
De jeugdherberg van Fiesole is een bijenkorf met zeer bonte bevolking. Ik schuif aan in een lange rij om in te boeken, maar omdat ik niet had voorbehouden kan ik geen bed bekomen. Er zijn echter ook twee campings, één voor automobilisten en één voor voetgangers en fietsers. Ik moet mijn identiteitskaart afgeven voor twee dagen. Ik klop even op mijn kop en beloof aan mezelf van dit document niet te vergeten. Aan dezelfde receptie koop ik een ticket voor avondeten en een telefoonkaart. Mijn tentje is vlug opgesteld. Ik sleep het al dagen mee over berg en dal, en zou het meer moeten gebruiken in plaats van onder de blote hemel of op een kamer te slapen.
Het is verschrikkelijk druk in de eetzalen. Dat stoort mij. Bovendien krijg ik een erg dunne brochette, en dat maakt mij ook niet gelukkig. Met mijn telloor in de hand wring ik me ergens tussen twintigers die mijn kinderen zouden kunnen zijn. " Haaai ... ! " zegt de jongedame met bruine krullen die tegenover me zit. Ik reageer zwak want ik ben moe en de kleine portie die ik kreeg heeft al mijn aandacht nodig. Wanneer ik halfweg mijn macaroni ben gekomen, geraak ik toch met haar in gesprek. Zij heet Tracy en komt uit Nieuw-Zeeland. Twee andere tafelgenoten zijn ook van die nationaliteit. De man die naast mij zit komt uit Minnesota. Ik word uitgenodigd om met hen te kaarten en allen drinken wij Tuborg uit grote flessen. Wij zullen ' black witch" spelen. Ik meende dat het " zwarte Piet" zou zijn , maar dan blijkt het een soort "Hartenjagen " te worden waar eerst drie kaarten moeten worden weggegeven aan de tegenspeler die op je linkerhand zit. Belangrijk is van nooit schoppen dame te moeten innen want dat betekent dertien strafpunten. Wij spelen met vijf en daarom worden schoppen en klaveren twee uit het spel gehouden. Eén van de Nieuw-Zeelanders , met liefde voor rekenkunde, zal de punten netjes opschrijven. Er wordt noch voor geld, noch voor bier, noch voor wat anders gespeeld. Ik vraag of de winnaar dan misschien zal mogen uitgaan met Tracy die niet meespeelt en alleen zal toekijken. Mijn voorstel wordt nogal puriteins afgewezen en Tracy wordt ingeschakeld en zal de punten op het papier bijhouden, zo is zij de scheidsrechter en niet de inzet van onze kaartwedstrijd. Tracy is immers een fatsoenlijke nanny uit de hogere burgerij. Zij draagt individueel zorg voor baby's van VIP's en woont in bij dat soort ouders . Au pair ... neen, zeer goed betaald en discreet geplaatst door een firma voor bodyguards. Het vrouwtje met bril naast mij, een vlieggewicht onopvallend van figuur, blijkt een Hollandse te zijn die tijdens haar jeugd in Nieuw-Zeeland verbleef. Zij werkt op de Dienst Human Ressources van Unilever. Een plaats verder zit een jongen van bijna zeven voet hoog en tweehonderdzestig pounds die door een knieblessure zijn plaats verloor in een profrugbyteam , depressief werd en dan maar op wereldreis vertrok. Hij reisde met het openbaar vervoer van uit Kaapstad. Na zeven maanden zit hij samen met zijn landgenoten, een Amerikaan, een Zeelandse en een Landenaar aan dezelfde tafel te blackwishen. Een derde jonge dame verschijnt uit het niets, uit het geroezemoes van de volle eetzaal, en zij gaat tegen de mislukte All Black postvatten als een huiskat. Zij is een ' neighbourgh ' van de reus en nog geen 'girlfriend' maar zij kwam toch van Wellington naar Rome overgevlogen, gaf haar job op, om met die kerel verder te reizen. Zij heeft reeds gepland om met hem te Brussel in de Sleepwell te verblijven. Ik meen dat zij het hart van de reus wil veroveren. Hopelijk vindt zij haar geluk bij die goede loebas .
Ik verdedig mij goed tijdens het kaartspel en kwam dicht bij de winst , doch in een "alles of niets" poging om de anderen slechte punten aan te smeren, word ik onverwachts gekelderd door de kleine Unilevergirl. Er begint een discussie over goed en slecht spelen tussen de man uit Minnesota en de wiskundige eilandbewoner. Om dit te stoppen besluit ons zevental van het lokaal te verlaten. Wij wandelen in de avondlucht door de tuinen van Fiesole tot wanneer wij komen aan een herberg-restaurant waar wij drie flessen chianti bestellen en opdrinken. Ik probeer wat te vertellen over Brussel en over Waterloo, over Brugge en over het Vlaamse land waar in de Eerste Wereldoorlog nabij Ieper zovele Nieuw-Zeelanders stierven voor het Commonwealth. Nadat haar tweede glas chianti leeg was, stond Tracy plots recht en zij sprak ' voor onze vriend uit de Flanders wil ik dit gedicht opdragen, want ik heb het vroeger moeten kennen en onlangs leerde ik deze verzen ook aan de kinderen die ik onderwijs ' . Tracy begint met ' In Flanders where the blossom grows ...' en zegt dit gedicht foutloos op. De kosten voor de wijn werden gedeeld. Het was al voorbij middernacht toen wij gingen slapen. De zes anderen hadden een bed op een slaapzaal, en ik kroop in mijn igloo waar Olive Green reeds aan het snurken was.
Zeven uren later. Regenwolken over Toscane. Natte bruine daken en torens van Firenze. Tijdens de nacht op de camping verplichtte bier en wijn me om uit mijn slaapzak te kruipen voor een natuurlijke behoefte. Vermits het regende ben ik niet buiten mijn tentje gekomen, heb ik de ritssluiting van de ingang niet open getrokken. Mijn derde bidon die helemaal onderaan bij de trapas op mijn fiets staat , heb ik als plasbidon gebruikt. Hij is helemaal vol met vocht dat uit mijn blaas kwam. Regenweer heeft ook voordelen, zoals geen vliegen, geen mieren en geen muggen. Een koude douche in de tuin van de jeugdherberg maakt mij pittig wakker. Ik was mijn vuile kledij van de vorige dag. In de ochtendzon hang ik een koord tussen een boom en mijn Alpinotent. Met de klassieke houten wasspelden die ik bij heb, hang ik T-shirts, koersbroek,onderbroek, sokken, petje, te drogen aan de waskoord en ik hoop dat alle water nu reeds tijdens de natte nacht uit de hemel is gevallen, anders gaat de Arno deze namiddag overstromen. De zon komt opzetten en geeft de hoop dat het vandaag een zonnige dag zal worden. Mijn tentje is van de hoogste kwaliteit om in slecht weer te overnachten, zowel op een vlot op de oceaan, als op de Everest of op de Zuidpool. Twee jonge mensen komen met mij praten. In een supermarkt hadden zij een tent gekocht om ook te kamperen met hun tweetjes. Maar, het werd in de regen niet plezant. Zij zijn ontgoocheld en zij willen al hun materiaal achterlaten. Om uit de nattigheid te geraken, zijn zij van miserie in de gang van de jeugdherberg gaan liggen, samen met anderen die noch bed noch tent hadden om de nacht door te brengen. Ik sta verstomd. Zij komen uit de USA en aan de onbekende die ik ben schenken zij hun tent, onderzeil, matjes, haringen, touwen. Zij dumpen dat allemaal. Die natte boel laten zij achter. Als ik iets kan gebruiken mag ik het hebben. De rest mag de vuilbak in of kan toegevoegd worden aan de rommel die in een container naast het tuinhuisje ligt. Thank you. O.K.. Twee minuten later zijn die twee verdwenen.
Ik trek mijn jeans aan.Wandelschoenen. Propere sokken. Modieus wit-zwart hemdje. Opgerold regenjasje rond mijn heupen. Papieren en geld op mijn borst. Optimaal ben ik nu in conditie om de oude stadskern , de leeuwen en de lelies van Firenze te ontdekken. Geen spoor meer van mijn toevallige vrienden van vorige avond. Zoals Tracy me heeft aangeraden, koop ik voor héén en voor terugreis in een café-tabacco twee buskaartjes. Via lijn 17 kan ik het centrum bereiken. Tijdens de busrit moet ik blijven rechtstaan , want ik bevind me in een overvolle harington.
Ik ga dus vandaag ook weer op zoek naar vier hoofdelementen. Dit zijn de zon, de mens, de natuur, en de kunst.
In deze stad zal dit laatste element toonaangevend zijn. Te Florence kan men maanden verblijven, maar ik heb slechts één volle dag en dat is vandaag, om met mijn zintuigen fascinerende schoonheid te ontmoeten. Het zal een schok zijn. Ik mag niet suf worden geslagen of niet gek worden door wat op mij zal afkomen. Hoofd koel houden, dus ouwe Willie, en rustig blijven. We zullen wel zien wat het wordt !
De stadsbus rijdt door de Via Ricasoli en ik vermoed dat het centrum nadert, vermits ik meer en meer Japanners met fototoestellen kan zien. Wanneer een hele zwerm mensen de bus verlaat, meen ik dat het ook voor mij het moment is. Ik stap precies uit nabij de Duomo, een van de beroemdste gebouwen die op deze wereld werden gemaakt. De kolossale koepel doet iedere mens ineenkrimpen van ontzag. Om de dag te beginnen is het toch goed om iets te eten. Pas om 10.00u mag ik met de meute toeristen de Duomo mee binnen. Ik gebruik de tijd die ik moet wachten om een expresso te drinken en om een hapje te eten. Santa Maria del Fiore , gebouwd door Brunelleschi, is als een enorme paraplu die het hart van Florence voor onheil beschermt. Binnen in deze heilige plaats zijn er fresco's, witte, zwarte, groene, en roze marmers van onschatbare waarde. Mijn programma van de dag is zwaar, met een lange lijst bezienswaardigheden om te bewonderen. Wat verder stop ik omdat een kokette gids uitleg aan het geven is nabij een grote deur die zo mooi is en zo kostbaar dat zij ongetwijfeld zou kunnen dienen als ingangsdeur van het Rijk der Hemelen. Ook de gidse is hemels mooi.
Van de Piazza di San Giovanni start ik met mijn wandeling door het autovrije centrum. Ook vandaag, zoals gisteren en morgen, slenteren hier honderdduizend bezoekers rond. De straatstenen zijn door de schoenen van miljoenen bezoekers gepolijst. Als ik in de Via dei Calzaturi ben, zie ik schoenen voor mooie voeten terwijl ik met mijn olifantenpoten van maat 46 ... . Maar mijn glimlach komt weldra terug want in de Via dei Tavoli vind ik een lekker ijsje. De open ruimte van de Piazza della Signora doet mij stoppen. Bij dag en bij nacht heb ik vele steden, kruispunten en plaatsen bezocht. Ik meen zelfs te mogen zeggen dat binnen in mijn brein er een fijn zintuigje is dat iets van de vierde dimensie kan waarnemen, want soms, wanneer een omgeving, een plaats, een muur, een vloer, bijzondere eigenschappen heeft begint mijn zintuigje zacht te zoemen. Hetgeen nu gebeurt. Ik adem langzaam en diep. Ik sta op de Piazza della Signoria te Firenze. De mensenstroom splitst zich naar links en naar rechts. Ik loop rechtdoor en volg een paard met koets tot bij de fontein van Neptunus, en tot bij de grote blote man, bekend als de David van Michelangelo. Maar dit is het echte meesterwerk niet, doch slechts een copie. De echte David van Michelangelo is te kostbaar om onbewaakt in alle weer en wind de duivenpoep te trotseren.
Mijn ogen dwalen rond het plein. Ja, over dit plein hebben zij gelopen of op dit plein bleven zij staan, de beroemde mannen van Firenze, zij die rijkdom, macht en kunst verzamelden. Zij droegen de welluidende namen van Ridolfi Ghirlandajo, Lorenzo Ghiberti, Giovanni Boccacio, Amerigo Vespucci, Sandro Botticelli, Nicola Macchiavelli, Leonardo da Vinci, Cosimo di Medici, Rosso Fiorentina, Franco Ballerini, Francesco Giuccardini, Girolamo Savonorola... en tutti quanti... en nog een onvoorstelbaar aantal anderen, die seigneurs, landlopers, artiesten, huurlingen, goochelaars, kardinalen, calciospelers, of iets anders waren, en dan ook nog Dante Alligheri en Pieter Breugel de Oude, ja, al die belangrijke heren waren eens op dit plein en hun geesten komen hier nog wel eens terug.
Op een dag reeds voorbij het midden van mijn leven heb ook ik op de Piazza gestaan, en kijkend naar de blauwe hemel heb ik aan mezelf gezegd ' Wees nu vrolijk, want van de dag van morgen zijn we niet zeker. Aanvaard het verderf van vroeger en van vandaag, want morgen kunnen er nog veel ergere dingen gebeuren. '
Niet dromen. Niet dichten. Binnen is het te doen.
Te Florence waar door de hoge kwaliteit van wollen stoffen welvaart ontstond, die werd vermenigvuldigd door handelaars, bankiers en politiekers, ontstond vanaf 1300 de grote heropbloei die RENAISSANCE werd genoemd en die gedurende drie eeuwen veranderingen zou brengen in het bestaan, het denken en het doen van de mensen.
Palazzo Vecchio. Het zware en toch elegante gebouw met de slanke Campanille toren. Met sneller kloppend hart stap ik tussen de oude muren naar binnen. Dit was het oord van de overheid waar de regering van de Republiek Firenze was gevestigd in die rijke dagen van toen. Democratisch werd hier bestuurd . De opdrachten van belangrijke handelstransacties en de planning voor unieke gebouwen en kunstwerken vertrokken van hier. Even belangrijk is geweest dat ook voor venijnige twisten en conflicten hier oplossingen werden gevonden. Het biglietto d'ingresso kost 15.000 lires. Waar is de tijd dat voor één gouden florijn zoveel kon worden bekomen.
Ik kom in een hofje waar alle jonge mensen die te Firenze trouwen komen huwelijksfoto's maken. Want volgens de traditie kan alléén na bezoek aan de "Fontein met de Porfieren Schaal" en " Het Knaapje met de Vis" een bruid gelukkig zwanger worden. In het enorme Salone dei Cinquecento weet ik al dat het entreegeld niet overdreven was. Dit salon werd geschilderd en gedecoreerd door toemalige aannemers uit de XVIe eeuw die zeker niet in het zwart tegen laag uurloon hebben geverfd. Zij zijn nu gekend als Michelangelo en Leonardo da Vinci. Deze ongelooflijk prachtige zaal is opgesmukt met enkele beelden. Ik zie de worstelaars Hercules en Diomedes, die in hun tijd nog grepen onder de gordel mochten uitvoeren. Ik bezoek daarna enkele kamers die van Eleonora van Toledo waren. Deze verfijnde vrouw was de echtgenote van Cosimo de Eerste.
Daarna dobber ik naar buiten op de bezoekersstroom en ik kom aan de ingang van het Uffizi Museum. Zeshonderdvijfenvijftig toeristen staan er in de file om binnen te mogen. Zo lang wachten wil ik echt niet. Geen Uffizi dus. Ik koop echter een aantal kunstkaarten met de voornaamste meesterwerken uit dit wereldberoemde museum van Firenze. Al vlug ben ik zo weer 20.000 lires kwijt. Met Vlaamse fierheid stel ik vast dat er toch ook meerdere schilders van bij ons een plaats vonden in de hoogste divisie van de Italiaanse schilderkunst. Mijn kennis van de kunst is wat verbeterd en ik stap weer de straat op met in mijn broekzak een omslag met ondermeer " De geboorte van Venus" en " Lente" van Botticelli.
Drie drie foto's uit de mooie stad in Toscane.

