ART . NR . 25 . DE KLEUREN

Art . Nr . 25 Voordat we verder gaan met de volgende
lessen : Het Hoofd - Het Naakt - Figuurtekenen - De Dieren - De Compositie - Het Ontwerpen - En De Schildertechnieken leren we eerst nog iets over de kleuren .
Je heeft tijdens de studie van de voorgaande lessen al vele gebieden onderzocht . Zowel levende wezens als dode voorwerpen en landschappen heeft je onder verschillende omstandigheden kunnen waarnemen , al naar gelang de omgeving waarin deze waren geplaatst en ook onder verschillende belichtingen . Je bent geboeid geworden door hun vormen , maar niet minder - nietwaar ? - door hun kleuren . Mens en dier , voorwerp en landschap heeft je tot nu toe met potlood , houtskool , conté of pen en inkt weergegeven , omdat je nog niet over kennis en vaardigheid beschikte , deze onderwerpen in kleuren weer te geven . Als gevolg van de beperkte middelen waarover je beschikte , was je genoodzaakt de vorm en de ruimte weer te geven door middel van lijnen en vlakken in potlood , houtskool of in pen en inkt . De lijnen waren afwisselend van dikte en door middel van een reeks grijzen hebben wij de " toonwaarden " uitgedrukt .
Vanzelfsprekend heeft je van deze studies heel veel geleerd ; Je bent in staat de vormen ruimtelijk weer te geven . De werkelijkheid echter , die alleen door de kleur aan het beeld gegeven kan worden , ontbrak nog steeds .
Wat is kleur ?
Alvoren hier een antwoord op te geven , moeten wij even teruggaan naar de natuurkundige les op school en zeer zeker zult je zich de volgende proef herinneren door een kristallen prisma lieten wij een zonnestaal vallen . Als deze straal het prisma verliet verdeelde hij zich in een naast elkaar liggende kleurenreeks . Wij noemden dit de spectrale kleurenband , waarin op elkaar volgden : paars , blauw , groen , geel , oranje en rood . Het zonlicht is dus ontleed in deze kleuren en hetzelfde verschijnsel heeft je zelf meermalen kunnen waarnemen bij de regenboog na een bui , waarbij de in de lucht zwevende waterdruppels de rol van het prisma spelen . De kleuren van het spectrum zijn weliwaar niet zo scherp van elkaar gescheiden zoals wij dit in de afbeelding zien . In werkelijkheid gaan zij vloeiend in elkaar over en deze overgangen tussen de kleuren zijn zeer goed waarneembaar . Het is zonder meer duidelijk dat de vereniging van deze kleuren weer het zonlicht vormt . Laten wij nu in gedachten eens afdalen in een grot , met onze hand een rood vorwerp . In de volslagen duisternis zullen wij noch het voorwerp , noch zijn kleur kunnen zien . Nu gaan wij weer terug naar het daglicht . Naarmate het licht sterker wordt zullen vorm en kleur , welke eerst niet te onderscheiden waren , steeds meer zichtbaar worden . Des te duidelijker de kleur waarneembaar wordt , des te duidelijker zal ook de vorm worden . Wij kunnen hieruit dus afleiden , dat het alleen het licht is , dat aan de objecten die het verlicht , zijn kleur geeft .
Maar , zult je zich afvragen , hoe komt het dan , dat verschillende voorwerpen welke een gelijk licht ontvangen en tegelijkertijd worden waargenomen , verschillen van kleur zijn ? Dit komt , omdat deze voorwerpen ieder een gedeelte van het zonnespectrum vasthouden - in zich opnemen als het ware - en het andere deel daarvan naar ons oog terugkaatsen . Anders gezegd : een voorwerp is rood , omdat alle kleuren uit het licht door het voorwerp worden opgenomen , behalve de kleur rood , die met de kleur van het voorwerp overeenkomt . Deze kleur rood , wordt dus weerkaatst en zodoende zien wij het voorwerp rood . Deze inleiding geeft in het kort weer wat wij verstaan onder de uitdrukking " kleur " .
Praktische Toepassingen .
Onze primaire kleuren zijn :
Geel - Blauw - Rood
Door deze primaire kleuren te mengen kan je secundaire kleuren aanmaken .
Bv : Ultramarijn donker (blauw) met Alizarin ( rood ) bekom je een helder paars of violet .
Cadmiumgeel citroen met ceruleum blauw gemengd is helder groen .
Cadmiumgeel met Cadmiumrood is een helder oranje , dit noemen we dan de secundaire kleuren .
De kleur in de schaduw.
Tenslotte zullen wij nog moeten weten hoe de kleur in de schaduw tot uitdrukking komt . Vaak zien beginners dit niet duidelijk en denken zij dat het voldoende is om wat zwart bij een bepaalde kleur te mengen om zodoen de donkerder tint te verkrijgen . Maar op deze wijze komt men er niet en zal er een onzuivere , dorre kleur onstaan . Een kleur word niet " gedood " door de schaduw , want - en dit mogen wij nooit vergeten - schaduw is iets anders dan duisternis . Vanzelfsprekend verliest een kleur in de schaduw iets van zijn kracht en soms iets van zijn zuiverheid . Groepeer maar eens enkele voorwerpen van verschillende kleur en je zult zien dat de schaduwpartijen welke hier en daar de oppervlakken bedekken , de kleur zullen beinvloeden en zelfs de kleur kunnen laten veranderen door wederzijdse invloed der kleuren . Hoe het ook zij , de schaduw is nimmer neutraal van kleur , of , liever gezegd , nimmer kleurloos . Hij heeft een eigen kleur welke over het algemeen verwant is met de kleur van het voorwerp zelf . Wij spreken in dit verband over een alleenstaand voorwerp , omdat bij een groepering van voorwerpen andere invloeden bepalend zijn voor de kleur .
Maar wij kunnen , nog steeds bij het alleenstaande voorwerp , ook waarnemen , dat de kleur van de eigen schaduw beinvloed wordt door de kleur van de lichtpartij welke ons oog opvangt en dat deze schaduwkleur de tegenkleur of complementaire kleur is van de werkelijke kleur van het voorwerp .
Omschrijving .
Wat verstaat men onder kleurentheorie ?
De kleurentheorie of kleurenleer , gegrond op de proeven van de natuurkundige Newton en Tundall en de scheikundige Chevreul , is de studie van de veelvuldige verschijningsvormen der kleuren , wanneer men deze mengt of naast elkaar plaatst ; dat is de waarneming van hun werking op hun omgeving , van hun eigen reacties en ook van hun verschillende gedragingen , al naar gelang de sterkten van het licht dat zij opvangen .
Wij hebben gezien , dat , wanneer het zonlicht door een kristallen prisma valt , dit licht ontleed wordt in een reeks kleurschakeringen , namelijk violet , blauw , groen , geel , oranje en rood . Bovendien hebben wij gezien dat het alleen het licht is , dat de dingen kleurt . Dientengevolge heeft welk voorwerp dan ook , geen kleur van zichzelf en is de kleur die het te zien geeft de kleur van de uitstraling welke niet opgeslokt wordt door de stof waaruit het voorwerp bestaat . Het voorwerp dat alle stralen van het zonnespektrum opneemt is zwart ; een voorwerp dat alle stralen van dit spetrum weerkaatst , is wit .
Grondkleuren en tegenkleuren
Bestudeer op de afbeelding de kleuren rood , blauw en geel . Het zijn opzichzelfstaande kleuren , welke wij door geen enkele menging kunnen verkrijgen . Daarom noemen wij dit de grondkleuren of primaire kleuren . Vervolgens bekijken wij de kleuren , violet , groen en oranje . Het violet ontstaat uit de menging van rood en blauw , het groen verkrijgen wij door blauw en geel te mengen , terwijl rood en geel het oranje oplevert . Deze kleuren worden de tegenkleuren of complementaire kleuren genoemd . Elke tegenkleur vormt inderdaad de aanvulling van de grondkleur welke niet tot zijn samenstelling behoort . Door de vereniging met deze grondkleur wordt dan weer de samenstelling van het zonlicht verkregen , dat , zoals wij weten , gevormd wordt door de vereniging van de stralen rood , blauw en geel . Het violet is dus de tegenkleur van geel , het groen van het rood en het oranje van het blauw . En dit ook in omgekeerde wijze . In de ruiten van de kleurendriehoeken liggen grondkleur en tegenkleur steeds tegenover elkaar . Tussen de hoekpunten van de driehoeken zien wij de kleuren gaande van oranje naar rood , van rood naar violet , van violet naar blauw , enz . Steeds zult je tegenover ieder van deze kleuren zijn tegenkleur vinden .
De invloed van het licht .
In het voorgaande hebben wij gezien , dat de kleur van een voorwerp zich wijzigt naar de stof waaruit het bestaat en vooral ook naar de inval van het licht waardoor het wordt beschenen . Maar de kleur ondergaat ook wijzigingen , al naar het licht sterker of zwakker is . Wanneer wij een helder groen zien onder normaal licht dan zal het zijn volle kleur tonen . Wordt het licht sterker dan zal het groen zijn eigen kleur verliezen om een geelachtig groen te worden en bij een nog sterker licht een witachtig geel te zien geven . Indien de lichtsterkte daarentegen afneemt zal de groene kleur meer naar het blauw neigen .
De toonwaarden van de kleuren zijn eveneens afhankelijk van de lichtsterkte . Wanneer wij een rood en een blauw in de schaduw plaatsen zal het opvallen dat het rood zwakker en het blauw helderder wordt .
De tegenstellingen van kleur .
Vaak kunnen wij duidelijke kleurtegenstellingen waarnemen , zoals bijvoorbeeld bij rook die uit een schoorsteen opstijgt . Tot de rand van het dak zien wij die rook blauwachtig , maar tegen de blauwe lucht doet hij roodachtig aan .
Kleurtegenstellingen kunnen gelijktijdig ontstaan . Wanneer wij twee kleuren van dezelfde aard naast elkaar plaatsen , de ene donker , de andere licht , dan zal de eerste donkerder en de tweede lichter zijn dan zij werkelijk zijn .
Twee kleuren van verschillende aard beinvloeden elkaar eveneens en veranderen door de aanwezigheid van ieders tegenkleur . Het zien van een kleur brengt inderdaad op het netvlies van ons oog de verschijning van de tegenkleur teweeg . Om deze reden verrijken zich twee naast elkaar gelegen complementaire kleuren . Om dezelfde reden wordt een kleur die tegen zwart of wit is gezet helderder en daaromheen zien wij een wazige krans van zijn tegenkleur .
Ook in de werkelijkheid kunnen wij dit constateren wanneer wij bijvoorbeeld rode bloemen bij sterk licht geruime tijd bekijken . Richten wij onmiddelijk hierna de blik op een wit vlak dan verschijnt het beeld van de plant voor ons oog als een z.g. " nabeeld " in tegenkleuren . Wij zien dan de bloemen groen en de bladeren rood . Wij noemen dit subjectieve contrastkleuren en zij bieden ons een waardevol hulpmiddel om de tegenkleur van een kleur vast te stellen .
Hieruit volgt weer dat wij ons ook een verkeerde indruk van een kleur kunnen vormen wanneer wij een tijd lang naar een voorwerp gekeken hebben met de tegenkleur van die kleur .
De wet van deze contrastwerking , door Chevreul opgesteld , verklaart ook de kleur in de schaduwpartijen en het is nu duidelijk dat de schaduw die door een kaars geworpen wordt blauwachtig schijnt omdat de kaarsvlam oranje - achtig is . De schaduw op een geel vlak zal beinvloed worden door de tegenkleur van geel , het violet om daardoor een groenachtige bruine tint te laten onstaan .
Mengingen van gelijksoortige en
ongelijksoortige kleuren .
Weet je dat een menging van cadmiumrood en ultramarijn een dof violet geeft . Het cadmiumrood is een warme kleur ; ultramarijnblauw echter is geen uitgesproken koude kleur , zijn kleur neigt iets naar het roodachtige . Een zuiverder menging verkrijgen wij dan ook wanneer wij het violet samenstellen van een uitgesproken koel rood , b.v. alizarin ( rood ) met dit blauw . Een menging van het citroengeel met het koude caeruleumblauw zal een zuiverder groen opleveren , dan wanneer wij dit geel mengen met ultramarijn . Natuurlijk zal uit dergelijke mengingen wel eens een gebroken tint tevoorschijn komen , die heel goed de zuivere kleuren in het landschap of andere compositie kunnen vergezellen en daardoor deze beter doen uitkomen . Hetgeen wij hebben gezegd over de kleurentheorie is wel het meeste toegepast door de impressionisten en in hoge mate zelf door de " divisionisten " of pointillisten . De schilders van deze richtingen gingen zelf zover , dat zij de zuivere kleuren op hun doeken in streekjes naast elkaar zetten en de vermenging hiervan overlieten aan het oog van de beschouwer .
Doch tot op de huidige dag zijn de schilders bezig om het verschijnsel " kleur " te onderzoeken en de kunst van vandaag neigt ook meer en meer naar de beredeneerde kleur . Vooral de non - figuratieve of abstracte kunst is hier een voorbeeld van .
Courante kleuren zijn : Ultramarijn donker ,
Cerleumblauw ,
Cadmiumgeel citroen
Cadmiumgeel donker
Gele oker ,
Cadmiumrood ,
Kraplak donker of
Alizarin ( rood )
Vert émeraude ,
Paul Veronesegroen
of dekgroen ,
Gebrande Sienna ,
( Meer over theorie van de kleur gaan we verder in het eerste deel van de vier lessen in schildertechnieken )
















