in 't bed- om werkelijk alle mannen rond haar vinger te krijgen. Zij at bijna niets, leefde eenvoudig, was zeer goed gemanierd, wist alles over mode en kunst. Zij verbleef veel te Brixia, maar regelmatig veranderde zij van woonplaats, om mannenharten te veroveren die de moeite waard bleken , die haar geschenken gaven. Deze geschenken waren van diverse aard. Zo zorgde ene prins Orsini dat er bij dag en bij nacht steeds zes bodyguards te paard voor haar veiligheid zorgden, want er waren redelijk veel rivalen die haar wilden weg hebben. Op haar 30ste verschijnt zij te Venetië, waar toen minstens 100.000 vrouwen van lichte zeden aan de kost kwamen, want zeelui en businessmen van overal bezochtten deze rijke haven. Na enkele dagen palmt Tullia daar Bernardo in, en dat was de voornaamste B.V. (bekende Venetiaan) in 1540. Vele van haar vrienden waren tijdelijke minnaars, die nadien beschermers bleven. Tullia is ondertussen veel meer dan een courtisane geworden. Zij is een diplomate, een experte in lifestyle, een bekende in public relations, en ook een schrijfster, dichteres, filosofe, een levende bloementuin. Op haar 33ste huwt zij met de zeer rijke Silvestro, bezitter van gronden en paleizen. Haar leven was te kort en eindigde te Rome, waar zij een grote ernstige dame van cultuur was, een schrijfster van groot formaat , een boeiende persoon , die als vrouw in de mannenwereld veel durfde. Zij ijverde voor de gelijkheid van man en vrouw. Zij was een belangrijke feministe, een vrouwtje dat nooit verlegen was ook al stonden voor haar kerels en hoge heren uit politiek, handel, geloof, justitie, oorlog en vrede. Zij dialogeerde met hen en vertederde de ruwsten en de hardsten onder hen. Anderen zijn op de brandstapel , in de goot of in de gevangenis geraakt maar zij niet, haar vrouwelijkheid en haar beschermers zorgden dat dit niet gebeurde.
Na wat te hebben rondgereden over de zinderende stenen van de oude pleinen en in de schaduw van de winkelstraten stop ik om een stuk pizza te eten. Dit is het oude Brescia waar een mengeling van Venetiaans, Lombardisch, en Renaissance, aanwezig is. Ik bereik het reusachtige postkantoor. Omdat er daar veel rondlopers staan te niksen, komen gevoelens van onzekerheid bij me op. Mijn Olive zou wel kunnen gestolen worden. Daarom sleur ik mijn tweewieler de trappen op. Aan stalen kabels, die de vensters van het postkantoor beschermen, keten ik Olive goed vast. Ik koop postzegels, een telefoonkaart en verstuur de sleutel van de kamer van Hotel Avogadro terug naar San Pellegrino. Maar eerst laat ik aan een loket controleren of het postnummer correct is en of mijn omslag wel in orde is.
Italië is op die dag niet tevreden met de uitslag van de verkiezing van Miss Italia . Een negerin uit Santo Domingo, 18 jaren oud, werd als schoonste Italiaanse verkozen. Zijn er dan in Italië geen mooie vrouwen meer ? Is er te Brescia, in de Citta delle belle Fontane ... geen enkele schone meer die kan vergeleken worden met de prachtige courtisanes uit het begin van de XVIde eeuw, met de madonna's die door de oude meesters op doek werden gebracht ?
Ik fiets terug in het moderne verkeer. Motorengeluid. Benzinegeur. Bresca was vroeger de wieg van de legendarische ' Mille Miglia' , een autokoers op de openbare wegen die tot Rome en terug werd gereden over zowat 1650 km. Stirling Moss oogste er in 1955 grote sportroem door met een gemiddelde van 158km/u te winnen. Dodelijke ongevallen waren legio tijdens " la corsa piu bella del mondo". Na de editie van 1957 werd deze wegkoers voor sportauto's verboden. Veel te gevaarlijk. Ikzelf hoop veilig Rome te bereiken. Voor mij volstaat een gemiddelde van 15,8 km/u.
Ik zie niet hoe ik buiten Brescia geraak, want het is een grote stad, de tweede stad van Lombardije na Milaan. Dus improviseer ik en de zon toont mij waar het Oosten ligt. Met mijn wegenkaart vind ik weldra de weg die me naar het Garda meer zal brengen. Aan een monument voor Garibaldi en aan een villa die op een spookhuis lijkt , neem ik even de tijd om wat rond te neuzen. Maar ik ben al op 10 km van Salo alvorens ik de drukke steenweg kan verlaten om een landelijke route langs een kanaal te volgen. In de natuur, tussen gras en wildernis, ontmoet ik een man met een mooi beroep, een schaapsherder met een groot aantal vuile maar lieve beestjes. Bergaf naar het meer. Drukte. Eénrichtingsverkeer. Daar ligt dan de watermassa die door de zonneschijn 24°C lauw blijft . Dit meer is 52 km lang, 18km breed, en heeft een diepte tot 346 m. Rotsen en plantengroei sieren de oevers. Verschillende zandstranden vormen paradijzen voor de vakantiegangers. Water en zon, festijn van licht en kleur. Fascinerend natuurschoon. Drie campings rijd ik voorbij. Dan besluit ik in te schrijven in de Vacanze, een aantrekkelijke kampeerplaats geklasseerd met drie sterren.
Was. Douche. Mijn tentje ligt naast het nieuwe zwembad. De camping bestaat vooral uit houten chalets, met zicht op het meer. Een prachtig volleybalveld ligt er verlaten en het restaurant is gesloten. Dit wijst dat de zomervakantie reeds voorbij is op 9 september.
De avond valt vroeg. Ik wandel 2Km ver op zoek naar de enige eetgelegenheid die mij werd aangeduid. Een Hotel-Restaurant waar iedereen Duits spreekt wordt de plaats waar ik Heute Abend mezelf zal bedienen en verwennen.
" Ik wou dat mijn vrienden één ogenblik hier waren, om zich met mij over dit zicht te verheugen" ( Goethe ) .



























