Gedicht
Hoe zwart staan al de boomen in
de witheid, onverwacht,
van 't overdadig sneeuwen, dat 't
gedaan heeft, van den nacht!
Ze staan daar, als gekoolzwart en
met teekenen geprent,
al zwarte en zwarte staven, op
een eindloos pergament.
Ze 'n roeren, noch ze 'n poeren en,
bij 't nachtelijk gestraal,
men zweren zou dat 't spoken zijn,
of reuzen altemaal.
De sterren staan en bliksemen,
als oogen, ongeteld,
van boven, uit de koppen van
die reuzen vol geweld.
Ze groeien immer grooter, en
de witheid van de snee
verzwaart de zwarte stammen. Zich!
van een' zoo wordt er twee!
'k Versta nu hoe van drollen, gij,
en droezen hebt gedroomd,
wanneer ge, Noordsche heidenen,
verkeerdet in 't geboomt.
Bij 't razen van den winter en
bij 't nijpen van den nacht,
is de oude, grimme reuzenzegge
ontstaan in uw gedacht Guido Gezelle















.jpg)

5 reacties op dit bericht
Zeno op bezoek bij de blog vrienden
groeteke
Lana & Pip komen even op bezoek in je blogje
Ik kom je een fijne maandag wensen
Ik zocht het geluk.... maar vond het in duizend kleine stukjes!
dag blogmaatje...
ik wens je alvast nog een heerlijke zondag toe ! veel groetjes van meeuw
Mooi gedicht Arlette,
Bedankt voor je bezoekje, nog een mooi weekend gewenst, geniet ervan ! liefs Jeannine