Gedachtespinsels en andere kronkels, waargebeurd en waargebeurd verzonnen van een Neder-Waalse.
ik ben Loewiesa ik ben belgo-néerlandaise of neder-waalse Ik woon in "Le Hainaut" In dit blog probeer ik te schrijven over dingen die mij aan het denken zetten dingen die mij aan het lachen maken dingen waarover ik me zorgen maak en dingen die ik gewoon uit mijn duim zuig
Als je je beperkingen kent, kun je daarbinnen, onbeperkt te werk gaan
Jules Deelder
schrijver,dichter
Don't walk behind me I may not lead Don't walk in front of me I may not follow Walk beside me That we may be as one
I'm Out Of Estrogen
AND I HAVE A GUN!
Gedachtespinsels en andere kronkels, waargebeurd en waargebeurd verzonnen van een Neder-Waalse.
Loewiesa
14-01-2026
Lofzang op een nare man.
D’r man is dood. En natuurlijk leef ik met haar mee. Vijftig jaar samen. Haar wereld is ingestort en iedereen moet meeleven. Aan de buitenkant leek hij aardig en charmant, de vriendelijkheid zelve.
Maar ik en anderen met mij wisten beter. Hij maakte nare opmerkingen, kleineerde haar vaak, ging vreemd, dronk en had losse handjes. En zij, zij sloofde zich nog eens extra uit. Vaak dacht ik, wat een nare man is dat, nadat ik ook een tijd gedacht had dat hij aardig was, tot ik ook recht had op een sneer. Het masker viel, en ik wist dat zijn glimlach niets meer was dan een façade.
“Ik was allang weggeweest” dacht ik vaak. Maar niet zij, Altijd zocht zij naar nog meer excuses en bovendien, als ze weg zou gaan zouden ze hun huis moeten verkopen en zou ze financieel veel minder kunnen doen. Zij had tenminste gevochten voor hun huwelijk en vooral voor de schone schijn.
En nu staan ze daar, buren en vrienden, met hun keurige woorden van troost. Ze prijzen zijn glimlach, zijn joviale grapjes, alsof dat de waarheid was. Niemand durft te zeggen wat ze eigenlijk denken. Want kwaadspreken van een dode, dat doet men niet. Dus herhalen ze anekdotes, de schone schijn, en zij knikt beleefd mee. Alsof ze zelf ook vergeten is wat hij haar aandeed. Alsof rouw een toneelstuk is dat je samen opvoert.
En het wrange is: dit soort heldinnen kijken vaak neer op vrouwen die wel de moed hebben zo’n vent te verlaten en voor hun eigen leven kiezen. Alsof volharden in vernedering een hogere vorm van trouw is, en vrijheid slechts een zwaktebod. Ze dragen hun martelaarschap als een medaille, terwijl anderen hun rug recht houden en weggaan. En toch blijft de buitenwereld hen prijzen, want schone schijn weegt zwaarder dan moed.
Afgelopen week amper het huis uitgeraakt. Niet uit luiheid maar uit pure levenswijsheid. Veel te bang om een schuiver te maken. Zodra er sneeuw ligt, verandert mijn buurt namelijk in een soort hindernissenparcours waar ik vorig jaar al eens glorieus ben uitgeschakeld. Een weggetje zonder zon na een overigens zonnige wandeling, een ijsplek zonder waarschuwing, en daar lag ik, elegant als een omgevallen tuinkabouter.
Cesar die bij mij was, ging meteen braaf zitten. “Vrouwtje wat doe je nou?” Ik ben zelf terug op gekrabbeld, Cesar over zijn kop geaaid en gezegd dat hij braaf was. Want dat wàs hij, voor hetzelfde geld had hij, eindelijk eens niet vast aan een lijn, van deze plotselinge gelegenheid gebruikgemaakt om zijn vrijheid te vieren en het hazenpad te kiezen. Maar nee, onze César bleef gewoon zitten, alsof hij mijn persoonlijke reddingshond was.
Ik heb de leiband weer opgepakt en we zijn langzaam naar huis gelopen. Onze Cesar keek mij af en toe eens aan met zo’n blik van “Gaat het nog een beetje?”
Pijnlijk was het zeker. Maar ik kon stappen, dus waarschijnlijk niks gebroken, alleen mijn waardigheid gekneusd.
Nou ja, ik heb 3 weken niet normaal kunnen zitten en niet meer naar buiten gedurfd. En de palm van mijn linkerhand werd blauw en groen en toen geel en was pijnlijk. Toen die twee maanden later nog steeds protesteerde heb ik daar toch eens melding van gemaakt bij de huisarts. Er zijn foto’s gemaakt en een echo, niks gebroken, maar door de val wel licht beledigd, waardoor er een artrose is ontstaan, gewoon een paar pijnstillers en dan zou het wel overgaan.
Het was trouwens niet mijn eerste val-avontuur en er hoeft niet eens sneeuw of ijs aan te pas komen om mij onderuit te halen. Parijs heeft er ook eentje op mijn naam staan. Zo struikelde ik een paar jaar geleden over een stoeprand op de Champs-Elysées, terwijl ik met de Italiaanse sorellas liep te lachen en ondertussen links en rechts foto’s maakte.
Ik zag mezelf in slow motion richting een paal glijden die koppig niet opzij wilde gaan. Vervolgens stond “Tout Paris” om mij heen. “Madame, restez couchez, il y a du sang!” Ik wilde maar één ding, opstaan en zo vlug mogelijk verder. Maar “Les pompiers” waren al gebeld en binnen de 5 minuten stonden er twee heel mooie jonge mannen rond mij. Ze onderzochten me ter plekke, mijn bloeddruk en saturatie werd gemeten, ze maakten de hoofdwond schoon, en stelden allerlei vragen om te controleren of ik nog helder was. Het bleek dat alles boven de nek nog prima functioneerde.
Ze wilden ze mij meenemen voor een hechting, maar dat zag ik totaal niet zitten. Wij waren maar één dag in Parijs en over één uur zouden wij alweer naar huis vertrekken. Het vooruitzicht om de hele nacht in een Parijs ziekenhuis te zitten wachten tot ik aan de beurt was, sprak mij totaal niet aan.
Nu heb ik een heel klein plekje op de zijkant van mijn hoofd. Ergens waar mijn wenkbrauw eindigt. Een souvenir uit de Lichtstad.
En sindsdien luister ik naar mijn instinct. Als het glad is, blijf ik binnen. Als ik foto’s maak kijk ik uit waar ik loop. Uit ervaring. En misschien ook een beetje uit zelfkennis…
Life is what happens while you're busy making other plans. (John Lennon)
Sommige mensen beginnen het nieuwe jaar met goede voornemens, stoppen met roken, stoppen met te veel te drinken, stoppen met… Ik heb ze zo vaak, goede voornemens. En niet specifiek aan het begin van het nieuwe jaar. Soms zelfs elke dag. Een paar kilootjes afvallen, zo direct na de feestdagen. Gezond(er) eten, meer bewegen. “Nee!” Zeggen aan sommige mensen, die mij maar steeds blijven lastigvallen met hun gezeur.
Ik ga eindelijk die foto’s eens sorteren en in duidelijke mappen steken. Echt waar, dit jaar. Of volgend jaar. Of wanneer ik ooit een regenachtige zondag vind die lang genoeg duurt en er geen spannende series zijn die ik moet bingewatchen. Want ja, ik kan moeilijk foto’s sorteren terwijl Netflix mij persoonlijk smeekt om nog één aflevering en nog één… Ik ben ook maar een mens.
Die papierwinkel moet dringend op orde, al wordt dat gelukkig steeds minder omdat tegenwoordig alles via de computer gebeurt. Maar ik heb nog mappen vol papier, bewijzen van betalingen van apparaten die allang niet meer bestaan.
De zolder moet opgeruimd, zodat mijn kinderen later niet met mijn rommel blijven zitten. Een daad van liefde, noem ik dat. Al heeft één van mijn dochters al laten weten dat alles “gewoon naar de container gaat.” Zo makkelijk is dat dus. Ik heb haar vriendelijk bedankt voor haar empathie. De zolder opruimen stel ik dus met een gerust hart uit.
En zodra de eerste mooie dagen aanbreken, moet ik snoeien in de tuin. Vóór alles te hoog groeit en ik door al het groen de takken niet meer zie en ik weer honderden euro’s moet geven aan een tuinman die dat in het zwart doet, Dat bedrag gaat linea recta van de erfenis. Ik zie het al helemaal voor me: mijn kinderen die later verbaasd vragen waar hun geld gebleven is. In de haag,” zal ik dan zeggen. Postuum. Wanneer ik na mijn dood nog eens bij ze langskom om te spoken.
En de hal krijgt eindelijk die tweede laag verf. De potten verf staan al maanden klaar en kijken mij elke ochtend verwijtend aan: “Wij zijn er klaar voor, jij ook?” Ik doe dan alsof ik doof ben. En blind. En bezig met andere dingen.
Het lastige van goede voornemens, is dat je ze elke dag weer kunt hebben. Mijn voorraad goede voornemens raakt ook eigenlijk nooit op. Het is als een soort onkruid, steeds komt het op, hoe ik probeer het weg te vegen: Ik moet, ik ga, ik wil, ik neem me voor …
En misschien is dat precies waar het citaat van John Lennon over gaat: dat het leven gewoon doorgaat, terwijl wij druk bezig zijn met lijstjes, plannen, potten verf en goede bedoelingen.
“Gaat het beginnen?” Vroeg mijn zoon, op de toon van iemand die zich afvraagt of hij nu al moet ingrijpen of nog even moet wachten tot moeder zelf beseft wat er misloopt, terwijl hij het vlees inspecteerde.
Ik had hem net verteld dat ik 2 biefstukjes had gekocht voor de middagmaaltijd van de volgende dag.
“Ils ont une drôle de gueule, tes steaks” (ze hebben een vreemd uiterlijk, je biefstuk). Alsof de diagnose minder hard aankomt in een andere taal.
Om te vervolgen met:”c’est du veau!” Het is kalf! Mens.
En daar stond ik dan, in mijn eigen keuken.
Oh jeetje, heb ik dan zo verkeerd gekeken? Verraden door het speciale licht in de bakken van de supermarkt, dat alles een beetje mooier maakt. En dat klontje kruidenboter erop hadden me volledig om de tuin geleid. Of was het toch de achtergrondmuziek in de supermarkt?
“Gaat het echt beginnen?” De woorden kwamen terug in mijn gedachten.
Want vorige week had ik al, in plaats van een koffiecapsule te pakken (de dozen staan naast elkaar) een theezakje in mijn kopje gedaan, en het toen onder de Nespressomachine gezet. Ik keek toe hoe het warme water drupte, getuige van mijn eigen aftakeling in slow motion. Ik kon er nog om lachen maar dacht “oh help”.
Ik troost me met de gedachte dat theecups waarschijnlijk ook zo zijn uitgevonden, in een moment van hersenmist. Iemand die, net als ik, dacht dat hij koffiezette en er vervolgens een patent aan heeft overgehouden. Ik alleen een nat theezakje.
Vanmiddag zal ik dus kalfsmedaillons moeten bakken. In plaats van biefstuk met frietjes en een paar blaadjes sla, wordt het aardappelpurée met vers gekookte worteltjes en doperwten. Een maaltijd die klinkt als een compromis tussen iemand die het leven nog aankan en iemand die het opgeeft.
In 2010 hield ik de boot af. Af en toe kreeg ik een uitnodiging om “friend” te worden op Facebook, maar ik dacht: mij zullen ze daar nooit zien. Ik blogde al, dat was genoeg. Oude vrienden terugvinden? Als ik geen contact had gehouden, was daar waarschijnlijk een reden voor. Indertijd werden er op Facebook ook veel spelletjes gespeeld waarvoor je constant uitnodigingen voor kreeg, ik haat spelletjes, wat moest ik in hemelsnaam met virtuele plantjes, koetjes en hartjes? Toch won de nieuwsgierigheid, en registreerde ik me. Een weekje uitproberen, dacht ik. Misschien kon iemand me overtuigen.
2025
Vijftien jaar later scroll ik nog steeds. Ik bekijk de familiefoto’s van mijn “vrienden”, vakantiefoto’s in verre oorden, met altijd dezelfde mensen in verschillende poses en altijd met een big smile 😊 “Kijk ons eens stralen, gelukkig hebben we de foto’s anders zou niemand ons geloven” en daar is die ene “friend” met haar gefilterd gezicht, gefotografeerd in haar designerjurk samen met haar nieuwste lief in een chic restaurant en ik vraag mij gemeen af, “Hoelang het deze keer gaat duren?”
Diep vanbinnen weet ik: dit is een wereld vol illusies. Mensen worden waanvoorstellingen, denkend dat anderen echt alles willen weten en geïnteresseerd zijn in hun kinderen, hun kleinkinderen, in hun leven. Soms zelfs in wat ze eten. En ik doe mee, ik kijk, ik lees, ik like en soms geef ik commentaar.
Maar ik weet ook, dat sommige mensen hele dagen thuis zitten, scrollend achter de geraniums, gevangen in een eindeloze stroom van foto’s en likes, alsof het echte leven zich alleen nog daar afspeelt, terwijl buiten de seizoenen voorbijgaan en de echte gesprekken wachten op een bankje in de zon…tijdens een wandeling, in de supermarkt in de rij aan de kassa, met de buurvrouw over de heg…buiten het scherm.
En dan gaat er plots iemand dood. Een verkeerd stukje voedsel op het verkeerde moment, recht in de luchtpijp. Op haar laatste Facebookbericht schrijft ze “En het horloge vertelt mij dat de luttele tijd die ik had voorbij is…” Ze moest ergens naartoe, koffieklets met de senioren, de bingo, iets anders leuks, iets kleins misschien. Pas later besef je hoe dubbelzinnig die woorden waren en hoe ze ongemerkt al naar een afgrond wezen.
Het is bijna alsof iemand uit je familie is overleden. Iemand die je nooit écht hebt ontmoet, die je dagelijks goedemorgen wenste. Iemand die via, via in je leven is binnengeslopen. Met wie je grappige teksten en memes deelde, is niet meer. Ineens is ze weg. Je blijft aan haar denken, aan dat laatste bericht, aan hoe klein wij zijn in deze wereld en hoe snel een tijdlijn veranderd in een herdenkingsmuur
“Ben je nog ergens naar toe geweest?” vroeg mijn vriendin Chantal toen ik haar onlangs weer eens tegenkwam. Wij leerden elkaar ondertussen al meer dan 20 jaar geleden kennen in het zwembad tijdens de aqua gym, het klikte direct en vervolgens waagden wij ons ook aan andere sporten. Tot Chantal op een dag besloot dat haar luie zetel eigenlijk ook een soort sporttoestel was, maar dan eentje met een lage instap. Volgens haar man die ik bijna dagelijks tijdens het hond uitlaten tegenkom, ik met onze Cesar hij met hun Babette, komt ze er zelden nog uit. Zij klaagt dan weer dat hij te traag wandelt en dat het niet tof is om met hem op pad te gaan. En zo blijven ze allebei in hun gelijk staan, elk op hun eigen tempo.
Ik vertel haar dat ik de kerstmarkt in Trier heb bezocht en die van Bernkastel-Kues. En dat ik ook weer eens een dagje Brussel heb gedaan. “Ben je dan niet bang voor een aanslag?” vraagt mijn vriendin met grote ogen. “Nee, waarom zou ik?” antwoord ik. “Als je overal bang voor moet zijn kom je nergens meer” Ik zie haar slikken en bij zichzelf denken...
“En trouwens” ga ik verder:” thuis kan je ook van alles overkomen” en ik vertel haar over een Facebook vriendin die zich onlangs verslikte in haar eten. Een verkeerd stukje voedsel op het verkeerde moment, recht in de luchtpijp. De kuisvrouw die toevallig aanwezig was belde de hulpdiensten. Ze hebben haar nog gereanimeerd, maar de schade was te groot. Einde verhaal.
Ze kijkt me met grote ogen aan, alsof ik net het script van een thriller heb voorgelezen.
“Zie je wel,” zeg ik, “het leven is overal even kwetsbaar, Dus je kan maar beter blijven bewegen.”
Harmonicaman die eigenlijk een eigen categorie op mijn blog verdient heeft mijn blogpost over mijn uitstap naar Brussel van onlangs gelezen en ’s avonds tijdens onze dagelijkse telefoonbabbel komt hij met het morele vingertje, volgens hem moet ik misschien wat oppassen met wat ik schrijf. Hij lijkt “geschokt” over “mijn observaties”. Nu ben ik geschokt want dit was nog maar deel 1. Mijn teksten gaan nog verder en worden misschien nog wel “erger”. Moet ik mij zelf censureren? Wat heeft schrijven dan nog voor zin? Ik schrijf niet om te pleasen, ik schrijf om te observeren, te begrijpen, te verwoorden wat er onder de oppervlakte borrelt.
Vervolg van "een rondje Brussel".
Wij wijken even van onze route af door op het Luxemburgplein een koffie te gaan drinken. De Brugse is een fan van Exki, maar daar staat een rij van hier tot ginder. Ik heb geen zin onze tijd te verdoen door in de rij te staan voor een kartonnen beker koffie. Het uur voor de “gratis” croissant is inmiddels voorbij. We gaan dus elders.” Eigenlijk is het tijd voor het apéro,” constateert de Brugse, Ik vind alles best. Ze loert op de buitenmenukaart van het café naast de Exki en constateert dat haar favoriete aperitiefje Picon au vin blanc niet op de kaart staat…We lopen nog even verder. Het is 11.00 en hoewel het elders in de stad aperitieftijd is, besluiten we even later toch voor koffie te gaan.
Weer eens afgesproken met mijn Brugse vriendin voor een rondje Brussel. We leerden elkaar indirect kennen via deze website, waar haar man destijds een blog had. Hij reageerde geregeld op mijn schrijfsels, en zoals dat hier toen de gewoonte was, ik op die van hem. Wij begonnen te mailen en spraken af, voor een “koffietje en een pateeke” die uiteindelijk uitdraaiden op een tintelend glaasje cava. De sfeer was geanimeerd, de gesprekken vlot, en ik kreeg het gevoel dat P. niet alleen mijn schrijfstijl wist te waarderen. Enfin, om een lang liedje kort te houden. Hij vond dat ik wel een leuke vriendin was voor zijn vrouw. En zo is het gekomen …
Sindsdien spreken we om de zoveel maanden af, de Brugse en ik, om de een of andere stad te bezoeken. We wandelen, kijken en praten over alles wat knelt. Het is zo’n vriendin die je niet dagelijks hoeft te zien maar wanneer je elkaar weer ontmoet, ga je gewoon verder waar je ’t laatst bent gebleven.
Deze keer zouden we de Europese wijk en het Jubelpark eens verkennen. Afgesproken in de hal van het Brussels centraal station,waar wij even een bijna Hello-Goodbye moment hadden, met elkaar in de armen vliegen en kussen enzo, maar net nog geen traantjes. Liepen wij even later babbelend langs de Bozar de trappen op richting het park van Brussel waar het opvallend stil was, een paar fotootjes links en een paar fotootjes rechts en dan verder richting de Belliardstraat.
Daar merkte ik weer hoe gewend ik ben aan vals plat waar ik woon. De Brugse liep hijgend achter mij aan. “Gaat het?” vroeg ik nog, “als je wilt kunnen we de metro nemen” “ja, ja het gaat" hijgde ze, zij die in de sportzaal op de loopband naar eigen zeggen rent en moeiteloos hellingen trotseert.
Wordt vervolgd...
Het vervolg van deze blogpost is tijdelijk in quarantaine geplaatst.
Zondag, het Sinterklaasfeest van de bank waar mijn dochter werkt. Het feest wordt gegeven op meerder locaties met uiteenlopende activiteiten. Mijn jongste kleinzoon, heeft gekozen voor de springkastelen, dus naar Tubize. Zoals elk jaar brengt de sint weer een cadeautje mee.
Tegenwoordig is dat cadeautje, zorgvuldig geselecteerd door het HR-departement van de bank genderneutraal. Er wordt dus niet meer op voorhand gevraagd of het cadeautje voor een jongetje of een meisje is. Geen poppen dus voor meisjes of speelgoed rond verzorging, schoonheid en huishoudelijke taken. En voor de jongens, geen autootjes, geen speelgoed gerelateerd aan actie, competitie en techniek. Geen speelgoed dat hun volledige ontwikkeling wel eens zouden kunnen belemmeren.
Verleden jaar kreeg onze stoere Victor een setje met roze dolfijntjes weliswaar van Playmobil, maar toch… een vriendje kreeg een setje van fluorescerende unicorns. Genderneutraal kan blijkbaar ook iets heel uitgesproken zijn.
Gelukkig is er nog het springkasteel waar niemand zich druk maakt over roze of blauw, alleen over hoe hoog je kan springen.
Dit jaar kreeg Victor een Criss Cross Cube, een slimme breinbreker, een kubus vol schroeven. Genderneutraal, want schroeven, tien minuten thuis en er was er al één weg, draaien iedereen dol.
Uit de luidspreker komt de typische “niks-aan-de-hand-muziek” het gastvrije masker van de supermarkt, want de muziek bepaald de toon of is het omgekeerd? Een oude man schuifelt door de winkelrijen met een piepend winkelkarretje. In zijn hand klemt een papiertje met de grote beverige letters van héél oude mensen. Hij lijkt wat verloren. Hij spreekt een schappen vuller aan “Mijn vrouw is overleden en nu moet ik de boodschappen doen, maar ik vind niets”. “Daar heb ik nu geen tijd voor” zegt de jongen, die ik net nog heb zien lachen met een collega vakkenvuller, zonder verder op te kijken.
Ik krijg medelijden met de oude man en denk aan mijn oude vader die zich indertijd ook zo verloren voelde na het overlijden van mijn moeder, zoekende naar het merk dat mijn moeder ook altijd kocht, het even kwijt, dat mijn moeder in meerdere winkels boodschappen deed.
“Kan ik u helpen?” hoor ik mijzelf, die tijd in overvloed heb, zelfs als ik die niet heb, vragen.
Naar aanleiding van een kort berichtje in de krant:
Hoofdrolspeler: Een 56‑jarige Italiaan die dacht: “Waarom afscheid nemen van mama, als haar pensioen zo gezellig blijft binnenkomen?”
Plot twist: Moeder overlijdt, maar zoon besluit haar lichaam in een slaapzak in de diepvriezer te bewaren.
Vermomming: Pruik, make‑up, jurken en sieraden van "la mamma".
Financieel voordeel: Ongeveer €53.000 per jaar. Dat is meer dan sommige acteurs krijgen voor figureren in een soap.
Door de mand: Ambtenaar merkt dat “mevrouw” een lage stem en een nek als een rugbyspeler heeft. Fotovergelijking bevestigt: dit was geen Graziella, maar haar zoon in full cosplay.
Eindscène: Politie vindt het gemummificeerde lichaam, burgemeester noemt het “zeer vreemd” en vooral verdrietig.” Ik vergelijk het voorval vooral met tragikomische misdaadfilms, genre Norma Bates in Psycho.
Heb je dat ook wel eens, dat je niet weet of je nu wel of niet iets hebt gedaan? Dat je de keuken binnenloopt en je afvraagt “wat kwam ik hier ook weer doen?" Of dat je portemonnee spoorloos is en je je afvraagt of je hem misschien met de boodschappen in de koelkast hebt opgeborgen.
Tot nu toe komt alles goed en vind ik mijn spullen altijd terug. Geen reden nog voor mijn kinderen om zich al zorgen te gaan maken voor hun oude moeder, laat staan alvast een plek in een “home” te reserveren. Ik praat er met hen trouwens ook niet over, want stel je voor.
Net nog, water gekookt voor een kopje thee. Want daar had ik vanochtend zin in. Onlangs de dessert koffie van de Lidl eens geprobeerd, want het zijn nu eenmaal moeilijke tijden. Maar die smaakt nergens naar: te slap en als ik er meer van in de filter deed, werd het te bitter. Dus dan maar thee. Terwijl het water kookte zag ik In de gootsteen een pannetje staan waar mijn zoon de vorige avond nog iets in had opgewarmd. Het was wat aangekoekt en ik dacht, ik zal met de rest van het hete water wel even een sopje maken zodat het pannetje wat kan weken.
Met mijn kopje thee liep ik naar de eettafel zette de krant online open en begon te lezen, toen ik me ineens bedacht: heb ik nu wel of niet heet water in dat pannetje gegoten?
Van die dingen dus, het pannetje stond dus al te weken, ik vergeet soms niet alleen wat ik doe, ik vergeet soms ook dat ik het al gedaan heb.
Mijn afspraak met de oogarts werd afgezegd via een brief, er wordt mij geen nieuwe afspraak voorgesteld zoals soms het geval is en of ik even wil bellen voor een nieuw "rendez-vous". Zo-gezegd, zo-gedaan, eerst moet ik drukken op 1 en vervolgens krijg ik het bekende bandje met de: “al onze lijnen zijn in gesprek” stem en dat ik geduld moet hebben en dan volgt er nog een “veuillez-nous excuser”. Een irritant muziekje houdt me in de ban. Ik zie de tijd vooruit tikken.
Een ander bandje verteld mij even later dat de lijnen nog steeds bezet zijn en leidt mij een beetje van het wachten af door te vertellen over de mogelijkheid om mij binnen de 24 uur te laten terugbellen. Maar dat doen we niet. Mijn ervaring is dat dat in de meeste gevallen niet het geval is en als het wel het geval is, dan zul je zien dat je je telefoon niet hebt gehoord, omdat hij ergens op de kast ligt terwijl je elders in huis bezig bent, of dat je op de wc zit en dan moet je toch weer terugbellen. Ik hou liever zelf de touwtjes in handen. Ik wacht dus nog wel even en als gepensioneerde heb ik zeeën van tijd.
Na 29 minuten hoor ik eindelijk een stem “ophtalmologie, bonjour”. Een nieuwe afspraak lukt ten vroegst begin juni. Het is niet anders.
Twee weken geleden heb ik mijn jaarlijkse mammografie laten maken en vergeten ter plekke meteen een nieuwe afspraak vast te leggen voor het volgend jaar. Dus ik weer bellen. De secretaresse vraagt: “22 januari 2027 om 8.45 gaat dat voor u?”
En terwijl die afspraken zich als verre eilanden in mijn agenda nestelen. Denk ik: 22 januari 2027, om 8.45?
Dan is het nog nacht als ik van huis moet vertrekken en ben ik alweer zoveel ouder. Heb ik daar dan nog wel zin in?
Want het wachten mag dan traag zijn, het leven loopt vrolijk verder…
Naar de goelag! Mijn blog is weer een treetje lager gezakt in de ranglijst. Blijkbaar kan ik niet wedijveren met de doden.
De algoritmes van Seniorennet lijken een voorkeur te hebben voor frigiditeit: Verlaten blogs, al jaren niet meer aangeraakt, blijven bezoekers trekken alsof ze een digitaal mausoleum zijn. Het verbaast me telkens weer hoe teksten zonder inhoud, geschreven door iemand die waarschijnlijk al lang niet meer meekijkt, toch bovenaan blijven zweven.
Zou het niet logischer zijn om zulke blogs in een andere categorie te plaatsen? Een plek waar nabestaanden nog eens kunnen terugbladeren, zonder dat actieve schrijvers hoeven te concurreren met digitale geesten.
Tot die tijd blijf ik schrijven, niet om algoritmes te pleasen, maar om de levenden te bereiken. Oehoe is daar iemand?
Frankrijk, een zonnig terras, ik heb een kopje koffie besteld, dat zwijgend wordt geleverd. Ik trek het kopje naar me toe. Nog voor ik een slok kan nemen, zie ik het: een grote rode mondafdruk, pontificaal op de rand alsof iemand anders alvast een voorproefje heeft genomen.
Ik roep “Le garçon” en wijs hem op de rode vlek. Hij neemt het kopje zwijgend mee en komt terug met een nieuw exemplaar dat hij al even zwijgend voor mij neer zet. Ik inspecteer, en jawel, weer een vlek, maar nu van een andere soort. Wanneer ik hem opnieuw naar de vlek wijs, legt hij losjes zijn arm om mijn nek, buigt zich naar mij toe en fluistert: “Faut pas exagérer”.
Ik lach, wat moet ik anders? Maar ergens blijft het wringen: een kopje koffie zonder sporen van vorige drinkers lijkt me geen overdreven luxe. Service met de Franse slag, dat wel.
Ik geef het toe. Ondanks de spellingscontrole in Word blijven spellingsfoutjes mijn handelsmerk. Ik heb mijn vorige blogberichten nog eens doorgenomen en jawel. Daar sluipen stiekeme dt foutjes rond, de interpunctie kraakt in haar voegen, en hier en daar duiken overbodige spaties rond. Komma’s staan op plekken waar ze niets te zoeken hebben. Onlangs wees harmonicaman me zelfs op het verschil tussen “nog” en “noch”, iets waar ik tot dan vrolijk aan voorbij was gegaan. En laat het duidelijk zijn: Harmonicaman is de enige die mij op fouten mag attenderen.
En toch blijf ik schrijven, want als ik zou wachten tot alles perfect is, grammaticaal, stilistisch, interpunctietechnisch, dan kwam er nooit een letter op papier.
Ik schrijf zoals ik denk. En denken is zelden netjes. Het is chaotisch, associatief, soms onsamenhangend. Als ik moet kiezen tussen perfect en echt, dan kies ik voor echt. Met een extra spatie en hier en daar een rebels kommaatje die zich niet aan de regels houdt zoals ik. Dan zou ik blijven hangen in de correctiemodus, met mijn innerlijke taalpolitie op de achterbank, zwaailicht aan, klaar om elke dt-fout genadeloos te beboeten.
Kommaneukers zijn dus niet welkom. Punt ! Want zodra ze opduiken met hun rode pen en hun opgeheven vingertje, komt mijn innerlijke kruidje-roer-me-niet in actie. En geloof me, die is niet te genieten. Die trekt zich terug in een hoekje, slaat haar armen over elkaar en weigert nog één letter te typen. Creativiteit? Foetsie. Flow? Verdwenen. Alleen nog maar frustratie en een knagend gevoel van “doe ik het wel goed genoeg? En “ik kan ook niets…”
IJverige lezertjes herinneren zich misschien nog wel hoe ik een week geleden schreef over de avonturen van Cesar en de kat.
Misschien vragen ze zich zelfs af hoe het beestje is vergaan? Ondertussen hebben wij hetzelfde pad alweer bewandeld. En jawel, daar lag hij, op een stoep in het zonnetje. Geen hoge rug dit keer, geen geblaas. Hij kroop sluipend onder een auto, loerend naar ons vanuit de schaduw.
Cesar liep erlangs met zijn neus in de lucht, alsof hij zich van geen kat bewust was. En zo hoort het ook.
Bijkomstige schade, zo noem ik het maar. Tijdens wat ik dacht een rustige ochtendwandeling met mijn bodyguard, sprong ineens vanuit het niets een kat. Niet zomaar een kat. De kat. Die we al vaker hadden gezien, met hoge rug en hevig blazend. Maar altijd net buiten bereik. Deze keer koos de kat voor de aanval. Cesar hapte terug, instinct boven etiquette. Ik riep “los” en “donne” (Cesar is tweetalig) met een stem die zichzelf niet herkende. En hij liet los. De kat verdween als een rookwolk. Cesar bleef achter, bloed op mijn schoenen. Ik trok hem weg van de plaats van delict, bedenkelijk. Niet om wat er gebeurde, maar om hoe snel het gebeurde en hoe dun de grens is tussen routine en chaos.
Thuis ligt hij nu weer te maffen. Zijn naam is haas.
Ooit zei u dat u mijn schrijfsels “zo goed” vond. Dat u ze allemaal had gelezen. Ik glimlachte beleefd, zoals men dat doet bij complimenten die klinken als echo’s in een lege kamer.
Ik zocht naar sporen van uw lezing, Een zin die u raakte. Een passage die u deed lachen, of fronsen. Maar u bleef vaag. Mijn blog was “leuk”. U hield van mijn schrijfstijl. zei u ook nog.
Uw naam staat ergens in één van mijn teksten. Als dank voor een herinnering die we deelden. U heeft haar niet herkend. Of niet genoemd. Of misschien wel gelezen, maar zonder te zien.
Een andere vriend zou mijn blog gaan lezen. Hij sprak er niet meer over. Wel over een column in een krant en toonde voor mijn blog alleen grammaticaal gezag. Sommige mensen zijn wandelende spellingcontrole, geen lezers van zielen.
Eén vroegere blogvriendin vond het te veel moeite om in te loggen. Toen het haar eindelijk gelukt was, schreef ze maar één woord: Tof! In het kleinste letterteken mogelijk. Ik las het drie keer. Tof. Tof? Tof.
Een andere blogvriendin bedankte me vriendelijk voor mijn bezoek aan haar blog, maar kon de link naar de mijne niet vinden. Vreemd, want haar teksten verraden vaak een zekere behendigheid in het knippen en plakken van andermans woorden zonder bronvermelding. Ironie, het blijft een kunst.
Soms komt er toch iemand binnen. Ze lezen mijn teksten niet, maar delen folders uit met linken naar hun eigen blog. Ze spreken over de herfstvakantie, het weer, over de aanstaande verkiezingen in Nederland, over yoga, over hoop, over Halloween. Ik word zelfs gewaarschuwd voor het omgaan met geesten. Ik lees hun woorden zoals men een flyer leest die onder de ruitenwisser is geschoven.
Ze zijn even op mijn blog geweest. Maar ze luisteren niet. Ze noemen mijn naam niet. Mijn tekst niet, Ze waren even hier, de bezoekers die spreken over zichzelf maar niet luisteren.
Toch blijf ik schrijven. Voor u. Of voor iemand die op u lijkt, voor mijzelf.
Mijn hemel, hebben die overbetaalde zakkenvullers in de EU niets beters te doen? Terwijl de wereld worstelt met klimaat, migratie, armoede en oorlogen, buigt Europa zich over de semantiek van de schnitzel. Vleesnamen zijn voortaan verboden want taal moet duidelijk zijn.
Scoren voor open doel: ze willen wettelijk verbieden om "vleesnamen" te gebruiken voor veggie-spul. Gewoon, omdat taal duidelijk moet zijn...Alsof de gemiddelde consument in verwarring raakt bij het zien van een vega worst en denkt: ”Ah, een varkentje met een gewetenscrisis.”
Ondertussen liggen de blinde vinken nog steeds in het koelvak, zonder vogel en zonder blindheid. Lopen de hotdogs rond zonder hond maar mèt morele vrijbrief. En de hamburger? Die is noch ham, noch burger, eerder een gehaktbal met grootheidswaanzin.
Je hoeft Europa niet belachelijk te maken, dat doen ze zelf wel.
dit blog ondersteunt oude spelling nieuwe spelling oude nieuwe spelling onnodig Frans onnodig Engels verkeerd geplaatste leestekens stijl en spelfouten
OVER VRIJE MENINGSUITING!
"Het mooie van vrije meningsuiting is dat je altijd weer verrast wordt door de schaamteloosheid van degenen die haar willen beknotten"
THEO VAN GOGH (VERMOORDE COLUMNIST EN CINEAST)
OVER LIEFDE
"LIEFDE IS DAT JIJ HET MES BENT
WAARMEE IK IN MIJZELF WROET"
May the sun. Bring you new energy bij day. May the moon. Softly restore you by night. May the rain. Wash away your worries. May the breeze. Blow new strenght into your being. May you walk. Gently through the world and know. Its beauty all the days of your life.