Naar de inhoud

Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

akke.beakke.be

Archief

high in the sky



ik spring, ik huppel
en draai als molen rond
ik ga nog sneller
als de woorden die
voortkomen uit mijn mond

blijf staan, val niet om
oude grijze gek
stop, halt, stop
bok met lange borstrok

maar de wereld
is zo mooi en vluchtig
zo zwevend, zo high
zo wiet wiet wiet
zo bye, bye, bye

ik kan niet stoppen
en ga er tegen aan
wat een dolle pret
ieder lacht mij toe
en word tot
dollen aangezet

maar ben, plots,
bezweet wakker
in mijn stapelbed
ajuus, retteketet


Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

ik vlucht



ik vlucht mee met witte zwanen
over wel zeven heuveltoppen
naar het vergelegen zilveren meer
alwaar ze op het water glijdend stoppen
kennelijk niet voor de eerste keer

gevangen in een sluier van regen
drijf ik langzaam met hen voort
zij bepalen voortaan mijn wegen
hartentranen hebben mij verstoord

zij vloeien door een diepe ader
van aangeslagen goud
je zult ze nimmer aanschouwen
zo gevoelloos voor mensenogen
deze druppels van eeuwig rouwen

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

onkruid



al wat dor is vergaat
het slaat wel wonden
maar nimmer laat
de ziel zich temmen
zij is door iets Groots gezonden

ook ik weet niet
waarom jij, hij, zij
het juist overkomt
dat een groeien
niet mag bloeien

het is vaak
mensenwerk
van onbewuste
machteloosheid
verkrampt tot
uiting van geweld
gevoel
dat snijdt
ogen
die niet meer zien
een hart,
genadeloos geveld

soms heel even
onverwacht
niet overdacht
wordt ons getoond
waar men vaak
zonder weten
op had gewacht

geraakt door een mens
gepaard aan een ziel
vangen wortels het licht
er is dan geen weg
meer terug
men sluipt dan
langzaam henen
voorwaarts gericht



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

nieuwe lente


morgen wordt het licht
ik weet het zeker
dan vervalt de duisternis
gericht op voelbaar zicht


het dal vult zich weer
met het blije lied
kom en kijk met mij
naar het ontluikend verschiet


morgen, ja morgen opent mijn hart
het was voor lange tijd gesloten
verborgen in enge diepte
doordrenkt in troebele smart


ik weet het zeker
in mij wordt de zalige hoop
wederom in goud gegoten
als vandaag is verleden
ontspruiten nieuwe vreugdeloten

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

ik blijf achter




ik blijf achter
keer mij om
ben mijn eigen
poortwachter
uit nood geboren
het was niet aan mij
te zeggen
kom blijf nog even
ik had haar
bij voorbaat
al verloren

zij kwam zo plots
in mijn beeldentuin
van zoete kersen
een zachte stengel
met een vederen pluim

en groeide in mijn leven
bloeide haast ongeremd
tot kostbaar zielengoud
zwevend wilde ik
dit wonder beleven
haar begrijpen in
duizendvoud

ik blijf achter
in de schemering
mijn schepping ontbonden
ben weer verweven
met de werkelijkheid
oh, was ik nog maar daar
waar ik mijzelf
had heen gezonden



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

hé?


hé? ja u daar
heeft u weet van dat u leeft
u ziet wel en denkt en denkt
maar dwaalt af, terwijl u
ogenschijnlijk leest,
doch het beeld dat u waarneemt
hangt nog bij het feest
van gisteren
of omdat u zich verveelt
of aldoor uw tranende ogen zeemt


heeft u weet dat u leeft
of zijn uw gewoonten gewoon
u doet maar wat
bent u het niet zat
om weg te zweven of te turen
kijk eens goed, meeloper
sta op en vang aan
schuur de gedrochten weg
wat blijft bent u
helaas, uw ego is naar de maan

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

moeras




hoe schaduwrijk
is mijn tegenlicht
als de maan
zich wentelt
boven nevelig moeras

en strohalmen
zich sieren met
gevallen blaren
als een satanische jas

als de damp zich kringelend
omhoog drijft
en laat galmend gekwetter
in alle omvang beklijft

is de dag gestorven
en door de ongrijpbare
duisternis ingelijfd



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Mokum


een druilerige regen
stemt mijn Mokum
tot een grijs bestaan
over lauwe koffie turend
zie ik kabbelend water
aan mij voorbijgaan

vandaag bruist het niet
van kleurrijke mensen
de stad lijkt dood
ook al belt de tram zijn stem
en zijn luiken gastvrij geopend
door mij gaan verleden wensen
en een hoop die
zwaarder weegt dan lood

Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

de dichter



met zware
woorden dan wel
speelse akkoorden
timmert de dichter
het zijnde dicht

hij is van een
zo groot gewicht
dat zijn ego
vaak wordt verlicht
met de mist
die men kent
in Londen
en omschrijft
met groot gemak
zijn wazige zonden

hij verklaart
de eigen spiegel
vaak met een
duister elan
waar reflectie,
ongetemd,
verdwijnt in
de koffiekan



Geschreven door Julius Dreyfsandt zu Schlamm om 00:00

Meer van Julius V.E. Dreyfsandt zu Schlamm : Gedichten 1a

↑ Terug naar de berichten