Naar de inhoud

Verder dan Rome loopt de weg.

Ervaringen van een pelgrim.
akke.beakke.be

Archief

Le 12 octobre. Saint Wilfried.

Bonjour à vous toutes et tous , bon lundi !
Aujourd'hui nous fétons les " Wilfried " !
Prénoms approchants :
Wilfrid ,Wilfred ,Wilfreda .

Dicton du jour :
Saint Wilfried ensoleillé, deux jours plus tard emmitouflé  !

Issu du germanique wil ,la volonté, et frido, la paix ,ce prénom de chevalier pacifique fut assez fréquent dans plusieurs pays européens dés le haut Moyen Age. On le note en  Angleterre, en Allemagne, en Autriche et en France. Il restera en usage jusqu'au XIII ou XIV éme siécle ,puis disparaitra jusqu'a l'époque romantique .
L'éclatant succés du célèbre roman de Sir Walter Scott, parut en 1819 " Ivanhoé " , remit ce prénom en lumiére, Wilfrid étant le nom du héros . Il se répandit surtout en Angleterre . En France, il a débarqué dans les années 1960, il est aujourd'hui attribué réguliérement. Saint Wilfried, fut archévéque d'York à une époque troublée de l'histoire d'Angleterre .
Défenseur de l'église romaine , opposé à l'esprit nationaliste de nombreux dignitaires religieux , il connut la prison et dut faire pour plaider sa  cause                                                          deux fois le voyage à Rome .

 Il mena pendant quarante ans un apostolat difficile , mais fécond .




Depuis les invasions anglo-saxonnes, l'Eglise était divisée comme le pays. D'un côté les Bretons ou celtes de vieille chrétienté qui refusaient l'envahisseur. De l'autre les Angles et les Saxons. L'Eglise celte refusait l'archevêque anglais de Cantorbery et vivait pratiquement autonome. L'Eglise anglo-saxonne fondée par saint Augustin, cent ans auparavant, était soumise au siège romain. Ce fut grâce à saint Wilfrid et à quelques autres que ces chrétientés fusionnèrent au VIIème siècle et que l'unité religieuse régna dans le pays. Mais la vie de Wilfrid fut très mouvementée. Moine de Lindisfarn, le jeune garçon poursuivit ses études à Cantorbery. Un saint moine, Benoît Biscop, le prit alors comme accompagnateur pour aller à Rome. Et ce voyage fut, pour saint Wilfrid, le début de toute une série. Lorsque les voyageurs passèrent par Lyon, l'évêque de ce diocèse, Delphin, le retint auprès de lui une année entière. A Rome, il se familiarisa avec la pratique de la liturgie et, en rentrant en Angleterre, il se fit l'apôtre de la liturgie romaine. Il fonda le monastère de Ripon en Angleterre. Devenu évêque d'York, il fit entrer au couvent la femme du roi Egfrid qui ne le lui pardonna pas et l'empêcha de rester dans son diocèse. Saint Wilfrid connut ainsi l'emprisonnement puis, par deux fois, l'exil dont il profita pour évangéliser le Sussex, la Hollande et même l'Austrasie où il faillit devenir évêque de Strasbourg. Il put enfin retourner dans son pays et y passer à peu près tranquillement les quatre dernières années de sa vie. Un historien anglais écrit de lui: "Il a fait tant de bien qu'on lui pardonne aisément ses imperfections et ses foucades."
Pendant quarante-cinq ans d’épiscopat, il travailla avec ardeur, et non sans peine. Contraint plusieurs fois de céder à d’autres son siège d’York, il se retira soit parmi les moines de Ripon, dont il avait été abbé, soit parmi ceux de Hexham, une de ses fondations. Il mourut à Oundle, une autre de ses fondations, et fut inhumé à Ripon. (24 avril au martyrologe romain)




Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Papoum om 04:03 Reageer op dit bericht

Heiligen van bij ons.

Ondanks mijn eerbied en bewondering voor de Heilige Padre Damiano die ik reeds meerdere keren bewees door een aftrekbare gifte aan de Damiaanactie, wil ik tijdens deze week van de heiligverklaring van De Grootste Belg het even hebben over enkele andere heiligen van bij ons in Limburg, Haspengouw, Hesbaye, en voormalig Prinsbisdom Luik.  Het zijn heiligen die al werden vergeten of die nog altijd niet werden erkend en misschien dat zelfs nooit zullen worden.  Maar de toekomst zal nog bewijzen dat zij toch  veel belangrijker waren dan de meeste B.V.'s  en de vele beroemde niet-maagden uit Dag Allemaal van vandaag. Ik beperk me om het kort te houden tot vier heiligen, evenwel wetende dat er nog veel meer zijn buiten mijn quattuor.

 1. HET HEILIG PATERKE VAN HASSELT.

Jean-Louis Paquay  - geboren te Tongeren in 1828 en gestorven te Hasselt op 1 januari 1905 om 15 uur.
Ergens tussen de panden van de jeneverstokers ligt de simpele graftombe van de minderbroeder Valentinus die  reeds tijdens zijn aards bestaan door de Limburgers als een levende heilige werd beschouwd. Dagelijks komen er in de kapel van het paterke van Hasselt tientallen mensen schietgebeden of de rozenkrans bidden, gelovigen die goed weten waarom zij dat doen omdat de volksheilige hen of hun familie reeds heeft geholpen of nog  zou kunnen helpen. Lowieke Paquay , zoon van een boer en van een cafébazin, volgde zijn humaniora in het Klein-Seminarie te Sint-Truiden  (waar ikzelf ook het zevende studiejaar volgde maar nadien niet meer welkom was wegens mijn slechte punten op Gedrag en Godsvrucht...). Hij verkoos van minderbroeder Franciskaan te worden. Gedurende een halve eeuw zou hij te Hasselt vooral bekendheid hebben als biechtvader. Hij kon de gedachten van de mensen lezen en de toekomst voorspellen. Hij versterkte het geloof  van ontelbare gewone mensen , troostte de zieken en de stervenden, en hij bracht vele zondaars terug naar God.  Maar het  Paterke van Hasselt was niet erg geliefd door het Vatikaan. De meeste geschriften van deze minderbroeder werden verbrand.  Een dossier over de Hasseltse Heilige werd opgesteld in zes talen maar bleef een eeuw liggen alvorens Valentinus dan toch officieel  zalig werd verklaard.  

2. CHRISTINA  DE  WONDERBARE -  ( Brustem 1150 /  Sint-Truiden  1224)
 
Christina Mirabilis- The Astonishing Christina-   l'Admirable Christine.

Uit  Brustem -  nu zo bekend is voor  La Chaussée de l'Amour waar veel wordt gezondigd - kwam uit de diepe Middeleeuwen een zalige maagd, een vrouw die tot ver buiten Haspengouw was gekend omwille van de gunsten en wonderen waarvoor zij had gezorgd. Zij werd aanroepen voor een goede bevalling en een goede dood. Haar relieken waren in het bezit van de families van Margaretha van Parma,  van de Koning van Portugal, en van de Hertog van Toscane. Straffe verhalen over de vita van deze Christina  zijn terug te vinden in oud-dietsche rijmen. Haar wereldvreemde gedragingen waren bovennatuurlijk, met veel fantasie, en gesitueerd in een waanzinnige tijd. Volgens de legende was Christina eerst een vroom weesmeisje dat zorgde voor haar zusjes  en voor de dieren op een boerderij. Zij stierf jong en werd opgebaard in de Onze-Lieve-Vrouw- kerk van Sint-Truiden .Tijdens haar begrafenis werd zij plots weer levend en vloog weg als een witte vogel. Zo begon haar buitengewoon leven van heks, sjamane, heilige, begijn, kluizenares, en van vele vreemde bebeurtenissen en wonderen bij de vleet. Opmerkelijk is dat zij altijd onafhankelijk bleef en nooit non werd.  Zij stierf zelfs een tweede keer, maar kwam terug om een vriendin te helpen. De derde keer was dan haar echte dood.


3. EDMOND LEBURTON -   Le Grand Chef Blanc.

Niet het Vatikaan maar slechts de Goede God zelf zal oordelen  wie een heilige was en wie niet. Ik ben er van overtuigd dat er ook heilige socialisten, heilige islamieten, heilige Joden, heilige negers, en heilige 'meisjes van plezier' zijn geweest en zelfs heilige unilingues francophones. Eén van deze laatsten heb ik vroeger nog ontmoet te Borgworm. Hij heeft me zelfs eens een pint betaald.
Edmond Jules Isidore Leburton (1915-1997) was een tijd lang de machtigste man van Wallonië. In elk  Local des Femmes Prévoyantes en in elk Maison du Peuple hing geen kruisbeeld maar wel grote foto van deze knappe kerel .Vele schone vrouwen hebben levenslang voor hem gestemd. Edmond Leburton studeerde politieke en sociale wetenschappen aan de universiteit van Luik. Deze sympathieke Bourgondiër  verscheen overal , bij dag en bij nacht, steeds keurig gekleed en in sterke conditie tussen zijn partijgenoten. Hij heeft veel mensen geholpen. Vanaf 1946 was hij een groot politieker en dat bleef hij gedurende 35 jaren tot in 1981. Hij bracht het tot eerste minister, minister, partijvoorzitter, voorzitter van de mutualiteiten, burgemeester, kamervoorzitter. Hij was zeer lang een topspeler in de nationale politiek en boxte tegen kanjers als Leo Tindemans, Paul Van den Boeynants, Wilfried Maertens, Gaston en Marc Eyskens.  In zijn stad Waremme zal hij nooit worden vergeten.Toch spijtig dat hij zo weinig Vlaams heeft gesproken, zullen kwade tongen zeggen, maar eigenlijk kon Edmond Leburton wel zijn tweede landstaal  want hij was zeker slim genoeg.  


4. JAN CARLIER. ( 1915- 1994)  -  Vader van Willy-Paul Carlier.
De vriendelijke Jan Carlier uit een familie die reeds lang voor vervoer van personen had gezorgd, was een pionier van het volkstourisme in Haspengouw. Deze gelovige man, die geen liberaal was ook al koos hij als naam voor zijn bedrijf   De Blauwe Vogel , begon in 1929 autocarbedevaarten naar Lourdes in te richten. In die tijd , zonder goede wegen, waren dat avontuurlijke tochten dwars door het grote en diepe Frankrijk. De Lourdesspecialist breidde weldra zijn aanbod uit met kortere en met langere tochten  naar Banneux, Beauraing, Kevelaer, La Salette, Lisieux, Rocamadour,Fatima, Roma, Compostela . De Haspengouwse bevolking die volgens de Mechelse catechismus en het overheersende Roomse geloof leefde kreeg van reisorganisator Carlier kansen om alle voornaamste pelgrimstochten te beleven volgens ethische, gelovige, en financiëel haalbare normen. Tienduizenden gewone mensen maakten hun eerste grote reis met de autobussen van De Blauwe Vogel.  Meer dan alle geestelijken zorgde Jan Carlier dat de Haspengouwse mensen meer en beter gelovig werden door bezoek aan gewijde oorden. Naast zijn beroep van reisorganisator was Jan Carlier ook een groot voetballiefhebber die samen met Pol Massa STVV naar omhoog heeft gebracht.  De zakenman Carlier verdient  in aanmerking te komen voor zaligheid. Als leek  predikte hij dat bidden goed was, maar dat op bedevaart gaan nog beter was.



459088-ae9b4a5c92f12a9c622b065813ef9873.jpg

459088-8a3c0d0417654c36f15fc7393a9ed223.gif

459088-36f48ddcffccc73000d74eed4de48bf5.jpg









Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 00:00 Reageer op dit bericht

Rome 1996 - Voetganger op Foro Italico.

Ondanks dat ik meen dat fietsen niet gemakkelijk zal zijn in de straten van Rome en dat ik daarom veel zal stappen tijdens de komende dagen, ben ik toch zeker dat mijn programma prachtig zal worden. Ik ben aangekomen in de nabijheid van het Olympisch Stadion. Deze wijk werd helemaal veranderd vanaf 1935 want de Duce Benito Mussolini hoopte er in 1944 (mijn geboortejaar) de Olympische Spelen te laten plaatsvinden. Dat zou echter pas lang na de tweede wereldoorlog kunnen gebeuren in 1960. Het grote gebouw en de omgeving waren reeds vaak een plaats waar grote sportieve ontmoetingen zich hebben afgespeeld.  Het Stadio de Centomila  is vaak met 80.000 à 90.000 voetballiefhebbers gevuld want zowel A.S. Roma  als Lazio Roma spelen er hun thuismatchen.
De Olympic Games 1960 zijn voor altijd in mijn geheugen gebleven omdat we toen op de zwartwit beelden van onze Vlaamse Televisie atleten mochten zien die er onsterfelijke sportroem hebben veroverd  zoals Wilma Rudolph, Armin Hary, Herb Elliott, Otis Davis, Tamara Press, Al Oerter, Iolanda Balas, Ralp Boston. Maar bovenal hebben onze kijkers de beelden mogen zien en herzien van onze Roger Moens die werd geklopt door Peter Snell. Het was ook in dit stadion dat een nog jonge Gaston Roelandts met de glimlach een vierde plaats heeft behaald in de 3.000 m steeple. Als sportkwisser weet ik uiteraard ook wat de Ethiopiër Bikila Abebe hier had laten zien. In de bar van de tennisclub offreer ik mezelf een bakje gelati mista waarvoor ik eerst elders een ticket had gekocht aan een centrale kassa. Terwijl ik de koude lekkernij uitlepel op een rustig tempo kan ik hoe langer hoe meer zien dat het drukker en drukker wordt in de omgeving. Weldra versta ik waarom. Er is vanavond geen match calcio in het stadion, maar wel een optreden van niemand minder dan Eros Ramazotti. De fans stromen toe. Er werden 50.000 entreekaarten verkocht. Wat een heksenketel. Weldra ratelt er muziek uit duizend luidsprekers. Opwarming voor het optreden van het popidool.  Zij die laat aankomen zijn gehaast en zenuwachtig. De lucht hangt vol electriciteit. Ik vlucht weg want ik hoor niet bij dat veelkleurig jonge volk dat zich in de grote kuip heeft genesteld. Enkele minuten later is het zo ver. De halfgod heeft zich op zijn podium laten zien en de tienduizenden worden daar wild van, opgehitst door het spel van de muzikanten. Fantastico. De éne, de echte Eros Ramazotti , live in concert  !
Na deze eerste wandeling in de Romeinse avond zoek ik terug de Ostello della Gioventu op, mijn veilige en toch wat rustiger thuishaven.  In het cafetaria bestel ik aan de bar, met enkele woorden in het Engels, een grote Tuborg aan de bierpomp. De dienstdoende barman wil mij het blonde bier schenken in een kartonnen drinkbeker. Ik weiger. Ik wens mijn  grote Tuborg te drinken in een fatsoenlijke glazen pint van de Deense brouwerij zoals er wel degelijk  in de toonkast zichtbaar zijn.  ' Mijn schoonste glazen worden allemaal gepikt ' zegt de barman. Ik geef toe aan de man dat ook ik dit heb gedaan tijdens mijn vlegeljaren. ' Ik zweer U dat ik dat nu niet meer zal doen' beloof ik hem, want nu ben ik noch een student, noch een maffioso, noch een ladro di bicchieri di birra .... maar wel een eerlijk fietsende pelgrim die op de dag van zijn aankomst te Rome toch wel recht heeft op een service met enige stijl. Wij Belgen drinken altijd bier uit schone glazen. Ik vraag hem of de Italianen spaghetti eten uit tennissloefen. De barman stopt met zijn gezeur. Weldra komt hij me een mooi getapte schitterende pint brengen aan mijn tafel. Ik betaal 3.000 lires. Een wat ouder dametje heeft me zien praten met de ober. Zij betaalt ook haar thee en komt daarna naast me zitten. 'Ik ben blij dat ik hier wat met een Vlaming mag praten' zegt zij. ' Ik kom uit het Waasland. Kijk eens rond. In deze jeugdherberg zijn wij veruit de oudsten ! '

De plots verschenen vriendin is al 55 jaar. Zij is alléén op reis. Eens was zij een trekvogel van de grote afstanden. Maar zij kroop pas uit een diep zwart gat. Haar echtgenoot was een felle bergbeklimmer geweest. Overal ging zij met hem mee. Zij klom toen ook tot in het tweede of derde kamp, terwijl haar man nog veel verder ging in het gezelschap van de sterkste alpinisten , meermaals tot boven de 7.000 m. Zelfs toen zij reeds de ouders van drie kinderen waren, deden zij nog aan bergbeklimmen. Maar zij werden te oud en grote kinderen laten studeren was duur. Zo moesten zij op een dag stoppen met hun geweldige hobby om fysieke en om financiële redenen. Haar sportieve man leed daar zwaar onder. Zeven jaar geleden kregen zij terug de kans om naar Peru te reizen, waar zij vroeger toppen  hadden overwonnen. Het was maar een rugzakkentocht met een groep om op 3500 m te wandelen in de natuur en in de zuivere lucht. Zij bereikten daar ergens een hotel, en alhoewel er zeker in de Andes hogere plaatsen waren, was daar toevallig ook een groep echte bergbeklimmers die grootsere plannen hadden dan zij zelf. Met deze Duitsers waren zij snel goede vrienden en een hele avond was haar man toch zo gelukkig want hij kon toen vertellen over zijn vroegere expedities naar befaamde oorden. Hij beefde van goesting en verlangen om met die Duitsers mee te klimmen en die kerels waren zeer goed voorzien van het beste materiaal waar een bergklimmer kan van dromen. Terug op hun kamer gekomen, omdat hij daar toch zo lag te kwijlen met bijna tranen in de ogen, heeft zij toen  plots aan haar echtgenoot en vader van haar kinderen gezegd " Maar ga dan toch mee, jong, seffens valt gij hier nog dood van frustratie en goesting  ...! Wij  laten onze groep verder wandelen zonder ons, omdat ik ziek ben en te moe. Ik blijf in het hotel om brieven te schrijven en gij gaat twee dagen mee met die Duitse bergbeklimmers !  ' .
Hij liet het zich geen drie keren zeggen. Blij als een verliefde jongeling vertrok hij die volgende ochtend als bijkomend lid van het team dat graag zag dat deze ervaren klimmer mee omhoog wilde.  De Duitsers hadden een beklimming tot 5.800 m voorzien en dat doel werd in de late namiddag vlot bereikt. De Waaslander had er echter nog niet genoeg van in zijn euforie van toen. Wat hoger blonk in het avondlicht een bergtopje van 6000m en de oude klimmer wou nog eens tot op die hoogte komen.  Hij vertrok op zijn eentje om die prestatie te leveren terwijl de Duitsers hun kamp voor de nacht bouwden en gezellig samen aten.  Alléén en roekeloos is hij net iets té ver willen gaan. Hij is nooit terug gekomen. De Duitsers hebben naar hem gezocht. Maar de Belg was spoorloos, verdwenen tussen sneeuw en ijs, tussen de rotsen en kloven van het onmetelijke Andes Gebergte.

Drie dagen later vernam de Waaslandse dat haar man was 'vermist'. Eerst besefte zij de ware inhoud van dat woordje niet. Zij bleef hopen dat hij plots terug zou verschijnen, dood of levend, en zij betaalde zoektochten aan plaatselijke berggidsen. Dat kostte haar een fortuin. Haar hotelrekening liep hoog op. Na twee maanden moest zij zonder resultaat terug naar huis.  Zij werd toen de vrouw van een vermiste echtgenoot. Het is een verschrikkelijke situatie. Een hele familie blijft nog geloven in een antwoord op vele vragen, en hopen op een oplossing, verlangen naar zekerheid. Zeven jaren van wachten, administratieve moeilijkheden, onvermogen, problemen met inkomen en met spaarcenten, slapeloosheid, wanhoop, ziekte, tranen, psychiatrie, pillen, verlies van werk,verlies van vrienden  ... . Dan waren er ook nog de kinderen die het trieste blad wilden omdraaien, een eigen leven beginnen, en die letterlijk uit het ouderlijk huis vluchtten en hun moeder in de steek lieten onder dwang van hun partners. Zeven jaar lang was het een nachtmerrie zonder einde. Aan dat alles had zij kunnen ontsnappen door reeds na één week te aanvaarden , in het wilde bergland van Peru , dat haar man nooit zou terugkomen omdat hij echt dood was en opgeruimd door de gieren en de insecten. Eén enkel papier van de burgemeester van het dorp waar de verdwijning werd vastgesteld, een officieel overlijdensbericht in de Spaanse taal zou alles veel gemakkelijker hebben gemaakt.

Het verhaal van die dame is zo droef, zo geweldig, dat ik een tweede grote pint bier nodig heb om het door te slikken. De weduwe van de vermiste bergbeklimmer drinkt alleen maar een tweede goedkope thee. Amper één maand is zij nu officieel een vrouw met papieren en zonder man. Zij kreeg wegens zenuwziekte haar vroegtijdig pensioen van het Ministerie van Onderwijs. Omdat zij zeven jaren eerder naar Rome hadden willen sporen , maar door een toeval toch dan maar naar Peru waren gevlogen, heeft zij plots besloten om die reis naar Rome die met haar man niet doorging , op haar eentje te maken. Zij boekte daarom een goedkope heenvlucht en zal met de trein terug naar huis sporen, binnen tien dagen. Met haar klein pensioen moet zij zuinig zijn, want zij heeft nog steeds medische kosten te betalen. Zij verblijft goedkoop in de Ostello, doch zij amuseert zich niet goed. Daarom reist zij morgen al naar Firenze waar zij een bed & breakfast wil zoeken. Wij praten lang. Het doet me goed van terug  ons Vlaams te kunnen praten en horen. Het sluitingsuur van het cafetaria verplicht ons van te gaan slapen. Graag zou ik met twee slapen, maar in de jeugdherberg die 100% is bezet moet ik slapen in bed 2 op kamer 2 zoals op mijn bonnetje staat. Ik wens aan mijn landgenote veel geluk in haar verder leven en hoop dat het voor haar te Firenze prettig wordt.

(Foto= bekend beeld op Foro Italico uit de periode van Mussolini.)

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 05:56 Reageer op dit bericht

Rome 1996. Op het grote plein van de paus.

26 september 1996. 14u 20. San Pietro. Ongelooflijk. Formidabel. Olive Green en ik zijn aangekomen in de over heel het universum bekende ruimte. Eén minuut stilte uit eerbied. Alles is er kolossaal.Wat zijn één man en één tweewieler toch klein. Mijn ogen beperken zich alsnog tot het bekijken van de vele houten afsluitingen die er het publiek, de fans van de heilige vader, moeten in bedwang houden. Ik zie fonteinen, vele groepjes mensen, en de zon die mij licht gaf om me de weg tot hier te laten vinden is overvloedig aanwezig. Ik kijk naar de hemel , maar ik zie de hemelpoort niet, maar wel nog enkele wolkjes die overblijven na de stortbuien van de vorige uren en daarop zitten noch heiligen noch engelen. De hoge kolommen rondom en voor de façade doen me meer denken aan een heidense tempel dan aan dé grote kerk tussen alle christelijke kerken, kathedralen en basilieken. Ik snuif de sfeer op maar proef toch niets dat heiliger aanvoelt dan elders. Aan de Sint Paulus fontein steek ik mijn harige kop helemaal in het water. Zo'n bijkomend doopsel te Vatikaanstad met Italiaans water zal wel beter zijn dan wat ik eertijds in het magere oorlogsjaar 1944 kreeg in het doopvont van Sint Pancratius te Waasmont. Zo ben ik heerlijk afgekoeld maar ik ben maar een mier op het reusachtige plein.Voor de anonieme dolende pelgrim, de oude rijder met vuile armen en benen die ik ben, is er geen bloem, geen kus aan de aankomst.

Maar ik vind dat ook een zondaar recht heeft op enig aandenken aan deze wel bijzondere momenten. Een foto zou hier en nu wel mogen getrokken worden. Mijn wegwerpcamera is echter al volledig opgebruikt. Zal ik aan iemand anders 5.000 lires bieden om me te vereeuwigen ? Zo'n man met een grote zoemlens op zijn toestel zou me toch kunnen fotograferen. Ik geef hem wat geld en mijn adres, zodat hij me later de schone foto zou opsturen. Vermits op het plein van Sint Pieter betrouwbare toeristen, pastoors en zelfs Vlamingen rondlopen, moet dit toch mogelijk zijn. Laat het maar zo... , want ik denk aan de volgende gulden regel : ' En toute circonstance soyez humble pélèrin ... '. Waarom zou ik later mezelf op een foto moeten zien en waarom zou ik met een bewijs van aanwezigheid op deze heilige plaats aan wie ook later moeten tonen dat ik hier was aangekomen op deze doodgewone namiddag van de twintigste eeuw ? In de omgeving van het Sint-Pietersplein zijn de postkaarten nog veel duurder dan elders.Voor 13.000 lires stopt een winkeljuffer er maar 8 in een papieren zakje, maar een zakje dat wel door de paus werd gezegend. Omdat ik weet dat op dit uur van een werkdag alléén mijn oude moeder thuis is, gebruik ik mijn telefoonkaart om haar te vertellen dat ik mijn doel veilig heb bereikt. Na 1.400 lires eindigt de communicate, maar het was lang genoeg om Alina Wauters blij te maken. Zij was reeds een volle maand aan het bidden opdat haar oudste telg onderweg niets zou overkomen. Ik vind het officiële postkantoor van het Vatikaan waar ik mooie postzegels koop en postkaarten aan een eerlijke  prijs. Daarna zoek ik een schaduwrijke zitplaats waar ik vele kaarten schrijf om met fierheid te melden dat ik ben aangekomen te Rome.

Ondertussen koelde ik verder af. Ik ben niet meer zo gelukkig en fier. Mijn avontuur is opgesoupeerd. Mijn bord frieten is leeg. De sportieve uitdaging is voorbij. Er komt nu verwarring en onzekerheid in mijn hoofd. " What now old pussycat ...?"

Gelukkig had ik even voor Tarquinia een goed plan van Roma gekocht. Ik zie zonder moeite in welke richting de jeugdherberg ligt. Maar ik heb niet goed gekeken en ik heb niet gezien dat Via  en  Viale niet hetzelfde is. Dat is de reden waarom ik zo lang moet zoeken om dan nog op een verkeerde plaats te komen. Als een dwaas toerde ik met mijn fiets rond tot wanneer ik de oplossing ontdekte. Aangekomen op de Foro Italico, Ostello per la Gioventu, Viale delle Olimpiadi, 61, 00194 Roma, val ik echter op een Romeins mannetje dat er van geniet om me even te pesten door te zeggen dat er geen plaats meer is. Ik bekijk hem diep in de ogen en meld hem dat ik 39 dagen heb gefietst over berg en dal, en dat ik zo moe ben dat ik zelfs met zijn schoonmoeder zou kunnen slapen. Daarna  toont hij meer ijver om iets te vinden. Hij bewijst me zelfs dat hij aan die balie een belangrijk man is want hij kan me uitzonderlijk toch in zijn Ostello overnachting aanbieden.  Wat een charlatan !  Zouden in deze stad alle Romeinen met snorretje en zwarte blinkende haren zo zijn  ?

Kamer 2, bed 2, voor 2 nachten. Het kost 23.000 lires per nacht. Tof. Hier zitten we veilig en goedkoop. Het is een jeugdherberg van grote afmetingen. Dra vind ik in de kelder het restaurant self-service waar ik een test doe en een plateau laad met hamburgers, doperwten, prinsessenbonen, eieren, brood. Even snel als Obelix eet ik mijn bordjes leeg. In een andere ruime kelder kan ik mijn fiets vastketenen aan de buizen van de verwarming. Naast dat bed 2 staat een ijzeren kast om al mijn bagage in te steken. Mijn hangslot is hier zeer nuttig. Na een korte beurt onder de douche kleed ik mij om op verkenning te gaan in de grote antieke wereld buiten de Ostello. Roma ontdekken en beminnen wordt mijn nieuwe uitdaging, mijn verse opdracht. Behalve enige woordjes uit de liedjes van Rocco Granata is mijn Italiaans nog steeds zo klein als dunne vermicelli maar ik voel me toch sterk genoeg om tegen eender wie mijn woordje te zeggen als dat zou moeten want ik ben toch een van de fortissimi belgae.
 

425569-9b57cd20860939f9d14aa67ffcb3791e.jpg

425569-9dd98115743efaa574852fdea20eb906.jpg
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 23:11 Reageer op dit bericht

Waar de Tour de France komt. BRIANCON.

Wanneer in het midden van de zomer, in de maand juli als de renners van de Tour de France de cols van de Alpen moeten oprijden, de duizenden wielerfanaten met hun caravans, auto's, campingcars, de hoger gelegen gebieden kortstondig bevolken dan wordt tijdens de wielergekte overdreven aandacht gegeven aan iedere beweging, ieder geluid, ieder kleurtje, uit het wielercircus en veel te weinig aan de natuur en het landschap, de bergtoppen en de dalen, het verleden en het heden van de mensen die in de Alpen wonen, werken en liefhebben.

Dit jaar bleef ik luilekker bij moeder en hondje thuis voor mijn groot plat scherm, maar door omstandigheden van toen kon ik in 2008 gedurende vijf zware dagen de Ronde echt zien en voelen want ik sliep in mijn oude Passat boven op de Agnel en boven op La Bonette. Om post te kunnen vatten op zulke strategische punten van de Tour is het nodig er op tijd aan te komen, in ieder geval voor het begin van de catenaccio van de gendarmerie begint. Ik parkeerde mijn auto boven op die cols zowat 32 uren  (twééendertig) voor de doortocht van de wielrenners. Méér dan één dag heb ik op de toppen van die cols de tijd met wachten gedood. Maar dat was prettig vermits ik niet alleen kon genieten van de omgeving maar ook mocht kennis maken met een aantal van mijn soortgenoten, gekke dames en heren van diverse nationaliteiten die me spontaan hapjes en drankjes hebben  aangeboden. Ik maakte  een wandeling, eerder een slalom tussen de geparkeerde voertuigen, de tenten, de BBQ's, de stoelen en zeteltjes, de vlaggen en posters, de letters op het wegdek en de commentaar van alle bestaande reporters. Maar op meer dan 2500 m boven de zeespiegel is de lucht reeds ijl  en als 64-jarige met overgewicht en zwakke aders was ik ver verwijderd van de fietsende globetrotter die ik vroeger geweest was in Colorado en Wyoming. Met moeite bereikte ik nadien terug het kamertje in mijn personenwagen. Ik sliep in een slaapzak waarvan de ritssluiting  problemen gaf  maar die toch goed mals en warm was, en dat was wel nodig want toen ik om 5u00 in de ochtend  uit mijn Volkswagen kwam ontdekte ik op het dak een laagje ijs dat weliswaar met de eerste zonneschijn zou verdwijnen. 

De wielerfans in de huiskamer vragen zich soms af waar de renners plassen tijdens hun rit, maar minder bestaat de vraag waar de toeschouwers hun behoeftes doen. Als 500.000 mensen langs de weg staan zal afval en plassen toch een gigantisch probleem zijn. Op dit gebied heb ik mij keurig gedragen want ik had een vuilnisemmer en plastieken zakken bij. Maar de Tour 2008 is ondertussen lang voorbij, en de Tour 2009 is ook al oud nieuws. Vele  cols baarden een muis. Gereputeerde kampioenen slenterden ' met de bus ' over die moeilijkheden waarvan de belangrijkheid toch wat opgeblazen wordt.  De Tour is voorbij, ' Vive le Tour !' en wat gebeurt er nu met Briançon ?  Wordt deze heilige plaats van het velopantheon na de zomer verlaten, zoals Macchu Picchu in het Andesgebergte , zoals de tumuli in het Haspengouwse landschap ?

Toch niet. In het departement van de Hautes Alpes, deel van de regio Provence-Alpes-Côte d'Azur, ligt de stevige stad Briançon reeds veel langer dan 1922 toen de Brusselaar en drievoudige Rondewinnaar Philippe Thys  er na 274 km  ritwinnaar werd. Oud Briançon is de hoogst gelegen stad van Frankrijk, op 1330 m. Deze stad is anno 2009 een topbestemming voor toeristen, zowel in de zomer als in de winter. Vele sporten zijn er mogelijk en in de schilderachtige bovenstad is het aangenaam vertoeven. Ook in de herfst wanneer de rosbruine kleuren van de lorken Le Parc National des Ecrins wondermooi maken komen veel bezoekers. Steeds is er meer dan 300 dagen zon te Briançon, 6 uren per dag. De vochtigheid is bijna niets en de goede lucht die komt van de tientallen méér dan 3000 m hoge bergtoppen,  zorgt voor het herstel van de luchtwegen van ieder menselijk lichaam.

De renners blijven op de weg bij het overschrijden van een bergpas, maar hoger dan de punten die cols worden genaamd zijn er de bergtoppen, meestal hoger maar minder gekend door de klimmende fietsers. De vele namen van de toppen zijn gemeengoed voor de alpinisten, zoals Barre des Ecrins (4102m), Mont Pelvoux (3943m), la Mejie (3983m). Elke bergkam heeft zijn eigen charmes. De afwisseling in de landschappen is enorm. We zouden het hier verder kunnen hebben over gastronomie, vrouwen, beekjes en watervallen, dorpen, dieren, bloemen, vlinders, kunst, plaatselijke dialecten, economie, maar altijd lokt de geschiedenis mij. Briançon bezit een groot erfgoed, had een rijk en boeiend verleden. Zichtbaar  zijn vandaag nog de indrukwekkende muren van deze versterkte stad. Een aantal van de militaire bouwwerken  dateren uit 1693 . De grote Vauban gaf de opdracht Briançon te versterken en te beschermen tegen aanvallers uit Italië. Dit gebeurde tijdens de oorlog van Louis XIV tegen de Liga van Augsburg. De Slag van Neerwinden van 29 juli 1693 is een van de veldslagen van die oorlog. Maar Briançon bestaat reeds nog veel langer  en vele van haar muren werden gebouwd tijdens La République des Escartons. Zij hebben gediend om de inwoners van de streek en hun rijkdommen te beschermen tegen voorbijtrekkende volkstammen, plunderende legers en zwervende bandieten .

404589-4e69406ff24c07d08fe998770c477692.jpg

404589-569256f6b8837d65df29f587ae13b5a0.jpg

404589-8a0769f0a25a25a5b05e08bc2d8023cb.jpg
Hoe vind je dit bericht? 2 stemmen
Geschreven door Papoum om 00:00 1 reactie Reageer op dit bericht

Rome 1996 - De laatste rechte lijn.

Zodra ik op de Engelse kamer te San Marinella ben gekomen laat ik de kraan van de badkuip lopen en ik nijp ook bijna een hele tube zeep leeg.  Even later kruip ik met mijn vuil groot lijf in een wolk van schuim  en warm water. Wat een genot. Wat een heerlijke geur . Wat zijn de keramiektegeltjes op de muren mooi. Terwijl de spiegel reeds vlug bedwasemt, lig ik zo in het schuim van luilekkerland en ontspan . Op het nippertje wrijf ik over mijn gezicht met het washandje, zodat ik toch niet in slaap val.  Is dit dan de zaligheid die de heiligheid voorafgaat ? Ik weet dat ik op tijd en proper in de eetzaal moet zijn. Ik luister naar de langzaam druppelende kraan  en naar de vele zachte  implosies die de massa badschuim doen verminderen. Dan kruip ik plots weer recht, spuit met de telefoon een flinke portie koud water over mijn reeds natte kop. Zo geraak ik helemaal terug tot mijn bewustzijn  en ben ik weer voldoende fit en verstandelijk begaafd.

Dit is de laatste avond voor mijn aankomst in het centrum van de wereld. Ik vind dat ik dus de lichte lange broek en het hemdje mag aantrekken die ik reeds 38 dagen voor deze gebeurtenis diep in mijn fietstas had bewaard.  Ik doe ook proper ondergoed aan, nette sokken en ik wrijf mijn wandelschoenen proper met het laatste sop van de badkuip. Ik borstel mijn haren en mijn baard.  Ik ben echt een gentleman die verschijnt in de dining room van House Miramare.  19u20 .  Ik ben te vroeg. Ik krijg toch al een plaats aangewezen aan een tafel gedekt voor één persoon. Er is nog een tafel gedekt voor vier  en een andere tafel voor twee.  Ik raap enkele tijdschriften op die onder op een rond tafeltje liggen.  Op de vraag  ' Something to drink  ? ... '  antwoord ik met mijn wijsvinger mijn verlangen verduidelijkend  ...  " 'Of course, that bottle red wine there on the left side ... ! ".

Weldra slurp ik van dat wijntje terwijl ik met mijn neus snuffel naar de tien belangrijkste plaatsen die te Rome moeten worden bezocht. Het is reeds 19.45 u wanneer de andere tafels worden bevolkt, door een viertal  uit Engeland, drie vrouwen en één man, en door een koppel tortelduiven die Italiaans spreken. Ondertussen ben ik met grote aandacht in die reisgids aan het lezen en heb ik reeds mijn derde glas wijn op. Maar vlug is het duidelijk dat er weinig contact zal zijn tussen de individuele man aan zijn tafeltje en de anderen. De verliefden hebben slechts oog voor mekaar  en de travelers uit het fiere Albion, die per Rover Canterbury - Rome afgelegd hebben, vinden mij een barbaarse alcoholicus die aan tafel zit met bruine gespierde armen, twee bewijzen dat ik noch de Lord van Hull noch de Hertog van Brabant ben. Bovendien is het voor allen duidelijk in de dining room dat het laattijdig aanschuiven van de man op weg naar Rome de porties die avond van  1/6 naar 1/7  heeft doen verminderen. Minestrone, een stukje vis, raviolis, tiramisu,  allemaal lekker maar net genoeg maar om het bord vuil te maken.  Er komt ook nog koffie, maar ik pas voor deze afsluiter.  Mijn fles wijn is op , terwijl de anderen nog aan hun eerste glas zijn , vergezeld van plat water. Grote vaak overvalt me op dat ogenblik.   Ik  zeg duidelijk dat ik  ' very tired ' ben , wens iedereen ' good evening'  en dan verlaat ik het gezelschap waaraan ik niets  had.

Volgende ochtend. Er is een kleine bloedvlek op het schone witte laken van mijn bed. Heb ik tijdens mijn slaap een meisje ontmaagd, of wat betekent dit nu ? Helemaal wakker besef ik dat ik 's nachts niet aan borstjes van een maagd heb gevoeld,  maar dat ik heb gekrabd aan de korstjes van de wondjes op mijn benen die eerder door insecten waren gebeten en maar moeilijk genezen. Ik neem   nogmaals een bad met heet water en veel zeep waarna  ik eau de cologne smeer op meerdere plaatsen van mijn ledematen. Genezing nadert. Na breakfast en na afscheid van mijn biljet van 100.000 lires, verlos ik my love Olive Green uit de veranda waar tussen bloempotten, drogende keukenhanddoeken en kuismateriaal zij eenzaam  had overnacht. De zon schijnt goed op deze septemberdag en de Via Aurelia Antiqua wacht op ons. Deze namiddag zullen wij Rome bereiken.

Bij het verlaten van San Marinella, wanneer ik voel dat mijn wielen gemakkelijk draaien, ben ik als uitgelaten. Ik begin zo maar van pure vreugde luidkeels te zingen. Het liedje, nog uit mijn grootmoeders tijd, is van Tino Rossi, ....  '  Marinella, viens encore dans mes bras, lalala, lalala, .... . Ik stop aan een betonnen wegwijzer, zeer oud  zoals de weg naar Rome overal is, ondanks moderne aanpassingen en nieuwe laagjes verf. Fantastisch ! Geen twijfel mogelijk.  Er staat in grote leesbare cijfers  :  Roma   65.248  meters.

De legioensoldaten van Caesar en van andere koningen en keizers waren gedrild om passen te maken van precies één meter.Wie deze norm niet kon halen aan het gevraagde tempo werd zonder medelijden gemuteerd naar Cataracticum, het gevaarlijk gebied tussen Brustem en Borgloon, waar tussen de bomen en grachten de Eburonen van Ambiorix  moeilijke tegenstanders waren. Ik zie die Romeinen met hun blote voeten in sandalen de Jeker overschrijden, met kort zwaard en schild. Ook zij droegen voor de veiligheid een pothelm, zoals de wielrijder die ik ben. Maar als Obelix daar een klop op gaf konden zij geen Latijns woord meer uitspreken. Ik ben Willix, ook groot en dik, maar toch niet zo sterk als die Oude Belgen van vroeger die na het drinken van Haspengouws witbier een dobbelsteen in hun vuist konden verbrijzelen.

Voor de lol maak ik nog even een zijsprong naar de badplaats Marina di San Nicola. Daar koop ik melk, water, wurzelworst, brood, bananen, voor mijn volgende picknick. Omdat ik weer slechte bloedcirculatie in de voeten heb, loop ik er wat op blote voeten rond. Eenzaam fiets ik daarna nog gedurende vele mijlen verder. Ik word stil en kalm. Het is alsof een enorme magneet, die ginder achter de horizon ligt, me naar zich toezuigt. Op een volgende betonpaal op de Via Aurelia zie ik plots dat mijn einddoel nog dichter komt. Het cijfer is gezakt tot 19.822  meters. Ik begrijp dat ik op minder dan twintig km van Rome ben. Nu overvalt een felle emotie me. Ik begin te wenen op mijn fiets. Negenhonderdzestien uren zijn voorbijgegaan sedert ik mijn thuis en mijn gezin achterliet om pelgrim te worden, vrije trekvogel op Gods wegen. Mijn vlucht in de richting van Rome nadert een zwarte wolk. Even na een helling beginnen de regendruppels te vallen. Ik zou natuurlijk kunnen stoppen, schuilen, en niet nat worden. Maar de wind blaast goed en nattigheid is voor een oude kikvors geen probleem. In de bergaf duik ik letterlijk onder een douche in en dat maakt me nog  gelukkiger. Ik word als een Felix De Goede reeds met water uit de hemel gezegend. De stortbui  is kort en overvloedig, over orbi et urbi. Grote plassen liggen op de weg. Het stoort me niet als vrachtwagens met hun zware banden  me nog natter maken door de plassen op me te spatten. Dicht bij Rome mag een christenmens voor zo iets toch geen vloek meer laten. Ik pedaleer over de natte Via Aurelia en zing ...' I'm singing in the rain.., I'm singing in the rain... 'en ook nog dat deuntje dat al jaren in mijn kop zit zonder dat ik eigenlijk weet waarom ... ' C'était un musicien qui jouait dans les boîtes de nuit, et toutes les jolies femmes venaient tourner autour de lui ...' .Ook mijn heilig en eeuwig idool Bécaud komt aan de beurt met ' Le jour où la pluie viendra ... . Ik blijf verder zingen, maar in de voorstad is de oude weg op vele plaatsen kapot gereden. Ik moet gaan opletten , me fel concentreren, want dicht bij Rome is het verkeer drukker dan eender waar ter wereld. Immers uit alle windstreken, van alle wegen, uit de randgemeenten en uit de verste steden van in finibus terrae, komen nu samen auto's, vrachtwagens, stootkarren, bussen, helikopters, driewielers, scooters, skateborders, vuilniskarren, politiewagens, mountainbikers, kinderkoetsen, in de richten van dat éénzelfde punt. Daar zal ongetwijfeld het centrum van het universum zich bevinden. Nog een beetje bergop, enkele verkeerslichten, wat getoeter en wat geremd, tot er plots boven de huizen een grote koepel zichtbaar wordt.  Het is als een enorme zilveren luchtballon die wil opstijgen  maar nog wordt vastgehouden door vele aardse kettingen en draden. Wel, wel, wel, ... is dat het dak van het Vatikaan  ?

Ultimo chilometro. De rode vod. La flamme rouge. De bel voor de laatste ronde van de zesdaagse. De energie die nog in de steendood gewaande renner steekt wordt nu bij me wakker.  Dynamiet komt in mijn benen. De laatste boogscheuten lopen over kasseien en daar ben ik als flandrien toch zo dol op. Maar ik ben te zenuwachtig en daarom vertraag ik om in een zijstraatje illegaal mijn kleine behoefte te doen, want weldra op de gewijde gronden van  het grote Sint Pietersplein zal dat niet meer mogelijk zijn. Ik hoop dat door het gefoefel van de Italianen mijn plasje niet positief zal zijn zoals dat van de allergrootste in de Giro van 1969.  De maffia heeft aan de carabinieri lires gegeven waardoor op 750m van de lijn de koplopers nog een verkeerde weg inslaan, en nu gaat de sprint der sprinten losbarsten . Ik trek aan de broek van Cipollini. Steels gooit met zijn bidon naar Moncassin. Blijlevens, Binda,Petacchi, Abdushaparov en Van Linden vallen. In het wiel van Kubler en Di Paco zit ik goed. Zij rijden als zotten allemaal rechtdoor. Zij hollen als jonge stieren in de richting van de goddeloze arena, waar elf hongerige leeuwen op hen wachten op het Brood en Spelen van die dag waar het bloed van dieren en martelaren voor de pret van het volk en haar wellustige leiders moet zorgen.

Met een wrong naar links aan mijn stuur heb ik me uit het kluwen van die duivelse stormloop naar de meet bevrijd, en vond ik de juiste weg, het allerlaatste stukje van de weg  tot aan de fontein, de obelisk, op het Sint Pietersplein. Volk. Volk. Volk.  Ik heb gewonnen.  Ik ben de ware kampioen. Voor mij de kussen van de mooie vrouwen op het podium  en voor mij het textiel in alle kleuren die de winnaars mogen omgorden en voor mij een lauwerkrans rond mijn kop.


   Roma sporca, het vuile Rome.
  Toen Goethe, een ongelooflijk begaafd man, met een romantische en universele geest,
   Rome bezocht, werd het huisvuil er gewoon door de vensters op straat gegooid.
   Openbare toiletten waren er niet. Iedereen voldeed zijn behoefte waar hij wilde.
Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 00:00 Reageer op dit bericht

De Ronde van Vlaams Brabant .

 Terwijl zoveel aandacht gaat naar de gigantische Ronde van Frankrijk mogen de wielerliefhebbers toch niet vergeten dat er ook nog op vele andere plaatsen wordt gekoerst, en niet alléén daar waar waar de heren B.V.'s van de televisie het ons in het breed en het wijd tonen en uitleggen. Dit dan uit eerbied voor de mindere wielergoden die ook hard op de pedalen moeten duwen voor veel minder geld en roem, maar zeker ook voor de organisatoren, de officials, de sponsors, de vrijwillige medewerkers, de familieleden, de signaalgevers, de supporters, de klusjesmannen , de politieagenten, de verantwoordelijken  voor bier en hapjes, de bloemenmeisjes , de opruimers, en voor iedereen die zorgt dat de wielerkoers veilig, proper en prettig is voor allen. Van vandaag woensdag 22 juli tot zondag 27 juli loopt de Ronde van Vlaams Brabant, rittenkoers in clubverband voor beloften en eliterenners zonder contract. Dit wielervriendelijk gebeuren vindt dag na dag plaats te Wilsele, Lubbeek, Dilbeek (tijdrit), Rotselaar, en te Asse. Bijna tweehonderd renners bekampen mekaar voor de dagelijkse rituitslag,  en voor het algemeen klassement volgens tijd. Bijkomende klassementen met punten, voor de bergrangschikking, voor knelpuntspurten, voor de jongere deelnemers, voor de beste Vlaams-Brabander, en voor het ploegenklassement  zullen ongetwijfeld deze wedstrijd veelzijdig animeren. De organisatie wordt gesteund door tientallen sponsors en partners waaronder de Provincie Brabant, KBC, Stella Artois, Spar, Java, Mobistar, Vermarc, Peugeot, Mobistar, Tönissteiner, Josan, e.a. , terwijl uiteraard ook de media aanwezig zijn ( ROB TV, Berg TV, Nieuwsblad) en de plaatselijke overheden zoals altijd ook sportief steunen. Niet minder dan 33 teams zullen aantreden met 6 renners. Dit zijn de vier continentale Belgische ploegen Fidea CT, Profel- Colossi, Josan-Isorex, en CT Jong Vlaanderen, en drie buitenlandse teams uit de USA (twee), en Nederland. Dit is echter vooral een Ronde die belangrijk is voor onze wielerclubs, die nog altijd de basis zijn van de Vlaamse wielersport. Uit Wallonië komen drie clubs, uit Limburg drie, uit Oost-Vlaanderen twee, uit West-Vlaanderen vier, uit Antwerpen zes, en vooral de Brabanders zijn talrijk met acht zestallen..
Tijdens de vorige jaren werd deze provinciale rittenkoers gewonnen door Daniel Verelst (2008 en 2003), Kurt Van Goidsenhoven (2007), Geert Steurs (2006),Thomas Berkhout (N) (2005), Koen De Kort (N) (2004), Jarno Van Frachem (2002), Nick Nuyens (2001) , Danny Van Capellen (2000), Dennis Heij (N) (1999), Bart Berden (1998).

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door Papoum om 23:38 1 reactie Reageer op dit bericht

Buenas noches mi amor - Dalida in de late avond.

Elke dag van de Tour de France eindigt op NOS-nl voor de verslaafde TV-kijkers met hetzelfde deuntje dat wordt gezongen door ene Yolanda Christina Gigliotti , geboren te Cairo op 17/11/1933, beter bekend als DALIDA. Zie en luister op

http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=367584

http://www.youtube.com/watch?v=mY_jBkd3ZPg

http://www.youtube.com/watch?v=3Z3HAMzEDaI&feature=related

http://www.youtube.com/watch?v=Fb63wBWFaJ8&feature=related

391258-fe757350e4495971db2fbef9bf2b8743.jpg

391258-8c9c768df2dc9b47f8062bac819b5598.jpg

391258-0d873fcfff1eabc270d40f88e04ce360.jpg
Hoe vind je dit bericht? 6 stemmen
Geschreven door Papoum om 02:54 Reageer op dit bericht

Rome 1996 - Bed and breakfast te San Marinella.

Alle wegen leiden naar Rome
Daar kan geen vergissing bestaan
Om in die oude stad te komen
Houde men slechts de grote baan
Maar wie als ik de dag kan loven
Zonder dat haast hem begeleidt
Die verkiest de landwegen boven
De heerbaan van de korte tijd.

(Bertus Aafjes)




O, neen, ik heb niet goed geslapen. De nacht in mijn tentje duurde toch zo lang. Omdat ik geen jetons voor warm water had gekocht kwam ik voor het slapen gaan niet onder de douche. Zand op mijn lijf en zalf tegen de insectenbeten op benen en billen verhoogden mijn ongemak.Ook in het tentje naast mij werd weinig geslapen, want Cupido schoot daar vele pijlen af. Zo ben ik al vroeg op. Ik ga me wassen aan een kraan vanwaar ik mijn bezittingen kan in het oog blijven houden, want de kampeerders die daar rondlopen vertrouw ik niet goed. Muggen, vlooien, of iets anders, vanwaar kwamen die rode jeukende plekken toch. De situatie is verbeterd, maar toch smeer ik nog de rest van mijn tube op nadat ik me eerst goed met zeep heb gewassen. Ik ben klaar om te starten, maar op dat ogenblik is het 8u00 te Feniglia en opent de winkel van de camping waar ik koekjes, brood, mortadelle, water en melk koop. De melk is gekomen op haar ultieme verkoopsdatum en smaakt reeds wat naar yoghurt. De kosten voor het kamperen bedragen 15.500 lires. Dat is veel voor een kleine oppervlakte op vuil zand  en voor wc's van het Franse type waarop ik me niet heb gewaagd. Alvorens  te vertrekken toer ik rond het kamp om te zien of ik misschien toch niet alle accomodaties had ontdekt.Wanneer ik een laatste maal stop waar ik had geslapen om te zien of ik niets heb laten liggen, hetgeen al meer dan eens gebeurde, dan zie ik nog het tentje waar zoveel liefde was tijdens de nacht. De ritssluiting van de tentdeur is nog toe.Zij slapen nu nog in mekaars armen terwijl overal elders de nieuwe zonnige dag de levenden tot actie uitnodigt.

Te Orbetello kan ik uit een muur mijn geldreserve aanvullen met 300.000 lires. Ik verlaat het gebied waar zee en land zich merkwaardig dooreengevlochten hebben in een lagune tussen moerassen. Orbetello met haar Polviera de Guzman was steeds een strategische plaats van grote betekenis, vooral in die jaren toen Spanje over Europa heerste. Stadspoorten en stadswallen bewijzen de vroegere militaire macht van de monarch Filips II. Na weinig afstand op de SS1  heb ik maar slappe benen zodat ik op een parking stop om mortadelle en brood te eten. Dat geeft me weer energie voor veertig km, want daarna worden mijn sokken weer te zwaar en stop ik voor een sandwich en een biertje. Op een stenen tafel in de schaduw ga ik helemaal horizontaal liggen. Na een dutje voel ik me weer beter. Fietsen langs een grote baan is vooral een lichamelijke bezigheid. Op zijn eentje tempo maken op twee wielen wordt na zovele dagen vervelend. Ik bestudeer de  landkaart en besef dat ik Latium nader. Vaarwel, schoon Toscanië, mijn fiets en mijn lichaam zullen U verlaten,  maar een stukje van mijn hart en mijn hersens behoren U toe voor altijd.

Tarquinia. Gelegen links van de weg op een hoogte, op een rots van vulkanische oorsprong, is een oasis van graanvelden en olijfbomen. Drieduizend jaren geleden vestigden de Etrusken zich hier. De beschaving van de mensen die op deze heuvels bloeide is weinig gekend. Het wemelt in de nabijheid van Tarquinia nog van overblijfsels en graftombes van deze fascinerende en mysterieuze voorouders. Taxuna, hoofdstad van de Tarquini, was een nederzetting met minstens 100.000 inwoners. Rond de stad werd ooit een hoge muur gebouwd die 8km lang was. Er wordt door bepaalde archeologen beweerd dat er diep onder Tarquinia vandaag nog kunstschatten en artefacten van onschatbare waarde zouden rusten.

Het " heidense verleden", de schande van onwetendheid en vandalisme, de zonden van plunderingen en diefstal, moesten worden uitgeveegd en worden vergeten door de volgende generaties. In de VIIde eeuw werd een nieuwe stad gebouwd, eerst Corgnitum geheten en later Corneto, en de naam en het verleden van Tarquinia moesten verdwijnen. Pas omstreeks 1920 herstelde het opkomend fascistisch Italië de waarheid. De naam Tarquinia werd weer in ere hersteld. Wie durft echter de hoofdstukken van de officiële geschiedenis herschrijven en wie krijgt voldoende middelen om de Etruskische cultuur terug op te graven  ?

Ik mijmer over het duister verleden van de Etrusken en fiets verder langs de grote baan. Wow...  op vier plaatsen staan daar langs de wegkant op intieme parkings knappe zwarte hoertjes.  Taxigirls van Taxuna. Dit is duidelijk een deel van een georganiseerd netwerk langs de Via Aurelia Antiqua , waar heidense werksters van het oudste beroep hun ambacht uitoefenen. In het midden van de dag is dit wel opvallend. Zonde mag een pelgrim niet bedrijven. Daarom verplaats ik mij naar de voorstad van Tarquinia, waar ik op een terrasje afkoel. Voor 3000 lires krijg ik daar een portie ijs die dubbel zo groot is dan wat ik elders kreeg.Wellicht is dit een portie voor een Etrusk en niet voor een toerist, want die krijgt meestal minder.Terwijl ik uitblaas heb ik Olive Green stevig vastgeketend aan het ijzerwerk voor een venster van de Banco di Lavoro.Wat later moet ik vaststellen dat een gewapende veiligheidsagent en een grote hond mijn rijtuig komen inspecteren. De Banco di Lavoro is wel erg goed beschermd.

Om te testen of de taart te Taxuna even goed is als de ijskreem bestel ik een capuccino met taart. Dit was van het goede teveel. Ik heb ondertussen de beslissing genomen om niet bergop te rijden naar het stadscentrum doch verder door Latium kilometers af te leggen.Een kilometer verder zit op een stoel weer een hoertje langs de weg, een negerin jong en mooi. De stoel heeft maar drie poten en met de rug van die stoel werd wellicht al eens een opdringerige kerel  k.o. geslagen. Het meisje zelf  heeft nog alle ledematen en toont die ook. Hoe lekker en hoe duur zou die wel zijn ... ? " Allez,  niet stoppen, verder rijden, oude jongen, ... " stottert mijn engelbewaarder.Ik kom niet van mijn zadel af, ondanks dat teveel op zo'n hard lederen Brooks kan last bezorgen aan mijn prostaat. Op de SS1 worden mijn benen terug beter maar de tenen van mijn rechtervoet vallen in slaap. Storing in de bloedsomloop. De veters van mijn fietsschoenen rijg ik wat losser en ik wandel met de fiets aan de hand verder.Weldra zijn de prikkels en de gevoeloosheid in die voet verdwenen. De Goede God zorgde dat tijdens mijn wandeling noch links noch rechts van de heirbaan er nog wachtende dames op stoelen zaten.

Aan een verzameling wegwijzers gekomen blinkt plots in het zonlicht dat ik op minder dan 100 km van Rome ben gekomen. Dat zien en ademen, leven in vrijheid en in fatsoenlijkheid, maakt mij intens gelukkig. Emotie overvalt mij. Ik verlies mijn toestand van kalmte. Euforie geeft mij verse krachten. Even later echter geraak ik verdwaald in een wirwar van constructies, van bruggen en viaducten, van beton, ijzer, zand en cement. Reeds ogend naar de XXIste eeuw willen de Openbare Werken het landschap nabij Citavecchia met zware machines grondig wijzigen. Ik smokkel Olive en mezelf doorheen dit alles om te komen in een doolhof tussen verroeste schepen en hopen oud ijzer.Uiteindelijk zie ik de haven. Ik fiets tot aan de kade, want daar is veel  lucht en ruimte tussen hemel, aarde en water. Ik leg mijn fiets tegen een muurtje en ga wat op verkenning. Een kleine jongen probeert er met een lijn en een stokje visjes te vangen. Zijn zuster waakt over hem en leest een stripverhaal. Er is een veerdienst om naar Sardinië te varen. In de verte zie ik hotels die waarschijnlijk te groot en te duur voor mij zijn. Ik eet de overschot van mijn mortadelle op. Ik ben aangekomen te Citavecchia.

Omdat ik toch graag op deze dag meer dan 100 km wil afleggen rijd ik nog een kwartier verder. Dan bereik ik San Marinella. Dit lijkt me beter om te overnachten. Prijsbewust en hopend van een  kamer te vinden, klamp ik een wandelend paar aan. Zij verwijzen me naar House Miramare, een naam die goed klinkt.

De bazin staat me in het Engels te woord, want zij runt te San Marinella stijlvol een Bed & Breakfast. De Britse kamer is voortreffelijk. Vanavond om 20.30 u , op voorwaarde dat ik proper en op tijd aan tafel zit alsook 20.000 lires wil betalen, mag ik voor het avondeten samen met de andere gasten dineren, want er komt een lokale Kitchen Queen speciaal koken en het zal zeer lekker wezen.

Tonight we have a special guest from Belgium
but he came all his way to here on a classic English Brooks genuine saddle
and on a handmade bicycle with 531 Reynolds tubes !
Hoe vind je dit bericht? 1 stem
Geschreven door Papoum om 00:00 Reageer op dit bericht

Meer van Verder dan Rome loopt de weg.

↑ Terug naar de berichten