De Dood van Dick Miles.

Met droefheid hebben wij allen het overlijden vernomen van een kleine oude man uit New-York die eens een groot sportman was geweest, de tienvoudige tafeltenniskampioen van de United States of America DICK MILES . Te Londen had hij op Wembley geschitterd tijdens de wereldkampioenschappen 1948 toen hij Barna, Leach, Bergmann, Kocian, Sidos, Soos, en nog anderen van de tafel wegveegde met de unieke forehandslag van zijn hardbat, maar dan verloor hij nipt in de finale en werd ongelukkig geen wereldkampioen in het enkelspel bij de heren. Hij won toen wel de wereldtitel in het dubbelspel gemengd. In 1971 was hij ook een van de Amerikaanse pingpongers die zorgde dat het vrede werd tussen China en de USA , tijdens de periode van de pingpong diplomatie. Overal in de wereld had deze man alleen maar vrienden. Hij werd 85 jaar.

Dick Miles Lou Pagliaro Miles' bijbel van de Pingpong
In de late 1930 en tijdens de eerste jaren van de tweede wereldoorlog was het pingpongspel reeds ruim vijftig jaren bekend in de Verenigde Staten, want was het niet ene John W.Hyatt uit Albany New-York die al in 1870 het celluloid had uitgevonden waarmee ook nog vandaag pingpongballetjes worden gemaakt. Bij koud weer werd het miniatuur tennisspel in salons of in garages bij vele families gespeeld. Het was dus bekend speelgoed dat de tienjarige Dick toen van zijn nonkel kreeg, een grote gekleurde doos in karton met als inhoud één boekje met de spelregels, één net met vasthouders, twee paletjes uit hout met versiering, en zes pingpongballetjes. Regelmatig werden toen in de blaadjes voor jongeren Mickey Mouse en Donald Duck getekend terwijl zij aan de pingpongen waren. Met zijn nonkel probeerde Dick dan ook zijn nieuw spel op de keukentafel in hun appartement. Dat was gelegen aan Riverside Drive te New-York, op de 84ste Street tussen Columbus en Amsterdam. De scholier woonde daar met zijn alleenstaande moeder, opa en oma, en die ongehuwde nonkel. Direct na schooltijd alleen op zijn kamer sloeg dat handige kereltje regelmatig in de vlucht zo'n duizend keren het balletje tegen de muur tot wanneer de ouderen vonden dat het zo meer dan welletjes was en naar hem met een pantoffel gooiden, om rustig naar de radio te kunnen luisteren.
De jonge Dick bezat uitzonderlijke gaven van concentratie en van coordinatie tussen zijn ogen, handen en voorarm. In vele vormen van sport en spel was dit duidelijk, want in games zoals golf, baseball, jojo, jongleren en knikkeren, was hij de beste van zijn klas en in zijn straat. Toevallig was ook Ty Neuberger een klasgenoot, en die jongen was toen al sterk in pingpong. Hij won soms matchen op de tafels van de clubs in Manhattan, en met deze Ty stapte Dick zo'n sportlokaal binnen waar iedere dag pingpong werd gespeeld. Er waren daar op loopafstand vier verschillende clubs op Broadway. Daarmee verdienden de uitbaters en eigenaars goed geld. De Table Tennis beleefde toen gouden tijden in de U.S.A. Voor iedere beurt moest een ticket worden afgegeven dat beneden aan de kassa werd gekocht zoals op de kermis wanneer men op de botsautootjes, rups, doolhof, carrousel, of elders wil plezier maken. Er knipperde een licht en dan moest weer met een bonnetje worden betaald, ofwel moest men zijn kant aan een wachtende kandidaat pingponger afstaan. Betere spelers wilden alleen tegen vergoeding met mindere slagen uitwisselen of de knepen van het spel aan de beginners leren. Topspelers daagden mekaar voor een pak dollars uit, of gaven een handicap aan zij meenden cracks te zijnen maar die zo ook vlug hun geld verspeelden. Soms verstopte zo'n pingpongclub van de Big City by Night ook andere dingen die met de stiel van gangster te maken hadden.
Met zijn paletje en de centen uit zijn spaarpotje ging Dick naar de club van Mitch Karelitz in de 76ste Street waar in de kelder, op het gelijkvloers en op het eerste verdiep werd gepingpongd. Hij kwam daar in aanraking met de 16-jarige Billy Levinson, de plaatselijke topspeler van wie hij het ene en het andere kon leren. Daarna probeerde hij het eens bij Harry P. in de 91ste straat, waar twaalf tafels op een rij stonden. In deze sportschuur verschenen op een dag enkele Hongaren die eens demonstreerden wat echt tafeltennis was, en nadat de jonge Miles dat had gezien, wilde hij alles weten over de tafeltennissport om ook zo'n artiest en zo'n kampioen te worden. Hij ging een tijd later naar een derde club om te kijken, bij de Mac's. Dat was toen een drukbezochte plaats in de 96ste Street voor dikke nekken, stoeffers, en losgelaten sportieve vrouwen. De schooljongen toonde eens wat hij kon. Maar na een uur had de baas daar al genoeg gezien. Die man verklaarde Dick warempel 'persona non grata' omdat de jongen de tekens vertoonde van een aanstormende kampioen. Dick zou de leden van de Mac's belachelijk maken en dan zouden die wegblijven, want op Broadway is geen plaats voor ' losers' .
Dan maar eens gaan zien in de 54ste Street, boven een autoshowroom, waar zeven tafels stonden, in de Lawrence. en nog meer op de hogere verdiepingen van die building, waar een nightclub was geweest. De baas van die pingpongclub was afkomstig uit Barbados en had geen goede faam toen hij daar begon. Tweemaal per week richtte hij een tornooi in, op dinsdagavond met handicap, en dan vooral op vrijdagavond een open tabel voor allen. Tot 's ochtends duurde het, in de sfeer van the Friday Night Fever, alvorens de winnaar was gekend.
In the Golden Era of Table Tennis, tijdens de jaren 1938 tot 1942, toen Dick Miles op de middelbare school zat, woonden de meeste topspelers van de USA aan de Oostkust, te Boston, New-York, Philadelphia, terwijl er ook centra waren voor deze sport te Indianapolis, Detroit, Chicago, St-Louis en Seattle. Daarbij moeten ook worden geciteerd een groep Hongaren van wereldklasse die als zigeuners van pingpongtafel tot pingpongtafel rond de States zwierven. De tornooien die veelvuldig op Lawrence's werden gehouden, trokken de sterke spelers, fans en toeschouwers aan. Wat een ambiance ! Koorden en politie, beschermden de spelers tegen de niet-spelers. Als gladiators, met lichteffecten, trompet en muziek, kwamen de spelers met een lift uit de vloer, en zoals heavy-weight boxers of worstelaars werden zij door de speaker aan het publiek voorgesteld, terwijl ondertussen weddingschappen werden afgesloten door de rumoerige yankees. Deelnemers betaalden als inschrijvingsgeld per match de prijs van 5 metrotickets en dat moesten de supporters ook afdokken om binnen te mogen in de zaal. Op het einde van het tornooi werd de kassa verdeeld tussen organisator, champion en runner-up. De vedette van zulke pingpongnachten was meestal Lou Pagliaro, de King van New-York !
In 'The City that never sleeps' was de minderjarige Dick Miles ook altijd present in die club van Lawrence. Als er geen mens was om tegen te spelen, oefende hij er op een halve tafel met de andere helft rechtop als een bord. Hij trainde op twee punten, namelijk op de juiste en zuiverste ' touch' en op de kunst van het balletje te plaatsen precies waar hij wilde. Hij legde tijdens zijn training muntjes op de tafel als merktekens en zond de bal naar die punten vanwaar ook hij zich bevond aan de overkant van het net. Terwijl de beste tornooispelers fysieke training deden zoals gewichtheffen, touwtje springen, sprinten en veldlopen, in het gezelschap van beroepsboxers, was Dick Miles slechts enkel bezig op zijn eigen manier.
Hij stopt op de Dewitt Clinton High School, slaapt dagelijks tot 14u00, en gaat dan terug naar Lawrence's. Dat betekent dat hij iedere dag 11 uren doorbrengt in de pingpongclub, en van vrijdag op zaterdag zelfs 15 uren. Natuur lijk kreeg hij ambras thuis. Vooral zijn grootmoeder begrijpt zijn obsessie niet. Ook de huisdokter lacht met hem wanneer hij een blaar aan de dikke teen heeft. Als hij te laat thuis komt, mag hij zelfs niet meer binnen en moet hij in de hal van het flatgebouw slapen op zijn sportzak en op de grond, zoals een zwerver, een homeless young boy .
Maar waarom speel je toch zoveel ? vragen vrienden en familieleden hem, en zijn antwoord is kort en duidelijk . ' Ik wil de beste zijn. De kampioen van New-York ! ' If I can do it here, I can do it everywhere !
Dick was ondertussen flink aan het verbeteren in zijn passie. Hij heeft een unieke forehand die zelfs de kenners bekoort. Wat moest komen kwam. Op een avond moet hij zich meten met maestro Pagliaro, kampioen van de USA 1940. Maar die Pagliaro, die zijn titel niet wil verliezen, laat zich niet graag meer zien op Lawrence's waar minstens acht van zijn voornaamste concurrenten hem, zijn taktiek en zijn techniek, bespieden om hem bij een volgende gelegenheid te kunnen kloppen. De titelhouder stelt daarom aan Dick Miles voor om samen ongezien in de kleinere club van Mitch Karelitz te gaan oefenen als voorbereiding voor zijn komend USA kampioenschappen. De jonge speler kan zijn ogen niet geloven. Hij word door the champion himself als sparringpartner gevraagd, of in woorden van nu uitgedrukt de A1 van New-York vraagt aan een zestienjarige B4 om samen iedere dag te pingpongen in het lokaal van de club die niet ver is gesitueerd van waar hij woont. Weldra zal de jonge sparringpartner bijna zo sterk zijn als de kampioen.
Tot ieders verrassing neemt Dick Miles in april 1941 echter niet deel aan de Nationale Juniors Kampioenschappen die betwist worden in het Manhattan Center te New-York op zeven tafels omringd door 1400 schone zetels voor goed betalende toeschouwers. Hij heeft gewoon geen geld meer om zich in te schrijven, heeft eigenlijk nog nooit een tornooi van betekenis gewonnen, en hij gelooft niet dat hij een kans krijgt tegen de kleppers die van ver komen.
Maar zes maanden later, wanneer zijn kameraad Johnny S. enkele hoog geklasseerden klopt, begrijpt hij dat hijzelf dat ook moet kunnen, vermits hij op training vaak beter is dan die Johnny S. Zo verschijnt hij zonder faalangst eindelijk in het landschap waar de kampioenen zich bewegen. Dick Miles scoort goed in Massachusetts en Brooklyn. Met een duwtje van Pagliaro, jeugdvriend van Rocky Graziano en van Jack LaMotta, mag hij ook mee naar Chicago voor de klassieke schok tussen Chicago en New-York. Dick wint daar 10 matchen en verliest er maar vijf. In januari 1942 wint hij tornooien te Manhatten en in Connecticut, tweemaal tegen Eddie Pinner een bekende A-speler. In februari wordt Dick Miles alzo A7 geklasseerd en dat betekent toch wel iets, want in de Verenigde Staten waren toen ongeveer 15.000.000 tafeltennissers. Maar met zijn schoon nieuw klassement krijgt hij al direct terug klop van Eddie Pinner die weerwraak nam. In april speelt hij te Detroit tegen Laszlo Bellak , een Hongaarse kunstenaar en clown van het witte balletje. Het wordt de eerste zege van Dick Miles tegen een wereldberoemde speler.

Van speelgoed naar sport. The man who played for dollars.

De legendarische Marty Reisman, een schone miss uit America, en the champion Dick Miles.
1942. Na de aanval op Pearl Harbour van 7 december 1941 geraakt ook de USA helemaal betrokken in de Tweede Wereldoorlog. Vele jonge sportmannen melden zich aan bij het leger. Ondanks zijn jonge leeftijd en zijn kleine gestalte doet Dick Miles dat ook, maar hij wordt niet aangenomen wegens een te zwak hart. Jaren later zal hij op ontelbare plaatsen demonstraties en shows geven om de Amerikaanse soldaten te vermaken. Hij deed dit ook een tijd samen met Norby , alias Norbert Vandewalle, de Belgische kampioen uit de periode voor Jean-Michel Saive.
Vandewalle was immers de zoon van een coiffeur uit New-York. Ook al is de hele industrie overgeschakeld naar de oorlogsvoering en kan geen nieuw pingpongballetje nog worden gevonden in de sport- en speelgoedwinkels, toch komen in 1943 te Saint-Louis nog altijd 146 sterke spelers en honderden liefhebbers samen om de nationale kampioenschappen te betwisten. Vele militairen kregen een speciale verlofbrief, behalve dan de goede Paggy, eerder genoemd Lou Pagliaro, omdat die zware bommen maakt in een metaalfabriek. Na deze competitie klimt Dick omhoog tot A5 , maar één jaar later staat hij onbegrijpelijk terug op A9.
In het begin van 1945 verschijnt in het Amerikaanse tafeltennis samen met zijn broer de genaamde Marty Reisman. Hij klopt op alle ballen en er is werkelijk niet tegen te spelen. Hij wordt kampioen bij de juniors en schakelde Dick Miles al eens uit op een vrijdagnacht tornooi bij Lawrence's. . Het is een lange zeer magere jongen die weldra als bijnaam ' de naald' krijgt . Voor Dick Miles wordt het een zware klus op de Nationale Kampioenschappen Johnny S. te verslaan die te Detroit 3500 supporters heeft. Miles overleeft dit duel, klopt ook nog Doug C. en Bobby R. en zo wint hij als twintigjarige de titel van Kampioen van de Verenigde Staten in Heren Enkelspel 1945. Dit werd de eerste van zijn tien titels .
Alvorens af te reizen naar Parijs voor het wereldkampioenschap, gaan de Amerikanen oefenmatchen spelen in Schotland en in Engeland waar zij goed worden ontvangen.
De Engelse sportpers schrijft : ' Dick Miles is een lichte slanke jongen van 22 jaar, met donker golvend haar, heldere ogen en veel charme. Hij is nogal lui. Hij is talentvol maar onervaren. Maar deze speler met veel persoonlijkheid moet iedereen gezien hebben'
Maar in het naoorlogse Frankrijk loopt vooral voor Dick Miles zowat alles mis. Het was er extreem koud, de verlichting van de zaal was onvoldoende, en de tabellen waren te arm voor een tornooi dat wereldkampioenschap werd genoemd. De zeer dunne Dick Miles had twee warmwater flessen rond zich gebonden om het uit te houden. Hij had een zware verkoudheid en nekpijn. Zijn voorarmen waren precies bevroren. Hij verloor dan ook al zijn matchen. De week nadien, terug in Engeland voor de English Open, klopte hij de Fransman Michel Haguenauer die zeer bekend was door zijn ' hamergreep' . Wat later maakt hij te Chicago grote ruzie tegen Doug C. , een kerel die voortdurend tegen zichzelf luidop aan het praten is. Hij heeft ook wat problemen met zijn lief en rookt veel te veel. Er wordt al geschreven dat hij een kleurloze figuur is geworden, niet interessant om naar te kijken wegens de te monotone klokachtige beweging van zijn forehand. Andere persjongens geven betere commentaar. Ondertussen wind Sol Schiff veel wedstrijden. Daardoor geprikkeld herpakt Dick Miles zich door de New-York Open te winnen , en door goed te spelen tijdens de intercity Detroit - New-York waar hij een prachtige match laat zien tegen penhouder Billy Condy. Eind 1947 wordt door de Amerikaanse Tafeltennisbond een opiniepeilig georganiseerd . Op de vraag ' Wie is de grootste pingponger aller tijden uit de Verenigde Staten ?' antwoorden 38% van de leden dat het niemand minder is dan DICK MILES.
Op dat ogenblik was de fantastische Marty Reisman uiteraard nog niet zo bekend. Hij moest toen nog 18 worden en zou tijdens vele volgende jaren een gangmaker zijn voor zijn sport. Ik hoop van nog eens meer over die man te kunnen brengen op mijn blog. Het is immers niet mijn bedoeling van hier zoals Tim Boggan The Story of American Table Tennis te schrijven. Dat werd al gedaan in tien volumes over 4.540 blz en met 6.113 foto's. Laat nu de Chinezen ook maar eens proberen om zo iets op te stellen over hun geliefde pingpong sport, over de pingpang qiu .
Opmerking als slot. Als je bij avond door New-York wandelt of zelfs 's nachts in the city by night een oude vent van 80 jaar met een witte hoed ontmoet die over pingpong begint te praten , en die je voor een matchke uitdaagt, met een voor hem minieme inzet van 1.000 $ , ook al ben je in topform, gestimuleerd door bier of vrouwen, ook al ben je nog D2 waard of vroeger C0 geweest, neem de uitdaging van die oude clown toch maar niet aan, want die sportieve gentleman is met zijn oud paletje nog altijd een goede B-speler op zijn tachtigste . Hij heet Marty Reisman, and you shall lose your good american dollars.





Geraldine Farrar.





















































La Tour St-Jacques










Student Willy Kemp


Friedhof Cerny-en-Laonnais waar ik sliep.
