Rome 1996 - Aan het Garda Meer.

Catullus , de jonge droevige dichter uit het Rome van Caesar, was hier reeds gekomen en vond het een geweldig inspirerende plaats. Maar ook Vergilius, Goethe, en d'Annunzio bezongen de bekoringen van deze oevers. Door het samenspel van zon, wind, en stroming, vertoont het water in de buurt van Sirmione diverse kleurentinten. Bovendien verfraaien ontelbare cipressen en olijfbomen de omgeving. Na deze wandeling doorheen het lachende tropische Sirmione doen mijn benen het zo goed niet meer. Op de drukke en gevaarlijke weg blijft de temperatuur zeer hoog, ondanks de nabijheid van het water van het Garda Meer. Ik laaf me met mineraal water en met frisse melk. Dan kom ik aan in het schone Peschiera met kanalen en vissers, waar de mens het meer voor eigen gebruik gevangen houdt, zoals in Venetië. Blauw en groen. Veel zon. Heerlijk uitzicht. Ik ga zitten op een muurtje, geniet, schrijf ansichtkaarten naar het thuisfront. Ik doe een heerlijk dutje in de schaduw.
In de omgeving van Aqua Parc en van Caneva Parc is het levensgevaarlijk om te fietsen, vooral op het moment dat velen hun dagtaak eindigen. Bussen met toeristen bevolken de weg. Te Lazize kom ik aan de muren van het kasteel van de familie Scaligeri. Een poging om naar België te telefoneren mislukt. Overal zijn er campings, maar niet voor mij want ik voel me nog vol energie. Bardolino, een welluidende naam, waar wijnflessen belangrijk zijn, en er kerken staan van duizend jaren oud, voor heiligen zoals Zeno en Severo voor wie in Vlaanderen nog nooit een kaars werd aangestoken. Ik ben met lege kop aan het fietsen, en ik trap maar verder, zonder inspiratie, zonder enig plan. Ik bereik de stad Garda , het Garden uit de Duitse heldensagen, en daar zou een pelgrim die Wilfried heet met open armen moeten ontvangen worden. Op de dienst Toerisme krijg ik een brochure met het aanbod van kamers en hotels. Een nors specimen van vrouwelijke sexe stopt nog veel meer papier in mijn handen. Het helpt me weinig. In de kronkelende straten van Garda is er veel volk. Op het Havenplein oogt Palazzo del Capitano schilderachtig. Ik kuier wat rond en hoop van een hotel te vinden. Ofwel is alles bezet, ofwel is het te duur. Virginia 73000 lires. Silvestro 80000 lires. De prijzen uit de catalogus worden niet toegepast. Zij willen me steeds een dure twéépersoonskamer aansmeren. In San Pellegrino Terme waren de mensen eerlijker. Ik ben nog niet moe en daarom besluit ik van nog verder te fietsen. Adieu, Garda, aloude stad van de Rooms-Duitse Keizer Frederik Barbarossa. Ik schakel naar klein verzet omdat het duidelijk is dat er klimwerk komt. Maar slechts een minuut later stop ik reeds omdat mijn oog is gevallen op een bakkerij , waar pizza per gewicht wordt verkocht en waar de autochtonen staan aan te schuiven. De geur van het gebakken deeg is een te grote verleiding. Het wordt Siciliaanse pizza met gebakken aardappelen en een grote fles Duits bier. Heerlijk souper onder een parasol op de stoep naast de bakkerij.
Costermano volgt na een flinke helling. Zwaar werk met zoveel pizza in mijn maag. Zwetend kom ik er aan. In de diepte achter mij valt de avond nu zeer snel over dat onvergetelijke Garda Meer, over de daken, de tuinen, de cipressen en de olijfbomen. Mijn voorlicht is nog altijd niet in orde. Teveel wagens delen de weg met mij. Ik wil ook niet met de politie te maken hebben. Ik twijfel. Ik droog mijn bezweet lijf goed af en trek andere kleren aan, die me beter zichtbaar maken. Het wordt frisser, met meer zuurstof in de lucht. Een bergaf brengt me buiten de bewoonde wereld. Enkele kilometers verder rijd ik een veld in met planten van één meter hoog die ik in de donker niet herken. Ik slaap er in mijn slaapzak in de open lucht met zicht op de sterren van Gods heelal. Vier uren later maken auto's en vooral vrachtwagens me wakker. Het is nog donker en toch verplaatsen zij zich reeds, waarschijnlijk naar een vroegmarkt of naar werkplaatsen waar zeer vroeg wordt begonnen om aan de warmte te ontsnappen. Tussen de planten word ik wakker. Waar ben ik ? Wie ben ik ? Ben ik , na reincarnatie terug op deze planeet gekomen onder de vorm van een simpele veldmuis ?
Plots hoor ik geritsel tussen het gewas. Ik bonk op de grond met het plat van mijn hand om dat andere levend wezen, dat dicht in mijn nabijheid is, bang te maken. Is het een egel, een haasje, een hagedis, een vogel, een vos, een adder, ...? Nogmaals doe ik de vloer wat trillen met mijn geklop. Het geritsel gaat niet weg. Neen, het komt zelfs naderbij ... ! Ik spring opeens recht. Ik wapper met mijn slaapzak, met de plastiek waarop ik lag, en laat zien hoe groot ik wel ben . Nu hoor ik niets mee. Is het onzichtbare dier er nog of is het weg ? Eigenlijk ben ik de indringer op dit territorium. Ik ruim daarom mijn kampplaats op. Ik verlaat het koolzaadveld en in de heerlijke frisse ochtend wip ik op mijn fiets. Ik rijd in de richting van de opkomende zon en ben weldra in de klaarte aan het toeren doorheen nog slapende dorpen waar de bevolking leeft van de Valpolicella wijnen. Op mijn kaart probeer ik mij te situeren. Ik ben verdorie, nabij Houtem-Nieuwerkerken, maar dan geheten in dit land Bosco Chiesanuova. Uit dit kleine dorp kwamen twee bijzondere jonge vrouwen, zeer bekende Italiaansen uit recente tijden. In de sixties won Gigliola Cinquetti met haar liedje ' No ho l' ta per amarti ' het Eurovisie Festival, en een generatie later toen moutainbiking populair werd was Paolo Pezzo , de Olympische kampioene, een lekker stuk die op weg naar overwinningen ook nog vrouwelijk schoon aan de tifosi liet zien. Ik zie links van mij moeilijke heuvels en die inspireren me nog niet. Maar ik kom tussen fabrieken, steenkapperijen, marmergroeven. Gelukkig is er weldra een onverharde weg die me tussen fruitbomen en druivenstruiken brengt tot aan de Adige rivier. Er komt een aangenaam landschap. Maar op deze secundaire wegen die ik nu volg neemt de drukte van het verkeer toe. De reden is duidelijk. Verona is niet ver meer.
Verona, gesticht door de Romeinen in de late oudheid, was de residentie van de Oostgothische koningen, later de versterkte handelsplaats van de machtige Scaligeri en Visconti, en ook van de Venetianen. Het is een prachtige stad waarvan de Heilige Zeno de beschermer is. Vele rode daken en torens, overblijfselen van een rijk verleden zijn overal waar te nemen. Wat een drukte ! Ik begin nu echte haat te voelen voor al die smerige auto's.
Precies wanneer ik de stadsmuren van Verona bereik, rinkelt de bel van een school en alle kinderen gaan in een rij staan. Maar de juffrouw had toch geen erehaag voorzien voor de oude man en zijn fiets die daar arriveerden.
" There is no world without Verona walls but purgatory, torture, hell itself... "
( Romeo and Juliet - William Shakespeare)































