TR283 - 11KM800 - 0:53:33

Het weer.
Op zaterdag verliet de regen ons land via het zuidoosten en werd het wisselend bewolkt met enkele buien. Er verschenen ook soms mooie opklaringen, vooral in het centrale deel van het land.
De maxima schommelden tussen 11 en 16 graden.
Actueel.
VOEDING
Belgen kochten vorig jaar gemiddeld 83 verse eieren per persoon, dat is bijna 3% meer dan het jaar ervoor. Vergeleken met 2016, toen het gemiddelde op bijna 66 eieren lag, is de consumptie ervan met een kwart gestegen.
Volgens supermarktketens komt die stijging door de groeiende aandacht voor eiwitten. En ook de medische kijk op eieren is veranderd. Vroeger werd al eens gewaarschuwd voor cholesterol. Maar nu zegt men dat een eitje per dag prima is.
Vooral jongeren, mannen en mensen met buitenlandse roots eten vaker eieren.
Terug in de tijd: maandag 10 oktober 2011.
Een rustige uitlooptraining van 10 km (16 rondjes Finse piste). Chrono 0:53:50. De benen waren niet meer vermoeid maar die 10 km was toch voldoende vandaag. Er stond nogal wat wind, koud was het niet. Temperatuur 15° om 19 uur. En nu hopen dat we gezond blijven zodat we zaterdag ons steentje kunnen bijdragen tot het lukken van een goede groepsprestatie in de Brussel-Ekiden.
De run vandaag.
Le grand prix Denis Jouret - Flobecq – 15.00 uur – 11km800.
Voorbeschouwing.
Het werd opnieuw een rustige week. Enerzijds om toch enigszins te bekomen van de 20 km wedstrijd in en rond de bossen van Stambruges in de omgeving van Beloeil, anderzijds omdat er dus een week later alweer een wedstrijd op het programma stond.
De laatste wedstrijden gingen vrij goed. We proberen dat dus wat te behouden. Vooral door niet te intensief bezig te zijn.
Flobecq.
Vorig jaar waren we er ook. Toen na even uit wedstrijdroulatie te zijn geweest na een operatief ingrijpen aan mijn rechterhand. Niks ernstig maar wedstrijden lopen vond ik toen even te gevaarlijk. Gelukkig konden we toen wel rustige runs blijven afwerken. Maar de omstandigheden zijn nu in principe toch iets beter.
De verplaatsing naar Flobecq is een van de kortere in het kader van het acrho-criterium. De meeste bezienswaardigheden hadden we vorig jaar reeds ontdekt zodat we nu toch wat meer in de omgeving van het sportcentrum zijn gebleven.
De ontvangstlocatie is een van de beste die er kunnen zijn. Een heel mooie sporthal ontvangt ons met open armen. Na de wedstrijd was het wel iets minder. Dan sloot de cafetaria en moesten we met zijn allen naar het tentje net achter de sporthal. Gelukkig was het droog. En binnen in de tent ging het nog maar buiten koelde het toch vlug af. Daar stonden banken maar het werd toch te koud om daar lang te vertoeven.
De wedstrijd.
Hij was lastig. Hij was zwaar. Hij was moeilijk. En hij was totaal verschillend van die van vorige week.
Geen bossen en bospaden deze keer. Zo goed als altijd asfalt onder de voeten. In vergelijking met vorige week was hij ook veel korter. Alleen al deze omstandigheden vroegen om een toch iets andere ingesteldheid.
Als je van een langere wedstrijd komt voelt zo’n ‘korte’ bij aanvang wel goed aan. Het is immers ‘maar’ twaalf kilometer. Dan moest het vorige week eigenlijk allemaal nog maar pas beginnen. Maar het is natuurlijk ook wat verraderlijk. Veel wedstrijden gaan immers maar over een tiental kilometer. En dan voelt die twee kilometer extra wel zwaar aan.
Naast de reeds hiervoor vermelde verschillen was er nog eentje van belang: het reliëf. Vorige week, op een molshoopje na, zo goed als vlak. Deze keer zo goed als nooit vlak.
De eerste vier kilometers waren moordend. Eigenlijk in die mate dat ik op een bepaald moment dacht om rechtsomkeer te maken. Ik wist het nochtans op voorhand maar toch is het altijd even slikken. Hoe waren ze precies? De eerste kilometer ging flink bergaf. Lekker meegenomen zal je zeggen. Inderdaad, maar je zit dan wel meteen in een soort overdrive. Ik had de indruk dat nagenoeg iedereen hier meteen aan 16 km/uur of meer de lange rechte weg afliep. Ergens begrijpelijk natuurlijk, want als je het tijdverlies die er in de komende kilometers zeker zit aan te komen, op voorhand al een beetje wil goed maken, mag je hier niet op de rem gaan staan. Anticiperen heet zoiets zeker!?
Voor mij ging het in die eerste kilometer aan 4.07. Een ‘voorsprong’ van omzeggens een twintigtal seconden zeg maar. Maar die zou ik vlug verliezen tijdens de volgende klimmende kilometers.
Ik was nog een beetje aan het uithijgen en het bekomen van die aanvangskilometer toen ik de weg al langzaam zag stijgen. Het ging nu inderdaad bergopwaarts. In het begin ging het nog redelijk. Maar er kwamen toch al een aantal atleten terug uit de achtergrond. Enerzijds natuurlijk enkelen die na mij de vertreklijn waren overschreden, anderzijds diegenen die gewoon veel beter bergop lopen.
Maar ik liep en ik zou dat blijven doen tot ik helemaal boven was. Dat had ik mijzelf voorgenomen. Geen wandelen deze keer. En dat lukte. Het was soms zwoegen, zweten en wroeten, maar geen barsten. En dat zorgde voor nog redelijke tijden in de kilometers twee tot vier: 4.57, 5.04 en 4.48.
Het zwaarste hadden we nu wel gehad. Dat wil niet zeggen dat het vanaf nu zo effen was als een biljartlaken. Neen, dat helemaal niet. Bergaf en bergop wisselden elkaar regelmatig af. Maar kilometers aan een stuk omhoog was er niet meer bij.
Kilometer vijf ging eigenlijk zo goed als volledig naar beneden en ik liet mij dus maar vallen als een baksteen. Een snelle tijd daar met 4.25. Maar dan ging het alweer wat afwisselen, verloor ik tempo en ging het opnieuw wat trager met 4.43. Ik was halfweg. Nu konden we terugkeren. Neen, niet langs dezelfde weg.
Er kwamen nu terug kilometers die veel beter liepen met tempo’s van respectievelijk 4.11 4.18 4.12 en 4.21. Dat maakte die beginkilometers toch alweer wat goed. Ook al liep ik ook daar bijna steeds onder de 5.00.
De slotkilometers dan nog. Kilometer elf ging iets minder vlot (4.32). Alhoewel ik mij nog vrij goed voelde. Maar dus iets minder effen hier en ook wat meer bochtenwerk. En dan waren er nog de slothectometers naar de finish toe. Als kers op de taart zeg maar. Maar het ging terug wat in stijgende lijn zodat het nog vrij zure kersen waren!
Maar we hadden het gehaald. En ik had goed gelopen. Ik was tevreden over mijn koers. Zeker op dit parcours. De recuperatie verliep ook vlot. Eventjes uithijgen natuurlijk maar we waren vlug bekomen van de geleverde inspanningen. Ook dat is toch een teken van een meer dan behoorlijke conditie op dit moment.
Een eerste plaats in de leeftijdscategorie. Een geschenkje dus en het podium op. Samen met collega Patrick Soldai die tweede eindigde.
Conclusie:
Optreden als pacer in een marathon aan een tempo van 4.15/km (drie uur) zit er voor mij zeker niet meer in. En een pacer had voor mij in deze wedstrijd ook weinig van nut geweest denk ik. Zijn of haar tempo zou op de hellende gedeelten zeker te hoog geweest zijn. Dat kan ik niet meer aan. Op vlakkere gedeelten en stroken die naar beneden gaan loopt het allemaal wel nog iets vlotter.
Andere atleten hielpen mij wel om het tempo zo goed als mogelijk vast te houden. Je probeert toch steeds weer aan te klampen. Soms lukt dat niet, soms lukt dat even, en heel af en toe kan je toch wat langer volgen in de voetsporen van een andere atleet of atlete. En dat ik in deze omstandigheden toch nog een gemiddeld tempo liep van rond de 4.30 geeft mij toch wel heel wat voldoening.
Details run: 11km800 - wedstrijd – 0:53:33 – 4.32/km – 715 c – 15,0° - 126/138 - 179 pasfrequentie – 61,9 kg.











































