Pozitievitaait!
Een liedje om u op te fleuren...
Pozitievitaait!
Een liedje om u op te fleuren...
Buitengewoon

My wens vir kersfees
(Paul Opdam 2013)
Liewe kersfees vader,
As u my brief lees
Dan weet u my wens ...
Vir die kersfees
Ek geniet van die ysblomme
Wat bloei op my ruite
Van die kleine sneeuvlokkies
Wat dans in die wind buite
Van die sneeuman
Wat staan op die plein
Maar kersfees vader lees deur
My kersfees wens is klein
Ek hou van die kersboom
Met slingers en liggies
Die kersstal met Jesus
Die geskenke met gediggies
En van elke kerswens
Wat ek lees op elke kaart
Van die kindersokkies
Wat hang bô die haard
En van elke kers
Wat brand in ons huis
En die heerlike geure
Wat kom uit ons kombuis
Ek is lief vir alle kinders
Wat so pragtig kersliedjies sing
Maar liewe kersfees vader
Weet u wat u my mag bring
Ek gee u die antwoord
Op die vra wat is my bede
Bring alle mense op die wêreld
Geluk, liefde en vrede
de Doddelman

Lowieke doddelde dat ni mèr sch(oe)(eu)n was,
verschrikkel(eu)k!
Lowieke doddelde dat niet meer schoon was, verschrikkelijk!
en roar mèr woar, hèj hot
vier bengels di_j allemoal hi(eu)l goe kosse klappe…
en raar maar waar,maar hij had 4 kinderen die allemaal heel vlot konden spreken
Schoarel g(eu)rokte mèj Lowieke_n_on de klap en vroeg:
"Lowieke joen(g)e, oe(eu) kan dè toch dad_dè ben(g)els
zoe goe kunne klappe? En gèj doddelt tege de
sterren_n_(oe)p!?
Karel geraakte in gesprek met Lowieke en vroeg:
"Lowieke, man, hoe is het mogelijk dat uw kinderen zo vlot praten? Gij doddelt tegen de sterren op!?"
Lowieke_n_aantwoordde: "e e e en d d d d
d d dènkte g g gèj d dak_k_ik d d di_j j j j(oe)n(g)
mè mèèè, mèèè ma(eu)ne m m moont
ge_heu_m m mmokt_tem s Schoarel?"
Lowieke antwoordde: "e e e en d d d denkt g ge d d d dat
i i ik d d ddie m m met m m mijn m m
mond g g ggemaakt h heb k k Karel?"
de Dobermann...

Sloeber is on 't waand(eu)le in 't park
en passeert iemand mè nen Dobberman…
Sloeber op wandel in het park, passeert iemand met een Dobermann…
de vènt schudde wa mè zenne kop,
hej hod precies wa jicht of zoe(eu)…
de man schudde een beetje met zijn hoofd, waarschijnlijk een beetje jicht…
Sloeber kekt een bitsje bang nor di(eu)_n_oond
en vraogt: "sèg moat, is dè ni chevoarlek
zoe(eu)n groe(eu)t bi(eu)st?"
Sloeber kijkt een beetje bang naar de hond en vraagt: "zeg meneer, is dat niet gevaarlijk z'on groot dier?"
swèns dat_t_(eu)m zoe(eu) mè s(eu)nne kop bleef schudde,
begos_s_(eu)m te dodd(eu)le:
terwijl hij met zijn hoofd bleef schudden, begon de man de doddelen:
"neee… neeee…. neee…"
"neee… neeee…. neee…"
Sloeber was gerustgesteld en r(eu)st over de kop van de_n_oond…
Sloeber was gerustgesteld en wreef over de kop van de hond…
en hap! hèj beet in z(eu)n haand!
en hap! die beet in zijn hand!
Sloeber liet nen blèèt van de pa(eu)n!
Sloeber liet een schreeuw van de pijn!
en den doddelèèr ging v(eu)rt:
en den doddelaar sprak verder:
"neee, neee, neeege v v v van de t t t t tien
k k k kérre b b bettem wol..."
"neee, neee, neeege v v v van de t t t t tien k k k keren b b b bijt hij w w wel…"
Dialecten zijn plezant!
We hebben Rozemarijn een beetje
geholpen met haar stagewerk.
Ze schrijft het volgende:
Beste heer Wuyts
Nog even een bedankje voor de tips
betreffende de dialecten.
In bijlage een korte samenvatting van
wat ik tijdens de stageweek met de kinderen
heb gedaan. Het was heel plezant en....
de kinderen hebben er heel wat
van opgestoken.
Het is toch belangrijk dat ze weten
dat het dialect geen "minderwaardige" taal is!
En dat hebben ze deze week zeker geleerd.
Met vriendelijke groet
Rozemarijn Somers
++++
Bijlage:
“Moekapapa “ is “Woord van het jaar” !
De basisschool van Mariagaarde te Westmalle heeft een verkiezing
gehouden voor het Woord van het jaar – editie Mariagaarde
en dit is “Moekapapa” geworden.
Moekapapa is een fantasiewoord
en betekent “deugniet”.
Het eerste
leerjaar, klas van juf Brigitte
is de uitvinder van dit woord.
De verkiezing was deel van het project
“Toltjes uit
de Taalkast”.
Leerlingen van het vijfde leerjaar, de klas van juf Christel
werden een hele week ondergedompeld in een bad van
dialecten uit Vlaanderen en Nederland.
Dit alles was in een boeiend en interactief project gegoten
en werd vakoverschrijdend aangeboden gedurende de hele schoolweek.
(van 22 tot 26 april 2013)
Interculturele gerichtheid : de basis en aanloop voor het project
Sinds 2010 is aan het nieuwe leerplan Nederlands Taalbeschouwing
het domein interculturele gerichtheid toegevoegd met als doel:
leerlingen leren openstaan voor en omgaan met de interculturele diversiteit
die in onze maatschappij aanwezig is.
Belangrijk is dat leerlingen waardering kunnen opbrengen
voor andere culturen, dus ook voor andere talen of taalvarianten.
Lerarenopleiding KATHO te Tielt biedt hun laatstejaarsstudenten
dan ook de mogelijkheid om in hun bachelorproef rond het thema
“interculturele gerichtheid” te werken.
Onder begeleiding van promotor Matthias Lefebvre
ging laatstejaarsstudente Rozemarijn Somers de uitdaging aan.
Ze belichtte in deze week van ‘Toltjes van de Taalkast’
de varianten van de Nederlandse taal en dan voornamelijk dialecten
in Vlaanderen en Nederland.
Eén van de leerdoelen bestaat erin om het ‘stigma’ dat dialecten
en streektalen in het verleden kregen “op te heffen”
en om de leerlingen zo te laten inzien dat
al deze talen als “volwaardige taal”
moeten worden beschouwd
en niet een “minderwaardige”
versie van het Standaardnederlands.
De “toltjes” en de “taalkast”
Een taalkast werd aan de leerlingen aangeboden.
In deze taalkast zitten “Toltjes” (dialect van “Taaltjes”).
Zoals men zijn kleding aanpast aan bepaalde evenementen en situaties,
bezit je als mens een soort van “taalkast”, waar je uit kan kiezen welke woorden
of taal(variant) je in een bepaalde situatie of op een bepaald moment gebruikt.
De leerlingen onderzochten wat een dialect is en waar ze voorkomen,
ze ondervroegen lokale Westmallenaars over hun
dialect, 
ze debatteerden over het gebruik van de varianten,
ze leidden het onderzoek: “Woord van het jaar” – editie Mariagaarde
en last but not least…ze lieten hun creativiteit de vrije loop
met liedjes van streektaalzangers als Urbanus, de Fixkes,
Normaal, Fanfaar en Axl Peleman.
Ze vonden het allemaal HEEEEEEEL PLEZANT!!!!
Met
vriendelijke groet, Rozemarijn Somers
Leen, doos, wol, rijf, put...
Van Jenny Van Goubergen uit Grobbendonk
kregen we dit plaatje met Drentse woorden:

We hadden in het eerste
leerjaar
ook zo’n bordjes in onze klas:

Twi_jje schawte_n_oep verkenning…

Twi_jje schawte_n_oep verkenning…
2
Scouts op verkenning
twi_j(eu) v(eu)rtrekkers van de schawte, Gussje en de Fraans
zen oep kaampverkenning top_p_in de woale..
Twee voortrekkers van de Scouts gaan op kampverkenning in het hartje van Wallonië.
ze zette_n_h(eu)lli tentje on de raand van een bos..
en ze gon sloape..
Ze zetten hun tentje op aan de rand van een bos en kruipen onder de wol
ini_j(eu)s mokt Gussje de Fraans wakker!...
"Fraans zie_d_is ommoe(eu)g!!..
.. en wa_siede nè?..."
Plots maakt Gust Frans wakker! "Frans kijk eens omhoog!" Wat ziet ge nu?
de Fraans gi(eu)wde_n_is goe en zèj:
"a… hi_j(eu)l veul sterre_n_è.."
Plots maakt Gust Frans wakker! "Frans kijk eens omhoog!" Wat ziet ge nu?
"en wa wul dè segge?" vroeg de Gust…
"en wat betekend dat dan?' vroeg Gust…
"a… dat_t_er_r_ok hi_j(eu)l veul planete zen zeker…"
"wel_euh, dat er veel planeten zijn zeker…
"en wa wul dè segge?" vroeg de Gust..
"en wat wil dat zeggen?' vroeg Gust…
"a… dat_toar m(eu)sschin ok mènse woe(eu)ne zeker…"
"euh, dat daar misschien ook mensen wonen zeker…
"allèj allèj… se kemel!.." zèj Gussje..
"zie_de nè ni da_d_os tèènt gepikt_t_is?!!..."
"allé allé… se kemel!.." zei Gust..
"ziet ge nu niet dat ons tentje gestolen is?!!"
de Kempen zingt!
(eu)n ferr(eu)m innisiatief manne!
De pastoe(eu)r en de mo(eu)s…

|
|
echt gebeurd in Bèèrs, oep Den Hawt zo(eu) roond 1957
a w(eu)j een joar of tien woare, g(oe)n(g)e we nor
de mis in de noew(eu)dkerk oep Den Hawt
wanneer we een jaar of 10 waren, gingen we naar de H. mis in de noodkerk van Den Hout
w'emme noew(eu)t gewéte da_tè een noe(eu)dkerk was…
veur os was di_j kerk goe genoeg oemmes...
we hebben nooit geweten dat het een 'noodkerk' was, voor ons was die die kerk immers goed genoeg
't was ali_j(eu)n spa(eu)tig da we ni bèj
de meskes mochte zitte…
't was alleen spijtig dat we niet bij de meisjes mochten zitten…
de bengels zate rechs, dès de kaant woar Koop Steek
aaltej in de gel(eu)jende stoof zat te rure
de bengels zaten rechts, dat was de plaats waar Koop Steek
altijd in de gloeiende kachel zat te porren
en de mèskes lin(g)s, ……….en doar stoeng de prékstoel!
en de meisjes links, en daar stond de preekstoel!
dè was mer nen hi(eu)le sump(eu)le zè,
ik dèènkt van triplex of zo(eu).
het was maar een eenvoudige preekstoel, ik veronderstel van triplex of iets dergelijks
mer oep ne kér zat_t_er een mo(eu)s in !
maar op een keer zat er een muis in!
de waande woare hol, en een mo(eu)s hoi de
kaans gezien oem doar_in te geroake...
de wanden waren hol en de muis had de kans gezien om er in te komen
vlak v(eu)r de mèskes hoi_z'(eu)n k(eu)tje
in 't hawt gebéte...
pal voor de meisjes had ze een holletje in het hout gemaakt…
en ell(eu)ke kér as de pastoe(eu)r oan 't preeke was
kwam di_j mo(eu)s piepe…
iedere keer als de pastoor aan het preken was, kwam de muis piepen…
de mèskes schote dan natuurlijk in h(eu)lli_je lach
i_jest mer een poar, mer oem_men_duur
was hi_jel de kerk oant 't lache...
de meisjes schoten in de lach, het begon met enkele, maar op den duur barstte heel de kerk uit in gelach…
de pastoe(eu)r docht ' zoewe_k_ik nè zoe_goe préke ? '
de pastoor dacht: 'zou ik nu zo goed kunnen preken?'
mer oep ne kér mej nen hi(eu)le_n_tristige preek,
schote de mènse nog in d(eu)rre lach!..
maar op een keer, tijdens een trieste preek, schoten de mensen nog in de lach…
nè mutte_'k_(eu)t wéte zej_j(eu)m, en noa de mis
ging_(eu)m nor Tréske van de L(eu)st(eu)rb(eu)rg
nu moet ik het weten, zei hij, en na de mis ging hij naar Treske van de Luysterborg
Tréske was zoe(eu)n braaf mèèns,
di_j léj natuurlek alles (eu)t
Treske was een braaf menske en ze vertelde natuurlijk het hele verhaal
De pastoe(eu)r schoot lek ne wéllicht nor
den Teurreman... (di_je w(eu)nde woar
di_j kafféj_j, 'den Hawt' was en nè
den Toerist' oef zoe(eu),
de pastoor ging als de bliksem naar Torremans (die woonde waar nu cafe den Toerist is of zo)
mer jè, di_je mèèns hot_t_(eu)t_t_ok druk è...
en kon dè k(eu)tje ni direct kome moake...
maar ja, de man had het ook druk en kon het gaatje niet onmiddellijk herstellen
héj beloofde w(eu)l om_m_(eu)t zeker
de week d(eu)rroep t' arr(eu)ngére
hij beloofde wel om het zeker de week daaropvolgend te doen
allèj dè was goe_t_dan è... dan nog mer_r_is i_j(eu)ne kér
ne preek mè_t_dè_ch(eu)lag
enfin, het was afgesproken….dan nog maar eens een preek met gelach…
hot_di_j(eu)_n Teurreman
dè nè toch ni gemokt zeker!!
en niks gezej..!
nu had die meneer Torremans het gaatje toch hersteld…zonder de pastoor in te lichten…
de volgende zondag, al ambetaant oep v(eu)rhand
g(oe)n(g) de pastoe(eu)r de prékstoel oep...
volgende zondag, al nerveus op voorhand ging de pastoor de preekstoel op…
de preek was al een tétje bézzig, mer der gebeurde niks!
de preek was al een tijdje aan de gang…maar er gebeurde niets!
de pastoe(eu)r wis ni_j wat_t_ie moes dèènke...
de pastoor wist niet meer wat hij ervan moest denken…
tot_t_ini(eu)s een aaw vrawke d(eu)r_r_i_j(eu)ne liet vliege ..
en hi_j(eu)l de kerk in de lach schoot...
plots liet een oud vrouwke een laggerekt windje… heel de kerk barstte in lachen uit!
dè was teveul v(eu)r de pastoe(eu)r z(eun) zén(eu)wwe…
en héj schoot_t_(eu)t:
dat was teveel voor onze arme pastoor; en hij schoot uit:
aw(eu)l mèènse nè lachte nog è!!
mer dès w(eu)l de léste kér gewest zè!
wel mensen nu lacht ge nog hé!! maar dat is wel de laatste keer geweest!
want volgende week is dè k(eu)tje dicht!
want volgende week is dat gaatje dicht !
en doar za'k_k_ik zelf persoe(eu)nl(eu)k
v(eu)r z(eu)rr(eu)ge!!
en daar zal ik zelf persoonlijk voor zorgen!!
Bevriest een_n_aai?

|
L(eu)wi_j… wette gej w(eu)roem da_d_(eu)n_aai ni bevriest?... |
Lowie, weet gij waarom een ei niet bevriest?
ni_je Sloeberke… wette gej dè?...
nee Sloeberke, weet gij het?
joa… aw(eu)l dè_d_is oemda_t_toar nen doei_j(eu)r in zit!...
wel, dat komt omdat er een dooier in zit!
Sloeber bij de waarzegster...

Sloeber goa v(eu)r den i_j(eu)ste kèr
in z(eu) lève n(eur) een woarzegster,
Sloeber gaat voor het eerst in zijn leven naar een waarzegster,
hèj wow w(eu)l_l_is wète woar dat_t_(eu)m v(eu)r st(oe)ng…
hij wilde weten wat hem te wachten stond…
de woarzegster lèj_j_(eu)r haande (oe)p z(eu)nne kop
en zèj, nogal hert: 'gèj zult loe(eu)pe!'
de waarzegster legde haar handen op zijn hoofd en zei, nogal luid; 'gij zult lopen!'
Sloeber wow aantwoorde: 'mèr ik zèn_ne_k_ik ni lam zè'
Sloeber wou reageren met: ' maar ik ben niet verlamd hoor'
mèr de woarzegster bleef mer roepe:
'gèj zult loe(eu)pe!'
maar de waarzegster bleef maar roepen; 'gij zult lopen!'
Sloeber riep (eu)n bitsje: 'mèr maddam toch, ik mankeer hi(eu)lemoal niks zè!
Sloeber sprak wat luider: ' maar mevrouw toch, ik ben kerngezond!'
mèr de woarzegster bleef mer roepe:
'gèj zult loe(eu)pe!'
maar de waarzegster bleef maar roepen; 'gij zult lopen!'
toen Sloeber o(eu)te, zag_che_m(eu)t…
ik zèn der mèj weg, ge zè_d_oan 't zi(eu)vere!
Sloeber werd het beu en zei: 'mevrouw, ik ga weg, ge zijt aan het zeveren!'
swèns da Sloeber nor bo(eu)te liep riep
de woarzegster nog achternoa: 'gèj zult loe(eu)pe!'
terwijl Sloeber naar buiten liep riep de waarzegster hem nog na: 'gij zult lopen!'
toen Sloeber bo(eu)te kwam zag_ch(eu)m_(eu)t zell(eu)f…
z(eu)nne vélo was gepikt!
toen Sloeber buiten kwam zag hij het zelf…
zijn fiets was gestolen!
L(eu)j L(eu)wieke...

|
|
'k hem zoe_al vanalles gedoan in men lève,
mèr 't sch(eu)nste zjobke hoddek tog w(eu)l bèj de gemènt…
'k zen doar ommenduur ploegboas gew(eu)rre, en a_t_er evveraans
nen boe(eu)m m(oe)s geplaant w(eu)rre, dat m(oe)s_se_kik zegge
woar da L(eu)j L(eu)wieke een kot m(oe)s groave…
ik heb al vanalles gedaan in mijn leven, maar de schoonste job had ik toch wel bij de gemeente…
'k ben daar na een tijd ploegbaas geworden, en als er ergens een boom moest geplant worden
moest ik Lui Lowietje opdragen waar hij een gat moest graven…
dè L(eu)j L(eu)wieke was ni_fan de rapste…
en (oe)p ne kèr hot_t_(eu)m_(eu)t wèr oan!
Lui Lowietje was niet van de rapste, op een keer was hij weer extra traag aan het werken!
L(eu)wieke was al een uur on't groave, en der lag
mèr aamper een schup zaand neffe dè kot…
Lowietje was al een uur aan het graven, en er lag amper één schop zand naast het gat…
ik zèj tege L(eu)wieke:' L(eu)wieke springt nè is in dè kot'
en L(eu)wieke dèj dè.
ik zei toen tegen Lowietje: ' Lowietje spring eens in de put', wat hij deed.
ik zèj toen: 'springt_t_er nè mèr tru_g_(eu)t'
ik zei vervolgens: ' spring er nu maar terug uit'
ik zèj wèr;' L(eu)wieke springt in dè kot'
ik zei weer: ' Lowietje spring in de put'
ik toen wèr: 'springt_t_er nè mèr tru_g_(eu)t'
en torn weer: ' spring er nu maar terug uit'
toen vroeg_g_(eu)m: 'seg… wa wulde nè fa(eu)telek?
mut_t_(eu)k nè in (oe)f (eu)t dè kot?'
toen vroeg hij:'zeg, wat wilt ge nu eigenlijk?
moet ik nu in of uit die de put?'
ik zèj: 'ge mut gew(oe)(eu)n v(eu)rt doen
ik zei: 'ge moet gewoon zo verder doen
lèk da_che bezzig zè…der_r_in…der_r_(eu)t.., der_r_in…der_r_(eu)t...
zoals ge nu bezig bent… er in, er uit, er in, er uit…
ge brengt mi(eu)r zaand n(eu)r bove mèj_j_(eu)w klone
dan mèj_j_(eu)w schup!
ge haalt meer zand naar boven met uw klompen dan met uw schop!
++++
met dank aan Fons Platenkamp
Zanger-humorist uit Bornerbroek (Twente),
die de grap in zijn dialect als volgt schreef:
++++
Ik heb al vanalles doan mien leaw’n
ma het mooiste werk wa’k
heb had was bie de gemeente.
Doar bin ik oetgreuid tot veurwerker en ik mos
doar werken met Bats.
As der
ne boom pot’mos wön dan mos ik tegen Bats
zeggen woar de koel mos kom’ en dan
mos Bats de koel greaw’n.
Bats
was genne vluggen in zien werk,
dat was vaak nig zo slim ma mangs kwam dat
slecht oet
as’t effen echt gebeuren mos.
Ik wees
Bats een moal an woar ne boom pot’ mos wön
en Bats begun met zien schupke an ‘t karwei.
Noa
aanderhalf uur was der nog nig völ groond vezat
en ik zeg tegen Bats: Ie möt
in de koel springen en dan der wier oet.
Bats sprung in de koel en der wier oet.
Ik zeg:
En noe vedan, in de koel en der wier oet,
in de koel en der wier oet en zo
vedan.
Bats ha
al een moal of vief mien commando opvolgd
en wö’n in keer zo hellig dat he
tegen mie zeg:
Wat mö’k noe dan, in de koel of der oet?
Ik zeg:
Ie möt gewoon vedan goan
met in de koel springen
en der wier oet
want ie
brengt meer zaand
met an de kloomp’n
dan op de schuppe!
M(eu)j(eu)l(eu)ke woorde v(eu)r aaw manne…

|
M(eu)j(eu)l(eu)ke woorde v(eu)r aaw manne… |
Moeilijke
woorden voor senioren…
Zjef kwam Pi(eu)rke tége (oe)p de mèrt.
Jef kwam Pierke tegen op de markt.
Pi(eu)rke vroeg:'Hedde gèj nog_iet gehoe(eu)rt van de Foons?
'K hem di(eu)je_n_al z(oe)lang ni mèr gezien!'
Pierke vroeg:'Heb je nog iets van Fons gehoord? 'k heb hem al lang niet meer gezien.
Mèr di(eu)je_n_is tog gesteurreve Pi(eu)rke' zèj Zjef.
'Maar die is toch gestorven, Pierke' zèj Zjef...
O_oo, dè wist_t_(eu)k ni! Hé_t_(eu)m_iet gekrege (oe)f zoe(eu)?
''Dat wist ik niet. Is hij ziek geweest of zo?'
Hèj hot iet_t_on zen hert, en hot ne pesewever gekrege'
"Hij leed aan een hartziekte en toen heeft hij een 'pesewever' gekregen.
En dè was alleloal nog niks j(oe)n(g)e,
(eu)n poar meunde loater wir_r_(eu)m ziek on zenne prost(eu)staant!
Maar dat was niet het ergste, na enkele maanden werd hij ziek aan de 'protestant'.
Ja, en nè is_s_(eu)m doe(eu)t!
'k zen_n_(eu)m nog een kr(eu)ske gon geve
in 't dolfinoarium!
En nu is hij overleden, 'k ben hem een kruisje gaan geven in het dolfinarium!
Hèj loog doar hi(eu)l schoe(eu)n,
'k zèn nog n(eu)r de begroafenis gewest_t_ok.
Hij lag er heel mooi opgebaard en ik ben ook naar de begrafenis geweest.
De Pastoe(eu)r hé een hi(eu)l schoe(eu)n homofilie gehawwe!
Na de viering is_s_(eu)m dan verrast.
Z'emme doar segew(eu)rrig ok een cremeri_j_è.
De pastoor heeft een heel mooie homofilie gehouden over hem. Na de viering werd hij verrast
Ze hebben daar tegenwoordig ook een crêmerie hé.
Wélhaire, klain vintje...

|
. |
een stukje poëzie van Paul Opdam
in het Ostènds vertaald door Paulette Lams:
Wélhaire, klain vintje,
in jen aigen wêreldtje,
boemmedevul mè kaleuren en droom'n
en 't kut doar nietent gebeur'n
omdat ter doa ginain ku kom'n
Je zie gie, gelik ofda ze zeg'n
e joengen autist
Moester mien nu etwien kun'n utlegg'n
wadadadis en moestekik nu u ki weet'n
of da da zoed elpen voe joen
Ik zien je stief gair'n...
Wélhaire, klain vintje,
in jen aigen wêreldtje,
gin mens etter e gedacht van
da wêreldtje va joen
daj zelve utgevoeng'n èt.
k Wenst'n dak je der
vankost'n verlossen."
De
originele tekst van Paul Opdam:
Arm klein kereltje
Arm klein kereltje
Je leeft in je eigen wereldje
Vol met kleuren
En vol met dromen
Waarin je niets kan gebeuren
Omdat niemand er kan komen
Jij bent zo als ze dat zeggen
Een jonge autist
En ik wilde dat iemand me uit kon leggen
Zo dat ik het wist
Of het helpen zou
Als ik je vertelde hoeveel ik van je hou
Arm klein kereltje
Je leeft in je eigen wereldje
Niemand die er weet van heeft
Van de wereld waarin je leeft
Die je helemaal zelf verzon
Ik wilde dat ik je daaruit bevrijden kon
Jij bent zo als ze dat zeggen
Een jonge autist
En ik wilde dat iemand me uit kon leggen
Zo dat ik het wist
Of het helpen zou
Als ik je vertelde hoeveel ik van je hou
Finneke moes_(eu)t zien!

(oe)p ne scho(eu)ne zondag
g(oe)ng Sloeberke n(eu)r 't lof
en kwam Finneke tege…
op een schone zondag ging Sloeberke naar het lof en kwam Finneke tegen…
hej zèj: "nè mut 'k_is_z_iet loate zien sè,
mèr dè 's zoe spesioaal, da'k dè hier ni kan,
hij zei: "ik moet je iets laten zien,maar het is zo speciaal dat het niet hier kan.
het mut bèj os tho(eu)s"
Het moet bij mij thuis gebeuren."
na 't lof g(oe)n(g)e ze soame n(eu)r za(eu)n ho(eu)s,
as Finneke zej:
na het lof gingen ze samen naar zijn huis, als Finneke zei:
"we zèn_n_er, lot_t_(eu)t nè mèr_r_is sien!"
we zijn er, laat het nu maar zien.
mèr Sloeberke zèj: "ni_je ni_je
't is zoe spesioaal dat_t_(oe)p men sloapkoamer mut!"
maar Sloeberke zei: "nee, nee, het is zo bijzonder dat het op mijn slaapkamer moet."
bloazend g(oe)n(g) Finneke méj nor bove…en ze zéj:
zuchtend ging Finneke mee naar boven en zei:
nè wul_l_(eu)k_et wete! lot zien!
nu wil ik het weten! laat zien!
mèr Sloeberke wow nog ni t(oe)geve…
maar Sloeberke wou nog niet toegeven:
"ni_je ni_je, nog ni_j, 't mut onder de loakes gebeure!"
"nee, nog niet! het kan alleen maar onder de lakens gebeuren.
Finneke wir nè w(eu)l een bitsje kwoat,
mèr goe, ze dook mèj oonder de loakes
Finneke werd nu wel een beetje kwaad, maar goed, ze dook mee onder de lakens.
en dan liet Sloeberke zien wat_t_'(eu)m zoe gère
wou loate zien on Finneke…
dan liet Sloeberke zien wat hij zo graag met Finneke wilde delen:
"kèk_k_is" zèjj(eu)m …
men l(eu)zzie geft licht_t_af!"
"kijk
eens Finneke" zei hij,
mijn horloge geeft licht!"
De wolf...

Sloeber zat mè_j_(eu)n
half stuk in zenne frak on den t(oe)(eu)g…
Sloeber zat half dronken aan de toog…
hèj vroeg on den Billy, zenne moat:
pakt nè d(a)che n(eu)r den bak mut…en dache mut stèrr(eu)ve
hij vroeg aan Billy, zijn vriend: 'stel dat ge naar de gevangenis moet…en dat ge ter dood veroordeeld zijt'
ache meugt kieze, woar z(oe)dde dan 't lifst zitte;
stel dat ge moogt kiezen, waar zou je dan het lieftst naartoe gaan;
(eu)n cel woar_da_twi_j_ondert groade_n_is,
(eu)n cel vol mèj moe(eu)rdenèèrs mèj messe, (oe)f
(eu)n cel mèj ne woll(eu)f di_j_(eu)_n_al (eu)n m(eu)nd gèn_n_ete mèr kreeg …?
een cel waarin het 200° is
een cel vol met messen gewapende moordenaars, of
een cel met een wolf die al een maand geen eten meer kreeg?
allè, wa_s(oe)de kieze?
Ja, welke cel zou je kiezen?
k z(ou)w_è w(eu)l aanrooie van de leste te pakke…
ik zou u wel adviseren om die laatste te nemen…
di_j(eu) woll(eu)f..hik...
di_j_n_is allang doe(eu)t oemmes…
die wolf hik, die is immers al lang dood!
Niet direct een dialect, maar wel plezant!

|
|
Koos vlieg besigheidsklas
tussen Kaapstad en Johannesburg,
en hy is besonder verbaas om te sien
dat die passasier in die stoel langs hom
'n papegaai is.
Toe die lugwaardin verbykom,
vra Koos vir 'n koppie koffie.
"En vir my 'n whiskey, jou koei!"
snou die papegaai haar toe.
Die lugwaardin is so verbaas dat sy
die whiskey bring, maar Koos se koffie vergeet.
Toe Koos haar daarop wys dat hy nog wag
vir sy koffie, skree die papegaai vir haar:
"En bring vir my nog 'n whiskey, jou koei!"
Duidelik ontsteld kom die lugwaardin terug
met die papegaai se whiskey,
maar weereens sonder Koos
se koffie.
Nie heeltemal seker hoe om sy koffie te kry nie,
besluit Koos om die papegaai se metode te gebruik.
"Ek het jou nou al twee maal vir koffie gevra,
jou simpel koei. Bring dit nou voor ek
kwaad word!"
Die volgende oomblik het die kaptein
en 'n paar van die manlike passasiers
vir Koos en die papegaai beet
en dra hulle na die
nooduitgang toe.
Net voor hulle uitgegooi word sê
die papegaai aan Koos:
"Vir iemand wat nie kan vlieg nie
het jy nogal 'n groot bek!"
Nog een Trappistje...
N(eu)r de mèrt in Zundert

|
de zoeg van Broake |
Koer(eu)ltje nen boer van 't kanto(eu)r
in Wezel hot een vette zoeg..
't was ta(eu)d (oe)m ze te verkoe(eu)pe..
Kareltje, een landbouwer uit Wuustwezel - Kantoor, had een vette zeug, het werd tijd om ze te verkopen…
nè..,
in Wezel was gèn mert, mer w(eu)l in Zundert,
z(oe)dus hèj mej di_j zoeg n(eu)r Zundert.
nu, in Wuustwezel was geen dierenmarkt, maar wel in Zundert, dus hij met die zeug naar Zundert.
hèj zet
de zoeg (oe)p z(eu)nne vélo en hèj was weg!
hij zet de zeug op zijn fiets en vertrok!
nè
kwam_m_(eu)m on de grèns…en doar stoenge
twi_je d(eu)woane…
hij kwam aan de grens… en daar stonden twee douaniers…
en
di_je_n_i_j(eu)ne d(eu)woan riep; 'héj!....
héj doar boerke!... stoppe!!!
Koer(eu)ltje stopte…
een douanier riep; 'hela, hallo boerke, stoppen!!!
Kareltje stopte…
'wa
chodde gèj mej dè_fèrr(eu)ke doen???'
nor de mert in zundert..' zej Koer(eu)ltje ..
'OK'… zej den d(eu)woan… 'en de papiere…?'
'wat gaat ge met dat varken doen?'
'naar de markt in Zundert' zei Kareltje.
'OK' zei de douanier…' en de papieren?'
papiere…
papiere… waff(eu)r papiere?' zei Koer(eu)ltje
'papieren, papieren… wat voor papieren' zei Kareltje.
haa..
gèn papiere!.. dan vliegde trug è boerke!..'
en Koer(eu)ltje drooide trug…
'aha, geen papieren… dan vliegt ge terug he boerke! en Kareltje reed terug....
mèr een
bitje wèjj(eu)r drooide_n_(eu)m 't schérhawt in…
hej pakt dè ferr(eu)ke van z(eu)nne vélo…
doet dè
ferr(eu)ke z(eu)nne keel oan,
en z(eu)nne roeje zakdoek mej witte bollekes,
zet z(eu)n blaaw klak oep 't ferr(eu)ke,
hej zet dè ferr(eu)ke trug vanachter oep z(eu)nne vélo…
en héj ri_j trug nor de grèèns!
maar een beetje verder reed hij het kreupelhout in...
hij nam het varken van zijn fiets
deed het varken zijn blauwe kiel aan en zijn rode zakdoek met witte bolletjes
hij zet zijn blauwe pet op het varken
hij plaatst het varken terug acteraan op zijn fiets
en hij rijdt weer naar de grens…
nè
kwam_m_(eu)m trug on de grèns…
en doar stoenge di_j twi_je d(eu)woane…
héj knikte_n_is….. en de d(eu)woane knikte belèèft trug…
en
swèèns ri_jj(eu)m stillekes v(eu)rt…
hij kwam terug aan de grens… en daar stonden die twee douaniers…
kij knikte eens… en de douniers knikten beleefd terug
ondertussen reed hij stilletjes verder…
en
a_t_(eu)m zoe(eu) een éndje v(eu)rbej was…
zej di_je_n_i_j(eu)ne d(eu)woan tége de_n_aand(eu)re…
wanneer
hij zo een eindje gepasseerd was…zei de ene douanier tegen de andere:
ség
Keejs…hép je tat nou ch(eu)sien!!
… die
éne pelg!...
… tat was nou nét 'n farr(eu)ke!...'
'zeg Kees, hebt ge dat nu gezien!!
die ene Belg…
dat was nu net een varken!'
Bij de Trappisten...sst!

|
bèj de Trappiste… |
bij de Trappisten…
gelèk da che wet, meuge di_j manne ni klappe_n_è…
behalve dan ie_j(eu)ne ker per joar,
zoals ge weet mogen die mannen niet spreken hè, behalve dan één keer per jaar,
dan mag_ch_er ie_j(eu)ne_n_iet zegge,
en zoe(eu) ieder oep toer…
dan mag er ééntje iets zeggen, en zo ieder om beurt…
zoe(eu) mocht in 2000 poater Fernandus iet zegge,
hèj stoen(g) recht en zej:
"euh… de soep is te zawt"
zo mocht in 2000 pater Fernandus iets zeggen, hij stond recht en zei:
"euh… de soep is te zout"
een joar loater mocht poater Joseph iet zegge, hèj stoen(g) recht en zej:
"euh… de soep is te zawt"
een jaar later mocht pater Joseph iets zeggen, hij stond recht en zei:
"euh… de soep is te zout"
in 2002 mocht poater Marcus iet zegge, hèj stoen(g) recht en zej:
"euh… de soep is te zawt"
in 2002 mocht pater Marcus iets zeggen, hij stond recht en zei:
"euh… de soep is te zout"
en wèr een joar loater was 't den toer van de kok, poater Franciscus…
en weer een jaar was het de beurt aan de kok, pater Franciscus…
hèj stoen(g) recht en zej een bitsje kwoat:
hij stond recht en zei een beetje kwaad:
"seg mannekes,
dè mut_t_ier onderaant gedoan zèn
met_tè gezoag over di_j soep_p_è!"
"zeg
mannekes, dat moet hier onderhand gedaan zijn
met dat gezaag over die soep
hè!"