Red het Zuid Nederlands (Bea Hanssen)
Eind jaren 60-begin jaren '70 lieten ze wel en dikwijls
van zich horen: van Gerard Walschap tot Hugo Claus en Louis Paul Boon. Na twee decennia strenge taalzuivering in Vlaanderen, betreurden deze drie zo verschillende schrijvers de uniformiteit van de Nederlandse taal en de daarmee gepaard gaande taalverarming. Vandaag hoor je soms wel eens een Vlaamse schrijver klagen, zoals recent Dimitri Verhulst, maar dan gaat het meestal om de editoriale praktijken van Nederlandse uitgeverijen, die Zuid-Nederlandse woorden schrappen…
Ook al spreekt de Taalunie,
het instituut ontstaan uit het culturele en talige verdrag tussen Nederland en België (1980), vandaag de dag over taalvariatie, toch hangt ze impliciet nog te dikwijls de idee van één enkele standaardtaal aan. Die standaardtaal wordt, zoals in de 19de eeuw, vooral door het Noord Nederlands gekleurd, wat anno 2011 anachronistisch en dus niet meer van deze tijd is.
Taalpurisme en een anti-Franse reflex
speelden een belangrijke rol: terwijl het Engels voor een groot deel uit Franse leenwoorden bestaat
(pleasant, pleasing van plaisant), werd het Zuid-Nederlandse plezant afgeleerd.
In 1972 stopte het taalzuiverende TV programma
"Hier spreekt men Nederlands." Maar het zou voorbarig zijn te stellen dat daarmee het tijdperk van de taalzuivering ten einde was. Het in 1980 beklonken culturele samenwerkingsverdrag tussen Nederland en Vlaanderen, de Taalunie, brak niet met deze taalzuiverende traditie maar gaf ze een ander gezicht…
Redactionele beslissingen van Nederlandse
uitgeverijen tegen het Zuid Nederlands, zo dient gezegd te worden, zijn slechts het legaat van het hoger beschreven cultuurimperialisme.
Taalkundigen zeggen vandaag graag dat ze niet echt normatief optreden, maar dat wordt gelogenstraft door de weerslag die hun beleidsbeslissingen vinden in het Nederlandse onderwijs in Vlaanderen.
De eindtermen voor het vak Nederlands
zeggen wel dat kinderen gewezen moeten worden op taalvariatie en taalregisters, maar de idee van de betere Noord-Nederlandse norm blijft verderwerken. Leerboeken Nederlands in de lagere school bevatten heel wat Noord-Nederlands tekstmateriaal, wat zou toe te juichen zijn als het bedoeld was als verrijkend cultureel materiaal. Maar spijtig genoeg gaat het om normerend taalgebruik, "zij zeggen het beter." Omgekeerd vind je geen aan te leren Zuid-Nederlandse woordenschat in Nederlandse schoolboeken.
"Leuk" is één van de eerste woordjes
die kleintjes leren in de kleuterklas, dus is het niet verwonderlijk dat leuk zo'n prominente plaats inneemt in de taal van jongeren die in het Taalunie tijdperk zijn opgegroeid. Wil ik de jongeren hun leuk afnemen?
Helemaal niet.
Maar waarom de negatieve statusbepaling voor plezant?
Waarom kunnen de twee niet naast elkaar bestaan
als standaardwoorden? Precies, omdat er maar één eenheidstaal is (met een beetje variatie, maar niet te veel).
Toch blijft het storend dat de Nederlandse Taalunie enerzijds een meer open houding tegenover taalvariatie aankondigt, terwijl anderzijds belangrijke Vlaamse representanten van diezelfde Taalunie verder aan negatieve beeldvorming rond aspecten van het Zuid Nederlands blijven doen.
Dat kan aangetoond worden n. a. v. de recente officiële reacties op de "Terug Plezant Club," een fanclub voor het woord “plezant,” gestart door een man uit Beerse. Toen ook hij recent de Taalunie kritiseerde, volgde meteen een reactie van de Taalunie, waarin stond dat de Taalunie zeker geen taalpolitie is…
Enige tijd later, evenwel,
schreef een prominent Vlaams woordvoerder van diezelfde Taalunie een sarcastisch opiniestuk in de Standaard, waarin voor de goede verstaander de draak werd gestoken met dat "lompe" woord "plezant" en de (lees: volkse) activist die voor het woord opkwam. Dat de Terug Plezant Club op het seniorennet gehost wordt, maakt het voor sommige taalkundigen dan ook gemakkelijk om die actie voor plezant als een “generatieconflict” aan de kant te schuiven...
Maar zijn plezant, goesting, en kleed
werkelijk zoveel "lomper" dan doei, hartstikke en ouwehoeren, woorden die in Nederland wél standaardtaal zijn? Gaat het hier niet veeleer om culturele vooroordelen die het Vlaamse taalbeleid mee bepalen?
Het antwoord op die vraag lijkt duidelijk...
Het volledige artikel vind je op de website van Knack:
http://www.knack.be/opinie/vrije-tribunes/red-het-zuid-nederlands-bea-hanssen/opinie-1194981043695.htm#