The world of table tennis.

Gedurende 18 minuten kijken naar aspecten van deze prachtige sport.
http://www.ittf.com/_front_page/itTV.asp?category=iec2



The world of table tennis.
Gedurende 18 minuten kijken naar aspecten van deze prachtige sport.
http://www.ittf.com/_front_page/itTV.asp?category=iec2



Rome 1996 - Nel mezzo del cammin de nostra vita.


Rome 1996 - Mijn dagen in Firenze .
De jeugdherberg van Fiesole is een bijenkorf met zeer bonte bevolking. Ik schuif aan in een lange rij om in te boeken, maar omdat ik niet had voorbehouden kan ik geen bed bekomen. Er zijn echter ook twee campings, één voor automobilisten en één voor voetgangers en fietsers. Ik moet mijn identiteitskaart afgeven voor twee dagen. Ik klop even op mijn kop en beloof aan mezelf van dit document niet te vergeten. Aan dezelfde receptie koop ik een ticket voor avondeten en een telefoonkaart. Mijn tentje is vlug opgesteld. Ik sleep het al dagen mee over berg en dal, en zou het meer moeten gebruiken in plaats van onder de blote hemel of op een kamer te slapen.Drie drie foto's uit de mooie stad in Toscane.


Tim WELLENS wint Alpenklassieker voor juniors.





Rome 1996 - Zoals Bartali over de Passo della Consuma.
Rome 1996 - Met geknipte baard over de Passo dei Mandrioli.


Rome 1996 - De moeilijkheden op weg naar Mercato Saraceno.Terwijl ik in de ochtend mijn tentje afbreek en geniet van de verse zonnestralen komen drie poesjes mij gezelschap houden, jonge lieve katjes uit éénzelfde nest . Weldra vertrek ik uit het Centro Turistico en zonder medelijden gaat de weg weg weer verschrikkelijk naar omhoog. Mijn klimmersbenen zijn zeker nog niet wakker. Na enkele decameters ben ik al aan het hijgen en aan het zweten. Aan het eerste winkeltje stop ik voor een mezzoliter koude melk en dat is dan mijn ontbijt. Niet forceren. De dag zal nog lang duren.
Ik loop even binnen bij een wapenhandelaar. Er is veel keuze in handwapens en ook in kruisbogen, een specialiteit van San Marino. Maar ik ben een vredelievend mens die geen wapen nodig heeft. Net wanneer de verkoper op mij af komt, laat ik hem mijn hielen zien. Met een lage gemiddelde snelheid bereik ik uiteindelijk toch Borgo Maggiore. Te voet maak ik er een verkenningsrondje. Ik vind ansichtkaarten waarop ik de mooiste postzegels van San Marino plak. Iedere verzamelaar wil deze immers graag in zijn bezit hebben. Dit betekent ook dat ik deze kaarten moet schrijven en hier naar het postkantoor brengen. Op een terras begin ik met deze taak. Eerst eet ik een broodje en een groot glas bier zorgt voor de inspiratie. Ik kan rollende zinnen schrijven naar zij die op het thuisfront graag wat nieuws van mij willen hebben. Met de teleferiek is het mogelijk nog verder naar het hoogste punt van de dwergstaat te stijgen. Dat is dan op 743 m boven de zeespiegel op de Monte Titano. Mijn fiets achterlaten doe ik niet graag en daarom blijf ik rustig genieten op dat terras. Ik lees nog wat over het landje waar ik ben. Zo leer ik dat ook 13.000 San Marinezen buiten de grenzen van San Marino wonen en dat is dan meestal in Italië, USA, of Argentinië. De Republiek San Marino bestaat uit 9 castello's of gemeenten , en uit 43 wijken of gehuchten. De levensverwachting van de mensen die hier wonen, 78, 57 jaren, is de hoogste ter wereld door gezonde voeding, goede lucht en weinig geweld. In Mexico is Speedy Gonzalez de snelste. Te San Marino is Davide Gualtieri ook een snelle. Hij was een voetbalspeler die na het fluitsignaal bij het begin van een match tegen Engeland maar 8,7 seconden nodig had om te gaan scoren. De weg wacht op mij en ik moet uit San Marino vertrekken.
Te San Leo gekomen, besef ik dat mijn remmen niet goed meer werken. Ik probeer deze situatie te verbeteren.
In volle zon ben ik een sukkelaar van een mekanieker die eigenlijk meer ontregelt dan herstelt. Mijn handen zijn vuil, maar gelukkig heb ik nog altijd dat stukje zeep bij en water uit mijn drinkbus om mijn pootjes terug proper te krijgen. Het landschap verandert nu snel. De weg stijgt en daalt voortdurend. De percentages zijn te hoog voor mij en mijn zwaar bepakte fiets. Vele rustpauzes zijn nodig . De reiziger die van de Adriatische kust naar het prachtige Toscanië wil rijden, moet een harde prijs betalen. Het is warm op het middaguur. De hitte weerkaatst en trilt op het asfalt. Als een groene oase daagt voor me het zoveelste dorpje op. Op een plein waar vrachtwagens staan en ontdek ik een dorpsrestaurant met een eetzaal vol bruine mannen en vrouwen. Dit is het echte Italië van de zuivere tafelgenoegens. Voor 20.000 lires komt iedereen daar de dagschotel eten en op deze 17de september is dat risotto, varkenskotelet, fruit, agua minerale. Aan de tafel naast mij zit een koppel New-Yorkers die hier te Montemaggio komen zoeken naar hun roots. De man is dol gelukkig omdat hij een oude jeugdkameraad heeft teruggevonden. Hij geeft een " tournée générale". Zij praten zoals de Brusselaars, maar dan wel in een hutsepot van Amerikaans en Italiaans.
Ik rijd nog wat verder. Aan het volgende kruispunt bestudeer ik de wegkaart. Het wordt moeilijker . Er zijn slechts kleine wegen. Ik moet over twee cols. Moedig vorder ik . Ik zweet fel. Tweemaal verander ik van onderlijfje. Klein verzet. Borstkas goed recht. Wanneer mijn hartslag te hoog wordt , stop ik even. Dan kijk ik naar de Apenijnen en naar al het schone dat zich verbergt in die bergen. Uur na uur draait voorbij. Ik begin dit land reeds lief te hebben. Het is ruw en schoon, met burchten en kloosters in de verte, of dorpjes als arendsnesten, fantastische panorama's met goud en groen, en omdat ik verkeerd ben gereden kom ik terug korter bij de zee. Het zonnelicht is zo sterk dat ik van in de hoogte nog steeds de grijze watermassa kan zien van op meer dan 30 km.
In een dorp stop ik. Mijn ogen zijn vol stof en zweet, en zijn kleiner geworden door de zon. Ik draag geen goede bril. Ik neem uit mijn natte koerstrui een vodje papieren geld om een fles water te betalen en zie niet dat ik 50000 lires gaf in plaats van 10000 lires. Maar in dit bergland wonen eerlijke winkeliersters en de vrouw profiteert niet van mijn belabberde toestand. Nadat mijn dorst is gelest mag ik hellingen afrijden van 11% en van 14% . In het dal gekomen stel ik vast dat er van mijn remblokjes bijna niets meer over blijft. De stukken vlogen er van af tijdens het dalen en als een acrobaat heb ik met mijn voeten geremd, linkervoet op voorwiel en rechtervoet op achterwiel. Deze techniek vraagt veel concentratie en een eigenaardige houding op het zadel. Een vaart van maximum 20km/u was zo nog een tijdje mogelijk.
Ik kom aan het kerkhof van Perticara. Vele graven zijn er echte kunstwerken. In de schaduw van de hoge bomen rust ik en probeer ik me op de kaart te situeren. Hoe heerlijk moet het wel zijn om op zo'n prachtig kerkhof te genieten van eeuwige rust en vrede. De parfums uit de natuur, de krekels en de eekhorentjes zijn overvloedig aanwezig op deze plaats. Maar ik vervolg mijn route. De dag vordert en de lust tot stoppen komt reeds in mij op, ook al heb ik nog maar 50 km afgelegd. Ik verplicht mezelf om door te gaan.
Nu fiets ik langs grote velden waar het stro is verzameld in grote rollen. Zou het niet heerlijk zijn in mijn slaapzak op zo'n stapel rollen stro te overnachten ? Op andere plekjes kan ik ook veilig mijn tentje opstellen. Nu volgt een lange bergaf. Zonder remmen ben ik weer verplicht van stuntman te spelen op mijn fiets. Plots ..... kraak ... en daar ligt de crack die ik nogmaals wilde zijn op de grond. Mijn snelheid is nu nul. De velg van mijn achterste wiel is helemaal geblokkeerd door de remboog. Op een boogscheut naast de weg staat een verlaten boerderij, half overwoekerd door struikgewas, een ruïne. Ik stap er naar toe want er is daar een verharde en propere oppervlakte, blote rotsen. Ik kan mijn wiel terug normaal laten draaien , maar wat betreft mijn remmen is de toestand te erg. Ik kan niet meer remmen, noch vooraan, noch achteraan. De reserve remblokjes die ik had proberen te plaatsen heb ik al vlug verloren. De lust om verder naar beneden te rijden op levensgevaarlijke manier kan ik verjagen. Ik beslis van mijn tentje op te stellen en van te overnachten waar ik me bevind op dat ogenblik. Ik maak mijn bagage reeds los, kies de gepaste plaats uit, maar plots zie ik dat de hoeve toch niet onbewoond is. Bij nader toezicht stel ik vast dat een bijenkoningin het door mensen verlaten pand tot haar paleis
heeft gekozen . Hele eskaders vliegende beestjes bevolken het erf. Ik meen niet dat het wijs is van daar nog één minuut langer te blijven. In spoedlooppas neem ik afstand van het gezoem en vooral van het gevaar van gestoken te worden. Mugjes prikten mij al, maar zulke grote wilde bijen wil ik zeker niet beter leren kennen vooral omdat ik me al genoeg ongelukkig voel door de pech met die remmen. Wat verder op de weg voel ik me weer veilig. Ik controleer of ik niets heb achtergelaten, doe mijn wandelschoenen aan ,en met mijn fiets vastgehouden door mijn sterke rechterarm stap ik voorzichtig tot aan het volgende dorp.
De avond valt reeds stilletjes over de Apenijnen. Een verkeersplaat met " Attenzione 14% " bewijst dat ik me slim gedraag door wandelend naar beneden te glijden. Af en toe verstoren blaffende honden mijn doortocht wanneer ik de eerste landhuizen bereik. In de verte zie ik de autosnelweg E45. De felle lampen van de wagens vormen een mooi lichtspel dat zich aftekent tegen het zwarte scherm van de beginnende nacht. Krekels, die heel de zomer hebben gevierd en gevreten, zijn naast de auto's en de honden ook nog lawaaimakers van dit uur. Grote witte kalkletters op de weg wijzen weer dat 14 % de moeilijkheidsgraad van de klim is. Dat is zowel voor klimmers als voor dalers een zware opdracht. Gelukkig niet meer voor mij want bij het binnenkomen van Mercato Saraceno stap ik over de startlijn van een koers die voorbij is. Het is me niet duidelijk of de sportievelingen hier waren gekomen om zich te meten te voet, met rolschaatsen , per fiets, op een motor,of met een auto. Italie is immers een land van vele Brood-en- Spelen. Ik ben onder de hoge snelwegbrug door gestapt wat dieper in het dal en ondertussen ook wat later. Het is kalmer, stil, en heerlijk als ik kom langs tuinen en boomgaarden, langs trappen, lichten, bomen, en zitbanken.
Ik zie een container vol verwelkte bloemen, een grote muur, een poort die open staat, een kraan met lopend water waarmee ik mijn gezicht wat verfris. Ik ben gekomen aan het kerkhof van Mercato Saraceno. Een reusachtige dennenboom siert de omgeving. Onder deze boom parkeer ik mijn fiets. Ik vouw mijn bedje open . Ik loop in mijn blootje terug naar de waterkraan en was me daar met een grote hoeveelheid water. Daarna wrijf ik me droog, trek mijn pijama aan, ledig nog een potje yoghurt en dan begin ik de doden te imiteren die na een rijk leven op dit kerkhof werden achtergelaten door hun families. Diep en rustig adem ik. Het zandmannetje komt vlug, want de warmte, het fietsen en het stappen, hebben me zeer moe gemaakt. De maximus den is niet gewoon van een vreemd gesnurk te moeten horen, want de overleden Mercato Saraceners zijn 's nachts veel stiller dan zo'n mislukte pelgrim-coureur uit het land van campionissimo Eddy Merckx.
Rome 1996 - De Republiek San Marino.




Rome 1996 - Over de Rubicon, zo besliste het lot.

Rimini. Een pleintje om wat te wandelen, een ijsje om wat te smullen, een plasje op een bouwwerf waar archeologen bezig waren. Ik zou wel naar de stranden van Rimini willen, doch ik weet niet zeker of dat een goede bestemming zou kunnen zijn.. Het zal wel identiek zijn of wellicht wat groter dan in de andere badplaatsen die ik vandaag al zag. Grijs weer. Ik fietste zelfs een tijd in de regen. Tweede helft van september . Einde van de zomer. Dan zijn te Rimini toch nog vrouwelijke toeristen en baadsters die zich aan de Adriatische Zee vervelen zonder vent, zo van die single dames die in een vrouwenblad hotelkamers aan sterk verlaagde prijzen hadden gezocht en gevonden, of zij die voor een boeking van twee weken nog een derde week er nog gratis bij kregen, deze week uiteraard wanneer alles leeg loopt zelfs de zoetwaterzwembaden en de ijssalons. Ik zag reeds zulke ladies zitten op terrasjes, Duitse rijpere schonen die wellicht nog een laat vakantielief willen vinden. De zeilen van vele bootjes zijn reeds opgeplooid, de strandstoelen liggen op hopen en de parasols zijn verdwenen. Wanneer de meeste zonnekloppers van Rimini weg zijn kunnen de stranden weer op adem komen. De Riviera Romagnola is een van de meest populaire strandbestemmingen van Europa. Ik denk aan Amarcord maar na een verkenning van meerder kilometers hebben noch ik noch Olive, in het Rimini van Fellini nog geen enkele Miranda, Volpina, of Aldina gezien die het stoppen waard is. Terwijl wij ook niet zoals Titta de eer kregen van de vrouw met de grote borsten te ontmoeten of te begluren.
La Terra di Francesca. Zo wordt deze stad ook genaamd omdat Dante in de hel een Francesca uit Rimini ontmoette. Met haar 15 km strand en met haar hoge hoteltorens is Rimini een mengsel van modern en van antiek. Reeds voor de geboorte van Rome was Ariminum, op het kruispunt van de Via Emilia en de Via Flaminia, een nederzetting van bijzonder strategisch en commercieel belang. Nadien hadden de Malatesta's, een verschrikkelijke familie, hier lang alle macht. Maar ik vind Rimini in september toch mooi. Heerlijk is het hier om lange strandwandelingen te maken met alleen je trouwe hond als gezel. Gaan kijken naar het water dat onder de Ponte di Tiberio voorbij stroomt is ook de moeite waard. Rimini is verbroederd met twee Franse steden, maar ook met Seraing nabij Luik, en met Sotchi in Rusland.
Maar dan begin ik terug te denken aan een belangrijk moment tijdens de voormiddag van deze dag. Ik was gestopt aan een brug, ergens tussen zee en land, op de hoofdweg die me naar Ariminum zou moeten brengen. Er liep een riviertje onder die weg door. De waterplanten overwoekerden de bedding en de oevers waren niet te betreden door hoog gras en verwilderd struikgewas. Volgens mijn documentatie moest die waterloop niet meer en niet minder dan de Rubicon zijn. Voor mij zal die Rubicon altijd doorstromen naar de zee op de plaats waar ik mijn fiets tegen dat betonnen muurtje even liet rusten, want het is zo dat in de loop der eeuwen de Rubicon op andere plaatsen werd gesitueerd zowel door leugenaars als door onwetenden.
Door roem beladen na zijn veldtochten in Gallië had de Grote Generaal Julius Caesar met zijn manschappen nabij de Rubicon gekampeerd. Als hoofd van zijn legioenen was hij de baas geworden van gebieden die zich uitstrekten van de Pyreneeën en de Middellandse Zee tot aan de Rijn. Behalve dan in die enkele dorpen waar Asterix en Obelix het voor het zeggen hadden of elders ook nog Ambiorix en andere dappere Belgen, was de wil van Caesar ook de wet. Maar enkele mijlen ten Noorden van Ariminum stond er langs de heirbaan een paal die daar was geplant door de Romeinse Senaat. Dit merkteken duidde aan tot waar precies de macht van de politiekers uit Rome kwam en dus ook waar die van de bevelhebber van het leger stopte.
Zij hadden gedurende jaren samen gevochten tegen de Galliërs, de Belgae en de barbaren. Duizenden van hun tochtgenoten waren gesneuveld of verminkt geworden. Toen zij terug naar huis kwamen en naar het Rome wilden dat zij levenslang dienden, waren zij er niet welkom. Zij mochten niet dichter komen naar het hart van het Rijk omdat de macht van de voorlijn die de hunne was de macht zou kunnen schaden van de achterlijn en van het centrum die hun wortels te Rome hadden. Het was een probleem dat in andere tijden en op andere plaatsen nog zou voorkomen. Na elke oorlog stellen de helden van het slagveld vast dat zij als burgers niet veel betekenen, en dat anderen tijdens hun afwezigheid groot profijt hebben genomen. Het gebeurde toen op een dag, een uur, een minuut, die belangrijk is geweest in de Westerse geschiedenis. Caesar heeft gezegd ALEA JACTA EST. Hij had besloten dat zijn leger zou voorbij de mijlpaal aan de Rubicon stappen. Die ene eerste stap betekende de start van een nieuwe oorlog waarin Romeinen zouden vechten tegen Romeinen. Caesar won die oorlog. Hij werd gedurende enkele jaren de machtigste man van de wereld, tot wanneer ook zijn ster verbleekte en hij door combines en samenzweringen werd opzij geduwd en vermoord.
Ik koop in een winkeltje een paar flessen San Pellegrino, waarvan ik er een met weinige slokken ledig, soldaat maak, legioensoldaat, en dat heerlijke water zorgt dat ik niet langer één enkele saus maak in mijn gedachten van het antieke verleden, het heden van mijn dag, historische wetenschap, fictie en wanorde in mijn grijze hersencellen.
Alea jacta est, zal ik ... zoals ten tijde van mijn laatste Latijnse jaren op school in het Oostende van de sixties ... naar de te Rimini aanwezige Germaanse vrouwen zoeken, geverfde blondjes van veertig, vijftig jaren, en met hen Martini drinken. Ik moet me dus te Rimini inkwartieren, om er vanavond en vannacht op stap te kunnen gaan.
Ik ben aan het fietsen midden in een stroom van wagens. Onweerstaanbaar word ik meegezogen. Zonder het eigenlijk te willen ben ik weldra aan het rijden op de grote steenweg die me naar de kleine republiek San Marino voert. Ik besef dat ik niet lang genoeg ben te Rimini gebleven, maar ik voel me tevreden op de route die me van het nachtleven van Rimini verwijdert. Ik draai nu naar het binnenland op een vals plat, lekker toerend op klein verzet. Verder dan Rimini ben ik gekomen en die stad was een mijlpaal op mijn tocht die me naar Rome zal brengen.
Rome 1996 - Ravenna.


Rome 1996 - De visgeur van Porto di Garibaldi en Commachio.


Rome 1996 - Fietsen tot later dan middernacht.
Roma 1996 - Van Zitelle naar Lido di Pomposa.
Giacomo Casanova ontwaakte hier weleer in deze stad, meestal in de armen van een schone Venetiaanse na een nacht gevuld met zonde en ontucht. Nadien zou hij echter eenzaam in het snikhete cachot en onder het loden dak van het dogenpaleis op de ochtenden moeten wachten. Maar de geniale avonturier die hij was kon steeds ontsnappen zowel aan de omarmingen, de lusten, de muren, de kwaadsprekerijen, het wegslibben van de laguna, als aan elke andere benarde situatie waarin hij was gekomen. Casanova was een eigenaardige kerel, een geniale vrouwenversierder, die eigenlijk in een voor hem weinig passende periode van de geschiedenis te Venetië was beland . Gelukkig dat hij uit zijn cachot kon ontsnappen om verder te leven en prestaties te leveren die tot op heden werden beschreven en getoond in minstens tweehonderd boeken en twee dozijnen films.
ROME 1996 - Ik ben niet Giacomo Casanova.
Rome 1996 - Op het San Marco Plein.
QUIET DAYS IN VENICE.
Schuivend over het water voel ik me in een kortstondige droom als een Venetiaans koopman die zijn thuishaven terug binnenvaart, met emotie en fierheid in zijn lijf, met een schip vol reiskoffers gevuld met waren uit verre landen., met peperbolletjes, wapens, bont, kant en zijde, tapijten, wapens, relieken, edelstenen, vazen, olie ... .
Straks zal ik het stapelhuis van mijn familie binnenstappen met de glimlach na een tocht van meerdere seizoenen. Ik zal de verloren zoon zijn die terug komt, de held van allen. Mij zullen zij omhelzen, mij zullen zij goudstukken geven voor wat ik meebracht. Venezia, ... Ik ben Polo en hier ben ik terug !
Maar plots schudt daar iemand aan mij en vraagt om een foto te maken. Twee Hollanders , in hetzelfde bootje als ik, overal ter wereld kom je ze als Vlaming tegen en herken je ze na een paar woorden. Door hen verlies ik mijn aandacht en plots moet ik al van de lijnboot Fusina-Venezia afkruipen met mijn fiets en bagage. Ik sta terug op het droge. Ik ben in Venetië en midden in een zee van mensen, van grote oude gebouwen, van kabbelend groen water waarvan de geur me onbekend is. Ik zie een bord waarop 'Zitelle' staat en daar wil ik geraken. Ik wurm me zonder twijfel tussen de menigte door, en ' hup' dan spring ik samen met Olive op een stampvolle watertram , een vaporetto die naar Zitelle vertrekt. Ik heb nog tickets op zak, maar ik zal later ontdekken dat die niet tellen op dit tweede vaartuig. Ha, ha, ... ik ben dus clandestien aan het dobberen op het water van Venetië en ik hou mijn fiets dicht bij me. Na enkele minuten zijn we al op het eiland Giudecca aan de Internationale Jeugdherberg, een stevig gebouw dat gemakkelijk te vinden is tussen de vele krotwoningen van het voormalige jodengetto. Mooie aankomst. Bravo . Zal er nog plaats zijn ?
Er is plaats. Ik kan mijn fiets veilig opbergen in een ruime kamer . Ik zal er kunnen eten aan voordelige prijzen in een grote eetzaal, zoals in een school. Een paar propere lakens en twee nachten mag ik slapen op bed 4 van kamer 202.
Met mijn kredietkaart betaal ik 46.000 lires. Weldra sta ik in mijn blootje onder de douche. Heerlijk loopt het warme water over mijn pelgrimsvel. Ik voel me goed en ben fier op mezelf. Wat een prestatie was dit ! Tussen Mira en hier heb ik gerealiseerd wat ik niet voor mogelijk achtte. Venezia moet een groot reiziger als ik wel echt graag zien. Met open armen en open benen was zij op mij aan het wachten. La serenissima trok me naar zich toe met een lange tedere zuigkus. Hier ben ik nu. Fantastisch !
Ik trek jeans, hemd, en schoenen aan , want het is al tijd om aan te schuiven voor het avondeten. Na het kopen van een bonnetje kan ik een bord met macaroni en vis bekomen. Een negerinnetje deelt dit voedsel uit. Iedereen moet in de rij staan en zijn beurt afwachten. Er zijn jonge mensen uit alle delen van de wereld en soms ook wel wat oudere gasten, zoals die pelgrim met grijze baard uit Walshoutem aan de Molenbeek. Wat later bel ik naar huis. Mijn zestienjarige dochter vertelt me goed nieuws. Ik heb immers iets gewonnen, maar zij weet niet wat. Had ik niet meegedaan aan een pronostiek over de Ronde Van Frankrijk ?
Wat een dag, wat een avond, wat een leven, wat een stad !
Gewonnen thuis, hier wandelen langs het zeewater, en daar ginds in de verte aan de overkant Venice by night, als een kerstboom verlicht met duizend kaarsen. Om zeker te zijn dat dit allemaal waar is pits ik eens goed in mijn eigen wang en .... Ja, een pijngevoel bewijst me dat ik niet droom, maar dat dit alles werkelijkheid is. Terug aangekomen in mijn logement na een lange avondwandeling , wanneer de eerste koude van de nacht me reeds treft, voelt Giudecca een beetje mysterieus aan, zelfs wat angstwekkend. De grote eetzaal is gevuld met Aziaten. Ook op mijn kamer slapen er al. Een kamergenoot komt uit Hamburg, heeft de Iraanse nationaliteit, spreekt Engels en is bijna afgestudeerd als dokter, een zwervende jonge Vesalius uit deze tijd . Ik vertel hem mijn story over Nima Ibrahimnejad de student-wielrenner die ik hielp koersen in België. Die jonge kerel uit Hamburg stelt me al onmiddellijk voor om in december samen naar Iran te reizen met de auto. Mooi voorstel, maar ik betrouw die man toch niet. Veel later , al voorbij middernacht, klautert er nog een Japanner in het bed boven mij.
Vrijdag 14 september. Douche. Belangrijke dag. Ontbijt met thee en koekjes. Topforme. Venice here I am !
Betrouwend op de flinke zolen van mijn Mephisto shoes verlaat ik opgewekt Giudecca. Ik verwacht dat dit een mooie maar zeer zware dag zal worden. De zon ziet me al bewegen in Venezia, hart van de wereld, koningin van de zee. Ik weet nu dat ik een ticket moet kopen en dat een betrapte zwartrijder op de watertram of op de bootbus het tienvoudige moet betalen (30.000 lires) indien een controleur van het openbaar vervoer hem pakt. Ik heb een klein plan van de stad, maar ik vermoed dat ik toch een betere kaart moet kopen, want VenetIë is een moeilijk oud web om op avontuur te gaan. Er zijn voor de toeristen evenwel veel pijlen aangebracht, en ik besluit van deze speciale wegwijzers zoveel mogelijk te volgen. Eerst zwerf ik door de sottoportegi, de steegjes, en over de gebochelde bruggetjes. Ik snuif de atmosfeer op, probeer te wennen aan deze merkwaardige stad zonder wielen, met het element water dat kasseistenen en beton vervangt, met bootjes die voor taxi spelen, van een schoonheid die nergens anders is te zien. Vervallen huizen, waartussen soms ook nog verwaarloosde tuintjes, stenen balkons, oude fonteintjes, stille kerk, ruiterstandbeeld vol duivenpoep, flesgroen water, verrot dat kreunt tussen steen en nat. Een labyrint, arcaden, ranke gondels die glijden op het klotsende water doorheen de kanalen. Het water versluiert het verval van Venetië en tovert het om tot schoonheid.
In de XVI-de eeuw dreven niet minder dan tienduizend gondels op de kanalen, nu nog maar vierhonderd. Hun aantal verminderde met de glorie van de stad. Zo'n gondel is 10,15 m lang, 1, 40 m breed, en weegt 700 kgr. Om een gondel te bouwen zijn er precies 280 stukjes hout nodig. Een wet uit 1562 besloot dat alle gondels in een sobere zwarte kleur moeten worden geverft. Dit was gewoon één van de vele wetten te Venetië die nodig waren vroeger om de overbodige luxe te bestrijden. Een gondelier is een beschermd vakman van uitstervende soort. Eens was zo'n man een lid van een zeer machtige gilde. Een opleiding van drie jaren is voorzien om deze stiel te leren, maar alléén zonen van vaders die ook gondelier waren mogen deze opleiding volgen.
Venetë is triest en melancholiek , met de schaduw van de dood die over haar hangt. Deze oude schone is in slaap gevallen en zinkt weg in een waterkussen. Zij rust en steunt al duizend jaar op miljoenen larikshouten palen die in haar bodem werden geheid. De anonieme auto bestaat te Venetië niet. Er zijn geen parkeermeters, geen benzinestations, geen zebrapaden, geen verkeersagressie, geen flitspalen, geen parkings. Het dagelijkse tempo van de Dogenstad is zoveel trager dan elders; De mooie gondels varen immers nooit sneller dan 5km per uur.
Zo'n spoed doet een mens goed. Venice I love you .





Plus d'un milliard de Chinois et lui.
Il vient d'etre nommé président de la planète Ping en Chine.
Cai Zhenhua, l’Invincible
Cai Zhenhua a été entraîneur de l’équipe chinoise masculine de ping-pong, dont entraîneur-chef de 1989 à 2004. Sous sa direction, l’équipe a remporté coup sur coup la médaille d’or , tant aux JO de 1996 qu’à ceux de 2000. Un exploit unique parmi les équipes chinoises. En fait, c’est Cai qui a fait que l’équipe est passée de la frustration à la victoire. En 1989, après avoir perdu les Championnats du monde de ping-pong, l’équipe nationale était dans le creux de la vague. Le « sport national de la Chine » était en pleine déprime dans le pays. Aux Championnats du monde de ping-pong de 1991, l’équipe masculine s’était classée septième et l’équipe féminine avait été vaincue par une équipe coréenne unifiée, la première défaite en 16 ans. Au pays, ces mauvaises performances avaient été sévèrement critiquées.
Les défaites répétées contre des joueurs européens avaient sapé l’assurance des meilleurs . Cependant, six mois seulement après avoir pris le poste d’entraîneur-chef, Cai a fait retriompher son équipe, raflant le titre par équipes en Coupe du monde. Cette victoire a redonné de l’élan aux joueurs et avait fait de leur coach un héros national.
|
Cai Zhenhua en train de donner des instructions d'entrainement
|
Zhang Yining, championne olympique en simple dames en 2004 et 2008. |
| Sous la direction de Cai Zhenhua, l’équipe masculine a non seulement regagné le titre par équipes après quatre ans, mais a également remporté tous les championnats individuels, marquant le début du soi-disant « voyage invincible » de cette équipe. | |
Les Championnats mondiaux de ping-pong de 1993 ont eu lieu à Tianjin (Chine) et, sous la direction de Cai, l’équipe masculine avait non seulement regagné le titre par équipes après quatre ans, mais avait également remporté tous les championnats individuels, marquant le début du soi-disant « voyage invincible » de cette équipe. En une décennie, l’équipe nationale a raflé toutes les médailles d’or olympiques ainsi que tous les titres aux Championnats mondiaux de ping-pong .
Toutefois, Cai a payé un prix élevé pour sa série de succès. En 1996, à la veille des JO d’Atlanta, les blessures que Cai avait subies à la taille ont empiré en raison du surmenage, et il a dû subir de la chirurgie. Le médecin lui avait recommandé d’avoir une convalescence tranquille, sinon il risquait d’être paralysé à vie. Cai a toutefois insisté pour se rendre sur les lieux de la compétition, guidant les membres de l’équipe alors qu’il était étendu sur une table et accablé de douleur. « Je suis prêt à rester au lit pour le reste de ma vie pourvu que je puisse diriger l’équipe maintenant », lança-t-il, sans discussion possible.
Après les JO d’Athènes, en 2004, Cai a quitté son poste d’entraîneur-chef et a été nommé officiel responsable du ping-pong et du badminton. En avril 2007, il a été promu au poste de directeur général adjoint de l’Administration générale de la culture physique et du sport de Chine. Lors des Jeux 2008 il était un des conseillers principaux des athlètes Chinois et du Comité Olympique de la Chine.
Comme joueur de tennis de table, Cai Zhenhua avait été lui-même champion du monde en doubles messieurs en 1981 et en doubles mixtes en 1985, tandisqu'à deux reprises en finale des simples il avait laissé le titre à un équipier. Mais il avait été dans les années '80 surtout celui qui utilisait avec le plus d'efficacité les matériaux. Gaucher avec un antitop dans le revers et un backside à picots longs dans son coup droit offensif , il donnait de gros problèmes à tous les meilleurs joueurs du monde.
A présent Cai est LE GRAND PATRON DU PING EN CHINE, le conseiller principal de tous les champions du monde. Pour les joueurs actuels de l'équipe nationale il prévoit toutes les aides matérielles et psychologiques possibles afin de chasser loin de leur tête tout nuage sombre qui pourrait les empêcher de s'entraïner et de gagner.
Mais s'il aime beaucoup ses disciples, il est aussi très sévère et il modifie l'attitude de ceux qui ne se consacrent pas 100% à leur sport. Ainsi lors de la préparation pour les Jeux de Pékin , il avait jété hors de la sélection nationale des joueurs et joueuses qui avaient eu une liaison amoureuse. Pour modifier leur environnement, pour les calmer, pour leur donner du temps pour la réflexion il les avait éloigné les uns des autres, car leur concentration à l'entraînement avaient trop diminué. Ainsi pensa Cai, le chef des entraîneurs.
Cai Zhenhua vit dans un pays où il y a 320.000.000 de jeunes de moins de 15 ans, parmi lesquels 400.000 sont dans les écoles de tennis de table, un réservoir énorme qui chaque année transfère les surdoués vers l'elite nationale. Le nouveau président de la Fédération de Tennis de Table de la Chine est un chinois très important, qui veillera au développement , à la mondialisation de son sport , à l'amitié et à la paix entre les peuples.


Rome 1996 - Met mijn fiets op de vaporetto.



Rome 1996 - Geen hartje in de deur.
Rome 1996 - De offerblokken van Sint Antonius van Padua.
Que c'est triste Venise.
http://www.youtube.com/watch?v=D0UY4yrdGD4
1 reactie op dit bericht
WirWar lieve zomergroetjes